VERORDENING (EEG) Nr. 1854/89 VAN DE RAAD van 14 juni 1989 betreffende de boeking en de betalingsvoorwaarden voor uit hoofde van een douaneschuld te vereffenen bedragen aan rechten bij in- of bij uitvoer #
VERORDENING (EEG) Nr. 1854/89 VAN DE RAAD van 14 juni 1989 betreffende de boeking en de betalingsvoorwaarden voor uit hoofde van een douaneschuld te vereffenen bedragen aan rechten bij in- of bij uitvoer #
VERORDENING ( EEG ) Nr . 1854/89 VAN DE RAAD van 14 juni 1989 betreffende de boeking en de betalingsvoorwaarden voor uit hoofde van een douaneschuld te vereffenen bedragen aan rechten bij in - of bij uitvoer
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,
Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),
In samenwerking met het Europese Parlement ( 2 ),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal
Comité ( 3 ),
Overwegende dat de boeking van bedragen aan rechten bij in - of bij uitvoer bepalend is voor de toepassing van de meeste douaneregelingen; dat de voorwaarden waaronder deze boeking dient te geschieden, thans uitsluitend zijn vastgesteld in het kader van Richtlijn 78/453/EEG van de Raad van 22 mei 1978 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende uitstel van betaling van in - of uitvoerrechten ( 4 ); dat in de overige gevallen de voorwaarden waaronder de bedragen aan rechten bij in - of bij uitvoer worden geboekt, door de Lid-Staten worden vastgesteld; dat het derhalve van belang is ervoor te zorgen dat zij zo uniform mogelijk in de Gemeenschap worden toegepast; dat daartoe de bestaande bepalingen van Richtlijn 78/453/EEG moeten worden vervangen door een verordening met daarin alle nodige verduidelijkingen en aanpassingen;
Overwegende dat de regels inzake boeking en betalingsvoorwaarden van douaneschulden bijzonder belangrijk zijn voor het goed functioneren van de douane-unie en voor het bereiken van een zo gelijk mogelijke behandeling van de economische subjecten bij het heffen van rechten bij in - of bij uitvoer;
Overwegende dat het vaststellen van nadere regels voor de praktijk van de boeking van de bedragen aan rechten bij in - of
bij uitvoer aan de Lid-Staten kan worden overgelaten; dat het
in hoofdzaak erop aankomt de termijnen vast te stellen waarbinnen deze boeking dient plaats te vinden;
Overwegende dat het dienstig is eveneens de termijnen vast te stellen waarbinnen de geboekte bedragen aan rechten bij in - of bij uitvoer dienen te worden voldaan; dat het aanbeveling verdient de in de Lid-Staten verleende betalingsfaciliteiten, andere dan uitstel van betaling, te handhaven en te harmoniseren; dat het, in een streven naar duidelijkheid, dienstig is alle maatregelen inzake betaling van rechten bij in - of bij uitvoer, met inbegrip van die betreffende uitstel van betaling welke thans in Richtlijn 78/453/EEG zijn opgenomen, te herschikken en in één tekst samen te brengen;
Overwegende dat in geval van andere betalingsfaciliteiten dan uitstel van betaling, van te late betaling of van niet-betaling binnen de vastgestelde termijn, de huidige juridische situatie die inhoudt dat interest moet worden betaald, gehandhaafd blijft;
Overwegende dat, rekening houdende met de voortdurende toeneming van het handelsverkeer en met de noodzaak de goederen zo snel mogelijk vrij te maken, de controlemethoden van de douane zodanig zijn aangepast dat de goederen slechts in een zeer beperkt aantal gevallen vóór de vrijgave voor het vrije verkeer worden onderzocht; dat aldus de controle van de regelmatigheid van de in - en de uitvoer wordt uitgesteld en meestal uit een boekhoudkundige controle bestaat welke tot naheffing van een aanvullend bedrag aan rechten kan leiden; dat deze controle achteraf ook kan leiden tot teruggave van een teveel geïnd bedrag; dat het bedrag van de teveel geïnde rechten is berekend op basis van de belastingelementen welke door de belanghebbende zelf zijn verstrekt en dat deze veel sneller over de goederen heeft kunnen beschikken dan wanneer zij vóór het vrijgeven voor het vrije verkeer waren geverifieerd;
