Home

VERORDENING (EEG) Nr. 1537/90 VAN DE COMMISSIE van 28 mei 1990 houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Sowjetunie

VERORDENING (EEG) Nr. 1537/90 VAN DE COMMISSIE van 28 mei 1990 houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Sowjetunie

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1537/90 VAN DE COMMISSIE

van 28 mei 1990

houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Sowjetunie

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 11,

Na overleg in het kader van het in genoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

(1) In mei 1989 heeft de Commissie een klacht ontvangen die was ingediend door de Europese Raad van de Bonden van de Chemische Nijverheid (CEFIC) namens een communautaire producent van kaliumpermanganaat die het geheel van de communautaire produktie van het betrokken produkt vertegenwoordigt. De klacht bevatte bewijsmateriaal van dumping en daaruit voortvloeiende aanzienlijke schade, dat voldoende werd geacht om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen. De Commissie heeft derhalve door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) de inleiding van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van kaliumpermanganaat, vallende onder GN-code ex 2841 60 00 (Taric-code: 2841 60 00 *10), van oorsprong uit de Sowjetunie aangekondigd en is met een onderzoek begonnen.

(2) De Commissie heeft de haar bekende betrokken exporteur en importeurs, de vertegenwoordigers van het land van uitvoer en de indiener van de klacht hiervan officieel in kennis gesteld en heeft de betrokken partijen de gelegenheid geboden de tot hen gerichte vragenlijsten te beantwoorden, hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en dit desgevraagd mondeling toe te lichten.

(3) De EG-producent heeft de Commissie de vragenlijst naar behoren ingevuld teruggezonden. De exporteur in de Sowjetunie heeft aangevoerd dat sedert 1987 geen kaliumpermanganaat rechtstreeks naar de Gemeenschap meer was uitgevoerd. Enkele importeurs verklaarden schriftelijk dat zij het betrokken produkt rechtstreeks noch onrechtstreeks uit de Sowjetunie hadden ingevoerd. Eén importeur liet schriftelijk weten dat hij rechtstreeks uit Oostenrijk kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Sowjetunie had ingevoerd. De andere importeurs hebben de vragenlijst van de Commissie in het geheel niet beantwoord.

(4) De EG-producent, de exporteur en de vertegenwoordigers van het land van uitvoer hebben hun standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De producent van de Gemeenschap en de vertegenwoordigers van het land van uitvoer hebben desgevraagd mondeling toelichting mogen geven. Van de zijde van de verwerkers of gebruikers van kaliumpermanganaat in de Gemeenschap zijn geen opmerkingen geplaatst.

(5) De Commissie heeft alle gegevens die zij met het oog op een voorlopige vaststelling nodig achtte, verzameld en geverifieerd en een onderzoek uitgevoerd ten kantore van de volgende ondernemingen:

- producent van de Gemeenschap:

Industrial Quimica del Nalon SA, Oviedo, Spanje

- producent in het land van vergelijking:

Carus Chemical Company, Ottawa, Illinois, Verenigde Staten

- importeur in de Gemeenschap:

Grillo Chemikalien GmbH, Duisburg - Hamborn, Bondsrepubliek Duitsland.

(6) Het dumpingonderzoek liep van 1 juli 1988 tot en met 30 juni 1989.

B. BETROKKEN PRODUKT

i) Beschrijving van het produkt

(7) Het produkt is kaliumpermanganaat dat op kamertemperatuur voorkomt als een vast kristal met rombische vorm en met een donkerpaarse metaalglans. Het is een verbinding van mangaan, kalium en zuurstof voor de vervaardiging waarvan twee grondstoffen nodig zijn: pyrolusieterts en caustisch kalium. De grondstoffen worden in twee fasen omgevormd door oxidatie, allereerst tot kaliummanganaat en daarna tot kaliumpermanganaat.

