BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 2 maart 1990 betreffende de invoer door de Lid-Staten van levende varkens, vers varkensvlees en vleesprodukten daarvan uit Oostenrijk (90/90/EEG)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 2 maart 1990 betreffende de invoer door de Lid-Staten van levende varkens, vers varkensvlees en vleesprodukten daarvan uit Oostenrijk (90/90/EEG)
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 2 maart 1990
betreffende de invoer door de Lid-Staten van levende varkens, vers varkensvlees en vleesprodukten daarvan uit Oostenrijk
(90/90/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens en van vers vlees en vleesprodukten uit derde landen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 89/227/EEG (2), inzonderheid op artikel 28,
Overwegende dat Oostenrijk voorkomt op de in de bijlage bij Beschikking 79/542/EEG van de Raad (3), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 89/8/EEG van de Commissie (4), opgenomen lijst van derde landen waaruit de Lid-Staten de invoer van runderen, varkens en vers vlees toestaan;
Overwegende dat in Oostenrijk enige uitbraken van klassieke varkenspest zijn aangemeld;
Overwegende dat de bevoegde autoriteiten van Oostenrijk thans bepaalde gezondheidsmaatregelen treffen;
Overwegende dat de invoer van levende varkens, vers varkensvlees en bepaalde vleesprodukten daarvan dient te worden geschorst;
Overwegende dat, om met de evolutie van de toestand betreffende voornoemde ziekte rekening te houden, de onderhavige beschikking aan een herbeoordeling en, eventueel, aan wijziging zal worden onderworpen;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Veterinair Comité,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De invoer uit Oostenrijk in de Lid-Staten van levende varkens, vers varkensvlees en vleesprodukten daarvan, andere dan de produkten die een van de volgende behandelingen hebben ondergaan:
a) een warmtebehandeling in een hermetisch gesloten recipiënt met een Fc-waarde van 3,00 of meer;
b) een andere warmtebehandeling dan die bedoeld onder a), waarbij echter de kerntemperatuur op ten minste 70 °C is gebracht;
c) een behandeling bestaande uit natuurlijke gisting en een rijpingsproces van ten minste negen maanden, voor ontbeende hammen van 5,5 kilogram of meer, met de volgende kenmerken:
- aW van 0,93 of minder,
- pH van 6 of minder,
wordt geschorst.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 2 maart 1990.
Voor de Commissie
Ray MAC SHARRY
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 302 van 31. 12. 1972, blz. 28.
(2) PB nr. L 93 van 6. 4. 1989, blz. 25.
(3) PB nr. L 146 van 14. 6. 1979, blz. 15.
(4) PB nr. L 7 van 10. 1. 1989, blz. 27.