Home

Verordening (EEG) nr. 3771/89 van de Commissie van 14 december 1989 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de steun voor de produktie van harde glazige maïs van hoge kwaliteit

Verordening (EEG) nr. 3771/89 van de Commissie van 14 december 1989 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de steun voor de produktie van harde glazige maïs van hoge kwaliteit

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3771/89 VAN DE COMMISSIE

van 14 december 1989

tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de steun voor de produktie van harde glazige maïs van hoge kwaliteit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3707/89 (2), en met name op artikel 10 bis, lid 6,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1835/89 van de Raad van 19 juni 1989 tot vaststelling van de algemene regels met betrekking tot de steun voor de produktie van harde glazige maïs van hoge kwaliteit (3), en met name op artikel 3, lid 2, en artikel 4, lid 1, onder c),

Overwegende dat moet worden bepaald welke produktiegebieden voor de teelt van harde glazige maïs van hoge kwaliteit geschikt zijn; dat voor een natuurlijke droging van het produkt tot een vochtgehalte van ten hoogste 15 %, als voorgeschreven bij artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1835/89, een passend klimaat nodig is; dat de produktiegebieden tot gebieden met een dergelijk klimaat dienen te worden beperkt;

Overwegende dat krachtens artikel 10 bis, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2727/75 dient te worden bepaald welke gegevens ten minste in het teeltcontract moeten worden vermeld;

Overwegende dat krachtens artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 1835/89 de Lid-Staten een regeling voor administratieve en fysieke controle moeten invoeren die waarborgt dat aan de voorwaarden voor steunverlening wordt voldaan; dat met het oog op de te verrichten controles per teeltcontract één enkele aangifte moet worden ingediend terwijl de aangifte en het teeltcontract ten minste bepaalde gegevens moeten bevatten;

Overwegende dat op grond van artikel 2, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1676/85 van de Raad van 11 juni 1985 inzake de waarde van de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1636/87 (5), het steunbedrag tegen de koers die gold toen de gesteunde activiteit of een gedeelte daarvan plaatsvond, in nationale valuta moet worden omgerekend;

Overwegende dat volgens Verordening (EEG) nr. 1676/85 die activiteit plaatsvindt wanneer zich het feit voordoet waardoor het betrokken steunbedrag verschuldigd wordt, hierna »ontstaansfeit" te noemen; dat het recht op de steun voor harde maïs bij de oogst ontstaat; dat, gezien de moeilijkheid om in elk individueel geval de oogstdatum te bepalen, als representatief voor de datum waarop de oogst is binnengehaald, de eerste dag van het verkoopseizoen waarin het recht op de steun ontstaat, in aanmerking komt;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van de gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwprodukten (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3745/89 (7), op de bij de onderhavige verordening voorgeschreven zekerheid van toepassing is; dat derhalve dient te worden aangegeven aan welke primaire eisen fabrikanten van gepofte of geroosterde produkten van GN-code 1904 10 10 moeten voldoen;

Overwegende dat het wenselijk is sommige bepalingen van artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 1835/89 nader uit te werken en daarbij te vermelden waaruit de controle ten minste moet bestaan; dat het met het oog op de kosten en de administratieve rompslomp dienstig is voor aangiften betreffende kleine oppervlakten een vereenvoudigde controle-regeling toe te passen;

Overwegende dat het ter voorkoming van onjuiste aangiften wenselijk is maatregelen met afschrikkende werking vast te stellen;

Overwegende dat bij de samenstelling van de lijst van rassen die het betrokken produkt opleveren, rekening dient te worden gehouden met de in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1835/89 opgenomen omschrijving van harde glazige maïs van hoge kwaliteit; dat de rassen moeten voldoen aan de in dat artikel gestelde eisen, met name ten aanzien van het korreltype, de kleur van de korrelhoed en de uitkomst van de drijftest; dat de drijftest waarmee wordt bepaald hoeveel gewichtspercenten de drijvende korrels in een monster uitmaken, nader dient te worden omschreven; dat het wenselijk is de procedure vast te stellen voor de opneming van rassen van harde maïs in de lijst;

Overwegende dat het Comité van beheer voor granen geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de produktie van bepaalde rassen van harde maïs die in de in bijlage I van de onderhavige verordening bedoelde gebieden worden verbouwd, wordt de in artikel 10 bis van Verordening (EEG) nr. 2727/75 bedoelde steun toegekend overeenkomstig bepaalde in de onderhavige verordening.

