91/547/EGKS: Beschikking van de Commissie van 5 juni 1991 inzake de steun die door het Autonoom Gewest Sardinië aan de onderneming Ferriere acciaierie sarde is verleend (Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)
91/547/EGKS: Beschikking van de Commissie van 5 juni 1991 inzake de steun die door het Autonoom Gewest Sardinië aan de onderneming Ferriere acciaierie sarde is verleend (Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 5 juni 1991 inzake de steun die door het Autonoom Gewest Sardinië aan de onderneming Ferriere acciaierie sarde is verleend (Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek) (91/547/EGKS)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, inzonderheid op artikel 4, onder c),
Gelet op Beschikking nr. 3484/85/EGKS van de Commissie van 27 november 1985 tot invoering van communautaire regels voor de steun aan de ijzer- en staalindustrie (1),
Gelet op Beschikking nr. 322/89/EGKS van de Commissie van 1 februari 1989 tot invoering van communautaire regels voor de steun aan de ijzer- en staalindustrie (2),
Na de belanghebbenden te hebben gemaand hun opmerkingen te maken en gezien deze opmerkingen,
Overwegende hetgeen volgt:
I In 1987 heeft het Autonoom Gewest Sardinië aan de onderneming Ferriere acciaierie sarde, hierna "FAS" genoemd, een subsidie toegekend voor een bedrag van 1,796 miljard lire (ongeveer 1,17 miljoen ecu) met als rechtsgrondslag de regionale wet nr. 41/87 van 14 september 1987, waarmee wordt betoogd de bescherming van het milieu op Sardinië te bevorderen door steun te verlenen ten behoeve van de selectieve verwijdering, de recyclage en het herbruiken van afvalstoffen. De Italiaanse autoriteiten hebben de Commissie hierover bij brief van 26 januari 1989 ingelicht, waarbij zij haar tevens in kennis stelden van de bij wet nr. 41/87 ingevoerde steunregeling, die de Commissie op 28 november 1990 heeft goedgekeurd.
Nadat zij bij schrijven van 5 juli 1989 nadere gegevens over wet nr. 41/87 had ontvangen, heeft de Commissie de Italiaanse autoriteiten meegedeeld dat artikel 4, onder c), van het EGKS-Verdrag en Beschikking nr. 3484/85/EGKS het verlenen van bij deze regionale wet voorziene steun aan EGKS-ijzer- en staalondernemingen in de weg staan.
De Commissie heeft bij brieven van 14 december 1989 en 26 februari 1990 gewezen op de onverenigbaarheid van de op wet nr. 41/87 gegronde steunregeling met de voorschriften inzake steun van het EGKS-Verdrag en heeft terugbetaling van de aan FAS uitgekeerde steun geëist. Ondertussen was een andere oplossing uitgewerkt. Deze bestaat in de oprichting van een onderneming die met het inzamelen en verkopen van schroot is belast - een activiteit die niet onder het EGKS-Verdrag valt en waarop derhalve het EEG-Verdrag van toepassing is - welke onderneming dan de in wet nr. 41/87 bedoelde steun zou kunnen ontvangen. De Commissie aanvaardde deze oplossing, mits deze niet tot indirecte steun aan een EGKS-onderneming zou leiden in de vorm van verkoop van schroot tegen een lagere prijs dan die welke op de markt van het Italiaanse vasteland geldt.
Bij brief van 24 april 1990 hebben de Italiaanse autoriteiten toegezegd dat zij een dergelijke steun niet aan de EGKSijzer- en staalindustrie zouden toekennen; vervolgens deelden zij bij brief van 8 juni 1990, door de Commissie op 20 juli 1990 ontvangen, mee dat zij ermee instemden dat de in 1987 aan FAS uitgekeerde steun zou worden teruggevorderd en dat de regeling voor de terugbetaling ervan werd bestudeerd.
De Commissie heeft derhalve de onderneming en de regionale autoriteiten de tijd geboden om het geschiktste terugbetalingsschema op te stellen.
Aangezien zij geen informatie ter zake ontving, heeft zij op 23 oktober 1990 de Italiaanse autoriteiten een telexbericht dienaangaande gezonden. Deze hebben haar op 26 november 1990 meegedeeld dat over de terugbetaling nog steeds met de onderneming werd onderhandeld.
II De omstreden steun is uitgekeerd zonder voorafgaande kennisgeving aan de Commissie, in strijd met artikel 6, lid 1, van Beschikking nr. 3484/85/EGKS.
Gezien het bepaalde in genoemde beschikking, en met name in artikel 3 inzake steun ter bescherming van het milieu, alsmede het bepaalde in Beschikking nr. 322/89/EGKS welke sinds 1 januari 1989 geldt, te zamen met het verbod op iedere vorm van steun krachtens artikel 4, onder c), van het EGKS-Verdrag, mag de bewuste steun niet als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd.
