91/87/EEG, Euratom: Beschikking van de Commissie van 4 februari 1991 tot wijziging van Beschikking 90/179/Euratom, EEG, waarbij de Bondsrepubliek Duitsland wordt gemachtigd gebruik te maken van statistische gegevens van aan het voorlaatste jaar voorafgaande jaren en geen rekening te houden met bepaalde categorieën handelingen of gebruik te maken van ramingen voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
91/87/EEG, Euratom: Beschikking van de Commissie van 4 februari 1991 tot wijziging van Beschikking 90/179/Euratom, EEG, waarbij de Bondsrepubliek Duitsland wordt gemachtigd gebruik te maken van statistische gegevens van aan het voorlaatste jaar voorafgaande jaren en geen rekening te houden met bepaalde categorieën handelingen of gebruik te maken van ramingen voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 4 februari 1991 tot wijziging van Beschikking 90/179/Euratom, EEG, waarbij de Bondsrepubliek Duitsland wordt gemachtigd gebruik te maken van statistische gegevens van aan het voorlaatste jaar voorafgaande jaren en geen rekening te houden met bepaalde categorieën handelingen of gebruik te maken van ramingen voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde ( Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek ) ( 91/87/EEG, Euratom )
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
Gelet op Verordening ( EEG, Euratom ) nr . 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde ( 1 ), inzonderheid op artikel 13,
Overwegende dat, op grond van artikel 28, lid 3, van Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag ( 2 ), hierna genoemd "Zesde Richtlijn", de Lid-Staten bepaalde handelingen kunnen blijven vrijstellen of belasten en dat deze handelingen in aanmerking moeten worden genomen voor de vaststelling van de grondslag van de BTW-middelen;
Overwegende dat de Commissie op grond van Verordening ( EEG, Euratom ) nr . 1553/89 ten aanzien van de Bondsrepubliek Duitsland Beschikking 90/179/Euratom, EEG ( 3 ) heeft gegeven, waarbij de Bondsrepubliek Duitsland met ingang van het begrotingsjaar 1989 wordt gemachtigd geen rekening te houden met bepaalde categorieën handelingen en gebruik te maken van bepaalde ramingen voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde;
Overwegende dat de Bondsrepubliek Duitsland vanaf 1 januari 1990 het stelsel van uit hoofde van artikel 24, lid 2, van de Zesde Richtlijn aan kleine ondernemingen toegekende degressieve belastingverminderingen heeft afgeschaft; dat de machtiging tot berekening van de BTW-grondslag voor deze regeling derhalve vanaf deze datum dient te worden ingetrokken en dat de overdracht en het onderhoud van eindapparatuur door de Deutsche Bundespost Telekom worden belast met ingang van 1 juli 1990 en dat daarmee vanaf die datum rekening dient te worden gehouden;
Overwegende dat het Raadgevend Comité voor de eigen middelen het verslag waarin de adviezen van zijn leden over de onderhavige beschikking zijn neergelegd, heeft goedgekeurd,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN : Artikel 1
Beschikking 90/179/Euratom, EEG wordt als volgt gewijzigd :
1 . Punt 1 van artikel 3 vervalt met ingang van 1 januari 1990 .
2 . Aan punt 3 van artikel 3 wordt met ingang van 1 juli 1990 de volgende bepaling toegevoegd : "en de levering en installatie van eindapparatuur door de Deutsche Bundespost Telekom ( bijlage F, ex punt 5 ).". Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland . Gedaan te Brussel, 4 februari 1991 . Voor de Commissie
Peter SCHMIDHUBER
Lid van de Commissie ( 1 ) PB nr . L 155 van 7 . 6 . 1989, blz . 9 . ( 2 ) PB nr . L 145 van 13 . 6 . 1977, blz . 1 . ( 3 ) PB nr . L 99 van 19 . 4 . 1990, blz . 28 .