Home

VERORDENING (EEG) Nr. 3163/91 VAN DE RAAD van 28 oktober 1991 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor meloenen van oorsprong uit Israël (1991/1992) #

VERORDENING (EEG) Nr. 3163/91 VAN DE RAAD van 28 oktober 1991 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor meloenen van oorsprong uit Israël (1991/1992) #

VERORDENING (EEG) Nr. 3163/91 VAN DE RAAD van 28 oktober 1991 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor meloenen van oorsprong uit Israël (1991/1992)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat in het Vierde Aanvullend Protocol bij de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Staat Israël (1) in artikel 1 is voorzien in de opening van een communautair tariefcontingent voor de invoer in de Gemeenschap van 9 500 ton meloenen, vallende onder GN-code ex 0807 10 90, van oorsprong uit Israël (1 november 1991 tot en met 31 mei 1992);

Overwegende dat binnen de grenzen van dit tariefcontingent het douanerecht geleidelijk wordt opgeheven gedurende de perioden en in het tempo als bepaald in de artikelen 75, 243 en 268 van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal;

Overwegende dat binnen de grenzen van dit tariefcontingent Spanje en Portugal douanerechten toepassen die berekend worden in overeenstemming met bepalingen ter zake van Verordening (EEG) nr. 4162/87 van de Raad van 21 december 1987 tot vaststelling van de regeling die van toepassing is op het handelsverkeer van Spanje en Portugal met Israël (2); dat dit communautaire tariefcontingent derhalve voor de periode van 1 november 1991 tot en met 31 mei 1992 dient te worden geopend;

Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contingent en dat de aan dit contingent verbonden rechten in alle Lid-Staten zonder onderbreking worden toegepast op alle invoer van het betrokken produkt totdat het contingent geheel is benut; dat de nodige maatregelen dienen te worden genomen om een gemeenschappelijk en doeltreffend beheer van dit tariefcontingent te waarborgen waarbij voor de Lid-Staten wordt voorzien in de mogelijkheid om uit het contingent de nodige hoeveelheden op te nemen, overeenkomstig de geconstateerde werkelijke invoer; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie vergt;

Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van dit contingent kan worden verricht door een van haar leden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het douanerecht bij invoer in de Gemeenschap van meloenen van oorsprong uit Israël wordt van 1 november 1991 tot en met 31 mei 1992 geschorst tot de niveaus en binnen de grenzen van het bij dit produkt vermelde communautaire tariefcontingent:

Volg- nummer GN-code (a) Omschrijving Periode Omvang van het contingent (in ton) Contingentrecht (in %) 09.1329 ex 0807 10 90 Meloenen 1. 11. 1991 t/m 31. 5. 1992 9 500 - van 1. 11 t/m 31. 12. 1991: 4,9 - van 1. 1 t/m 31. 5. 1992: 3,9

(a) Taric-codes:

09.1329 ex 0807 10 90 0807 10 90 (*) 12 0807 10 90 (*) 13 0807 10 90 (*) 14 0807 10 90 (*) 23 0807 10 90 (*) 24 0807 10 90 (*) 31 0807 10 90 (*) 33 0807 10 90 (*) 34 0807 10 90 (*) 43 0807 10 90 (*) 44

Binnen de grenzen van dit tariefcontingent passen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek rechten toe, berekend overeenkomstig de bepalingen ter zake in Verordening (EEG) nr. 4162/87.

Artikel 2

Het in artikel 1 bedoelde tariefcontingent wordt beheerd door de Commissie, die alle nodige administratieve maatregelen kan nemen met het oog op een doeltreffend beheer ervan.

Artikel 3

Indien een importeur in een Lid-Staat, voor het produkt bedoeld in deze verordening, een aangifte tot het in het vrije verkeer brengen indient waarin een aanvraag om voor een preferentie in aanmerking te komen is opgenomen, en indien deze aangifte door de douaneautoriteiten wordt aanvaard, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming uit het overeenkomstige contingent van een hoeveelheid die met deze behoeften overeenstemt.

De verzoeken tot opneming met opgave van de datum waarop de betrokken aangiften zijn aanvaard, worden onverwijld aan de Commissie meegedeeld.

De opnemingen worden door de Commissie toegestaan met inachtneming van de datum waarop de aangiften tot het in het vrije verkeer brengen zijn aanvaard door de douaneautoriteiten van de betrokken Lid-Staat, voor zover het beschikbare saldo dit toelaat.

Indien een Lid-Staat de opgenomen hoeveelheden niet benut, stort hij deze zo spoedig mogelijk terug in het contingent.

Indien de gevraagde hoeveelheden hoger zijn dan het beschikbare saldo van het contingent, geschiedt de toedeling pro rata van de verzoeken. De Lid-Staten worden over de verrichte opnemingen door de Commissie ingelicht.

Artikel 4

Elke Lid-Staat waarborgt de importeurs van het betrokken produkt een gelijke en ononderbroken toegang tot het contingent zolang het saldo van het contingent zulks toelaat.

Artikel 5

De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te bereiken dat deze verordening wordt nagekomen.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op 1 november 1991. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Luxemburg, 28 oktober 1991. Voor de Raad

De Voorzitter

J. M. M. RITZEN

(1) PB nr. L 327 van 30. 11. 1988, blz. 36. (2) PB nr. L 396 van 31. 12. 1987, blz. 1.