(8) Het produkt is voornamelijk in drie specificaties beschikbaar: technisch, free-flowing en farmaceutisch. De technische en free-flowing-specificaties zijn bij alle toepassingen onderling verwisselbaar.

ii) Soortgelijk produkt

(9) De Commissie heeft geconstateerd dat het in de Gemeenschap vervaardigde kaliumpermanganaat en het uit de Sowjetunie uitgevoerde kaliumpermanganaat in alle wezenlijke fysische en technische kenmerken soortgelijke produkten zijn. Voorts heeft zij vastgesteld dat er wat dit betreft tussen het in de Sowjetunie vervaardigde produkt en het in de Verenigde Staten, dat als land van vergelijking was gekozen, vervaardigde produkt (zie de overwegingen 11 tot en met 14) geen aanmerkelijke verschillen bestaan.

C. DUMPING

i) Normale waarde

(10) Bij de vaststelling van de invoer met dumping uit de Sowjetunie diende de Commissie rekening te houden met het feit dat sedert begin 1988 alle invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit dat land niet rechtstreeks vanuit het land van oorsprong naar de Gemeenschap, doch via Oostenrijk, heeft plaatsgevonden.

De normale waarde dient onder dergelijke omstandigheden, overeenkomstig artikel 2, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2423/88, te worden vastgesteld op basis van de vergelijkbare prijs die werkelijk is betaald of moet worden betaald voor het soortgelijke produkt op de binnenlandse markt van, hetzij het land van uitvoer, hetzij het land van oorsprong. Aangezien het betrokken produkt kennelijk niet in Oostenrijk wordt vervaardigd, doch alleen maar via dit land wordt verzonden, lijkt de keuze van het land van oorsprong gerechtvaardigd.

(11) Aangezien de Sowjetunie geen markteconomie heeft, moest de Commissie haar vaststellingen baseren op de normale waarde in een land met markteconomie. Hiertoe had de klager de Verenigde Staten voorgesteld, het enige niet-EG-land met een markteconomie en een aanzienlijke produktie. Tegen dit voorstel is geen bezwaar gerezen.

(12) De Commissie heeft vastgesteld dat in de Verenigde Staten geen prijscontroles bestaan en dat in dit land, als gevolg van de omvangrijke invoer uit derde landen, voldoende binnenlandse concurrentie voorkomt. Voorts werd bevestigd dat de door de fabrikant in de Verenigde Staten op zijn thuismarkt gerekende prijzen in redelijke verhouding stonden tot de produktiekosten en een redelijke winstmarge omvatten.

(13) De voor de berekening van de normale waarde in aanmerking genomen verkopen hebben plaatsgevonden aan onafhankelijke klanten en het gewogen gemiddelde van de prijzen dezer verkopen werd vanwege een prijsstijging in januari 1989 op halfjaarbasis berekend. Er werd geconstateerd dat dit gewogen gemiddelde representatief was voor de prijzen op de binnenlandse markt van de Verenigde Staten.

(14) De Commissie kwam derhalve tot de slotsom dat het passend en niet onredelijk zou zijn de normale waarde vast te stellen op grond van de bij normale handelstransacties voor het soortgelijke produkt op de markt van de Verenigde Staten werkelijk betaalde of te betalen vergelijkbare prijzen.

ii) Prijs bij uitvoer

(15) De prijzen bij uitvoer werden vastgesteld op grond van de prijzen die werkelijk betaald of te betalen waren voor het produkt dat voor uitvoer naar de Gemeenschap werd verkocht. Aangezien evenwel de invoer in de Gemeenschap die volgens opgave gedurende het onderzoektijdvak had plaatsgevonden slechts een gering deel besloeg van de totale voor die periode in de officiële EG-statistieken geboekte invoer, dienden de prijzen bij uitvoer eveneens te worden gebaseerd op de naar behoren aangepaste officiële statistieken die als beschikbare gegevens in de zin van artikel 7, lid 7, onder b) van Verordening (EEG) nr. 2423/88 werden gezien.

iii) Vergelijking

(16) Bij het vergelijken van de normale waarde met de prijzen bij uitvoer heeft de Commissie zoveel mogelijk en voor zover voldoende bewijsmateriaal voorhanden was, rekening gehouden met verschillen die van invloed waren op de prijsvergelijkbaarheid, in het bijzonder met verschillen in verkoopkosten, zoals kosten van vervoer, verzekering, kredietverlening, commissies en salarissen van verkopers. Alle vergelijkingen werden af fabriek gemaakt.

