Home

93/184/EEG: Beschikking van de Commissie van 2 februari 1993 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van runderen (huisdieren) en maatregelen tot bescherming van de gezondheid met betrekking tot de invoer van varkens (huisdieren) uit Estland

93/184/EEG: Beschikking van de Commissie van 2 februari 1993 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van runderen (huisdieren) en maatregelen tot bescherming van de gezondheid met betrekking tot de invoer van varkens (huisdieren) uit Estland

BESCHIKKING VAN DE <{COM}>COMMISSIE van 2 februari 1993 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van runderen (huisdieren) en maatregelen tot bescherming van de gezondheid met betrekking tot de invoer van varkens (huisdieren) uit Estland

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesprodukten uit derde landen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1601/92 (2), en met name op de artikelen 8 en 11,

Overwegende dat de Lid-Staten toestemming geven voor de invoer van runderen en varkens (huisdieren) overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 91/496/EEG van de Raad (3), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 92/438/EEG (4);

Overwegende dat bij bezoeken van de veterinaire diensten van de Gemeenschap is gebleken dat op de diergezondheidssituatie in Estland wordt toegezien door veterinaire diensten die, hoewel zij momenteel worden gereorganiseerd, toch ten aanzien van ziekten die door invoer van runderen (huisdieren) kunnen worden overgedragen, voldoende waarborgen kunnen bieden;

Overwegende dat de veterinaire autoriteiten van Estland hebben bevestigd dat dit land sedert 24 maanden vrij is van mond- en klauwzeer en sedert twaalf maanden vrij van runderpest, besmettelijke boviene pleuropneumonie, vesiculaire stomatitis, blue tongue, klassieke varkenspest, Afrikaanse varkenspest, besmettelijke varkensverlamming (Teschener ziekte), vesiculaire varkensziekte en vesiculeus exantheem en dat, behalve tegen klassieke varkenspest, in de voorbije twaalf maanden niet tegen deze ziekten is ingeënt;

Overwegende dat, aangezien in Estland tegen klassieke varkenspest wordt ingeënt, voorlopig geen levende varkens in de Gemeenschap mogen worden ingevoerd;

Overwegende dat de veterinaire autoriteiten van Estland zich ertoe hebben verbonden de Commissie en de Lid-Staten binnen 24 uur per telex- of per faxbericht van de bevestiging van de uitbraak van een van bovengenoemde ziekten of van het besluit om tegen een van die ziekten in te enten, in kennis te stellen en om binnen een passende termijn van eventueel voorgestelde wijzigingen in de Estlandse voorschriften voor de invoer van runderen en varkens mededeling te doen;

Overwegende dat rundertuberculose en -brucellose in Estland nagenoeg volledig zijn uitgeroeid; dat vaccinatie tegen runderbrucellose niet is toegestaan; dat de door de bevoegde autoriteiten van Estland genomen maatregelen om een heropleving van deze ziekten te voorkomen, toereikend zijn om de status van de Estlandse beslagen, met uitzondering van die waarvoor officiële beperkende maatregelen gelden, met die van de beslagen in de Gemeenschap die als officieel tuberculosevrij of officieel brucellosevrij zijn erkend, te kunnen gelijkstellen;

Overwegende dat de veterinaire autoriteiten van Estland zich ertoe hebben verbonden op het op grond van deze beschikking afgeven van certificaten officieel toezicht te houden en erop toe te zien dat alle desbetreffende certificaten, aangiften en verklaringen op grond waarvan uitvoercertificaten kunnen zijn afgegeven, gedurende ten minste twaalf maanden na de verzending van de betrokken dieren in officiële gegevensbestanden worden bewaard;

Overwegende dat de veterinaire autoriteiten van Estland zich ertoe hebben verbonden geen toestemming te geven om de in de bijlagen bij deze beschikking vastgestelde certificaten af te geven voor in Estland ingevoerde dieren, tenzij deze invoer heeft plaatsgevonden onder veterinaire voorwaarden die ten minste even stringent zijn als die welke zijn vastgesteld bij Richtlijn 72/462/EEG en bij de relevante beschikkingen ter zake;

Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Veterinair Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1. Onverminderd het bepaalde in de leden 2, 3 en 4 staan de Lid-Staten invoer uit Estland toe van de hierna omschreven dieren:

a) fok- of gebruiksrunderen (huisdieren) die aan de in het gezondheidscertificaat overeenkomstig bijlage A vermelde voorwaarden voldoen en die van een dergelijk certificaat vergezeld gaan;

b) slachtrunderen (huisdieren) die aan de in het gezondheidscertificaat overeenkomstig bijlage B vermelde voorwaarden voldoen en die van een dergelijk certificaat vergezeld gaan.

