VERORDENING (EEG) Nr. 2565/90 VAN DE COMMISSIE van 5 september 1990 tot vaststelling voor 1991 van de maatregelen voor verbetering van de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie
VERORDENING (EEG) Nr. 2565/90 VAN DE COMMISSIE van 5 september 1990 tot vaststelling voor 1991 van de maatregelen voor verbetering van de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 2565/90 VAN DE COMMISSIE
van 5 september 1990
tot vaststelling voor 1991 van de maatregelen voor verbetering van de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2902/89 (2), en met name op artikel 5, lid 5,
Overwegende dat krachtens artikel 5, lid 4, van Verordening nr. 136/66/EEG een percentage van de aan de olijfolieproducenten toegekende produktiesteun kan worden bestemd voor de financiering van regionale acties voor verbetering van de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie; dat op grond van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2211/88 van de Raad van 19 juli 1988 houdende vaststelling, voor het verkoopseizoen 1988/1989, van de produktierichtprijs, de produktiesteun en de interventieprijs voor olijfolie (3) 2 % van de aan de olijfolieproducenten toegekende produktiesteun is bestemd om in de producerende Lid-Staten specifieke acties ter verbetering van de kwaliteit van olijfolie te financieren;
Overwegende dat bepalingen voor de uitvoering van die acties dienen te worden vastgesteld; dat eveneens de taken moeten worden omschreven die aan de organisaties van olijfolieproducenten kunnen worden toevertrouwd;
Overwegende dat de laattijdige vaststelling van de effectieve produktie als bedoeld in artikel 5, lid 1, van Verordening nr. 136/66/EEG, voor het verkoopseizoen 1988/1989 geen beletsel mag vormen voor de tenuitvoerlegging van de programma's ter verbetering van de kwaliteit van de olijfolieproduktie;
Overwegende dat ter wille van de duidelijkheid en gemakshalve de looptijd van de programma's voor de verbetering van de kwaliteit van de olijfolieproduktie moet worden aangepast aan de duur van het kalenderjaar;
Overwegende dat, met het oog op doeltreffender bestrijding van de olijfvlieg (Dacus oleae) en, eventueel, van andere schadelijke organismen, de desbetreffende behandelingen moeten worden uitgevoerd zodra de eerste aanvallen zich voordoen;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. In deze verordening worden de acties aangegeven die in de periode van 1 januari tot en met 31 december 1991 voor de verbetering van de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie dienen te worden georganiseerd.
2. De acties hebben betrekking op:
a) bestrijding van de olijfvlieg (Dacus oleae) en eventueel van andere schadelijke organismen;
b) verbetering van de behandeling van olijfbomen, van het oogsten, de opslag en de verwerking van olijven, alsmede van de opslag van de geproduceerde olijfolie.
3. De tussen 1 juni en 31 december 1990 uitgevoerde acties ter preventie en bestrijding van aantasting door de olijfvlieg (Dacus oleae) en, eventueel, andere schadelijke organismen kunnen echter eveneens uit de in artikel 2 bedoelde middelen worden gefinancierd. In dit geval nemen de Lid-Staten deze acties op in het in artikel 6 bedoelde programma dat bij de Commissie moet worden ingediend.
Artikel 2
De kosten van de in deze verordening omschreven acties worden met name gefinancierd met de middelen afkomstig uit de krachtens artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2211/88 ingehouden produktiesteun. Bij de verdeling van de middelen voor de financiering van de acties wordt rekening gehouden met het in elke betrokken Lid-Staat ingehouden bedrag.
Artikel 3
Iedere Lid-Staat waar olijfolie wordt geproduceerd, stelt, volgens de beschikbare bedragen, voor alle of voor een deel van de in artikel 1 genoemde acties een programma op.
Artikel 4
Voor de in artikel 1, lid 2, onder a), genoemde acties wordt in het programma opgenomen:
a) een lijst van produktiegebieden van olijven waar, met name gezien de van het bestrijdingsprogramma verwachte gevolgen voor de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie alsmede het gedeelte van de produktie waarvoor de acties van belang zullen zijn, de bestrijding van de olijfvlieg prioriteit moet hebben;
b) wanneer dit wegens regionale omstandigheden nodig is, een lijst van produktiegebieden van olijven waar, met name gezien de van het bestrijdingsprogramma verwachte gevolgen voor de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie alsmede het gedeelte van de produktie waarvoor de acties van belang zullen zijn, de bestrijding van andere schadelijke organismen prioriteit moet hebben;
c) een voorstel voor de invoering van een controle-, alarmerings- en evaluatiesysteem in ieder prioritair produktiegebied; dit systeem omvat met name:
- middelen voor het bepalen van de populatie van de olijfvlieg of van andere schadelijke organismen,
- regelingen voor alarmering en over uit te voeren behandelingen,
- regelingen voor scholing en voorlichting van de producenten,
- regelingen voor evaluatie van het alarmeringssysteem en van de resultaten van de behandeling;
d) een ontwerp-actieprogramma voor de uitvoering van de behandelingen die in ieder produktiegebied nodig blijken.