Overwegende dat het, rekening houdende met de voorwaarden waaronder in de onderscheiden Lid-Staten het beleid ter zake van de kredietverlening thans wordt gevoerd, niet mogelijk is voor de gehele Gemeenschap één enkele interestvoet voor de kredietverlening en één enkel percentage voor de moratoire interessen vast te stellen; dat niettemin moet worden voorkomen dat in de onderscheidene Lid-Staten een
te grote ongelijkheid van behandeling bestaat tussen personen die uit hoofde van deze verordening tot betaling van
interest voor kredietverlening zijn gehouden en die welke leningen bij financiële instellingen aangaan; dat te dien einde het percentage van de verschuldigde interest in andere gevallen van betalingsfaciliteiten dan uitstel van betaling door de Lid-Staten dient te worden vastgesteld met inachtneming van het tarief dat op hun geld - en kapitaalmarkt geldt; dat rekening houdende met het beoogde doel, het percentage van de moratoire interessen hoger kan zijn dan dat van de interest voor kredietverleningen;
Overwegende dat, wat de betalingstermijnen en de betaling van interest op het gebied van het douanevervoer betreft, de borgen over ruimere faciliteiten beschikken dan die waarin deze verordening voorziet; dat deze gunstigere regelingen in bepaalde internationale overeenkomsten zijn opgenomen, zodat zij niet door communautaire voorschriften ter zake kunnen worden gewijzigd; dat zulks ook geldt voor de regeling communautair douanevervoer, voor zover deze regeling uit hoofde van de met de EVA-landen gesloten overeenkomst van toepassing is op goederen die tussen het douanegebied van de Gemeenschap en deze landen worden vervoerd; dat zulks ook dient te gelden voor de tijdelijke invoer van goederen onder de voorwaarden die in de op 6 december 1961 te Brussel gesloten overeenkomst ( ATA-Overeenkomst ) zijn vervat;
Overwegende dat Richtlijn 78/453/EEG, waarvan de bepalingen in de onderhavige verordening zijn overgenomen, dient te worden ingetrokken; dat om rekening te houden met de gevallen waarin geen interest door belanghebbende of door de douane dient te worden betaald, al naar gelang het geval, enerzijds Verordening ( EEG ) nr. 1430/79 van de Raad van 2 juli 1979 betreffende terugbetaling of kwijtschelding van in - of uitvoerrechten ( 5 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3799/86 ( 6 ), in die zin dient te worden aangevuld en, anderzijds, bepalingen moeten worden geschrapt die in een eventuele betaling van interest voorzien en die voorkomen in Verordening ( EEG ) nr . 1697/79 van de Raad van 24 juli 1979 inzake navordering van de rechten bij invoer of bij uitvoer die niet van de belastingschuldige zijn opgeëist voor goederen welke zijn aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van dergelijke rechten voortvloeide ( 7 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 918/83 ( 8 )
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1 1 . Deze verordening betreft de boeking en de betalingsvoorwaarden voor de bedragen aan rechten bij in - of bij uitvoer die moeten worden voldaan uit hoofde van een douaneschuld .
2 . In deze verordening wordt verstaan onder :
a ) douaneschuld : de op een persoon rustende verplichting tot betaling van de rechten bij invoer ( douaneschuld bij invoer ) of de rechten bij uitvoer ( douaneschuld bij uitvoer ) die krachtens de geldende bepalingen op aan dergelijke rechten onderhevige goederen van toepassing zijn;
b ) persoon :
- een natuurlijke persoon, of
- een rechtspersoon, of,
- wanneer deze mogelijkheid in de van kracht zijnde voorschriften bestaat, een vereniging van personen die als handelingsbekwaam wordt erkend, zonder dat zij de wettelijke status van rechtspersoon bezit;
c ) boeking : de inschrijving in de boeken of met gebruikmaking van enige andere drager door de douaneautoriteit van het bedrag aan rechten bij invoer of bij uitvoer dat overeenkomt met een douaneschuld;
d ) rechten bij invoer : de douanerechten en heffingen van gelijke werking, alsmede de landbouwheffingen en andere belastingen bij invoer, vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen;
e ) rechten bij uitvoer : de landbouwheffingen en andere belastingen bij uitvoer, vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen;
f )
douaneautoriteit : elke voor de toepassing van de
douaneregeling bevoegde autoriteit, zelfs indien deze niet tot de douanedienst behoort .
