Verordening (EEG) nr. 3955/92 van de Raad van 21 december 1992 betreffende de sluiting namens de Europese Economische Gemeenschap van de Overeenkomst betreffende de oprichting van een Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie tussen de Verenigde Staten van Amerika, Japan, de Russische Federatie en, optredende als één partij, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Economische Gemeenschap
Verordening (EEG) nr. 3955/92 van de Raad van 21 december 1992 betreffende de sluiting namens de Europese Economische Gemeenschap van de Overeenkomst betreffende de oprichting van een Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie tussen de Verenigde Staten van Amerika, Japan, de Russische Federatie en, optredende als één partij, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Economische Gemeenschap
VERORDENING (EEG) Nr. 3955/92 VAN DE RAAD van 21 december 1992 betreffende de sluiting namens de Europese Economische Gemeenschap van de Overeenkomst betreffende de oprichting van een Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie tussen de Verenigde Staten van Amerika, Japan, de Russische Federatie en, optredende als één partij, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Economische Gemeenschap
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement (1),
Overwegende dat de sluiting namens de Europese Economische Gemeenschap van de Overeenkomst betreffende de oprichting van een Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie tussen de Verenigde Staten van Amerika, Japan, de Russische Federatie en, optredende als één partij, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Economische Gemeenschap, de doelstellingen van de Gemeenschappen zal helpen bereiken; dat het Verdrag afgezien van artikel 235, niet voorziet in bevoegdheden voor de aanneming van deze verordening,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De Overeenkomst betreffende de oprichting van een Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie tussen de Verenigde Staten van Amerika, Japan, de Russische Federatie en, optredende als één partij, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Economische Gemeenschap, alsmede de verklaring van de Gemeenschap met betrekking tot artikel I, worden namens de Europese Economische Gemeenschap goedgekeurd.
De teksten van de Overeenkomst en de verklaring zijn aan deze verordening gehecht.
Artikel 2
De Voorzitter van de Raad doet namens de Europese Economische Gemeenschap de in artikel XVIII van de Overeenkomst bedoelde kennisgeving (2).
Artikel 3
1. De Gemeenschappen worden in de Raad van Bestuur van het Centrum vertegenwoordigd door het Voorzitterschap van de Raad en door de Commissie, die elk één lid aanwijzen voor de Raad van Bestuur.
2. De Commissie is in het algemeen verantwoordelijk voor de afhandeling van aangelegenheden in verband met het Centrum.
Tijdig vóór de vergaderingen van de Raad van Bestuur van het Centrum wordt de Raad volledig ingelicht over de aangelegenheden die tijdens die vergaderingen zullen worden besproken en de beleidslijnen van de Commissie ter zake.
Onverminderd lid 3 verwoordt de Commissie het standpunt van de Gemeenschappen tegenover de Raad van Bestuur.
3. Voor aangelegenheden die vallen onder artikel III, punt v), en de artikelen V en XIII, wordt het standpunt van de Gemeenschappen bepaald door de Raad en in de regel verwoord door het Voorzitterschap, tenzij de Raad anders besluit. Voor aangelegenheden die vallen onder artikel IV, onder B, i) en v), en artikel IV, onder E, wordt het standpunt van de Gemeenschappen bepaald door de Raad en in de regel verwoord door de Commissie, tenzij de Raad anders besluit, met name wanneer het gaat om bepaalde gebieden waarop ervaring en expertise voornamelijk bij de Lid-Staten berusten.
4. Bij de bepaling van het standpunt van de Gemeenschappen overeenkomstig lid 3, besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid.
Indien er een besluit genomen wordt waarbij ingevolge lid 3 het standpunt van de Gemeenschappen, in tegenstelling tot de algemene regel, door de Commissie of in voorkomend geval door het Voorzitterschap verwoord wordt, besluit de Raad met eenvoudige meerderheid.
5. Besluiten over projecten die door de Gemeenschappen gefinancierd of gecofinancierd worden, worden genomen op grond van en in overeenstemming met de procedure als vervat in Verordening (EEG) nr. 2157/91 (1) of daaropvolgende verordeningen ter zake.
6. De Gemeenschappen worden in het bij artikel IV, onder D, van de Overeenkomst ingesteld Raadgevend Wetenschappelijk Comité vertegenwoordigd door deskundigen die door de Raad worden aangewezen aan de hand van een door de Commissie voorgestelde lijst met de namen die door de Lid-Staten zijn voorgedragen.
Artikel 4
Het Centrum heeft rechtspersoonlijkheid en geniet de ruimste handelingsbevoegdheid die krachtens de in de Gemeenschappen van toepassing zijnde wetten aan rechtspersonen wordt toegekend en kan, met name, contracten sluiten, roerende en onroerende goederen aankopen en verkopen alsmede in rechte optreden.
Artikel 5
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 21 december 1992.
Voor de Raad
De Voorzitter
D. HURD
(1) PB nr. C 337 van 21. 12. 1992.
(2) De datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst zal door het Secretariaat-generaal van de Raad in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt.
(1) PB nr. L 201 van 24. 7. 1991, blz. 2.