Home

VERORDENING (EEG) Nr. 1526/90 VAN DE COMMISSIE van 6 juni 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1107/68 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de interventiemaatregelen op de markt voor Grana Padano-kaas en Parmigiano-Reggiano-kaas

VERORDENING (EEG) Nr. 1526/90 VAN DE COMMISSIE van 6 juni 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1107/68 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de interventiemaatregelen op de markt voor Grana Padano-kaas en Parmigiano-Reggiano-kaas

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1526/90 VAN DE COMMISSIE

van 6 juni 1990

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1107/68 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de interventiemaatregelen op de markt voor Grana Padano-kaas en Parmigiano-Reggiano-kaas

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3879/89 (2), inzonderheid op artikel 8, lid 5,

Overwegende dat in artikel 17 bis van Verordening (EEG) nr. 1107/68 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3493/88 (4), voor de partijen kaas waarvoor een contract voor de particuliere opslag geldt, controlemaatregelen worden voorgeschreven; dat het op grond van de ervaring die met de controleregeling is opgedaan, dienstig is nadere controlevoorschriften op te stellen, met name ten aanzien van de voor te leggen bescheiden en de ter plaatse uit te voeren controles; dat de Lid-Staten in verband met deze nieuwe bepalingen moeten kunnen voorschrijven dat de controlekosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de contractant komen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 17 bis van Verordening (EEG) nr. 1107/68 wordt gelezen:

»Artikel 17 bis

1. De Lid-Staten zien erop toe dat de voorwaarden voor de betaling van de steun in acht worden genomen.

2. De contractant moet de met het toezicht op de maatregel belaste nationale instanties inzage geven van alle bescheiden die voor de produkten die zich in particuliere opslag bevinden, uitsluitsel geven over:

a) de eigenaar op het tijdstip van de inslag;

b) de oorsprong van de kaas en de datum waarop deze is vervaardigd;

c) de inslagdatum;

d) de aanwezigheid in het pakhuis;

e) de uitslagdatum.

3. De contractant of, in voorkomend geval, in diens plaats de exploitant van het pakhuis voert een voorraadboekhouding die in het pakhuis ter inzage ligt en de volgende gegevens bevat:

a) identificatie per nummer van het contract voor de produkten die zich in particuliere opslag bevinden;

b) de inslag- en uitslagdatums;

c) het aantal kazen en het gewicht ervan, per partij;

d) de plaats waar de produkten in het pakhuis zijn opgeslagen.

4. De opgeslagen produkten moeten gemakkelijk identificeerbaar zijn en per contract worden geïndividualiseerd.

5. Onverminderd artikel 16, lid 1, punt d), voeren de bevoegde instanties bij de inslag controles uit om met name te waarborgen dat de opgeslagen produkten voor steun in aanmerking komen en om elke mogelijkheid tot vervanging van produkten tijdens de contractuele opslagperiode te voorkomen.

6. De nationale controle-instantie

a) voert een onaangekondigde steekproefcontrole op de aanwezigheid van de produkten in het pakhuis uit. De steekproef moet representatief zijn en betrekking hebben op minstens 10 % van de totale hoeveelheid waarvoor in het raam van een steunmaatregel voor de particuliere opslag contracten zijn gesloten. Naar aanleiding van die controle wordt ook de in lid 3 bedoelde boekhouding onderzocht en wordt samen met een identificatie een materiële controle van gewicht en aard van de produkten uitgevoerd. De materiële controles worden uitgevoerd bij ten minste 5 % van de hoeveelheid waarop de onaangekondigde controle betrekking heeft;

b) gaat aan het einde van de contractuele opslagperiode na of de produkten nog zijn opgeslagen.

7. Over de op grond van de leden 5 en 6 uitgevoerde controles wordt een verslag opgesteld waarin

- de controledatum,

- de duur van de controle en

- de uitgevoerde werkzaamheden worden aangegeven.

Het controleverslag wordt door de bevoegde ambtenaar ondertekend en door de contractant of, in het voorkomende geval, door de exploitant van het pakhuis medeondertekend.

8. Wanneer bij 5 % of meer van de hoeveelheden van de aan controle onderworpen produkten onregelmatigheden aan het licht komen, wordt de steekproef op een door de bevoegde instantie nader te bepalen groter aantal monsters gebaseerd.

De Lid-Staten melden deze onregelmatigheden binnen vier weken aan de Commissie.

9. De Lid-Staten kunnen voorschrijven dat de controlekosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de contractant zijn.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing op de opslagcontracten die vanaf de dag van haar inwerkingtreding worden gesloten.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 6 juni 1990.

Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.

(2) PB nr. L 378 van 27. 12. 1989, blz. 1.

(3) PB nr. L 184 van 29. 7. 1968, blz. 29.

(4) PB nr. L 306 van 11. 11. 1988, blz. 22.