TITEL I
BOEKING VAN DE BEDRAGEN AAN RECHTEN BIJ IN - OF BIJ UITVOER
Artikel 2 1 . Elk bedrag aan rechten bij in - of bij uitvoer dat voortvloeit uit een douaneschuld, hierna "bedrag aan rechten'' genoemd, dient door de douaneautoriteit te worden berekend zodra de nodige gegevens beschikbaar zijn, en door genoemde autoriteit te worden geboekt .
De eerste alinea is niet van toepassing in die gevallen waarin een voorlopig anti-dumpingrecht of compenserend recht is ingesteld, noch in die waarin artikel 5 van Verordening ( EEG ) nr . 1697/79 kan worden toegepast .
2 . De Lid-Staten stellen nadere regels voor de praktijk van de boeking van de bedragen aan rechten vast . Deze regels kunnen verschillen naar gelang de douaneautoriteit, rekening houdende met de omstandigheden waaronder de douaneschuld is ontstaan, er al dan niet van overtuigd is dat de genoemde bedragen zullen worden betaald .
De wijze waarop de bedragen aan rechten in de verschillende gevallen door de douaneautoriteit worden geboekt, wordt aan de Commissie medegedeeld .
Artikel 3 1 . Wanneer door de aanvaarding van de aangifte van een goed voor een andere douaneregeling dan die van de tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer, of door enig ander besluit dat dezelfde rechtsgevolgen heeft als die aanvaarding, een douaneschuld ontstaat, dient onverminderd het bepaalde in lid 2, de boeking van het met die douaneschuld overeenkomende bedrag te geschieden zodra dit bedrag is berekend en ten laatste op de tweede dag volgende op de dag waarop de goederen zijn vrijgegeven of de toestemming tot uitvoer ervan is verleend .
Niettemin kunnen, onder voorbehoud dat de betaling gewaarborgd is, alle bedragen aan rechten die verschuldigd zijn voor goederen waarvoor tijdens een door de douaneautoriteit vastgestelde periode van ten hoogste 31 dagen ten gunste van een zelfde persoon vrijgave - of toestemming tot uitvoer - werd verleend, aan het einde van deze periode in één keer worden geboekt . Deze boeking dient te geschieden binnen een termijn van vijf dagen te rekenen vanaf de datum waarop de betrokken periode verstrijkt .
2 . Wanneer bepaald is dat de goederen mogen worden vrijgegeven zolang nog niet is voldaan aan bepaalde voorwaarden die zijn vastgelegd in het Gemeenschapsrecht en waarvan hetzij het bepalen van het bedrag van de ontstane schuld, hetzij de inning afhangen, dient de boeking uiterlijk te geschieden twee dagen nadat het bedrag van de schuld of de verplichting tot het betalen van de uit de schuld voortvloeiende rechten is bepaald of vastgesteld .
Wanneer de douaneschuld echter betrekking heeft op een voorlopig anti-dumpingrecht of compenserend recht, dient de boeking te geschieden uiterlijk twee maanden nadat de verordening van de Raad tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht of compenserend recht in het Publikatie -
blad van de Europese Gemeenschappen is bekendgemaakt .
3 . Ingeval een douaneschuld onder andere omstandigheden ontstaat dan die bedoeld in lid 1, dient de boeking van het overeenkomstige bedrag aan rechten te geschieden binnen een termijn van twee dagen te rekenen vanaf de datum waarop de douaneautoriteit in staat is :
a ) het bedrag van de betrokken rechten te berekenen, en
b ) de persoon te bepalen die tot betaling van dat bedrag gehouden is .
Artikel 4 1 . De in artikel 3 bedoelde termijnen voor de boeking kunnen worden verlengd :
a ) hetzij om met de administratieve organisatie van de Lid-Staten, met name een gecentraliseerde comptabiliteit, verband houdende redenen;
b ) hetzij in gevallen waarin bijzondere omstandigheden de douaneautoriteit beletten deze termijnen na te leven .
De aldus verlengde termijnen kunnen niet langer zijn dan veertien dagen .
2 . De in lid 1 bedoelde termijnen gelden niet in onvoorziene gevallen of in geval van overmacht .