(17) Uit deze vergelijkingen blijkt het bestaan van dumping met betrekking tot de invoer in de Gemeenschap van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Sowjetunie, waarbij de dumpingmarge gelijk is aan het verschil tussen de vastgestelde normale waarde en de prijs bij uitvoer naar de Gemeenschap. Aangezien voor de vaststelling van de prijzen bij uitvoer de officiële EG-statistieken moesten worden gebruikt, dienden de uitvoerprijzen te worden vergeleken met de normale waarde op een gemiddelde maandbasis. De als percentage van de maandelijkse gemiddelde uitvoerprijzen berekende dumpingmarges, cif grens Gemeenschap, niet ingeklaard, lopen gedurende het onderzoektijdvak uiteen van 33,3 % tot 77,7 %. Het gewogen gemiddelde bedraagt 42,3 %.

D. SCHADE

(18) Voor de vaststelling van de door invoer met dumping veroorzaakte schade werd het passend geacht niet alleen de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Sowjetunie te beschouwen, doch eveneens de gedumpte invoer van dit produkt van oorsprong uit Tsjechoslowakije, waarvoor een procedure van nieuw onderzoek was ingeleid die door de Raad werd beëindigd door de instelling van een definitief anti-dumpingrecht (1).

De invoer uit beide landen betrof namelijk hetzelfde produkt en vormde in dezelfde periode het voorwerp van een onderzoek, terwijl het handelsbeleid van de exporteurs in deze landen gelijkenis vertoonde. Op deze grondslag zijn er voldoende redenen voor een cumulatie van de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Sowjetunie en Tsjechoslowakije.

(19) Uit het de Commissie ter beschikking staande bewijsmateriaal blijkt dat de invoer in de Gemeenschap van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Sowjetunie van slechts 20 ton in het tijdvak van juli 1986 tot en met juni 1987 was gestegen tot 257 ton in de daaropvolgende twaalf maanden en dat deze invoer gedurende het onderzoektijdvak (van juli 1988 tot en met juni 1989) 218 ton bedroeg. Het EG-marktaandeel van deze invoer was in de genoemde perioden gestegen van 0,6 % tot 6,6 % en bereikte gedurende het onderzoektijdvak 8,1 %.

De invoer uit de Sowjetunie en Tsjechoslowakije, te zamen genomen, was van 213 ton in de periode juli 1986 tot en met juni 1987 gestegen tot 597 ton in de volgende twaalf maanden en bedroeg 395 ton gedurende het onderzoektijdvak. De ontwikkeling van deze invoer, gezien in het licht van het EG-verbruik van kaliumpermanganaat over deze tijdvakken, heeft geleid tot een gezamenlijk marktaandeel van de invoer uit deze twee landen dat gestegen is van 6,9 % tot 15,1 % en dat gedurende het onderzoektijdvak 14,6 % bereikte.

(20) De prijzen van de invoer uit de Sowjetunie lagen gedurende het onderzoektijdvak gemiddeld bijna 11 % onder de prijzen van de EG-producent. Het lage peil van de invoerprijzen noopte de EG-producent ertoe het produkt op de markt van de Gemeenschap te verkopen tegen prijzen die hetzij de produktiekosten van de EG-producent niet dekten, hetgeen met name het geval was in Duitsland waar de betrokken invoer sedert aanvang 1988 op toegespitst was, hetzij in de andere EG-landen een redelijke winstmarge mogelijk maakten. De prijzen van deze invoer onthielden de Gemeenschapsproducent niet alleen de prijsverhogingen die normaliter zouden zijn opgetreden, doch dwongen hem ertoe zijn prijzen sedert eind 1987 te verlagen, in een poging zijn verkoopniveau en marktaandeel te behouden.

