VERORDENING (EEG) Nr. 395/92 VAN DE COMMISSIE van 17 februari 1992 betreffende het beëindigen van de visserij op kabeljauw, schelvis, wijting, schol, tong, heek, zeeduivel en sprot door vissersvaartuigen die de vlag voeren van Nederland #
VERORDENING (EEG) Nr. 395/92 VAN DE COMMISSIE van 17 februari 1992 betreffende het beëindigen van de visserij op kabeljauw, schelvis, wijting, schol, tong, heek, zeeduivel en sprot door vissersvaartuigen die de vlag voeren van Nederland #
VERORDENING ( EEG ) Nr . 395/92 VAN DE COMMISSIE van 17 februari 1992 betreffende het beëindigen van de visserij op kabeljauw, schelvis, wijting, schol, tong, heek, zeeduivel en sprot door vissersvaartuigen die de vlag voeren van Nederland
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 2241/87 van de Raad van 23 juli 1987 houdende vaststelling van bepaalde maatregelen voor controle op de activiteiten van vissersvaartuigen ( 1 ), gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3483/88 ( 2 ), inzonderheid op artikel 11, lid 3,
Overwegende dat Verordening ( EEG ) nr . 3882/91 van de Raad van 18 december 1991 inzake de vaststelling van de voor 1992 geldende totaal toegestane vangsten voor bepaalde visbestanden of groepen visbestanden en bepaalde bij de visserij in het kader van de totaal toegestane vangsten in acht te nemen voorschriften (3 ) quota vastlegt voor kabeljauw, schelvis, wijting, schol, tong, heek, zeeduivel en sprot voor 1992;
Overwegende dat het, om de naleving te waarborgen van de bepalingen inzake de kwantitatieve beperking van de vangsten uit bepaalde bestanden, waarvoor een quotum is vastgesteld, noodzakelijk is dat de Commissie de datum vastlegt waarop het toegewezen quotum wordt geacht volledig te zijn gebruikt ten gevolge van de vangsten verricht door de vaartuigen die de vlag voeren van een Lid-Staat;
Overwegende dat de quota toegewezen aan Nederland voor 1992 voor kabeljauw in de wateren van de ICES-gebieden III a Skagerrak, VII a, VII b,c,d,e,f,g,h,j,k, VIII, IX, X; CECAF 34.1.1 ( EG-zone ), voor schelvis in de wateren van de ICES-gebieden III a en III b,c,d ( EG-zone ), voor wijting in de wateren van de ICES-gebieden III a, VII a en VII b,c,d,e,f,g,h,j,k, voor schol in de wateren van de ICES-gebieden III a Skagerrak, VII a en VII h,j,k, voor tong in de wateren van de ICES-gebieden III a, III b,c,d ( EG-zone ), VII a, VII h,j,k en VIII a,b, voor heek in de wateren van de ICES-gebieden V b ( EG-zone ), VI, VII, XII, XIV en VIII a,b,d,e, voor zeeduivel in de wateren van de ICES-gebieden V b ( EG-zone ), VI, XII, XIV en VII en voor sprot in de wateren van ICES-gebied VII d,e geacht worden te zijn gebruikt op grond van uitwisselingen; dat Nederland de visserij op deze bestanden verboden heeft met ingang van 1 januari 1992; dat het daarom noodzakelijk is deze datum aan te houden,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
De quota voor kabeljauw in de wateren van de ICES-gebieden III a Skagerrak, VII a, VII b,c,d,e,f,g,h,j,k, VIII, IX, X; CECAF 34.1.1 ( EG-zone ), voor schelvis in de wateren van de ICES-gebieden III a en III b,c,d ( EG-zone), voor wijting in de wateren van de ICES-gebieden III a, VII a en VII b,c,d,e,f,g,h,j,k, voor schol in de wateren van de ICES-gebieden III a Skagerrak, VII a en VII h,j,k, voor tong in de wateren van de ICES-gebieden III a, III b,c,d ( EG-zone ), VII a, VII h,j,k en VIII a,b, voor heek in de wateren van de ICES-gebieden V b ( EG-zone ), VI, VII, XII, XIV en VIII a,b,d,e, voor zeeduivel in de wateren van de ICES-gebieden V b ( EG-zone ), VI, XII, XIV en VII en voor sprot in de wateren van ICES-gebied VII d,e die aan Nederland voor 1992 zijn toegewezen, worden geacht volledig te zijn gebruikt .
De visserij op kabeljauw in de wateren van de ICES-gebieden III a Skagerrak, VII a, VII b,c,d,e,f,g,h,j,k, VIII, IX, X; CECAF 34.1.1 ( EG-zone ), op schelvis in de wateren van de ICES-gebieden III a en III b,c,d ( EG-zone ), op wijting in de wateren van de ICES-gebieden III a, VII a en VII b,c,d,e,f,g,h,j,k, op schol in de wateren van de ICES-gebieden III a Skagerrak, VII a en VII h,j,k, op tong in de wateren van de ICES-gebieden III a, III b,c,d ( EG-zone ), VII a, VII h,j,k en VIII a,b, op heek in de wateren van de ICES-gebieden V b ( EG-zone ), VI, VII, XII, XIV en VIII a,b,d,e, op zeeduivel in de wateren van de ICES-gebieden V b ( EG-zone ), VI, XII, XIV en VII en op sprot in de wateren van ICES-gebied VII d,e door vaartuigen die de vlag voeren van Nederland of die in Nederland zijn geregistreerd, is verboden alsmede het aan boord houden, de overlading en het lossen van deze bestanden welke door vermelde vaartuigen gevangen zijn in deze wateren na de datum van toepassing van deze verordening .
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .
Zij is van toepassing vanaf 1 januari 1992 . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .
Gedaan te Brussel, 17 februari 1992 . Voor de Commissie
Karel VAN MIERT
Lid van de Commissie
( 1 ) PB nr . L 207 van 29 . 7 . 1987, blz . 1 . ( 2 ) PB nr . L 306 van 11 . 11 . 1988, blz . 2 . ( 3 ) PB nr . L 367 van 31 . 12 . 1991, blz . 1 .