2. De Lid-Staten staan de invoer uit Estland van in lid 1 bedoelde runderen (huisdieren) die in Estland zijn ingevoerd, slechts toe wanneer die invoer uit de Gemeenschap of uit een in de lijst in de bijlage bij Beschikking 79/542/EEG van de Raad (5) opgenomen derde land is geschied, voor zover die beschikking betrekking heeft op huisdieren van deze soort, en uitsluitend wanneer de invoer is geschied onder ten minste even stringente veterinaire voorwaarden als die welke zijn vastgesteld bij Richtlijn 72/462/EEG, hoofdstuk II, en bij de relevante beschikkingen ter zake.

3. De Lid-Staten eisen dat dieren die op grond van deze beschikking aan de hand van bepaalde tests worden onderzocht, onder door een officiële dierenarts van Estland goedgekeurde voorwaarden, vanaf het tijdstip waarop de eerste test wordt verricht tot op dat van inlading, van alle evenhoevige dieren die niet voor uitvoer naar de Gemeenschap zijn bestemd of die geen met de gezondheidsstatus van dergelijke dieren overeenkomende gezondheidsstatus hebben, afgezonderd worden gehouden.

4. De Lid-Staten staan alleen dan toe dat runderen uit Estland op hun grondgebied worden binnengebracht, wanneer die runderen

a) afkomstig zijn uit beslagen waarvan de veterinaire autoriteiten van Estland hebben verklaard dat zij vrij zijn van enzooetische boviene leukose, zoals omschreven in bijlage C bij de onderhavige beschikking, en in de laatste dertig dagen vóór de uitvoer met negatief resultaat individueel op enzooetische boviene leukose zijn onderzocht overeenkomstig bijlage I bij Beschikking 91/189/EEG van de Commissie (6), of

b) bestemd zijn voor de vleesproduktie, niet ouder zijn dan dertig maanden, afkomstig zijn uit beslagen die vallen onder een nationaal programma voor de uitroeiing van enzooetische boviene leukose en waarin sinds ten minste twee jaar geen enkele aanwijzing van die ziekte is gevonden, en blijvend zijn gemerkt zoals omschreven in bijlage D bij de onderhavige beschikking, of

c) afkomstig zijn uit beslagen die onder een nationaal programma voor de uitroeiing van enzooetische boviene leukose vallen, rechtstreeks naar een slachthuis zijn verzonden en binnen vijf werkdagen na aankomst aldaar zijn geslacht.

Bij de onder b) en c) bedoelde dieren zien de Lid-Staten door middel van controles erop toe dat deze dieren duidelijk worden geïdentificeerd; zij houden deze dieren onder toezicht totdat zij worden geslacht en nemen de nodige maatregelen om besmetting van inheemse beslagen te voorkomen.

Artikel 2

De Lid-Staten mogen ten aanzien van uit Estland ingevoerde dieren dezelfde aanvullende gezondheidsvoorwaarden toepassen als die welke zij in het kader van een aan de Commissie voorgelegd en door haar goedgekeurd nationaal programma voor de uitroeiing, de preventie of de bestrijding van dergelijke ziekten, voor andere dieren toepassen.

Als overgangsmaatregel mogen de Lid-Staten dit artikel ten aanzien van nationale programma's die aan de Commissie zijn voorgelegd, maar nog niet door haar zijn goedgekeurd, tot en met 31 december 1993 toepassen. In dat geval verstrekken zij de Commissie en de andere Lid-Staten over de toe te passen gezondheidsvoorwaarden onverwijld de nodige bijzonderheden.

Artikel 3

De Lid-Staten verlangen voor het binnenbrengen van runderen uit Estland op hun grondgebied als garantie dat de in te voeren dieren niet tegen mond- en klauwzeer zijn ingeënt.

Artikel 4

De Lid-Staten staan geen invoer toe van varkens (huisdieren) uit Estland.

Artikel 5

Deze beschikking is van toepassing met ingang van de zestigste dag na de kennisgeving ervan aan de Lid-Staten.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 2 februari 1993.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 302 van 31. 12. 1972, blz. 28.(2) PB nr. L 173 van 27. 6. 1992, blz. 13.(3) PB nr. L 268 van 24. 9. 1991, blz. 56.(4) PB nr. L 243 van 25. 8. 1992, blz. 27.(5) PB nr. L 146 van 14. 6. 1979, blz. 15.(6) PB nr. L 96 van 17. 4. 1991, blz. 1.

BIJLAGE A

GEZONDHEIDSCERTIFICAAT voor fok- en gebruiksrunderen (huisdieren) bestemd voor verzending naar de Europese Economische Gemeenschap

(Dit certificaat moet de zending vergezellen. Het geldt alleen voor dieren van een zelfde categorie - fok- of gebruiksdieren - die in een zelfde spoorwagon, vrachtwagen, vliegtuig of schip worden vervoerd naar dezelfde bestemming. Het moet worden ingevuld op de datum van inlading en alle aangegeven termijnen lopen op die datum af.)

Nr.: .

Land van uitvoer: Estland

Ministerie: .

Bevoegde instantie van afgifte: .

Land van bestemming: .

Referentie: .

(Facultatief)

Verwijzing naar het begeleidende welzijnscertificaat: .

