Home

VERORDENING (EEG) Nr. 2805/91 VAN DE COMMISSIE van 23 september 1991 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van bepaalde soorten thermokopieerpapier van oorsprong uit Japan #

VERORDENING (EEG) Nr. 2805/91 VAN DE COMMISSIE van 23 september 1991 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van bepaalde soorten thermokopieerpapier van oorsprong uit Japan #

VERORDENING (EEG) Nr. 2805/91 VAN DE COMMISSIE van 23 september 1991 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van bepaalde soorten thermokopieerpapier van oorsprong uit Japan

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 11,

Na overleg in het kader van het in genoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

(1) In oktober 1990 ontving de Commissie een schriftelijke klacht die was ingediend door Wiggins Teape Thermal Papers Limited, een onderneming die het grootste gedeelte van de communautaire produktie van thermokopieerpapier voor haar rekening neemt. De klacht bevatte bewijsmateriaal van dumping in verband met het betrokken produkt van oorsprong uit Japan en daaruit voortvloeiende aanmerkelijke schade. Dit bewijsmateriaal werd voldoende geacht om de opening van een procedure te rechtvaardigen.

(2) De Commissie kondigde bijgevolg met een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) de opening aan van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van bepaalde, onder de GN-codes ex 3703 90 90 en ex 4810 11 90 vallende, soorten thermokopieerpapier van oorsprong uit Japan, en begon met een onderzoek.

(3) De Commissie bracht de exporteurs en importeurs waarvan bekend was dat zij erbij betrokken waren, de vertegenwoordigers van het uitvoerende land en de klagers hiervan officieel op de hoogte. De rechtstreeks betrokken partijen werden in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk bekend te maken en te verzoeken om te worden gehoord.

(4) Verscheidenen van de betrokken importeurs, exporteurs en producenten in Japan maakten hun standpunt schriftelijk bekend. Renker GmbH & Co. KG, een communautaire producent, maakte zijn standpunt eveneens schriftelijk bekend. Met deze informatie kon evenwel geen rekening worden gehouden aangezien zij niet werd ingediend binnen de limiet die was vastgesteld in het bericht van opening van de procedure, en het toch in aanmerking nemen van deze informatie het onderzoek te zeer zou hebben vertraagd.

Bovendien verstrekten vijf van de negen bekende producenten in Japan de Commissie niet de nodige informatie. Standpunten en klachten werden ook ingediend door enkele communautaire verwerkers van het betrokken produkt.

Verscheidene producenten/exporteurs verzochten om te worden gehoord, hetgeen hun werd toegestaan.

(5) De Commissie verzamelde en verifieerde alle informatie die zij voor een voorlopige vaststelling noodzakelijk achtte, en stelde een onderzoek in ten kantore van

a) Communautaire producent

Wiggins Teape Thermal Papers Ltd, Lincoln, Verenigd Koninkrijk;

b) Producenten/exporteurs in Japan

- Producenten

Jujo Paper Co. Ltd, Tokyo

Kanzaki Paper Manufacturing Co. Ltd, Tokyo

Mitsubishi Paper Mills Ltd, Tokyo

Tomoegawa Paper Co. Ltd, Tokyo,

- Exporteurs

Japan Pulp and Paper Company Ltd, Tokyo

Marubeni Corporation, Tokyo

Mitsubishi Corporation, Tokyo

Mitsui and Company Ltd, Tokyo;

c) Importeurs in de Gemeenschap

- Duitsland: Mitsubishi International GmbH, Duesseldorf

Japan Pulp and Paper GmbH, Duesseldorf, - Nederland: Tomoegawa Europe BV, Amsterdam, - Verenigd

Koninkrijk: Mitsubishi Corporation, Londen.

(6) De Commissie verzocht om en ontving gedetailleerde schriftelijke en mondelinge standpunten van de klagende communautaire producent, van vier van de negen bekende Japanse producenten en van de bovenvermelde exporteurs en importeurs. De vijf andere bekende producenten in Japan beantwoordden de vragenlijst van de Commissie niet alhoewel één van hen verzocht om te worden gehoord, hetgeen hem werd toegestaan.

(7) Het dumpingonderzoek betrof de periode van 1 april 1990 tot 31 december 1990 (periode van onderzoek).