Artikel 5
Voor de in artikel 1, lid 2, onder b), genoemde acties wordt in het programma opgenomen:
- een voorstel voor opleidingscursussen voor de producenten betreffende de behandeling van olijfbomen, de beste periode voor het oogsten van de olijven, en de methoden voor oogst en verwerking van olijven;
- een voorstel voor opleidingscursussen voor kaderpersoneel en technisch personeel van oliefabrieken over de wijze van opslag en verwerking van olijven, alsmede over de kwaliteit en de opslag van de geproduceerde olijfolie.
Artikel 6
1. Iedere betrokken Lid-Staat doet de Commissie uiterlijk op 31 oktober 1990 het programma van de acties toekomen.
Het programma bevat met name:
a) een gedetailleerde beschrijving van de voorgenomen acties, de duur en de kosten ervan,
b) een lijst van alle voor behandelingen benodigde produkten en materialen en de prijs per eenheid van die produkten en materialen,
c) een lijst van de met de uitvoering van de acties belaste centra, instanties of producentenorganisaties.
2. De Commissie kan binnen een termijn van 15 dagen na ontvangst van het programma de Lid-Staat verzoeken daarin de door haar nodig geachte wijzigingen aan te brengen.
3. De Lid-Staat stelt het definitieve programma uiterlijk op 30 november 1990 vast en doet het onverwijld aan de Commissie toekomen.
Het programma wordt onder verantwoordelijkheid van de betrokken Lid-Staat uitgevoerd.
4. De uitgaven die uit het door de Lid-Staat opgestelde, eventueel op verzoek van de Commissie gewijzigde programma voortvloeien, komen voor financiering op grond van deze verordening in aanmerking. De uitgaven voor de uitvoering van de behandelingen zullen evenwel slechts tot ten hoogste 50 % worden vergoed.
Artikel 7
De behandelingen mogen worden uitgevoerd door op grond van artikel 20 quater van Verordening nr. 136/66/EEG erkende organisaties van olijfolieproducenten of unies daarvan.
Wanneer voor de bestrijding van de olijfvlieg insecticiden worden gebruikt, dient de werkzame stof op eiwithoudende draagstoffen te zijn aangebracht. Onder bijzondere omstandigheden en onder toezicht van de met het voorschrijven van de behandelingen belaste instanties kan evenwel worden toegestaan dat insecticiden op andere wijze worden gebruikt. Die insecticiden moeten van zodanige aard zijn en zodanig worden gebruikt dat in olijfolie die wordt vervaardigd van olijven die uit de behandelde olijvenproduktiegebieden afkomstig zijn, geen enkel residu kan worden aangetroffen.
Bij wijze van proef mogen ook methoden voor geïntegreerde bestrijding worden gebruikt.
Artikel 8
De betalingen met betrekking tot de door de Lid-Staat met de in artikel 6, lid 1, onder c), bedoelde centra, organismes of instanties gesloten contracten, gebeuren na overlegging van de bewijsstukken voor de gedane uitgaven en nadat de bevoegde autoriteiten de juistheid daarvan hebben vastgesteld.
Na de ondertekening van het contract mag nog een voorschot worden betaald tot 30 % van het totaalbedrag waarop het contract betrekking heeft, nadat een zekerheid voor een overeenkomstig bedrag is gesteld. De Lid-Staat kan zich evenwel voor de in artikel 6, lid 1, onder c), bedoelde overheidscentra of -instanties garant stellen.
Artikel 9
De olijfolie producerende Lid-Staten waarvoor dit actieprogramma geldt, dragen zorg voor een controle die waarborgt dat de in het programma bedoelde acties die worden gefinancierd, nauwgezet worden uitgevoerd. Zij stellen de Commissie bij het toezenden van het in artikel 4 bedoelde programma van de vastgestelde controlemaatregelen in kennis.
De Commissie kan de Lid-Staten verzoeken in de controle de door haar nodig geachte wijzigingen aan te brengen.
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 5 september 1990.
Voor de Commissie
Ray MAC SHARRY
Lid van de Commissie
(1) PB nr. 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66.
(2) PB nr. L 280 van 29. 9. 1989, blz. 2.
(3) PB nr. L 197 van 26. 7. 1988, blz. 3.