Home

VERORDENING (EEG) Nr. 3850/89 VAN DE COMMISSIE van 15 december 1989 houdende vaststelling voor bepaalde landbouwprodukten waarop bijzondere invoerregelingen van toepassing zijn, van de toepassingsvoorschriften van Verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip oorsprong van goederen" #

VERORDENING (EEG) Nr. 3850/89 VAN DE COMMISSIE van 15 december 1989 houdende vaststelling voor bepaalde landbouwprodukten waarop bijzondere invoerregelingen van toepassing zijn, van de toepassingsvoorschriften van Verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip oorsprong van goederen" #

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3850/89 VAN DE COMMISSIE

van 15 december 1989

houdende vaststelling voor bepaalde landbouwprodukten waarop bijzondere invoerregelingen van toepassing zijn, van de toepassingsvoorschriften van Verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip »oorsprong van goederen"

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad van 27 juni 1968 betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip »oorsprong van goederen" (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1769/89 (2), inzonderheid op artikel 14,

Overwegende dat, onverminderd om het even welke overeenkomst of andere maatregel met een preferentieel karakter, de op het gebied van de landbouw toepasselijke bepalingen in bijzondere invoerregelingen voorzien welke met name de mogelijkheid bieden bepaalde produkten uit derde landen aan lagere invoerrechten en heffingen te onderwerpen;

Overwegende dat deze regelingen verschillende vormen kunnen aannemen en diverse juridische grondslagen kunnen hebben, doch dat zij in het algemeen op het begrip »oorsprong van goederen" gebaseerd zijn;

Overwegende dat voor de toepassing van deze regelingen derhalve de oorsprong van de produkten dient te worden gecontroleerd en dat hiervoor gebruik dient te worden gemaakt van certificaten van oorsprong;

Overwegende dat, ofschoon de vereiste certificaten van oorsprong over het algemeen aan de in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 802/68 gestelde voorwaarden dienen te voldoen, het dienstig is een model van het te gebruiken formulier vast te stellen ten einde de toepassing van de desbetreffende invoerregelingen in de praktijk te vergemakkelijken en de uniforme toepassing van deze regelingen met de diverse derde landen te verzekeren;

Overwegende bovendien dat, met het oog op de voor de toepassing van de bijzondere invoerregelingen noodzakelijke controles en verificaties, het dienstig is de procedure van administratieve samenwerking vast te stellen die in het kader van de genoemde regelingen kan worden ingesteld;

Overwegende dat deze verordening slechts van toepassing is wanneer de bijzondere invoerregelingen alsmede de beslissingen waarmee ze in de Gemeenschap worden ingevoerd ernaar verwijzen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité oorsprong van goederen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze verordening stelt de voorwaarden vast inzake het gebruik van certificaten van oorsprong betreffende landbouwprodukten van oorsprong uit derde landen voor dewelke bijzondere, niet preferentiële invoerregelingen gelden, en voor zover deze regelingen betrekking hebben op het bepaalde in de delen I en II van deze verordening.

DEEL I

Certificaten van oorsprong

Artikel 2

1. Certificaten van oorsprong betreffende landbouwprodukten van oorsprong uit derde landen waarvoor bijzondere, niet-preferentiële invoerregelingen gelden, moeten worden gesteld op formulieren die conform zijn aan het model dat aan deze verordening is gehecht.

2. De certificaten worden afgegeven door de bevoegde overheidsdiensten in de betreffende derde landen, hierna »instantie van afgifte" genoemd, indien de produkten waarop deze certificaten betrekking hebben, beschouwd kunnen worden als van oorsprong uit die landen in de zin van de bepalingen welke in de Gemeenschap van kracht zijn.

3. De certificaten moeten tevens al de gegevens bekrachtigen die vereist zijn in de communautaire reglementering met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde bijzondere invoerregelingen.

4. Onverminderd de specifieke bepalingen die betrekking hebben op de in artikel 1 bedoelde bijzondere invoerregelingen, is de geldigheidsduur van de certificaten vastgesteld op 10 maanden, te rekenen vanaf de datum van afgifte door de ter zake bevoegde instantie.

Artikel 3

1. De conform de bepalingen van deze verordening opgestelde certificaten van oorsprong mogen slechts één exemplaar bevatten waarop, naast het opschrift van het document, de vermelding »origineel" voorkomt.