B. PRODUKT, SOORTGELIJK PRODUKT

(8) Het bericht van opening van de anti-dumpingprocedure had betrekking op "thermokopieerpapier, gecoat met chemische stoffen die bij hitte een beeld produceren en bedoeld om gebruikt te worden in machines die op elektronische wijze documenten doorzenden en ontvangen en kopieën van de documenten drukken". Uit het onderzoek bleek evenwel dat ook ander thermokopieerpapier dan hetgeen bedoeld is om in telefaxmachines te worden gebruikt, in dergelijke machines kan worden gebruikt, aangezien de fundamentele fysieke hoedanigheden van beide soorten papier identiek zijn. Voor de heffing van een voorlopig anti-dumpingrecht wordt uitsluitend het thermokopieerpapier in aanmerking genomen dat bestemd is om in telefaxmachines te worden gebruikt (hierna faxpapier genoemd).

(9) Faxpapier wordt in twee verschillende vormen aangeboden, namelijk "moederrollen" en "hulzen". In het algemeen zijn moederrollen grote bulkrollen die uiteindelijk worden "geconverteerd" (dat wil zeggen gesneden, geknipt, enz.) tot kleinere formaten (hulzen). De hulzen kunnen dan direct in faxmachines worden gebruikt.

Zowel de moederrollen als de hulzen zijn in verschillende kwaliteiten verkrijgbaar. Alle kwaliteiten worden als soortgelijke produkten beschouwd.

(10) Eén Japanse producent voerde aan dat moederrollen verschillen van hulzen en derhalve als een ander produkt dienen te worden beschouwd.

Uit het onderzoek bleek evenwel dat de enige verschillen tussen faxpapier in de vorm van hulzen en in de vorm van moederrollen het gevolg zijn van het knippen en snijden en dat de moederrollen derhalve in een zeer laat stadium van het produktieproces van thermokopieerpapier ontstaan. Bovendien ondergaat het thermokopieerpapier geen enkele wijziging wat zijn fundamentele technische eigenschappen betreft. Het produkt als zodanig, faxpapier, blijft hetzelfde. Derhalve dienen beide vormen waarin thermokopieerpapier wordt aangeboden in het kader van de procedure tot instelling van het voorlopige recht als één enkel produkt te worden beschouwd.

(11) Het produkt dat door de communautaire bedrijfstak wordt geproduceerd en verkocht, vertoont dezelfde kenmerken en kwaliteitsverschillen en is in alle opzichten gelijkwaardig aan het produkt van oorsprong uit Japan.

(12) Derhalve oordeelt de Commissie dat het faxpapier dat door de communautaire producenten wordt vervaardigd en verkocht, hetzij in de vorm van moederrollen, hetzij in de vorm van hulzen, één enkele categorie van produkten vormt en in alle opzichten gelijksoortig is aan het uit Japan ingevoerde produkt in de zin van artikel 2, lid 12, van Verordening (EEG) nr. 2423/88.

C. DUMPING

1. Algemeen

(13) De Japanse producenten/exporteurs van faxpapier maken voor de verkoop op de binnenlandse markt en voor de uitvoer gebruik van verschillende verkoop- en distributiekanalen.

Op de binnenlandse markt verkopen de meeste producenten via geassocieerde bedrijven. Voor de uitvoer wordt evenwel dikwijls een beroep gedaan op zogenaamde "verkoopmaatschappijen", alhoewel de producenten bijna steeds de buitenlandse bestemming van de goederen kennen.

2. Normale waarde

(14) De normale waarde van het op de Japanse markt verkochte produkt werd voorlopig vastgesteld voor faxpapier dat identiek was met de best verkopende kwaliteiten (te weten kwaliteiten die ten minste 70 % van de door iedere onderneming uitgevoerde hoeveelheden vertegenwoordigen) die gedurende de periode van onderzoek naar de Gemeenschap werden geëxporteerd.

Voor de producerende ondernemingen werd de normale waarde vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde prijzen van de verkopen van faxpapier op de binnenlandse markt aan de eerste onafhankelijke koper, na aftrek van alle kortingen en verlagingen die rechtstreeks aan deze verkopen waren verbonden. Er werd nagegaan of deze verkopen in het normale handelsverkeer plaatsvonden en of de verkochte hoeveelheden ten minste 5 % van de naar de Gemeenschap uitgevoerde hoeveelheden van het betrokken type bedroegen.