Artikel 5 Wanneer het uit een douaneschuld voortvloeiende bedrag aan rechten niet overeenkomstig de artikelen 3 en 4 is geboekt, of een lager bedrag is geboekt dan het wettelijk verschuldigde bedrag, dient het te innen of na te vorderen bedrag aan rechten te worden geboekt binnen een termijn van twee dagen te rekenen vanaf de datum waarop de douaneautoriteit deze situatie heeft geconstateerd en in staat is het wettelijk verschuldigde bedrag te berekenen en te bepalen welke persoon tot betaling van dat bedrag gehouden is . Deze termijn kan overeenkomstig artikel 4 worden verlengd .
Artikel 6 1 . Onmiddellijk na de boeking dient het bedrag van de rechten op de voorgeschreven wijze aan de tot betaling gehouden persoon te worden medegedeeld .
2 . Wanneer het verschuldigde bedrag van de rechten bij wijze van schatting in de douaneaangifte is vermeld, kan de douaneautoriteit ermee volstaan de in lid 1 bedoelde mededeling slechts te doen, indien het vermelde bedrag aan rechten van het door haar vastgestelde bedrag afwijkt .
Wanneer gebruik wordt gemaakt van de in de eerste alinea van dit lid geboden mogelijkheid, geldt, onverminderd artikel 3, lid 1, tweede alinea, het verlenen van vrijgave of van de toestemming tot uitvoer van de goederen door de douaneautoriteit, als mededeling van het geboekte bedrag van de rechten aan de tot betaling gehouden persoon .
Artikel 7 Wanneer de procedure tot navordering niet meer kan worden ingeleid overeenkomstig artikel 2, lid 1, tweede alinea, van Verordening ( EEG ) nr . 1697/79, mogen de Lid-Staten afzien van de toepassing van artikel 2 of van artikel 6 van deze verordening .
TITEL II
TERMIJN EN NADERE REGELS VOOR DE BETALING VAN DE BEDRAGEN AAN RECHTEN BIJ IN - OF BIJ UITVOER
Hoofdstuk A
Beginsel
Artikel 8 Elk bedrag aan rechten dat op de in artikel 6 bedoelde wijze werd medegedeeld, dient binnen de hierna volgende termijnen door de tot betaling van dit bedrag gehouden persoon te worden voldaan :
a ) indien deze persoon voor geen van de in hoofdstuk B genoemde betalingsfaciliteiten in aanmerking komt, dient betaling binnen de hem toegestane termijn te geschieden .
Onverminderd de inzake beroepsrecht geldende bepalingen mag deze termijn niet meer bedragen dan tien dagen te rekenen vanaf de datum waarop het te betalen bedrag wordt medegedeeld aan de belastingschuldige en in geval van totalisering van de boekingen onder de bij artikel 3, lid 1, tweede alinea, voorziene voorwaarden, dient deze termijn zodanig te worden vastgesteld dat de tot betaling gehouden persoon geen langere betalingstermijn krijgt dan wanneer hem uitstel van betaling onder de in hoofdstuk B, afdeling 1, voorziene voorwaarden, zou zijn verleend .
Verlenging van de termijn wordt ambtshalve verleend wanneer wordt vastgesteld dat de belanghebbende de mededeling tot betaling te laat ontvangen heeft om de voor de betaling toegestane termijn te kunnen respecteren .
Anderzijds kan, op verzoek van de tot betaling gehouden persoon, door de douaneautoriteit verlenging van de termijn worden verleend wanneer het te betalen bedrag aan rechten voortvloeit uit een navordering . Onverminderd de bepalingen van artikel 15, kan de aldus toegestane verlenging van de termijn niet langer zijn dan de tijd die noodzakelijk is om de tot betaling gehouden persoon in staat te stellen de maatregelen te treffen die nodig zijn om aan zijn verplichting te voldoen;
b ) indien deze persoon voor een van de in hoofdstuk B genoemde betalingsfaciliteiten in aanmerking komt, dient betaling te geschieden binnen de in het kader van deze faciliteiten vastgestelde termijn of termijnen .
Artikel 9 De betaling dient te geschieden, hetzij in contanten, hetzij met elk ander middel dat een soorgelijk bevrijdend karakter heeft overeenkomstig de in de betrokken Lid-Staat geldende bepalingen (" contante betaling ''). Zij kan door verrekening worden verricht wanneer de geldende bepalingen daarin voorzien .