Indien aanvullende exemplaren noodzakelijk blijken, dient daarop, naast het opschrift van het document, het woord »kopie" voor te komen.

2. De bevoegde autoriteiten in de Gemeenschap aanvaarden uitsluitend het origineel van het certificaat van oorsprong als geldig exemplaar.

Artikel 4

1. Het formaat van het certificaat van oorsprong bedraagt 210 × 297 mm, met een tolerantie, wat de lengte betreft, van 8 mm meer of 5 mm minder.

Het te gebruiken papier is wit, houtvrij en weegt ten minste 40 g/m2. De voorzijde van het origineel is voorzien van een gele geguillocheerde onderdruk die elke vervalsing met mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.

2. De formulieren van het certificaat moeten worden gedrukt en ingevuld in een van de officiële talen van de Gemeenschap.

Artikel 5

1. De formulieren van het certificaat van oorsprong dienen te worden ingevuld met de schrijfmachine of met een mecanografisch of soortgelijk procédé.

2. In het certificaat mogen geen raderingen noch overschrijvingen voorkomen. Het aanbrengen van wijzigingen dient te geschieden door doorhaling van de onjuiste en, in voorkomend geval, toevoeging van de gewenste gegevens. Elke aldus aangebrachte wijziging dient te worden goedgekeurd door degene die ze aanbrengt en dient door de instantie van afgifte te worden geviseerd.

Artikel 6

1. De conform deze verordening afgegeven certificaten van oorsprong dienen in vak 5, alle in het derde lid van artikel 2 bedoelde aanvullende vermeldingen te bevatten die eventueel noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bijzondere invoerregelingen waarop zij betrekking hebben.

2. De onbeschreven gedeelten van de vakken 5, 6 en 7 dienen op zodanige wijze voor invulling ongeschikt te worden gemaakt dat elke latere toevoeging onmogelijk is.

Artikel 7

Ieder certificaat van oorsprong dient ter individualisering van een, al dan niet gedrukt, serienummer te zijn voorzien, alsmede van de stempelafdruk van de instantie van afgifte en van de handtekening van de persoon of personen die gemachtigd zijn het te ondertekenen.

Het certificaat van oorsprong wordt afgegeven bij de uitvoer van de produkten waarop het betrekking heeft. De instantie van afgifte bewaart een afschrift van elk certificaat dat zij afgeeft.

Artikel 8

Bij wijze van uitzondering kan het in deze verordening bedoelde certificaat van oorsprong worden afgegeven na de uitvoer van de produkten waarop het betrekking heeft, wanneer zulks ten gevolge van vergissingen, onvrijwillige weglatingen of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is geschied.

De instantie van afgifte kan een in deze verordening bedoeld certificaat van oorsprong slechts a posteriori afgeven na te hebben geverifieerd of de vermeldingen in het verzoek van de exporteur in overeenstemming zijn met die van het overeenkomstige uitvoerdossier.

De a posteriori afgegeven certificaten dienen in het vak »Opmerkingen" van een van de volgende vermeldingen te zijn voorzien:

- EXPEDIDO A POSTERIORI,

- UDSTEDT EFTERFOELGENDE,

- NACHTRAEGLICH AUSGESTELLT,

- EKDOTHEN EK TON YSTERON,

- ISSUED RETROSPECTIVELY,

- DÉLIVRÉ A POSTERIORI,

- RILASCIATO A POSTERIORI,

- AFGEGEVEN A POSTERIORI,

- EMITIDO A POSTERIORI.

DEEL II

Administratieve samenwerking

Artikel 9

1. Wanneer de bijzondere invoerregelingen die voor bepaalde landbouwprodukten worden ingesteld steunen op het gebruik van het in deel I van deze verordening bedoelde certificaat van oorsprong, dan is de toepassing van die invoerregelingen afhankelijk van de tenuitvoerlegging van een procedure van administratieve samenwerking, en dit onverminderd het bepaalde in een in de desbetreffende bijzondere invoerregeling eventueel voorziene afwijking. Daartoe delen de betrokken derde landen de Commissie van de Europese Gemeenschappen de volgende gegevens mede:

- de namen en adressen van de instanties van afgifte van certificaten van oorsprong, alsmede afdrukken van de door deze diensten gebruikte stempels;

- de namen en adressen van de overheidsinstanties die belast zijn met de behandeling van de in artikel 10 bedoelde verzoeken om controle achteraf van certificaten van oorsprong.