Wanneer de op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheden van een bepaald type minder dan 5 % van de naar de Gemeenschap uitgevoerde hoeveelheden bedroegen, werd in gevallen waarin zulks mogelijk was de Japanse verkoopprijs op de binnenlandse markt van een vergelijkbaar type als basis genomen voor de normale waarde.

(15) Wanneer evenwel

- de verkoopprijs van een identiek of vergelijkbaar type op de binnenlandse markt van Japan minder bedroeg dan de produktiekosten van het identieke of vergelijkbare type, dan wel

- de op de Japanse markt verkochte hoeveelheid van het vergelijkbare type minder bedroeg dan 5 % van de naar de Gemeenschap uitgevoerde hoeveelheid van dat type,

werd de normale waarde vastgesteld op basis van de produktiekosten van het op de binnenlandse markt verkochte type, vermeerderd met een bedrag voor verkoopkosten en algemene en administratieve uitgaven berekend op basis van de door de producent opgelopen kosten en een gemiddelde reële winst van 18 % berekend op basis van de verkopen met winst van soortgelijke produkten door de producent of, in gevallen waarin zulks verantwoord was, door andere producenten in het land van oorsprong. Deze winst werd redelijk geacht aangezien zij gebaseerd was op de werkelijke winst die door de onderzochte Japanse producenten was verwezenlijkt.

3. Prijzen bij uitvoer

(16) Bij verkopen door de producenten (of door met de producenten verbonden verkoopmaatschappijen in Japan) aan verbonden dochtermaatschappijen in de Gemeenschap werden de prijzen bij uitvoer samengesteld op basis van de prijzen waartegen het ingevoerde produkt werd wederverkocht aan de eerste onafhankelijke koper in de Gemeenschap, met inachtneming van alle tussen de invoer en de wederverkoop gemaakte kosten, met inbegrip van de douanerechten en een winstmarge van 6 %. In het kader van de voorlopige bevindingen en gezien de voor soortgelijke produkten verwezenlijkte winsten werd dit percentage redelijk geacht.

(17) Bij rechtstreekse verkopen door de producenten (of door de met deze producenten verbonden verkoopmaatschappijen in Japan) aan niet-verbonden klanten in de Gemeenschap, werden de prijzen bij uitvoer vastgesteld op basis van de door de importeur betaalde of te betalen prijzen, na aftrek van alle heffingen, kortingen en verlagingen.

(18) De aftrek voor de kosten van vervoer, verpakking, lading, overlading en lossing die noodzakelijk was om de prijzen van de exporteurs samen te stellen, vond, gezien de aard van het produkt, op basis van kwantiteit plaats. De aftrek voor verkoopkosten en algemene en administratieve uitgaven werd gebaseerd op de omzet. Kortingen en verlagingen, door de geassocieerde importeur verleend aan een onafhankelijke koper, werden bij de samenstelling van de prijzen bij uitvoer eveneens in aanmerking genomen.

4. Vergelijking

(19) Met het oog op een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de prijs bij uitvoer werden in overeenstemming met artikel 2, lid 10, onder c), van Verordening nr. 2423/88 correcties aangebracht, zowel aan de normale waarden als aan de prijzen bij uitvoer, ten einde rekening te houden met de in artikel 2, lid 10, bedoelde verkoopkosten en deze waarden en prijzen op hetzelfde handelsniveau te kunnen vergelijken. Bepaalde ondernemingen eisten aftrek voor vaste bedrijfsuitgaven en algemene kosten. Ingevolge de bepalingen van artikel 2, lid 9, van Verordening (EEG) nr. 2423/88 werd voor dergelijke uitgaven geen aftrek toegestaan indien niet op bevredigende wijze een rechtstreeks verband met de betrokken verkopen kon worden aangetoond.

De normale waarde van de op de binnenlandse markt verkochte types werd op basis van afzonderlijke transacties met de prijs bij uitvoer van vergelijkbare types vergeleken.

5. Dumpingmarges

(20) De dumpingmarges werden vastgesteld als het totale bedrag waarmee de normale waarden de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap overschreden.

(21) De vastgestelde dumpingmarges, uitgedrukt als een percentage van de totale cif-waarde van de ingevoerde goederen, bedroegen:

- Jujo Paper Co. Ltd, Tokyo: 0,0 %

- Kanzaki Paper Manufacturing Co. Ltd,

Tokyo: 10,3 %

- Mitsubishi Paper Mills Ltd, Tokyo: 24,7 %

- Tomoegawa Paper Co. Ltd, Tokyo: 24,8 %.