TITEL I

Voorwaarden voor de toekenning en wijze van toekenning

Artikel 2

De steun wordt toegekend:

1. voor de oppervlakten:

a) waarop de maïs overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1835/89 te velde is blijven staan,

b) waarvoor met een fabrikant van produkten van GN-code 1904 10 10, hierna de »fabrikant" genoemd, overeenkomstig artikel 3 van de onderhavige verordening een teeltcontract als bedoeld in artikel 10 bis, lid 2, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 2727/75 is gesloten,

c) waarvoor overeenkomstig artikel 4 van de onderhavige verordening aangifte als bedoeld in artikel 4, onder a), van Verordening (EEG) nr. 1835/89 is gedaan,

2. op voorwaarde dat:

a) de producent van de harde maïs, hierna de »producent" genoemd, van de factuur die voor de verkoop van de harde maïs is opgemaakt, een afschrift overlegt; in de factuur moet zijn vermeld welke hoeveelheden maïs zijn verkocht;

b) de fabrikant bij de aankoop van harde maïs een zekerheid stelt die gelijk is aan het aan de producent te betalen steunbedrag voor de oppervlakten waarvoor aangifte als bedoeld in punt 1, onder c), is gedaan. Deze zekerheid wordt gesteld bij de bevoegde instantie van de Lid-Staat van verwerking van de maïs. Indien de verwerking in een andere Lid-Staat geschiedt dan in die waar de maïs is geproduceerd, doet de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar de maïs wordt verwerkt, aan die van de Lid-Staat waar de maïs is geproduceerd, een verklaring toekomen waarin de zekerheidsstelling wordt bevestigd.

De zekerheid moet waarborgen dat aan de primaire eis als omschreven in artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 2220/85 wordt voldaan, namelijk de verwerking door de fabrikant van de in de factuur voor de verkoop vermelde hoeveelheden maïs tot produkten van GN-code 1904 10 10 binnen een termijn van tien maanden te rekenen vanaf de maand die volgt op de maand waarin de verkoopfactuur is opgesteld.

Daarbij mag de voor de bereiding van het betrokken produkt gebruikte hoeveelheid gries niet minder bedragen dan 45 gewichtspercenten van de hoeveelheid maïs waarop de verkoopfactuur betrekking heeft.

Artikel 3

Het teeltcontract bevat ten minste de volgende gegevens:

- naam, voornaam en adres van de producent van de harde maïs,

- naam en adres van de fabrikant,

- de beteelde oppervlakten, in hectaren en aren, en de kadastrale omschrijving van deze oppervlakten of bij ontstentenis daarvan een aanduiding die door de met de controle op de oppervlakten belaste instantie als gelijkwaardig wordt erkend, alsmede de namen, voornamen en adressen van de eigenaren van de betrokken oppervlakten,

- de ingezaaide rassen, waarbij de desbetreffende oppervlakten aan de hand van de kadastrale omschrijving of van de als gelijkwaardig erkende aanduiding dienen te worden gespecificeerd,

- de verbintenis van de producent om de totale, bij het oogsten van de betrokken oppervlakten verkregen hoeveelheden maïs te leveren en de verbintenis van de fabrikant om deze hoeveelheden te kopen en te verwerken.

Artikel 4

1. Elke betrokken producent van harde maïs dient bij de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar zijn bedrijf is gelegen, per teeltcontract één enkele aangifte in; bij niet voldoen aan deze voorwaarde, komt de producent niet voor steun in aanmerking. De aangifte wordt ingediend vóór een door de betrokken Lid-Staat vast te stellen datum, doch uiterlijk op 30 juni van elk jaar.

2. De aangifte bevat ten minste de volgende gegevens:

- naam, voornaam en adres van de aanvrager,

- de dagen waarop de maïs is ingezaaid, alsmede de maand en de periode van tien dagen waarin de maïs vermoedelijk zal worden geoogst,

- de beteelde oppervlakten, in hectaren en aren, en de kadastrale omschrijving van deze oppervlakten of bij ontstentenis daarvan een aanduiding die door de met de controle op de oppervlakten belaste instantie als gelijkwaardig wordt erkend, alsmede de namen, voornamen en adressen van de eigenaren van de betrokken oppervlakten.