(21) Ten aanzien van de toestand van de communautaire producent moest rekening worden gehouden met de volgende factoren:

a) De EG-producent was vanwege het lage prijspeil van de invoer uit de Sowjetunie en Tsjechoslowakije gedwongen tot periodieke produktiestopzettingen. De bezettingsgraad van de EG-producent is daarom gedurende de laatste drie jaar gedaald tot het zeer lage niveau van 33 %. Bovendien bedroegen de voorraden over die periode bijna 900 ton, hetgeen gelijk staat aan de verkopen van meer dan zeven maanden.

b) Ofschoon de verkopen door de EG-producent van kaliumpermanganaat op de EG-markt enigszins gestegen waren, namelijk van 829 ton in de periode van juli 1986 tot en met juni 1987 tot 903 ton in de volgende twaalf maanden, bedroegen zij bijna 515 ton gedurende het onderzoektijdvak. Deze verkoopcijfers geven in vergelijking met het EG-verbruik over dezelfde periode, namelijk juli 1986 tot en met juni 1989 een daling van het marktaandeel van de EG-producent van 27,1 % tot 19 % te zien.

c) Het gecombineerde effect van het laag houden en van de neerwaartse druk op de prijzen voor de EG-producent werd vertaald in gestegen verliezen en een daaruit voortvloeiende blijvende precaire financiële toestand.

d) Niettegenstaande de herhaalde stopzettingen van de kaliumpermanganaatproduktie waartoe de EG-producent zich genoopt zag, kon de werkgelegenheid in de betrokken afdeling worden gehandhaafd door overplaatsing, gedurende de produktiestopzettingen, van werknemers naar andere afdelingen van de onderneming. Indien de verslechterende financiële toestand van de fabricage van kaliumpermanganaat echter niet spoedig verbetert, dan zal de werkgelegenheid toch in gevaar komen.

(22) Gezien de tendensen van de hierboven genoemde relevante economische factoren, lijkt de situatie van de EG-producent te zijn verslechterd. Dit blijkt vooral uit de teruggelopen winstmarges, verkopen en het marktaandeel. Hieruit dient te worden geconcludeerd dat deze bedrijfstak van de Gemeenschap aanzienlijke schade ondervindt.

E. OORZAKELIJK VERBAND

(23) Wat het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de aanzienlijke schade betreft, heeft de Commissie geconstateerd dat er een duidelijke parallel en gelijktijdigheid bestaat tussen de toeneming in omvang van de invoer met dumping uit de Sowjetunie en Tsjechoslowakije en het verlies van marktaandeel en de dalende winstmarges van de Gemeenschapsproducent.

Aangezien kaliumpermanganaat een prijsgevoelig produkt is, heeft het prijspeil van de betrokken invoer onmiddellijk gevolgen voor de EG-producent (zie de overwegingen 20 en 21 hierboven). De stijging van het marktaandeel in de Gemeenschap van de invoer uit de Sowjetunie en Tsjechoslowakije, te zamen genomen, staat eveneens in verhouding tot het gedaalde marktaandeel van de EG-producent.