(22) Kenmerkend voor deze procedure was dat een aanzienlijk aantal van de betrokken Japanse ondernemingen niet medewerkten. De Commissie heeft er derhalve ernstige twijfels over of de resultaten van het dumpingonderzoek in verband met de vier medewerkende producenten werkelijk representatief waren voor de andere producerende ondernemingen. In deze omstandigheden oordeelde de Commissie het niet terecht dat de dumpingmarges die werden vastgesteld voor de medewerkende firma's ook zouden worden toegepast voor de ondernemingen die niet aan het onderzoek hadden medegewerkt.

(23) Voor de producenten die haar vragenlijst niet hebben beantwoord, heeft de Commissie de dumpingmarge derhalve overeenkomstig artikel 7, lid 7, van Verordening (EEG) nr. 2423/88 vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens.

In dit geval werd in het kader van de voorlopige bevindingen geoordeeld dat de gegevens in de klacht de meest redelijke basis vormden voor de vaststelling van de dumpingmarge; deze werd derhalve op 55,3 % vastgesteld.

D. SCHADE

1. Afzetmogelijkheden op de communautaire markt en marktaandeel van de met dumping ingevoerde produkten

(24) Aangezien een groot aantal Japanse ondernemingen niet aan het onderzoek medewerkten, zijn alle cijfers, zoals de ingevoerde hoeveelheden, de waarden en de marktaandelen, uiteraard ramingen. Bij de vaststelling van deze ramingen heeft de Commissie rekening gehouden met de resultaten van onafhankelijke marktonderzoeken.

(25) Wat de afzetmogelijkheden betreft, vertoonde het geraamde verbruik van faxpapier in de Gemeenschap een snelle stijging, namelijk van 5 500 ton in 1987 tot 35 000 ton in 1990 (de cijfers van zes maanden geëxtrapoleerd over een volledig jaar), hetgeen neerkomt op een stijging van 536 %.

(26) De geraamde invoer met dumping van faxpapier van oorsprong uit Japan steeg van 1 725 ton in 1987 tot 23 750 ton in 1990, hetgeen neerkomt op een stijging van 1 276 %. Opgemerkt zij evenwel dat ongeveer de helft van deze stijging zich voordeed tussen 1989 en de periode van onderzoek.

Deze ontwikkeling komt neer op een stijging van het marktaandeel van de met dumping ingevoerde produkten van 31 % in 1987 tot 68 % in 1990, een toename van 119 %.

2. Prijzen waartegen de ingevoerde goederen worden wederverkocht en onderbieding

(27) De Commissie stelde vast dat de prijzen van de goederen die met dumping in de Gemeenschap werden ingevoerd gedurende de periode van januari 1990 tot december 1990 met ongeveer 30 % daalden.

(28) Ter beoordeling van de prijsonderbieding heeft de Commissie de gewogen gemiddelde verkoopprijzen van de exporteurs met die van de communautaire producenten vergeleken, met aftrek van alle kortingen en heffingen en berekend op basis van de verkopen aan de eerste onafhankelijke klant. De gemiddelde communautaire verkoopprijs werd vergeleken met de overeenkomstige cijfers van elke betrokken exporteur, waarbij werd uitgegaan van de prijzen waartegen zij de goederen in de Gemeenschap wederverkochten. Deze prijs werd vervolgens voorzien van een wegingscoëfficiënt ten einde rekening te houden met de verkochte hoeveelheden.

(29) Eén exporteur stelde de kwestie van de prijsvergelijking op het niveau van de wederverkoop aan de eerste onafhankelijke koper in de Gemeenschap aan de orde. Hij voerde aan dat zijn verkopen (hulzen faxpapier) niet op hetzelfde handelsniveau als van de klager (moederrollen) plaatsvonden. Om een eerlijke vergelijking mogelijk te maken heeft de Commissie de verkoopprijzen van de hulzen aan die van de moederrollen aangepast door rekening te houden met alle aan de versnijding verbonden kosten en winsten. Bij deze aanpassingen werd ook rekening gehouden met het verschil in handelsniveau.

Deze methode van vergelijking bracht de Commissie tot de conclusie dat de verkoopprijzen van faxpapier van oorsprong uit Japan de prijzen van de communautaire bedrijfstak gedurende de periode van onderzoek tot 22,8 % onderboden.