3. Het document inzake de certificering van het zaaigoed en de aankoopfactuur van het zaaigoed moeten bij de aangifte worden gevoegd.

Artikel 5

1. Het steunbedrag wordt uiterlijk de derde maand na de datum waarop de verkoopfactuur van de harde maïs en het bewijs van de zekerheidsstelling als bedoeld in artikel 2 zijn overgelegd, door de Lid-Staat waarbij de aangifte is ingediend, uitgekeerd.

Wanneer de producent om andere redenen dan ernstige nalatigheid zijnerzijds slechts een deel van de hoeveelheden waarop het teeltcontract betrekking heeft, heeft kunnen leveren, wordt de steun op basis van de gemiddelde fysieke opbrengst in de regio naar rata van de geleverde hoeveelheden toegekend.

2. Het ontstaansfeit van het recht op de steun als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1676/85 wordt geacht te hebben plaatsgevonden op 1 juli van het jaar waarin de harde maïs is geproduceerd. Artikel 6

1. De in artikel 2, lid 2, onder b), bedoelde zekerheid wordt vrijgegeven wanneer de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar de maïs wordt verwerkt, het bewijs heeft ontvangen dat aan de primaire eis als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b), is voldaan.

Dit bewijs wordt geleverd door middel van nationale documenten die door de Lid-Staat waar de maïs wordt verwerkt, worden voorgeschreven.

2. Op verzoek van de belanghebbende kan de Lid-Staat de zekerheid in gedeelten vrijgeven naar rata van de hoeveelheden maïs waarvoor het in lid 1 bedoelde bewijs is geleverd, en mits is bewezen dat ten minste 5 % van de in de verkoopfactuur vermelde hoeveelheid is verwerkt.

Artikel 7

Wanneer de in de Gemeenschap geoogste maïs in het intracommunautaire handelsverkeer wordt gebracht ten einde te worden verwerkt in een andere Lid-Staat dan in die waar de maïs is geproduceerd, wordt de maïs onder douanetoezicht verzonden. In dat geval behelst vak 44 van het document waaruit het communautaire karakter moet blijken (Enig administratief document) telkens één van de volgende vermeldingen:

- Para transformación con arreglo al artículo 2 del Reglamento (CEE) no 3771/89

- Til forarbejdning i overensstemmelse med artikel 2 i forordning (EOEF) nr. 3771/89

- Zur Verarbeitung gemaess Artikel 2 der Verordnung (EWG) Nr. 3771/89

- Prokeiménoy na chrisimopoiitheí gia ti metapoíisi, sýmfona me to árthro 2 toy kanonismoý (EOK) arith. 3771/89

- To be used for processing pursuant to Article 2 of Regulation (EEC) No 3771/89

- À utiliser pour la transformation, conformément à l'article 2 du règlement (CEE) no 3771/89

- Da utilizzare per la trasformazione a norma dell'articolo 2 del regolamento (CEE) n. 3771/89

- Bestemd voor verwerking overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3771/89

- A ser utilizado para transformação, em conformidade com o artigo 2º do Regulamento (CEE) nº 3771/89

en

- Fecha de la factura de venta

- Salgsfakturaens dato

- Rechnungsdatum

- Tin imerominía toy timologíoy pólisis

- Date of sales invoice

- Date de la facture de vente

- Data della fattura di vendita

- Datum van de verkoopfactuur

- Data da factura de venda

alsmede:

- Fecha límite para la transformación

- Sidste dato for forarbejdning

- Frist fuer die Verarbeitung

- Imerominía líxis tis prothesmías gia metapoíisi

- Final date for processing

- Date limite pour la transformation

- Data limite di trasformazione

- Uiterste verwerkingsdatum

- Data limite de transformação.

TITEL II

Controle

Artikel 8

1. Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 1835/89 moet de controle waarborgen dat aan de voorwaarden voor de steuntoekenning is voldaan, met name ten aanzien van de werkelijk beteelde oppervlakte, het ingezaaide ras, de droging op de voorgeschreven wijze, de geleverde hoeveelheden maïs en de verwerking van het produkt.