Hoofdstuk B
Betalingsfaciliteiten
Afdeling 1
Uitstel van betaling
Artikel 10 Voor zover het door de belanghebbende verschuldige bedrag aan rechten betrekking heeft op goederen die zijn aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van dergelijke rechten voortvloeit, staat de douaneautoriteit hem op zijn verzoek, onder de in de artikelen 11 tot en met 14 vastgestelde voorwaarden, uitstel van betaling van dat bedrag toe .
Artikel 11 Het verlenen van uitstel van betaling is onderworpen aan de voorwaarde dat de aanvrager zekerheid stelt .
Verder kan het verlenen van uitstel van betaling leiden tot het innen van bijkomende bedragen voor het aanleggen van een dossier of voor verleende diensten .
Artikel 12 1 . De bevoegde douaneautoriteit bepaalt, aan de hand van de onderstaande mogelijkheden, op welke wijze uitstel van betaling wordt verleend :
a ) hetzij voor elk afzonderlijk bedrag aan rechten dat onder de in artikel 3, lid 1, eerste alinea, omschreven voorwaarden wordt geboekt;
b ) hetzij voor het totaal van alle bedragen aan rechten die overeenkomstig de voorwaarden van artikel 3, lid 1, eerste alinea, binnen een door de douaneautoriteit vastgestelde periode van ten hoogste 31 dagen worden geboekt;
c ) hetzij voor het totaal van alle bedragen aan rechten die uit hoofde van artikel 3, lid 1, tweede alinea, in één keer worden geboekt .
2 . Uitstel van betaling wordt, onder dezelfde voorwaarden als in lid 1 vastgesteld, eveneens verleend voor de bedragen aan rechten betreffende de goederen die zijn aangegeven voor de douaneregeling tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer .
Artikel 13 1 . De termijn waarvoor uitstel van betaling wordt verleend, bedraagt 30 dagen . Hij wordt als volgt berekend :
a ) wanneer uitstel van betaling overeenkomstig artikel 12, lid 1, onder a ), wordt verleend, gaat de termijn in op de dag volgende op die waarop het bedrag aan rechten door de douaneautoriteit wordt geboekt .
Wanneer artikel 4 van toepassing is, wordt de overeenkomstig de eerste alinea vastgestelde termijn van 30 dagen verminderd met een aantal dagen gelijk aan het gedeelte van de voor de boeking gebruikte termijn dat een tijdsverloop van twee dagen overschrijdt;
b ) wanneer uitstel van betaling overeenkomstig artikel 12, lid 1, onder b ), wordt verleend, gaat de termijn in op de dag volgende op die waarop de periode verstrijkt waarbinnen de bedragen aan rechten waarvoor uitstel van betaling wordt verleend zijn geboekt . De termijn wordt verminderd met een aantal dagen gelijk aan de helft van het aantal dagen dat deze periode omvat;
c ) wanneer uitstel van betaling overeenkomstig artikel 12, lid 1, onder c ), wordt verleend, gaat de termijn in op de dag volgende op die waarop de periode verstrijkt waarin de betrokken goederen werden vrijgegeven - of de vergunning tot uitvoer ervan werd verleend . De termijn wordt verminderd met een aantal dagen gelijk aan de helft van het aantal dagen dat de betreffende periode omvat .
2 . Wanneer de in lid 1, onder b ) en c ), bedoelde periodes uit een oneven aantal dagen bestaan, is het aantal dagen dat uit hoofde van lid 1, onder b ) en c ), op de termijn van 30 dagen in mindering moet worden gebracht, gelijk aan de helft van het onmiddellijk daaronder gelegen even getal .
3 . Wanneer de in lid 1, onder b ) en c ), bedoelde periodes uit een kalenderweek of een kalendermaand bestaan, kunnen de Lid-Staten ter vereenvoudiging van een en ander bepalen dat de bedragen aan rechten waarvoor uitstel van betaling werd verleend, worden betaald :
a ) in geval van een kalenderweek : op de vrijdag van de vierde week volgende op die kalenderweek;
b ) in geval van een kalendermaand : uiterlijk op de zestiende dag van de maand volgende op die kalendermaand .