3. Positie van de communautaire bedrijfstak

a) Produktie, capaciteit, benuttingsgraad en voorraden

(30) De Commissie stelde vast dat in de periode van 1987 tot 1990 de communautaire produktie van faxpapier in het algemeen een stijgende tendens vertoonde. Werden 1989 en de periode van onderzoek evenwel afzonderlijk beschouwd, dan kon een daling van 8,5 % worden vastgesteld.

(31) De totale produktiecapaciteit van de communautaire bedrijfstak vertoonde tussen 1987 en de periode van onderzoek een stijging. De totale benuttingsgraad van de capaciteit daalde evenwel aanzienlijk.

(32) Tussen 1987 en de periode van onderzoek konden geen belangrijke veranderingen in de voorraden worden vastgesteld.

b) Verkoop

(33) Tussen 1987 en de periode van onderzoek stegen de door de communautaire bedrijfstak verkochte hoeveelheden met 255 %. Deze stijging was evenwel, vergeleken met het veel hogere groeiritme van de communautaire markt (zie overweging 25), ontoereikend. Bovendien bedroeg de stijging van de door de communautaire bedrijfstak verkochte hoeveelheden tussen 1989 en de periode van onderzoek slechts 3 %, terwijl het groeiritme van de communautaire markt in haar geheel 39 % bedroeg.

c) Marktaandeel

(34) Door het ontbreken in het onderzoek van de relevante gegevens van de meerderheid van de Japanse producenten diende de totale omvang van de communautaire markt te worden geraamd. Op deze basis werd een daling van het marktaandeel van de klager met ongeveer 4 % tussen 1989 en de periode van onderzoek vastgesteld.

d) Prijzen

(35) De verkoopprijzen van de communautaire bedrijfstak daalden tussen 1989 en het einde van 1990 geleidelijk. De communautaire bedrijfstak kon zijn verlies aan marktaandeel slechts beperken door zijn prijzen aan te passen aan de prijzen die door de invoer met dumping op de markt tot stand waren gekomen. Indien de index 1989 = 100 als basis wordt genomen, bedroegen de prijzen van de betrokken communautaire produkten gedurende de periode van onderzoek 71.

e) Rentabiliteit

(36) De Commissie stelde vast dat de financiële resultaten van de communautaire bedrijfstak achteruitgingen tussen 1989 en de periode van onderzoek. Tot aan het eind van 1989 realiseerde de communautaire bedrijfstak winsten die als redelijk werden beschouwd. De ernstige prijsdaling die aan het eind van 1989 inzette, leidde evenwel tot aanzienlijke verliezen die gedurende de periode van onderzoek aanhielden.

4. Conclusie in verband met de schade

(37) In het licht van het bovenstaande oordeelt de Commissie dat de communautaire bedrijfstak aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2423/88, hoofdzakelijk in de vorm van verminderde winsten en verlies aan marktaandeel ten gevolge van prijsdalingen en -onderbiedingen.

E. CAUSALITEIT

1. Gevolgen van de invoer met dumping

(38) Uit het onderzoek van de Commissie bleek dat de stijging van de invoer met dumping tegen steeds lagere prijzen samenviel met de daling van de prijzen van de communautaire bedrijfstak. Gezien de doorzichtigheid van de prijzen op de markt oefenden deze lage prijzen van de Japanse uitvoer duidelijk een neerwaartse druk uit op de prijsniveaus van de communautaire bedrijfstak. Bovendien verloor de communautaire bedrijfstak marktaandeel aangezien hij niet in staat was zijn prijzen nog meer te verlagen om deze aan te passen aan de prijzen die ten gevolge van de invoer met dumping op de markt tot stand waren gekomen. Hij verloor zo bovendien ook nog het voordeel van de explosieve stijging van de vraag in de periode van 1987 tot 1990 en kon niet profiteren van de schaalvoordelen die het gevolg zouden zijn geweest van een grotere verkoop. Al deze elementen brachten de communautaire bedrijfstak in een steeds ongunstiger positie.

(39) Eén exporteur voerde aan dat de prijsdaling het gevolg was van een betere technologie en betere "know-how", hetgeen tot een daling van de produktiekosten zou hebben geleid.