Op basis van deze overwegingen en vaststellende dat na bijna vijf maanden van besprekingen nog geen terugbetalingsschema tussen het Gewest en de onderneming is vastgesteld, heeft de Commissie de procedure van artikel 6, lid 4, van Beschikking nr. 322/89/EGKS ingeleid en heeft zij de Italiaanse autoriteiten bij brief nr. SG(90) D/91474 van 19 december 1990 aangemaand hun opmerkingen kenbaar te maken. Wel achtte zij de bij wet nr. 41/87 ingevoerde steunregeling verenigbaar met het bepaalde in het EEG-Verdrag en heeft zij deze goedgekeurd onder het voorbehoud dat deze steun niet aan een EGKS-onderneming ten goede komt.
In het kader van deze procedure hebben de Italiaanse autoriteiten hun opmerkingen gemaakt bij brief van 28 januari 1991, welke op 4 april 1991 door de Commissie is ontvangen.
De Italiaanse autoriteiten hebben daarin allereerst opgemerkt dat deze steun erop was gericht de volksgezondheid te verbeteren en dat hij was uitgekeerd in het kader van de bij wet nr. 41/87 ingestelde steunregeling welke in november 1990 door de Commissie was goedgekeurd en uit dien hoofde volstrekt rechtmatig was.
In de tweede plaats hebben zij de Commissie verzocht bij haar beoordeling rekening te houden met de zeer bijzondere situatie van Sardinië in geografisch en in sociaal-economisch opzicht.
In het kader van de procedure zijn door slechts één beroepsvereniging opmerkingen kenbaar gemaakt, die aan de Italiaanse Regering zijn toegezonden, welke hierop geen commentaar heeft geleverd.
III FAS produceert betonstaal. Dit produkt is opgenomen in bijlage I van het EGKS-Verdrag onder codenummer 4400. De produktie hiervan is derhalve onderworpen aan de bepalingen van het EGKS-Verdrag en niet aan die van het EEG-Verdrag, met name de bepalingen op het gebied van steunmaatregelen van de Staten, en FAS is een EGKS-onderneming overeenkomstig artikel 80 van het EGKS-Verdrag.
Dat de Commissie uit hoofde van de artikelen 92 en 93 van het EEG-Verdrag tegen de bij wet nr. 41/87 ingevoerde steunregeling geen bezwaar heeft gemaakt, betekent derhalve niet dat de toekenning van deze steun aan een EGKS-onderneming rechtmatig is. Afgezien daarvan heeft de Commissie aan haar goedkeuring uitdrukkelijk de voorwaarde verbonden dat deze steun niet aan EGKS-ijzer- en staalondernemingen ten goede mocht komen.
In artikel 4, onder c), van het EGKS-Verdrag is bepaald dat als zijnde onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt voor kolen en staal worden afgeschaft en zijn verboden binnen de Gemeenschap overeenkomstig de bepalingen van dat Verdrag: door de Staten verleende subsidies of hulp, of door deze opgelegde bijzondere lasten, in welke vorm dan ook. Dit verbod betreft evenzeer individuele steun die specifiek ten behoeve van de ijzer- en staalindustrie wordt ingesteld, als de toepassing van algemene of regionale regelingen op deze sector. Dit verbod is, in tegenstelling tot artikel 92, lid 1, van het EEG-Verdrag, absoluut, in zoverre daarin de invloed van de steun op de intracommunautaire mededinging niet in aanmerking wordt genomen.
De enige uitzonderingen op dit algemene verbod die konden of eventueel kunnen worden toegekend, zijn of worden uitputtend opgesomd in de onderscheiden steuncodes, met name in Beschikking nr. 3484/85/EGKS die van 1 januari 1986 tot en met 31 december 1988 heeft gegolden en vervolgens in Beschikking nr. 322/89/EGKS die sinds 1 januari 1989 geldt.
Het betreft steun voor onderzoek en ontwikkeling, steun voor milieubescherming, bepaalde vormen van sluitingssteun en - indien de ontvangende onderneming is gevestigd op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek of van een Lid-Staat waarin geen enkele steun is verleend op basis van de Beschikkingen 80/257/EGKS (1) of nr. 2320/81/EGKS (2), gewijzigd bij Beschikking nr. 1018/85/EGKS (3), van de Commissie en die tijdens de periode gedurende welke deze beschikkingen golden, lid van de Gemeenschap is geworden (d. w. z. Griekenland) - sommige vormen van regionale investeringssteun.
Aangezien laatstgenoemd beding geen betrekking heeft op Italië, kan geen enkele steun met regionale strekking aan een op het Italiaanse grondgebied gevestigde ijzer- en staalonderneming worden uitgekeerd. De eventuele bijzondere omstandigheden van Sardinië op geografisch of sociaal-economisch gebied kunnen derhalve de toekenning van een dergelijke steun aan een ijzer- en staalonderneming op Sardinië niet rechtvaardigen.
