Home

Verordening (EEG) nr. 1686/92 van de Commissie van 29 juni 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3472/85 betreffende de aankoop en opslag van olijfolie door interventiebureaus

Verordening (EEG) nr. 1686/92 van de Commissie van 29 juni 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3472/85 betreffende de aankoop en opslag van olijfolie door interventiebureaus

VERORDENING (EEG) Nr. 1686/92 VAN DE COMMISSIE van 29 juni 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3472/85 betreffende de aankoop en opslag van olijfolie door interventiebureaus

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 356/92 (2), en met name op artikel 12, lid 4,

Overwegende dat bij artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3472/85 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1524/91 (4), de voor interventie aan te bieden minimumhoeveelheid is vastgesteld; dat, gezien de produktiestructuur in Griekenland en Portugal, voor deze landen voor het verkoopseizoen 1991/1992 andere minimumhoeveelheden moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1429/92 (6), de kenmerken van olijfolie en olie uit afvallen van olijven en de desbetreffende analysemethoden zijn vastgesteld; dat Verordening (EEG) nr. 3472/85 dienovereenkomstig moet worden aangepast door aan te geven welke analysemethoden moeten worden aangewend om de kwaliteit van de aangeboden olie te bepalen;

Overwegende dat met het oog op een vlotte administratieve afwikkeling geen analyses moeten worden uitgevoerd bij kleinere partijen bij eerste persing verkregen olijfolie; dat deze partijen olijfolie echter wel afzonderlijk moeten worden opgeslagen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 3472/85 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 2 wordt lid 3 als volgt gelezen:

"3. Iedere aangeboden partij moet uit ten minste 20 ton olijfolie bestaan. Voor het verkoopseizoen 1991/1992 moet iedere in Griekenland of Portugal aangeboden partij echter ten minste uit de volgende hoeveelheden bestaan:

- 500 kg, indien de aangeboden olie tot een van de in punt 1, onder a) of b) van de bijlage bij Verordening nr. 136/66/EEG vermelde kwaliteitsklassen behoort;

- 1 000 kg, indien de aangeboden olie tot de in punt 1, onder c), van genoemde bijlage vermelde kwaliteitsklasse behoort;

- 2 000 kg, indien de aangeboden olie tot de in punt 1, onder d), van genoemde bijlage vermelde kwaliteitsklasse behoort of indien de aangeboden hoeveelheid is onderverdeeld in twee of meer partijen die tot verschillende in punt 1 van genoemde bijlage vermelde kwaliteitsklassen behoren.".

2. In artikel 2, lid 4, wordt de eerste alinea als volgt gelezen:

"4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1, wordt de aanbieding slechts aanvaard indien het interventiebureau:

a) wat andere bij de eerste persing verkregen olie dan olie voor verlichting betreft, aan de hand van de in de bijlagen II, III, IX, X.A en X.B, en XI bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 opgenomen methoden heeft geconstateerd dat de fysisch-chemische kenmerken van de aangeboden olie overeenkomen met die welke voor een van de categorieën bij de eerste persing verkregen olijfolie, andere dan voor verlichting, zijn aangegeven in bijlage I bij die verordening;

b) wat de bij de eerste persing verkregen olijfolie voor verlichting betreft, aan de hand van de in de bijlagen II, IV, V, VI, VII, VIII en X.A, punt 6, van Verordening (EEG) nr. 2568/91 opgenomen mthoden heeft geconstateerd dat de fysisch-chemische kenmerken van de aangeboden olie overeenkomen met die welke voor de categorie bij de eerste persing verkregen olijfolie zijn aangegeven in de bijlage bij die verordening;

c) heeft geconstateerd dat de radioactiviteit van de aangeboden olie de in de communautaire wetgeving vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus niet overschrijdt. Voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap die zijn besmet als gevolg van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl gelden de in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3955/87 van de Raad (*) vastgestelde niveaus. Alleen als dat in verband met de situatie nodig is, wordt de mate van radioactiviteit van het produkt gecontroleerd, en alleen gedurende de periode waarin dat nodig is. De geldigheidsduur en de draagwijdte van de controlemaatregelen worden zo nodig vastgesteld volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG.

Het bepaalde in de vorige alinea is, behoudens twijfel over de aard van de aangeboden olie, niet van toepassing voor partijen van niet meer dan 1 ton.

(*) PB nr. L 371 van 30. 12. 1987, blz. 14.".

3. In artikel 3 wordt lid 2 als volgt gelezen:

"2. De aankoopprijs wordt aangepast door op de interventieprijs de in de bijlage vermelde toeslagen en kortingen toe te passen.

De aanpassingen voor andere bij de eerste persing verkregen oliën dan olie voor verlichting mogen slechts worden toegekend voor olie waarvan is geconstateerd dat de kenmerken ervan overeenkomen met die welke bedoeld zijn in artikel 2, lid 4, onder a).

Voor andere bij de eerste persing verkregen olijfolie dan olie voor verlichting worden de organoleptische kenmerken onderzocht volgens de methode die is aangegeven in bijlage XII bij Verordening (EEG) nr. 2568/91. De analyse wordt uitgevoerd vóór de in artikel 2, lid 4, bedoelde analyses.".

4. In artikel 8 wordt aan lid 1 de volgende alinea toegevoegd:

"Met in het verkoopseizoen 1991/1992 in Griekenland of Portugal aangekochte partijen van niet meer dan 1 ton moeten voor de opslag andere partijen worden gevormd dan met die waarvoor de in artikel 2 van deze verordening bedoelde analyses zijn verricht.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 1992. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 29 juni 1992. Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

(1) PB nr. 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66. (2) PB nr. L 39 van 15. 2. 1992, blz. 1. (3) PB nr. L 333 van 11. 12. 1985, blz. 5. (4) PB nr. L 142 van 6. 6. 1991, blz. 24. (5) PB nr. L 248 van 5. 9. 1991, blz. 1. (6) PB nr. L 150 van 2. 6. 1992, blz. 17.