Al deze informatie wordt door de Commissie aan de bevoegde instanties van de Lid-Staten doorgegeven.

2. Wanneer de betrokken derde landen nalaten de Commissie van de Europese Gemeenschappen de in lid 1 bedoelde informatie te verstrekken, weigeren de bevoegde administraties in de Gemeenschap de toestemming tot gebruikmaking van de bijzondere invoerregelingen. Artikel 10

1. De controle achteraf van de in deze verordening bedoelde certificaten van oorsprong geschiedt door middel van steekproeven, in alle gevallen waarin gegronde twijfels rijzen omtrent de echtheid van het document of de juistheid van de daarin vervatte gegevens.

Wat de oorsprong betreft, wordt deze controle uitgevoerd op initiatief van de bevoegde douane-instanties. Voor de toepassing van de landbouwregeling kan deze controle eventueel door andere bevoegde instanties worden uitgevoerd.

2. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1 zenden de bevoegde instanties in de Gemeenschap het certificaat van oorsprong of de kopie daarvan terug aan de door het derde land van uitvoer aangewezen overheidsinstantie die met de controle belast is, in voorkomend geval onder opgave van de materiële of formele redenen die het onderzoek rechtvaardigen. Zij hechten aan het teruggezonden certificaat de eventueel overgelegde faktuur of een kopie hiervan en verstrekken alle door hen verkregen inlichtingen die doen vermoeden dat de gegevens op het certificaat onjuist zijn of dat het certificaat zelf onecht is.

Indien zij besluiten de toepassing van het bepaalde in de betreffende bijzondere invoerregelingen op te schorten in afwachting van de resultaten van de controle, kunnen de douane-instanties in de Gemeenschap de produkten aan de importeur vrijgeven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.

Artikel 11

1. De resultaten van de controle achteraf worden zo snel mogelijk ter kennis gebracht van de bevoegde instanties in de Gemeenschap.

Op grond hiervan dient te worden vastgesteld of de onder de in artikel 10 bedoelde omstandigheden teruggezonden certificaten van oorsprong betrekking hebben op de werkelijk uitgevoerde goederen en/of deze inderdaad voor de bijzondere invoerregeling in aanmerking komen.

2. Indien de verzoeken om controle achteraf niet binnen een termijn van ten hoogste zes maanden wordt beantwoord, weigeren de bevoegde instanties in de Gemeenschap definitief de toestemming tot gebruikmaking van de bijzondere invoerregeling.

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1990.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 15 december 1989.

Voor de Commissie

Christiane SCRIVENER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 1.

(2) PB nr. L 174 van 22. 6. 1989, blz. 11.

BIJLAGE

1.2 // // // 1 Afzender // CERTIFICAAT VAN OORSPRONG voor de invoer van landbouwprodukten in de Europese Economische Gemeenschap Nr. ORIGINEEL // // // 2 Geadresseerde (facultatieve opgave) // 3 INSTANTIE VAN AFGIFTE // // 4 Land van oorsprong // // // NOTEN A. Het formulier van het certificaat dient met de schrijfmachine of machinaal te worden ingevuld. B. Het origineel van het certificaat dient te zamen met de aangifte voor het vrije verkeer bij het bevoegde douanekantoor in de Gemeenschap te worden overgelegd. // 5 Opmerkingen 1.2 // // // 6 Volgnummer - Merken en nummers - Aantal en aard der colli - OMSCHRIJVING VAN DE GOEDEREN // 7 Bruto- en netto- massa (kg) // 1,2 // // 8 HIERBIJ WORDT VERKLAARD DAT DE BOVENOMSCHREVEN GOEDEREN VAN OORSPRONG ZIJN UIT HET IN VAK 4 GENOEMDE LAND EN DAT DE GEGEVENS IN VAK 5 JUIST ZIJN. // Plaats en datum van afgifte: Handtekening: Stempel van de instantie van afgifte: // // 9 VAK BESTEMD VOOR DE DOUANE-INSTANTIES IN DE GEMEENSCHAP //