Home

VERORDENING (EEG) Nr. 3163/89 VAN DE COMMISSIE van 23 oktober 1989 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1799/76 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere maatregelen voor lijnzaad #

VERORDENING (EEG) Nr. 3163/89 VAN DE COMMISSIE van 23 oktober 1989 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1799/76 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere maatregelen voor lijnzaad #

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3163/89 VAN DE COMMISSIE

van 23 oktober 1989

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1799/76 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere maatregelen voor lijnzaad

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 569/76 van de Raad van 15 maart 1976 tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor lijnzaad (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 4003/87 van de Commissie (2), inzonderheid op artikel 2, lid 4,

Overwegende dat op grond van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 1799/76 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1208/87 (4), de vezelvlastelers jaarlijks uiterlijk op 30 november een oogstaangifte indienen; dat op grond van lid 3 van dat artikel de steunaanvraag als bedoeld in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1164/89 van de Commissie van 28 april 1989 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de steun voor vezelvlas en hennep (5), onder bepaalde voorwaarden als oogstaangifte geldt; dat, om de toepassing van de steunregeling voor lijnzaad te vereenvoudigen, enerzijds moet worden bepaald dat genoemde steunaanvraag in alle gevallen als oogstaangifte geldt en anderzijds de nodige voorschriften moeten worden vastgesteld om de steunaanvragen al naar het geproduceerde vezelvlas te kunnen onderscheiden;

Overwegende dat in artikel 7 en in artikel 8, lid 1, tweede alinea, en de leden 4 en 5, van Verordening (EEG) nr. 1164/89 bijzondere bepalingen zijn vastgesteld voor het geval de bij controle gemeten oppervlakten niet met de aangegeven oppervlakten overeenstemmen; dat met het oog op een goede toepassing van deze steunregeling voor lijnzaad moet worden bepaald dat voornoemde artikelen ook voor deze steunregeling gelden;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 1799/76 wordt gelezen:

»Artikel 11

1. Voor vezelvlas geldt de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1164/89 van de Commissie (*) bedoelde steunaanvraag, eventueel aangevuld binnen de voor de indiening van die aanvraag vastgestelde termijn met de in lid 2 genoemde gegevens, als oogstaangifte in het kader van de steunregeling voor lijnzaad.

2. Het vlas wordt als geroot en niet-ontzaad in de zin van artikel 10 bis, lid 2, aangemerkt wanneer de aanvraag de volgende gegevens niet bevat:

- het gedeelte van de afgeoogste oppervlakten dat betrekking heeft op geroot, niet-ontzaad vlas en het gedeelte dat betrekking heeft op ander dan geroot, niet-ontzaad vlas;

- de plaats waar het strovlas is opgeslagen, of indien het is verkocht en geleverd, de naam, de voornamen en het adres van de koper alsmede de geleverde hoeveelheden, en voor ontzaad vlas, de hoeveelheid geoogst zaad en de plaats waar dit zaad is opgeslagen of, wanneer het is verkocht en geleverd, de naam, de voornamen en het adres van de koper alsmede de geleverde hoeveelheden.

3. Artikel 7 en artikel 8, lid 1, tweede alinea, en de leden 4 en 5, van Verordening (EEG) nr. 1164/89 zijn ook voor de steun voor lijnzaad van toepassing.

(*) PB nr. L 121 van 29. 4. 1989, blz. 4.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van het verkoopseizoen 1989/1990.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 23 oktober 1989.

Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 67 van 15. 3. 1976, blz. 29.

(2) PB nr. L 377 van 31. 12. 1987, blz. 46.

(3) PB nr. L 201 van 27. 7. 1976, blz. 14.

(4) PB nr. L 115 van 1. 5. 1987, blz. 26.

(5) PB nr. L 121 van 29. 4. 1989, blz. 4.