(24) De Commissie heeft overwogen of de schade veroorzaakt is door andere factoren, zoals wijzigingen in de vraag, een daling van de uitvoer van de EG-producent naar derde landen of een stijging van de niet onder anti-dumpingmaatregelen vallende invoer. (25) Het verbruik van kaliumpermanganaat in de Gemeenschap is, wanneer men dit vergelijkt met het verbruik in de voorafgaande 24 maanden, gedurende het onderzoektijdvak met bijna 24 % gedaald. Deze verbruikstendens zou slechts ten dele de verkoopdaling van de EG-producent kunnen verklaren, niet echter de teruggang van diens marktaandeel. Terwijl in die periode de invoer uit de Sowjetunie en Tsjechoslowakije, te zamen genomen, niet alleen stabiel bleef doch in de EG een marktaandeel verwierf dat steeg van 6,9 % in de periode juli 1987 - juni 1988 tot 14,6 % gedurende het onderzoektijdvak, liepen de verkopen van de EG-producent op de markt van de Gemeenschap in die periode met 40 % terug, hetgeen duidelijk sneller is dan het EG-verbruik. Het marktaandeel van de communautaire producent in de Gemeenschap is derhalve eveneens aanzienlijk verminderd.

(26) De uitvoer van de EG-producent naar markten van derde landen, voornamelijk de Verenigde Staten, is qua omvang en waarde sedert 1987 stabiel gebleven en kan daarom het rendabiliteitsverlies van de EG-producent niet verklaren.

(27) De invoer waarvoor geen anti-dumpingmaatregelen gelden is sinds 1987 snel gestegen en heeft gedurende het onderzoektijdvak een marktaandeel van 45,6 % op de markt van de Gemeenschap bereikt. Meer dan 80 % van dit marktaandeel wordt in beslag genomen door invoer uit de Verenigde Staten, Taiwan en Hong-Kong.

De invoer uit de Verenigde Staten vond plaats tegen veel hogere prijzen dan die uit de Sowjetunie en Tsjechoslowakije en er is geen bewijs van dumping.

De invoer uit Taiwan en Hong-Kong die, te zamen genomen, gedurende het onderzoektijdvak een EG-marktaandeel van bijna 18 % vertegenwoordigde, is hangende het resultaat van het onderzoek van de Commissie naar de oorsprong van deze invoer, onderzoek dat reeds aan de gang is, van onderhavige procedure uitgesloten. Kaliumpermanganaat wordt echter kennelijk niet in de genoemde landen geproduceerd en er bestaan aanwijzingen dat deze invoer afkomstig is uit landen waarvoor anti-dumpingmaatregelen gelden.

Gezien het bovengenoemde marktaandeel kan eveneens schade zijn veroorzaakt door uitvoer van Taiwan en Hong-Kong. De invoer uit deze twee landen zou evenwel slechts gedeeltelijk hebben bijgedragen aan de zorgwekkende toestand en zou niet van invloed zijn op de aanzienlijke schadelijke gevolgen van de invoer met dumping uit de Sowjetunie en Tsjechoslowakije die, afzonderlijk genomen, geacht moeten worden aanzienlijke schade te berokkenen.

(28) In verband met de stijging van het EG-marktaandeel van de gedumpte invoer uit de Sowjetunie en de schadelijke gevolgen daarvan voor de prijzen van een dermate prijsgevoelig produkt in de Gemeenschap, moet worden geconcludeerd dat deze invoer, afzonderlijk genomen, een duidelijk waarneembaar schadelijk gevolg voor de EG-producent heeft gehad en aldus heeft bijgedragen aan de aanzienlijke schade die door de gedumpte invoer uit de Sowjetunie en Tsjechoslowakije is veroorzaakt.

F. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP

(29) Gezien de ernstige moeilijkheden waarmee de betrokken EG-producent te kampen heeft, zou het achterwege laten van maatregelen om de schadelijke gevolgen van de gedumpte invoer uit de Sowjetunie op te heffen de overlevingskansen van deze bedrijfstak in gevaar brengen, met de daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen voor de werkgelegenheid.

Bovendien maken de veelvoudige toepassingsmogelijkheden van kaliumpermanganaat, zowel op het gebied van het milieu en de landbouw als op andere, soms strategische gebieden het gewenst dat de Gemeenschap de enig overgebleven producent in de Gemeenschap beschermt tegen de oneerlijke invoer die hem in zijn bestaan bedreigt. Voorts zouden de beoogde maatregelen slechts verwaarloosbare gevolgen hebben voor de prijzen welke de gebruikers in de Gemeenschap betalen voor eindprodukten waarin kaliumpermanganaat is verwerkt.