2. Bij een controle als bedoeld in artikel 4, onder b), van Verordening (EEG) nr. 1835/89 moeten alle oppervlakten waarvoor een aangifte is ingediend, worden bezocht en gemeten en moet de stand van het gewas worden geverifieerd.

Voor aangiften die betrekking hebben op minder dat 4 hectare, mag de controle evenwel tot de administratieve controle beperkt blijven, aangevuld met een controle ter plaatse voor ten minste 30 % van de betrokken aangiften.

3. Alvorens tot toekenning van de steun te besluiten gaan de Lid-Staten na of de producent zijn verbintenis om de totale, bij het oogsten van de betrokken oppervlakten verkregen hoeveelheden maïs te leveren is nagekomen. Met het oog op deze controle bepalen de Lid-Staten de gemiddelde fysieke opbrengst in de betrokken, in bijlage I vermelde regio.

4. Met het oog op de controle op de verwerking van de harde maïs tot produkten van GN-code 1904 10 10 hebben de controleurs toegang tot de voorraad- en tot de financiële boekhouding van de fabrikant, alsmede tot de produktie- en opslagruimten.

De fysieke controles moeten ten minste 10 % van de hoeveelheden waarvoor zekerheid is gesteld, bestrijken.

Artikel 9

Indien als gevolg van de in artikel 8, leden 2 en 3, bedoelde controles door de bevoegde instantie wordt vastgesteld dat de inhoud van de aangifte niet aan de werkelijkheid beantwoordt of dat, onverminderd het bepaalde in artikel 5, de producent zijn verbintenis om de totale, bij het oogsten van de betrokken oppervlakten verkregen hoeveelheden maïs te leveren niet is nagekomen, verliest de aangifte-indiener zijn recht op steun voor alle oppervlakten waarop de door hem ingediende aangiften betrekking hebben. Artikel 10

Indien de in artikel 8, lid 2, bedoelde controle door toedoen van de aanvrager niet kan worden verricht is, behoudens overmacht, artikel 9 van toepassing. De belanghebbende deelt de gegevens die het bestaan van overmacht moeten aantonen binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de geplande controledatum schriftelijk mede.

Artikel 11

De Lid-Staten delen de Commissie mede:

1. uiterlijk op 31 juli van het produktiejaar, de gegevens over de oppervlakten en de rassen waarvoor een aangifte is ingediend;

2. uiterlijk op 31 december van het produktiejaar, de oppervlakten waarvoor de betaling is verricht.

TITEL III

Wijziging van de rassenlijst

Artikel 12

1. In de lijst van rassen van harde glazige maïs van hoge kwaliteit kunnen alleen die rassen worden opgenomen die aan de in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1835/89 gestelde eisen voldoen.

2. De bij de drijftest te volgen werkwijze om na te gaan hoeveel gewichtspercenten drijvende korrels een monster bevat, is in bijlage II beschreven.

Artikel 13

1. Met het oog op de opneming in de lijst van de rassen van harde maïs die voor vermelding in de in artikel 12, lid 1, bedoelde lijst in aanmerking kunnen komen, dienen de Lid-Staten jaarlijks uiterlijk op 20 december bij de Commissie een aanvraag in met de naam van het ras en met verwijzingen naar de plaatsing op de nationale rassenlijst voor landbouwgewassen. Zij bezorgen tevens een uittreksel uit de nationale rassenlijst dat de rubrieken »korreltype" en »kleur van de korrelhoed" behelst volgens de richtsnoeren van de Internationale Unie tot bescherming van kweekprodukten (UIPOV) voor de uitvoering van het onderzoek naar de onderscheidende eigenschappen, de homogeniteit en de bestendigheid.

2. De Lid-Staten die overeenkomstig lid 1 een aanvraag hebben ingediend, stellen jaarlijks uiterlijk op 20 december de in bijlage III vermelde laboratoria in het bezit van een monster gecertificeerd zaad van elk ras van harde maïs waarop de aanvraag betrekking heeft.

Dit monster van communautaire oorsprong van ten minste 1 kilogram moet in de loop van het jaar zijn geproduceerd.

