VERORDENING ( EEG ) NR. 2762/90 VAN DE COMMISSIE VAN 27 SEPTEMBER 1990 HOUDENDE VOORLOPIGE MAATREGELEN DIE NA DE EENMAKING VAN DUITSLAND VOOR HET HANDELSVERKEER IN DE LANDBOUWSECTOR VAN TOEPASSING ZIJN
VERORDENING ( EEG ) NR. 2762/90 VAN DE COMMISSIE VAN 27 SEPTEMBER 1990 HOUDENDE VOORLOPIGE MAATREGELEN DIE NA DE EENMAKING VAN DUITSLAND VOOR HET HANDELSVERKEER IN DE LANDBOUWSECTOR VAN TOEPASSING ZIJN
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 2762/90 VAN DE COMMISSIE
van 27 september 1990
houdende voorlopige maatregelen die na de eenmaking van Duitsland voor het handelsverkeer in de landbouwsector van toepassing zijn
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2684/90 van de Raad van 17 september 1990 betreffende de voorlopige maatregelen die van toepassing zijn na de eenwording van Duitsland en vóór de vaststelling van de door de Raad in samenwerking met het Europese Parlement te nemen overgangsmaatregelen (1), en met name op artikel 3,
Overwegende dat de voormalige Duitse Democratische Republiek regelingen heeft ingevoerd die analoog zijn met die van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of van de gemeenschappelijke regeling voor het handelsverkeer, inzonderheid de regeling inzake uitvoerrestituties en de regeling inzake invoer- en uitvoercertificaten;
Overwegende dat in de aldus vastgestelde voorschriften bepalingen voorkwamen op grond waarvan restitutiebedragen vooraf konden worden vastgesteld; dat deze restituties voor een deel hoger lagen dan die in de Gemeenschap;
Overwegende dat, om ervoor te zorgen dat de handel normaal kan blijven verlopen, bepalingen moeten worden vastgesteld betreffende de geldigheid, met ingang van de datum van de eenmaking, van de vooraf vastgestelde restituties en van de op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek afgegeven certificaten;
Overwegende dat in het kader van de specifieke marktvoorschriften bepalingen moeten worden vastgesteld om Duitsland te machtigen uit eigen middelen aanvullende restitutiebedragen te blijven betalen voor de tenuitvoerlegging van overeenkomsten, die vóór de eenmaking, door de voormalige Duitse Democratische Republiek met derde landen zijn gesloten; dat evenwel voor alle betrokken sectoren bijzondere bepalingen moeten worden vastgesteld om, onder bepaalde voorwaarden, de uitvoering te garanderen van contracten die vóór de eenmaking zijn gesloten tussen particuliere marktdeelnemers;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen geen afbreuk doen aan de ten aanzien van de abnormale voorraden vast te stellen bepalingen;
Overwegende dat de bij deze verordening vastgestelde maatregelen gelden onder voorbehoud van de wijzigingen die voortvloeien uit de besluiten van de Raad over de op 21 augustus 1990 ingediende voorstellen van de Commissie;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van alle betrokken Comités van beheer,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Duitsland wordt gemachtigd om met ingang van 3 oktober 1990 bij de uitvoer van landbouwprodukten van oorsprong uit de voormalige Duitse Democratische Republiek uit eigen middelen een aanvullend restitutiebedrag te blijven betalen boven het op grond van de communautaire voorschriften vastgestelde bedrag, voor zover in de voormalige Duitse Democratische Republiek vóór 3 oktober 1990 door de autoriteiten van de Duitse Democratische Republiek schriftelijk een specifieke restitutie is gegarandeerd aan de exporteur.
2. Duitsland wordt gemachtigd om uit eigen middelen de restitutie te blijven betalen voor de uitvoer van schapevlees, voor zover de in lid 1 aangegeven voorwaarden zijn vervuld.
Artikel 2
Door de autoriteiten van de voormalige Duitse Democratische Republiek afgegeven uitvoercertificaten zonder voorfixatie blijven geldig op het grondgebied van de Gemeenschap.
Invoercertificaten zonder voorfixatie die zijn afgegeven door de in de eerste alinea genoemde autoriteiten blijven geldig voor een invoertransactie op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing vanaf de eenmaking van Duitsland en geldt tot op het tijdstip waarop de verordening van de Raad inzake de in verband met de integratie van het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek in de Gemeenschap in de landbouwsector nodig zijnde overgangsmaatregelen en aanpassingen in werking treedt, waarvan het voorstel op 21 augustus 1990 is ingediend. Deze verordening is evenwel van toepassing tot uiterlijk 31 december 1990.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 27 september 1990.
Voor de Commissie
Ray MAC SHARRY
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 263 van 26. 9. 1990, blz. 1.