Sommige Japanse exporteurs voerden bovendien aan dat de produktiviteit van de communautaire bedrijfstak lager ligt en eisten dat met dit element rekening zou worden gehouden bij de beoordeling van de schade. De Commissie kon deze zienswijze niet onderschrijven. Er zij aan herinnerd dat de communautaire bedrijfstak door de invoer met dumping niet kon profiteren van de kostenvoordelen die voortvloeiden uit de schaalvoordelen die het gevolg waren van de explosieve groei van de markt voor thermokopieerpapier. Bovendien zijn kostenvoordelen voor een exporteur in een anti-dumpingprocedure slechts relevant in zoverre zij zowel in de prijzen bij uitvoer als in de prijzen op de binnenlandse markt tot uiting komen, zonder enige discriminatie tussen beide. Indien de Japanse exporteurs die in de Gemeenschap prijzen hanteren die lager liggen dan de produktiekosten, niet met dumping hadden uitgevoerd, zouden hun prijzen aanzienlijk hoger hebben gelegen. De communautaire bedrijfstak zou dan hebben kunnen verkopen tegen prijzen die een redelijke winstmarge mogelijk maakten.

2. Andere factoren

(40) Voorts bleek dat de ingevoerde hoeveelheden en de prijzen van de invoer uit andere derde landen niet als oorzaak van de vastgestelde schade konden worden aangewezen, aangezien deze invoer verwaarloosbaar was vergeleken met de communautaire markt voor faxpapier in haar geheel. In verband met deze invoer werd geen prijsonderbieding geconstateerd.

F. COMMUNAUTAIR BELANG

1. Algemene overwegingen

(41) De opheffing van onbillijke handelspraktijken door anti-dumpingmaatregelen zal de eerlijke concurrentie in de Gemeenschap herstellen. In de huidige omstandigheden verkopen de Japanse bedrijven inderdaad onder de kosten en met dumping. Indien de snelle prijsdaling ten gevolge van invoer met dumping uit Japan geen halt wordt toegeroepen en geen winstgevende prijsniveaus worden hersteld, zal de communautaire bedrijfstak van faxpapier te kampen krijgen met een verdere verslechtering van zijn reeds verzwakte positie en is de kans groot dat de bedrijfstak totaal instort. De negatieve gevolgen van deze mogelijke ontwikkelingen zouden zijn dat de Gemeenschap niet meer over een technologisch geavanceerde bedrijfstak beschikt, hetgeen ongunstig zou zijn voor het wetenschappelijk onderzoek, de produktontwikkeling en de werkgelegenheid. Wanneer men deze negatieve gevolgen afweegt tegen de belangen op korte termijn van de eindgebruikers, die weliswaar voordeel zouden halen uit leveringen van faxpapier tegen lagere prijzen, spreekt het vanzelf dat de Gemeenschap meer belang heeft bij de ondersteuning op lange termijn van een leefbare bedrijfstak in deze sector. Bovendien zou een prijsstijging van het faxpapier normaal gezien een verwaarloosbaar effect hebben voor de totale bedrijfskosten van ondernemingen en openbare instellingen (die de belangrijkste eindgebruikers van faxpapier zijn).

2. Verwerkers

(42) Sommigen van de betrokken importeurs voerden aan dat de beoogde maatregelen en de hieruit voortvloeiende prijsstijgingen op de communautaire markt de verwerkers in een onhoudbare positie zouden brengen. Vastgesteld werd evenwel dat de verwerkers, als tussenschakels, de prijsstijgingen ten gevolge van anti-dumpingheffingen zouden kunnen afwentelen op de volgende onderneming in de keten en dat de heffing uiteindelijk zou worden doorberekend aan de eindgebruiker/consument.

(43) Rekening houdend met alle betrokken elementen is het in het belang van de Gemeenschap dat de bedrijfstak wordt beschermd.

G. VOORLOPIG RECHT

(44) Om de tijdens de procedure door de communautaire bedrijfstak geleden schade op te heffen dient zijn rentabiliteit te worden hersteld. Te dien einde dient de communautaire bedrijfstak derhalve in een positie te worden gebracht waarin hij zijn verkoopprijzen kan verhogen.

(45) De Commissie heeft derhalve voor de meest representatieve door de communautaire bedrijfstak geproduceerde types faxpapier een streefprijs berekend die gebaseerd is op de reële gewogen gemiddelde produktiekosten van de betrokken types vermeerderd met een redelijke winstmarge.