Artikel 14 1 . Uitstel van betaling mag niet worden verleend voor bedragen aan rechten die, ofschoon ze betrekking hebben op goederen welke worden aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van dergelijke rechten voortvloeit, worden geboekt overeenkomstig de geldende bepalingen ter zake van aanvaarding van onvolledige aangiften, in verband met de omstandigheid dat de aangever bij het verstrijken van de vastgestelde termijn niet de voor de definitieve vaststelling van de douanewaarde van de goederen noodzakelijke gegevens heeft verstrekt of heeft nagelaten, op het ogenblik van aanvaarding van de onvolledige aangifte, de ontbrekende vermelding op te geven of het ontbrekende bescheid over te leggen .
2 . Uitstel van betaling mag evenwel in alle in lid 1 bedoelde gevallen worden verleend, wanneer het bedrag van de in te vorderen rechten wordt geboekt vóór het verstrijken van een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de datum van boeking van het aanvankelijk opgeëiste bedrag of, indien geen boeking heeft plaatsgevonden, te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de aangifte betreffende de
goederen in kwestie . De termijn gedurende welke onder deze voorwaarden uitstel van betaling wordt verleend, mag niet
verder reiken dan de datum waarop de periode verstrijkt die op grond van artikel 13 werd toegestaan voor het oorspronkelijk vastgestelde bedrag aan rechten of die zou zijn toegestaan, indien het wettelijk verschuldigde bedrag aan rechten bij de aangifte van de betrokken goederen was geboekt .
Afdeling 2
Andere betalingsfaciliteiten
Artikel 15 De Lid-Staten kunnen bepalen dat aan de persoon die gehouden is een bedrag aan rechten te betalen andere betalingsfaciliteiten worden verleend dan het in afdeling 1 bedoelde uitstel van betaling .
Het verlenen van deze betalingsfaciliteiten is aan een zekerheidstelling onderworpen . Die zekerheid behoeft evenwel niet te worden geëist wanneer zij wegens de situatie van de betrokkene ernstige moeilijkheden van economische of sociale aard zou kunnen opleveren .
Afdeling 3
Betaling vóór het verstrijken van de termijn
Artikel 16 Ongeacht de betalingsfaciliteit die de tot betaling van een bedrag aan rechten gehouden persoon werd verleend, kan deze persoon te allen tijde dat bedrag of een gedeelte ervan vóór het verstrijken van de hem toegestane termijn voldoen .
Afdeling 4
Betaling door een derde
Artikel 17 Elk bedrag aan rechten kan door een ander dan de tot betaling gehouden persoon worden voldaan .
Hoofdstuk C
Gedwongen tenuitvoerlegging
Artikel 18 Wanneer de tot betaling van een bedrag aan rechten gehouden persoon niet binnen de voor hem vastgestelde termijn aan zijn verplichting heeft voldaan, maakt de douaneautoriteit gebruik van alle mogelijkheden die zij krachtens de geldende voorschriften tot haar beschikking heeft, met inbegrip van gedwongen tenuitvoerlegging, om de betaling van dit bedrag te waarborgen .
TITEL III
BETALING VAN INTEREST
Artikel 19 Wanneer een Lid-Staat betalingsfaciliteiten overeenkomstig artikel 15 verleent, moeten de door de belastingschuldige te dragen kosten voor het verlenen van deze faciliteiten, met name de interest, op zodanige wijze worden berekend dat het bedrag daarvan gelijk is aan het bedrag dat daartoe op de nationale geld - en kapitaalmarkt zou worden gevorderd .
In geval van te late betaling of ingeval niet binnen de vastgestelde termijn wordt betaald, kan het percentage van de moratoire interessen hoger zijn dan het in de vorige alinea omschreven percentage .
Artikel 20 1 . De Lid-Staten kunnen afzien van de toepassing van artikel 19, wanneer deze wegens de situatie van de betrok -
kene ernstige moeilijkheden van economische of sociale aard zou kunnen opleveren .
2 . De Lid-Staten kunnen eveneens afzien van de heffing van moratoire interessen als het bedrag daarvan niet hoger is dan 20 ecu of wanneer de betaling plaatsvindt binnen vijf dagen na het verstrijken van de betalingstermijn . Dit bedrag kan volgens de in artikel 24, lid 2, bedoelde procedure worden gewijzigd .
3 . De Lid-Staten kunnen minimale periodes vaststellen voor de interestberekening .
TITEL IV
SLOTBEPALINGEN
Artikel 21 Onverminderd de eventuele toepassing van de bepalingen in verband met inbreuken op de douanevoorschriften mag op bedragen aan rechten die door een belastingschuldige verschuldigd zijn geen andere interest worden geheven dan de in artikel 19 bedoelde .
