Verordening (EEG) nr. 3308/90 van de Raad van 15 november 1990 houdende instelling van een definitief anti- dumpingrecht op de invoer van geweven zakken van polyolefin van oorsprong uit de Volksrepubliek China en houdende definitieve inning van het op deze invoer ingestelde voorlopige anti-dumpingrecht
Verordening (EEG) nr. 3308/90 van de Raad van 15 november 1990 houdende instelling van een definitief anti- dumpingrecht op de invoer van geweven zakken van polyolefin van oorsprong uit de Volksrepubliek China en houdende definitieve inning van het op deze invoer ingestelde voorlopige anti-dumpingrecht
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 3308/90 VAN DE RAAD
van 15 november 1990
houdende instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van geweven zakken van polyolefin van oorsprong uit de Volksrepubliek China en houdende definitieve inning van het op deze invoer ingestelde voorlopige anti-dumpingrecht
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 12,
Gezien het voorstel van de Commissie, ingediend na overleg in het kader van het in genoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. Voorlopige maatregelen
(1) De Commissie heeft bij Verordening (EEG) nr. 2051/90 (2) een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld op de invoer van geweven zakken van polyolefin van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
B. Verdere procedure
(2) Na de instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht hebben één Chinese exporteur en één importeur hun standpunt over de verordening waarbij het voorlopige recht werd ingesteld, schriftelijk kenbaar gemaakt.
(3) Een andere producent van zakken in de Volksrepubliek China heeft er met name op gewezen dat de in Verordening (EEG) nr. 2051/90 bedoelde produkten niet ook de zogenaamde »big bags" konden omvatten. Deze vallen namelijk meestal onder een andere code van de gecombineerde nomenclatuur, doch kunnen eveneens vallen onder GN-code 6305 31 91 voor zover het gewicht van het polyolefinweefsel waarvan zij zijn gemaakt niet meer bedraagt dan 120 g/m2. Toch is erop gewezen dat de »big bags" waarvan het weefsel niet meer dan 120 g/m2 weegt, dezelfde fysieke hoedanigheden en dezelfde gebruiksmogelijkheden hebben als de andere zakken die onder genoemde code van de gecombineerde nomenclatuur vallen. Bovendien had het onderzoek van de Commissie, evenals de klacht van de bedrijfstak van de Gemeenschap en de conclusies van Verordening (EEG) nr. 2051/90, wel degelijk betrekking op alle soorten zakken die onder GN-code 6305 31 91 vallen.
Er is geen bewijsmateriaal naar voren gebracht dat een wijziging van de omvang van het assortiment waarop de procedure betrekking heeft, namelijk alle soorten zakken die onder GN-code 6305 31 91 vallen, zou rechtvaardigen. Er is derhalve geen reden de onder genoemde code vallende »big bags" uit te sluiten van het in Verordening (EEG) nr. 2051/90 gedefinieerde toepassingsgebied.
C. Dumping
(4) Wat het aspect dumping betreft, is kritiek geuit ten aanzien van de vaststelling van de normale waarde op basis van de samengestelde waarde van het soortgelijke produkt in India. Er is voorgesteld voor de vaststelling van de normale waarde de voor het gebruik op de binnenlandse markt in India of bij uitvoer van India naar andere landen werkelijk betaalde prijzen te nemen. Toch zouden deze prijzen, zoals de Commissie reeds in Verordening (EEG) nr. 2051/90 heeft uiteengezet, niet de produktiekosten dekken. Om deze reden diende de normale waarde ingevolge artikel 2, lid 5, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2423/88 te worden samengesteld.
Voorts is ook het feit aangevochten dat de procedure alleen de invoer van zakken van oorsprong uit de Volksrepubliek China betreft. Er zij in dit verband op gewezen dat de procedure is ingeleid na een klacht van de bedrijfstak van de Gemeenschap die alleen tegen de invoer uit China was gericht en dat geen enkel bewijsmateriaal betreffende dumping van andere exporteurs is voorgelegd.
Er is dus geen enkel argument ingediend dat de gevolgtrekkingen die tot instelling van het voorlopige anti-dumpingrecht hebben geleid, in het geding brengt. De in Verordening (EEG) nr. 2051/90 uiteengezette uitkomsten van het onderzoek worden derhalve als definitief aangemerkt.
