Home

Verordening (EEG) nr. 3470/89 van de Commissie van 16 november 1989 betreffende de analyseprocedure die moet worden gebruikt voor de toepassing van aanvullende aantekening 2 op hoofdstuk 7 van de gecombineerde nomenclatuur

Verordening (EEG) nr. 3470/89 van de Commissie van 16 november 1989 betreffende de analyseprocedure die moet worden gebruikt voor de toepassing van aanvullende aantekening 2 op hoofdstuk 7 van de gecombineerde nomenclatuur

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3470/89 VAN DE COMMISSIE

van 16 november 1989

betreffende de analyseprocedure die moet worden gebruikt voor de toepassing van aanvullende aantekening 2 op hoofdstuk 7 van de gecombineerde nomenclatuur

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3469/89 (2), inzonderheid op artikel 9,

Overwegende dat, ten einde de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij voornoemde verordening is gevoegd, bepalingen dienen te worden vastgesteld voor de toepassing van aanvullende aantekening 2 op hoofdstuk 7 van de gecombineerde nomenclatuur;

Overwegende dat, na studie, de in de bijlage van deze verordening opgenomen analyseprocedure het meest geschikt lijkt;

Overwegende dat het Comité nomenclatuur geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

De analyseprocedure die moet worden gebruikt voor de toepassing van aanvullende aantekening 2 op hoofdstuk 7 van de gecombineerde nomenclatuur is opgenomen in de bijlage van deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1990.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 16 november 1989.

Voor de Commissie

Christiane SCRIVENER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 256 van 7. 9. 1987, blz. 1.

(2) Zie bladzijde 5 van dit Publikatieblad.

BIJLAGE

ANALYSEPROCEDURE VOOR DE TOEPASSING VAN AANVULLENDE AANTEKENING 2 OP HOOFDSTUK 7 VAN DE GECOMBINEERDE NOMENCLATUUR

1. Beginsel:

Een bepaalde hoeveelheid pellets dispergeren in koud water zonder dat zij mechanisch worden gedeeld of enige structuurwijziging ondergaan. Het aldus verkregen produkt wordt gezeefd waarbij een grote hoeveelheid koud water wordt gebruikt; ten slotte wordt het residu dat niet door de zeef gaat gewogen na vooraf te zijn gedroogd.

De zeefdoorval (Z) wordt uitgedrukt als percentage van de hoeveelheid monster, gecorrigeerd voor zijn vochtgehalte.

2. Hulpmiddelen:

2.1. Een precisiebalans;

2.2. Een bekerglas van 1 l;

2.3. Een zeef van metaaldoek met een maaswijdte van 2 mm;

2.4. Gedroogd filtreerpapier;

2.5. Een droogstoof, 40 °C;

2.6. Een droogstoof, 103 °C.

3. Werkwijze:

Een representatief monster van ten minste 100 g pellets (± 0,1 g) in een bekerglas doen (2.2) en 800 ml koud water toevoegen. Dit mengsel minstens 16 uur laten staan en af en toe lichtjes roeren.

De inhoud van het bekerglas met een grote hoeveelheid koud water in de zeef (2.3) gieten. Het residu dat niet door de zeef gaat overbrengen op filtreerpapier (2.4) en in de droogstoof (2.5) gedurende één nacht bij 40 °C drogen. Vervolgens het residu in de droogstoof (2.6) bij 103 °C nadrogen tot constante massa is bereikt.

4. Berekening van de uitkomsten:

1.2.3 // // Z = 100 - // r × 100 i × (100 - v) 100 1.2 // r // = de massa van de gedroogde zeefrest, in gram; // i // = de massa van het monster in gram; // v // = het vochtgehalte van het monster berekend volgens de in deel 1 van de bijlage bij Richtlijn 71/393/EEG van de Commissie (1) vermelde methode.

(1) PB nr. L 279 van 20. 12. 1971, blz. 7.