(46) De Commissie is van oordeel dat, gezien de betrekkelijke korte technische levenscyclus van faxpapier, op zijn minst een winstmarge van 18 % vóór belasting noodzakelijk is om onder meer de investeringen in bedrijfsinstallaties, onderzoek en ontwikkeling te dekken. Deze winstmarge stemt ook overeen met die welke door de Japanse producenten op hun binnenlandse markt wordt verwezenlijkt.

(47) De Commissie heeft het verschil berekend tussen de werkelijke verkoopprijzen van de uit Japan in de Gemeenschap ingevoerde produkten en de schadedrempel van de communautaire bedrijfstak, dat wil zeggen de produktiekosten plus een redelijke winstmarge.

(48) Berekend volgens deze methode bedroeg het grootste verschil op cif-grens-Gemeenschap-grondslag voor de ondernemingen die aan het onderzoek van de Commissie medewerkten 54,9 %. De individuele verschillen berekend voor elke Japanse onderneming overschreden de voor deze ondernemingen vastgestelde dumpingmarges. Bijgevolg dient de heffing die deze ondernemingen moet worden opgelegd overeen te stemmen met de vastgestelde dumpingmarges, te weten:

- Jujo Paper Co. Ltd, Tokio: 0,0 %

- Kanzaki Paper Manufacturing Co. Ltd,

Tokio: 10,3 %

- Mitsubishi Paper Mills Ltd, Tokio: 24,7 %

- Tomoegawa Paper Co. Ltd, Tokio: 24,8 %.

(49) Zoals vermeld in overweging 4 wordt deze zaak gekenmerkt door het feit dat verscheidene Japanse producenten die ongeveer 30 % van de invoer van faxpapier van oorsprong uit Japan in de Gemeenschap voor hun rekening nemen, geen medewerking hebben verleend aan dit onderzoek.

De Commissie heeft beslist dat de heffing die deze ondernemingen moet worden opgelegd, dient te worden gebaseerd op de beschikbare gegevens. In dit geval is dat het grootste verschil dat werd vastgesteld tussen de Japanse verkoopprijzen in de Gemeenschap en de schadedrempel die voor de communautaire bedrijfstak werd vastgesteld, dat wil zeggen 54,9 %, hetgeen minder is dan de dumpingmarge die voor deze ondernemingen werd berekend (zie overweging 23).

(50) Er dient een periode te worden vastgesteld binnen welke de betrokken partijen hun standpunten schriftelijk bekend kunnen maken en kunnen verzoeken om te worden gehoord. Bovendien zij erop gewezen dat alle bevindingen in het kader van deze verordening voorlopig zijn en eventueel moeten worden herzien met het oog op de instelling van een definitief recht dat de Commissie kan voorstellen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Op de invoer van thermokopieerpapier van oorsprong uit Japan bedoeld om in kopieerapparaten te worden gebruikt en ingedeeld onder de GN-codes ex 3703 90 90 (Taric-code 3703 90 90 * 10) en ex 4810 11 90 (Taric-code 4810 11 90 * 10), wordt een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld.

2. Het anti-dumpingrecht voor de in lid 1 genoemde produkten bedraagt 54,9 % (Taric aanvullende code 8602) en wordt uitgedrukt als een percentage van de netto-prijs, franco grens Gemeenschap, niet ingeklaard. Wanneer de produkten evenwel worden vervaardigd door de volgende ondernemingen bedraagt het anti-dumpingrecht, uitgedrukt als een percentage van de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, niet ingeklaard, voor

- Kanzaki Paper Manufacturing Co. Ltd, Tokio

(Taric aanvullende code 8598): 10,3 %

- Mitsubishi Paper Mills Ltd, Tokio

(Taric aanvullende code 8599): 24,7 %

- Tomoegawa Paper Co. Ltd, Tokio

(Taric aanvullende code 8600): 24,8 %.

Er worden geen anti-dumpingrechten geheven op de produkten van Jujo Paper Co. Ltd, Tokio (Taric aanvullende code 8601).

Artikel 2

Onverminderd het bepaalde in artikel 7, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2423/88 kunnen de betrokken partijen binnen 30 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening hun standpunt schriftelijk kenbaar maken en verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 11, 12 en 13 van Verordening (EEG) nr. 2423/88 is artikel 1 van de onderhavige verordening van toepassing voor een periode van vier maanden of tot het tijdstip waarop de Raad vóór het verstrijken van deze periode definitieve maatregelen vaststelt. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 23 september 1991. Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1. (2) PB nr. C 16 van 24. 1. 1991, blz. 3.