Op grond van artikel 3 van Beschikking nr. 3484/85/EGKS is slechts steun ten behoeve van de milieubescherming toegestaan indien deze is bestemd om de aanpassing aan nieuwe wettelijke normen inzake milieubescherming van installaties die ten minste twee jaar vóór de invoering van deze normen in bedrijf waren, te vergemakkelijken. Steun ten behoeve van de milieubescherming in een andere vorm dan die welke in genoemd artikel is vastgesteld, valt niet onder deze uitzondering en kan derhalve niet rechtmatig aan een EGKS-ijzer- en staalonderneming worden toegekend.
De betwiste steun bestond erin dat aan FAS in 1987 een subsidie van 100 lire (0,06 ecu) werd verleend per kilogram op Sardinië ingezameld en herbruikt schroot. De onderneming produceerde echter reeds staal op basis van schroot in een elektro-oven, het "schrootprocédé", dat concurreert met het "ijzerprocédé", en uit een oogpunt van milieubescherming geen enkele verbetering brengt. Deze steun heeft in feite tot gevolg gehad dat FAS werd aangemoedigd zich veeleer van op het eiland ingezamelde grondstoffen dan van ingevoerde grondstoffen te voorzien. De steun heeft een aanzienlijke verlaging van de bedrijfskosten van de onderneming ten gevolge gehad indien men rekening houdt met de gemiddelde prijs voor "zwaar" schroot op de Italiaanse markt (tussen 112 en 139 lire per kilo in 1987 en 141,5 lire per kilo begin 1991). Tenslotte is de steun niet gebruikt voor uitgaven die ten doel hadden de installaties van de onderneming met de nieuwe normen op het gebied van de milieubescherming in overeenstemming te brengen. De steun voldoet derhalve niet aan de in voornoemd artikel 3 gestelde voorwaarden en komt niet voor deze uitzondering in aanmerking.
Bovendien beantwoordt hij aan geen van de andere uitzonderingsgevallen van Beschikking nr. 3484/85/EGKS die in Beschikking nr. 322/89/EGKS zijn overgenomen. Het verbod van artikel 4, onder c), van het EGKS-Verdrag is derhalve op deze steun van toepassing.
IV De uitzonderingen op het algehele verbod van steunverlening aan de ijzer- en staalindustrie in artikel 4, onder c), van het EGKS-Verdrag hebben geenszins ten doel de communautaire discipline op het gebied van steun aan de ijzer- en staalindustrie te versoepelen; deze discipline is gerechtvaardigd doordat steunregelingen die onverenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt ernstige mededingingsdistorsies kunnen veroorzaken met betrekking tot een sector die, ondanks zijn recente sanering, nog steeds kwetsbaar is. Het is derhalve van belang dat deze communautaire discipline strikt wordt gehandhaafd, hetgeen impliceert dat steun aan een ijzer- en staalonderneming slechts kan worden goedgekeurd indien de Commissie heeft kunnen vaststellen dat aan de uitputtend in de steuncode beschreven voorwaarden daadwerkelijk is voldaan.
Uit het voorafgaande blijkt dat dit niet voor het onderhavige geval geldt, aangezien een deel van de steun is toegekend zonder dat de Commissie hiervan vooraf in kennis was gesteld, in strijd met artikel 6, lid 1, van Beschikking nr. 3484/85/EGKS, en dat voorts de steun niet voor één van de in deze beschikking vervatte uitzonderingen in aanmerking komt. Aangezien de opmerkingen die de Italiaanse autoriteiten hebben gemaakt, het aanvankelijke oordeel van de Commissie bij de inleiding van de procedure niet hebben gewijzigd, dient de betrokken steun als onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt te worden beschouwd,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De subsidie voor een bedrag van 1,796 miljard lire (ongeveer 1,17 miljoen ecu), die in 1987 door het Autonome Gewest Sardinië aan de onderneming Ferriere acciaierie sarde is toegekend uit hoofde van regionale wet nr. 41/87 van 14 september 1987, vormt een onrechtmatige steunmaatregel van een Staat, daar zij zonder voorafgaande goedkeuring van de Commissie is toegekend en bovendien onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.
Deze steun moet door middel van terugvordering ongedaan worden gemaakt.
Artikel 2
De Italiaanse Regering deelt de Commissie binnen een termijn van twee maanden vanaf de kennisgeving mee welke maatregelen zij heeft genomen om aan deze beschikking te voldoen.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot de Italiaanse Republiek.
Gedaan te Brussel, 5 juni 1991.
Voor de Commissie Leon BRITTAN Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 340 van 18. 12. 1985, blz. 1.
(2) PB nr. L 38 van 10. 2. 1989, blz. 8.
(1) PB nr. L 62 van 7. 3. 1980, blz. 28.
(2) PB nr. L 228 van 13. 8. 1981, blz. 14.
(3) PB nr. L 110 van 23. 4. 1985, blz. 5.