Het belang van de Gemeenschap vergt derhalve maatregelen om te voorkomen dat de rechtstreeks betrokken bedrijfstak van de Gemeenschap gedurende de procedure schade wordt berokkend. Deze maatregelen dienen de vorm te hebben van een voorlopig anti-dumpingrecht.

G. HOOGTE VAN HET RECHT

(30) De Commissie heeft rekening gehouden met de minimumverkoopprijs af fabriek die nodig is om de produktiekosten van de EG-producent te dekken en een redelijke winstmarge te verschaffen. Deze was gedefinieerd als een redelijke winst op de investeringen van de EG-producent en stond in verhouding tot de door de fabrikant in het land van vergelijking geboekte winsten. Tevens hield zij rekening met de prijs cif grens Gemeenschap van de betrokken invoer en besloot zij het bedrag van het recht dat voor de opheffing van de schade nodig zou zijn op 46 % vast te stellen.

Opheffing van de schade door een verhoging van de invoerprijzen tot het niveau van een dergelijke minimum-EG-prijs zou leiden tot overschrijding van de gedurende het onderzoektijdvak geconstateerde dumpingmarge. De schade kan daarom alleen maar worden beperkt tot een niveau dat niet meer bedraagt dan de dumpingmarge van 42,3 % (zie Afdeling C, overweging 17). Voorts wordt ervan uitgegaan dat, ten einde toenemende dumping en schade door verdere dalingen van de uitvoerprijzen te voorkomen, het in te stellen recht de vorm van een variabel recht dient te hebben.

De schade wordt derhalve verholpen op het niveau van de geconstateerde dumpingmarge en het bedrag van het variabele recht wordt gebaseerd op een referentieminimumprijs van 2,15 ecu/kg. Deze minimumprijs is een weinig lager dan die welke van toepassing is op de invoer uit Tsjechoslowakije wegens een verschil in distributie bij de uitvoer naar de Gemeenschap door Tsjechoslowakije en de Sowjetunie in de twee halfjaren die het onderzoektijdvak omvat (zie overweging 13).

(31) Er dient een tijdsspanne te worden vastgesteld waarbinnen de betrokken partijen hun standpunt bekend kunnen maken en kunnen verzoeken te worden gehoord,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Er wordt een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld op de invoer van kaliumpermanganaat vallende onder GN-code ex 2841 60 00 (Taric-code 2841 60 00 *10), van oorsprong uit de Sowjetunie.

2. Het bedrag van het recht is gelijk aan het bedrag dat de prijs per kilogram netto, franco grens Gemeenschap, niet ingeklaard, lager is dan 2,15 ecu.

Deze prijs franco grens Gemeenschap, niet ingeklaard, is netto indien de werkelijke verkoopvoorwaarden betaling binnen dertig dagen vanaf de datum van verzending inhouden; de prijs wordt verlaagd met 1 % voor elke maand dat later wordt betaald.

3. De geldende bepalingen ter zake van de douanerechten zijn van toepassing.

4. Bij het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van het in lid 1 bedoelde produkt dient zekerheid te worden gesteld voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van het voorlopige recht.

Artikel 2

Onverminderd het bepaalde in artikel 7, lid 4, onder b) en c) van Verordening (EEG) nr. 2423/88 kunnen de betrokken partijen binnen één maand na de inwerkingtreding van deze verordening hun standpunt schriftelijk kenbaar maken en verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 11, 12 en 14 van Verordening (EEG) nr. 2423/88 is deze verordening van toepassing voor een periode van vier maanden tenzij de Raad vóór het verstrijken van deze periode definitieve maatregelen vaststelt.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 28 mei 1990.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1.

(2) PB nr. C 192 van 29. 7. 1989, blz. 8.

(1) PB nr. L 42 van 16. 2. 1990, blz. 1.