De aan de laboratoria te zenden monsters moeten van een code zijn voorzien en de Lid-Staten doen de Commissie een verzegelde mededeling toekomen die het mogelijk maakt de monsters aan de hand van de code te identificeren.

Artikel 14

1. Uiterlijk op 31 januari na de datum waarop de monsters zijn ontvangen, stellen de laboratoria de Commissie van de analyse-uitkomsten in kennis.

2. De Commissie berekent het rekenkundig gemiddelde van de uitkomsten van de uitgevoerde tests, waarbij zij de twee uiterste waarden buiten beschouwing laat.

3. Indien voor hetzelfde ras twee of meer aanvragen zijn ingediend, wordt het gemiddelde van de na toepassing van lid 2 verkregen uitkomsten voor de bepaling van de kenmerken van het ras in aanmerking genomen.

4. De Commissie stelt de in artikel 12, lid 1, bedoelde lijst op grond van de in de leden 2 en 3 bedoelde uitkomsten vast.

TITEL IV

Algemene bepalingen

Artikel 15

De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de maatregelen die zij ter uitvoering van deze verordening hebben genomen.

Artikel 16

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 14 december 1989.

Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1.

(2) PB nr. L 363 van 13. 12. 1989, blz. 1.

(3) PB nr. L 180 van 27. 6. 1989, blz. 3.

(4) PB nr. L 164 van 24. 6. 1985, blz. 1.

(5) PB nr. L 153 van 13. 6. 1987, blz. 1.

(6) PB nr. L 205 van 3. 8. 1985, blz. 5.

(7) PB nr. L 364 van 14. 12. 1989, blz. 54.

BIJLAGE I

Lijst van de in artikel 1 bedoelde gebieden

ITALIË

Gewesten: Calabrië, Sardinië, Sicilië, Basilicata;

GRIEKENLAND

Gewesten: Midden-Griekenland, Peloponnesus, Ionische eilanden, Egeïsche eilanden, Kreta, Thessalië;

SPANJE

Comunidad Autónoma: Andalusië, Extremadura, Castilla la Mancha.

BIJLAGE II

De in artikel 12, lid 2, bedoelde drijftest

1. Bereid een oplossing van natriumnitraat in water met een soortelijke massa van 1,25.

2. Houd de waterige oplossing constant op een temperatuur van 35 °C.

3. Doe 100 korrels van een representatief maïsmonster met een vochtgehalte van ten hoogste 15 % in de oplossing.

4. Schud de oplossing met tussenpozen van 30 seconden om de luchtbellen te verwijderen, zulks gedurende vijf minuten.

5. Scheid de drijvende korrels van de korrels die zijn gezonken.

6. Laat de korrels drogen aan de lucht.

7. Weeg afzonderlijk de korrels die bleven drijven en de korrels die waren gezonken.

8. Bereken het drijfgetal met behulp van de volgende formule:

1.2.3 // Drijfgetal = // Gewicht van de korrels die bleven drijven Totaal gewicht van de korrels die bleven drijven en de korrels die waren gezonken // × 100

9. Herhaal de test vijfmaal.

10. Bereken het rekenkundig gemiddelde van de resultaten van de uitgevoerde tests met weglating van de twee uiterste waarden.

BIJLAGE III

In artikel 13, lid 2, bedoelde lijst van laboratoria

- Bundesforschungsanstalt fuer Getreide- und Kartoffelverarbeitung

Institut fuer Muellereitechnologie

Schuetzenberg 12

Postfach 23

D-4930 Detmold;

- Istituto sperimentale per la cerealicoltura

Via Stezzano, 24

I-24100 Bergamo;

- ITCF

16, rue Nicolas Fortin

F-75013 Paris;

- Instituto de Semillas y Plantas de Vivero

Carretera de la Coruña km 7

E-528040 Madrid;

- Control and Standardization Station Thessaloniki,

Georgiki Scholi-Sedes,

GR-54110 Thessaloniki;

- Ministry of Agriculture, Fisheries and Food,

Food Science Laboratory,

Colney Lane,

UK-Norwich NR4 7UQ;

- Instituto da Qualidade Alimentar,

Rua de Alexandre Herculano,

P-1100 Lisboa.