Indien de nationale bepalingen hierin voorzien, mogen echter in het kader van een navordering wel moratoire interessen worden geheven .
Artikel 22 Deze verordening staat niet in de weg van de toepassing van bepalingen waarbij de douaneautoriteit wordt vrijgesteld van de boeking van de bedragen aan rechten die minder dan 10 ecu bedragen .
Artikel 23 Deze verordening is van toepassing, onverminderd de ten aanzien van borgen gunstigere bepalingen welke in het kader van de regeling betreffende douanevervoer en de te Brussel op 6 december 1961 gesloten Douaneovereenkomst inzake het carnet ATA voor de tijdelijke invoer van goederen ( ATA-Overeenkomst ) zijn vastgesteld .
Artikel 24 1 . Het Comité algemene douanevoorschriften, ingesteld bij artikel 24 van Richtlijn 79/695/EEG van de Raad van
24 juli 1979 inzake de harmonisatie van de procedures voor
het in het vrije verkeer brengen van goederen ( 9 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/853/EEG ( 10 ), kan elk vraagstuk betreffende de toepassing van deze verordening onderzoeken dat door zijn voorzitter hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een Lid-Staat aan de orde wordt gesteld .
2 . De bepalingen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze verordening worden vastgesteld volgens de in artikel 26, leden 2 en 3, van Richtlijn 79/695/EEG omschreven procedure .
Artikel 25 1. Richtlijn 78/453/EEG wordt ingetrokken .
Verwijzingen naar die richtlijn gelden als verwijzingen naar deze verordening .
2 . Artikel 6 van Verordening ( EEG ) nr . 1697/79 wordt ingetrokken .
3 . In Verordening ( EEG ) nr . 1430/79 wordt het volgende artikel ingevoegd :
"Artikel 17 bis
Terugbetaling door de bevoegde autoriteiten, uit hoofde van deze verordening, van bedragen aan rechten bij in - of
uitvoer alsmede van interest voor kredietverlening of moratoire interessen welke eventueel bij de betaling geheven zijn, leidt niet tot betaling van interest door deze autoriteiten, tenzij de nationale bepalingen in het tegendeel voorzien .''
4 . Artikel 13 van Richtlijn 81/177/EEG wordt vervangen door :
"Artikel 13
Onverminderd de toepassing van de verbodsbepalingen of beperkende maatregelen welke eventueel voor de ten uitvoer aangegeven goederen gelden, geeft de douane slechts toestemming tot het uitvoeren van de goederen nadat zij zich er, in voorkomend geval, van heeft vergewist dat de erop betrekking hebbende rechten bij uitvoer zijn betaald of dat hiervoor zekerheid is gesteld of uitstel van betaling is toegestaan onder de voorwaarden
bepaald bij Verordening ( EEG ) nr . 1854/89 van de Raad van 14 juni 1989 betreffende de boeking en de betalingsvoorwaarden voor uit hoofde van een douaneschuld te vereffenen rechten bij in - of bij uitvoer ( 11 ).
( 12 ) PB nr . L 186 van 30 . 6 . 1989, blz . 1 .''.
Artikel 26 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1990 .
Zij is van toepassing op de bedragen aan rechten die met ingang van laatstgenoemde datum worden geboekt .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .
Gedaan te Luxemburg, 14 juni 1989 .
Voor de Raad
De Voorzitter
P . SOLBES
( 1 ) PB nr . C 41 van 13 . 2 . 1985, blz . 5 .
( 2 ) PB nr . C 229 van 9 . 9 . 1985, blz . 107, en PB nr . C 96 van
17 . 4 . 1989 .
( 3 ) PB nr . C 169 van 8 . 7 . 1985, blz . 6 .
( 4 ) PB nr . L 146 van 2 . 6 . 1978, blz . 19.(5 ) PB nr . L 175 van 12 . 7 . 1979, blz . 1 .
( 6 ) PB nr . L 352 van 13 . 12 . 1986, blz . 19 .
( 7 ) PB nr . L 197 van 3 . 8 . 1979, blz . 1 .
( 8 ) PB nr . L 105 van 23 . 4 . 1983, blz . 1.(9 ) PB nr . L 205 van 13 . 8 . 1979, blz . 19 .
( 10 ) PB nr . L 319 van 7 . 11 . 1981, blz . 1 .