Home

VERORDENING (EEG) Nr. 1636/91 VAN DE RAAD van 13 juni 1991 tot vaststelling, voor de periode van 1 april 1991 tot en met 31 maart 1992, van de communautaire reserve voor de toepassing van de in artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten #

VERORDENING (EEG) Nr. 1636/91 VAN DE RAAD van 13 juni 1991 tot vaststelling, voor de periode van 1 april 1991 tot en met 31 maart 1992, van de communautaire reserve voor de toepassing van de in artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten #

VERORDENING ( EEG ) Nr . 1636/91 VAN DE RAAD van 13 juni 1991 tot vaststelling, voor de periode van 1 april 1991 tot en met 31 maart 1992, van de communautaire reserve voor de toepassing van de in artikel 5 quater van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1630/91 ( 2 ), inzonderheid op artikel 5 quater, lid 6,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 3 ),

Overwegende dat in artikel 5 quater, lid 4, van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 is bepaald dat er een communautaire reserve wordt gevormd om aan het begin van elk tijdvak van twaalf maanden de totale gegarandeerde hoeveelheden aan te vullen van die Lid-Staten waar de toepassing van de heffing leidt tot bijzondere moeilijkheden; dat de communautaire reserve voor het achtste tijdvak van twaalf maanden wederom dient te worden vastgesteld op 2 082 885,740 ton, waarvan 443 000 ton bestemd is om te worden verdeeld in de Lid-Staten waar de toepassing van de heffing nog altijd bijzondere problemen oplevert, 600 000 ton om voor een deel de moeilijkheden te ondervangen die de Lid-Staten ondervinden bij de toewijzing van de specifieke referentiehoeveelheden op grond van artikel 3 bis van Verordening ( EEG ) nr . 857/84 van de Raad van 31 maart 1984 houdende algemene voorschriften voor de toepassing van de in artikel 5 quater van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1635/91 ( 5 ), en 1 039 885,740 ton om de moeilijkheden te ondervangen waarmee de Lid-Staten worden geconfronteerd bij de toewijzing van de

bijkomende of specifieke referentiehoeveelheden aan bepaalde categorieën van producenten, gedefinieerd in artikel 3 ter van die verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Voor de periode van 1 april 1991 tot en met 31 maart 1992 wordt de in artikel 5 quater, lid 4, van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 bedoelde communautaire reserve vastgesteld op 2 082 885,740 ton, waarvan

- 443 000 ton bestemd is om te worden verdeeld in bepaalde Lid-Staten waar de toepassing van de heffing bijzondere moeilijkheden veroorzaakt,

- 600 000 ton bestemd is om voor een deel de moeilijkheden te verhelpen die de Lid-Staten ondervinden bij de toewijzing van de specifieke referentiehoeveelheden op grond van artikel 3 bis van Verordening ( EEG ) nr . 857/84,

- 1 039 885,740 ton bestemd is om te worden toegewezen aan de in artikel 3 ter van die verordening bedoelde producenten .

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Zij is van toepassing vanaf het begin van het achtste tijdvak van twaalf maanden van het stelsel van bijkomende heffingen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Luxemburg, 13 juni 1991 .

Voor de Raad

De Voorzitter

A . BODRY

( 1 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968, blz . 13 .

( 2 ) Zie bladzijde 19 van dit Publikatieblad .

( 3 ) PB nr . C 104 van 19 . 4 . 1991, blz . 60 .

( 4 ) PB nr . L 90 van 1 . 4 . 1984, blz . 13 .

( 5 ) Zie bladzijde 28 van dit Publikatieblad .