D. Schade
(5) Wat de schade betreft, heeft de Chinese exporteur erop gewezen dat, aangezien het merendeel der zakken van oorsprong uit de Volksrepubliek China als tijdelijke invoer werd toegelaten en derhalve voor wederuitvoer was bestemd, terwijl de zakken die door de bedrijfstak van de Gemeenschap werden vervaardigd hoofdzakelijk in de Gemeenschap werden gebruikt, de invoer uit China de communautaire industrie geen schade heeft toegebracht. Er zij te dien aanzien echter op gewezen dat de definitieve invoer van zakken als zodanig schade heeft berokkend. Hoe dit ook zij, de anti-
dumpingrechten zijn niet van toepassing op tijdelijk ingevoerde goederen, ofschoon deze in casu ongetwijfeld ook schade voor de communautaire produktie veroorzaken.
De bij wijze van tijdelijke invoer toegelaten Chinese zakken worden namelijk gebruikt, dat wil zeggen gevuld met verschillende produkten, door klanten die hun verpakte koopwaar vervolgens in de zakken uitvoeren. Deze klanten kunnen eveneens de door de bedrijfstak van de Gemeenschap gemaakte zakken gebruiken die in dat geval als in de Gemeenschap verbruikt worden aangemerkt.
(6) Aangezien geen enkel ander nieuw element betreffende schade voor de produktie van de Gemeenschap is overgelegd, worden de gevolgtrekkingen die op dit punt in Verordening (EEG) nr. 2051/90 zijn gemaakt, bevestigd. De Raad stemt derhalve in met het advies van de Commissie volgens hetwelk de schade, veroorzaakt door de met dumping ingevoerde geweven zakken van polyolefin van oorsprong uit de Volksrepubliek China, als belangrijk dient te worden beschouwd.
E. Belang van de Gemeenschap
(7) Met betrekking tot het belang van de Gemeenschap betoogde één Chinese exporteur dat de zakken behoren tot een categorie textielprodukten, nr. 33, waarvan de invoer uit de Volksrepubliek China onderwerp uitmaakt van regionale kwantitatieve maxima; hij stelde voor de kwantitatieve beperkingen tot de Gemeenschap in hun geheel uit te breiden. Het leek hem moeilijk aanvaardbaar dat deze zakken bovendien door een anti-dumpingrecht worden getroffen. Er zij niettemin op gewezen dat de Commissie hieromtrent reeds in de verordening tot instelling van het voorlopig recht heeft gepreciseerd dat de regionale kwantitatieve maxima niet voldoende bescherming bieden tegen de oneerlijke praktijken van de Chinese exporteurs en niet van dien aard zijn dat daardoor de belangrijke schade voor de produktie van de Gemeenschap in haar geheel wordt opgeheven. De Raad stemt met deze gevolgtrekking in. Bovendien zou een officieel Chinees voorstel om de kwantitatieve beperkingen uit te breiden tot de Gemeenschap in haar geheel, tot een nieuw onderzoek van de definitieve anti-dumpingmaatregelen kunnen leiden.
(8) Met betrekking tot het belang van de Gemeenschap is sedert de instelling van het voorlopige recht geen andere, nieuwe, informatie voorgelegd, zodat de conclusies die hieromtrent in Verordening (EEG) nr. 2051/90 zijn getrokken, ongewijzigd blijven. De bescherming van de belangen van de Gemeenschap verlangt aldus de instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van geweven zakken van polyolefin van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
F. Hoogte van het definitieve recht
(9) Uit het bovenstaande volgt dat het definitieve anti-dumpingrecht gelijk zou moeten zijn aan het voorlopige recht.
G. Inning van het voorlopige recht
(10) Vanwege het belang van de geconstateerde dumpingmarges en de ernst van de schade voor de producenten van de Gemeenschap, zou het passend zijn de door het voorlopige anti-dumpingrecht gewaarborgde bedragen in hun geheel te innen.
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Op de invoer van geweven zakken van polyolefin (polyethyleen of polypropyleen), vallende onder GN-code 6305 31 91, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt een definitief anti-dumpingrecht ingesteld.
2. De hoogte van het recht, toepasselijk op de nettoprijs van het produkt, franco grens Gemeenschap, niet ingeklaard, wordt vastgesteld op 43,4 %.
3. De voor douanerechten geldende bepalingen zijn van toepassing.
Artikel 2
De uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 2051/90 door het voorlopige anti-dumpingrecht gewaarborgde bedragen worden definitief geïnd.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 15 november 1990.
Voor de Raad
De Voorzitter
E. RUBBI
(1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1.
(2) PB nr. L 187 van 19. 7. 1990, blz. 36.