I. Aantal dieren: .

(In letters)

/* Tabellen: zie PB */

III. Herkomst van de dieren

Naam en adres van het bedrijf, respectievelijk van de bedrijven, van herkomst: .

.

.

IV. Bestemming van de dieren

De dieren worden verzonden:

uit: .

(Plaats van inlading)

naar: .

(Plaats van bestemming)

per spoorwagon/vrachtwagen/vliegtuig/schip: .

(Het transportmiddel vermelden, samen met het kenteken, het vluchtnummer of de geregistreerde naam, al naar gelang van het geval)

Naam en adres van de afzender: .

.

Naam en adres van de geadresseerde: .

.

V. Gezondheidsverklaring

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart hierbij:

1. dat Estland sedert 24 maanden vrij is van mond- en klauwzeer en sedert twaalf maanden vrij is van runderpest, besmettelijke boviene pleuropneumonie, vesiculaire stomatitis en blue tongue, dat in de voorbije twaalf maanden niet tegen deze ziekten is ingeënt en dat de invoer van tegen mond- en klauwzeer ingeënte dieren is verboden;

2. dat de in dit certificaat beschreven dieren aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) - zij zijn geboren op Estlands grondgebied en hebben daar sinds hun geboorte verbleven,

of

- zij zijn ten minste zes maanden geleden uit een Lid-Staat van de Gemeenschap of uit een derde land dat is opgenomen in de lijst in de bijlage bij Beschikking 79/542/EEG van de Raad, ingevoerd met inachtneming van veterinaire voorwaarden die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen in Richtlijn 72/462/EEG van de Raad en in de daaruit voortvloeiende beschikkingen;

(Doorhalen wat niet van toepassing is)

b) zij zijn heden onderzocht en vertonen geen klinische ziekteverschijnselen;

c) zij zijn niet ingeënt tegen mond- en klauwzeer;

d) zij komen uit beslagen ten aanzien waarvan geen beperkende maatregelen gelden in het kader van de Estlandse wetgeving inzake uitroeiing van tuberculose,

- zij hebben negatief gereageerd op een intradermale tuberculinatie die in de voorbije 30 dagen is verricht;

(De vermelding betreffende de test doorhalen indien het certificaat betrekking heeft op dieren die jonger zijn dan zes weken)

e) zij komen uit beslagen ten aanzien waarvan geen beperkende maatregelen gelden in het kader van de Estlandse wetgeving inzake uitroeiing van brucellose,

- bij de dieren is in de voorbije 30 dagen een serumagglutinatietest verricht die een titer van minder dan 30 internationale agglutinatie-eenheden per milliliter heeft aangetoond,

- zij zijn niet tegen brucellose ingeënt;

(De vermelding betreffende de test doorhalen indien het certificaat betrekking heeft op dieren die jonger zijn dan twaalf maanden of op mannelijke gecastreerde dieren, ongeacht de leeftijd)

f) - zij komen uit beslagen waarvan de veterinaire autoriteiten van Estland hebben verklaard dat zij vrij zijn van enzooetische boviene leukose, zoals omschreven in bijlage C bij Beschikking 93/184/EEG van de Commissie, en zijn in de laatste 30 dagen met negatief resultaat individueel onderzocht op enzooetische boviene leukose,

of

- zij zijn bestemd voor de vleesproduktie, zijn niet ouder dan 30 maanden, afkomstig uit beslagen die door een nationaal programma voor de uitroeiing van enzooetische boviene leukose worden bestreken en waarin in de laatste twee jaar geen enkele aanwijzing van die ziekte is gevonden, en zijn gemerkt zoals omschreven in bijlage D bij Beschikking 93/184/EEG;

(Doorhalen al naar gelang van de categorie dieren waarvoor dit certificaat geldt)

g) zij vertonen geen enkel klinisch symptoom van mastitis en de melkanalyse (en, in voorkomend geval, de tweede melkanalyse) die in de laatste 30 dagen overeenkomstig bijlage D bij Richtlijn 64/432/EEG van de Raad is verricht, heeft geen karakteristieke ontsteking, geen specifieke pathogene micro-organismen en, in het geval van een tweede analyse, geen aanwezigheid van antibiotica aan het licht gebracht;

(Dit punt doorhalen, tenzij het certificaat betrekking heeft op melkkoeien)

h) het gaat niet om dieren die in het kader van een nationaal programma voor de uitroeiing van besmettelijke ziekten moeten worden opgeruimd;

i) de dieren hebben in de laatste 30 dagen of, indien zij minder dan 30 dagen oud zijn, sedert hun geboorte verbleven op een bedrijf, respectievelijk op bedrijven, waaromheen zich in een gebied met een straal van 20 km volgens de officiële bevindingen van de Estlandse veterinaire autoriteiten in de laatste 30 dagen geen enkel geval van mond- en klauwzeer heeft voorgedaan;

j) zij komen van bedrijven waarvoor er geen bewijzen zijn dat daar:

- in de laatste 30 dagen miltvuur,

- in de laatste twaalf maanden brucellose,

- in de laatste zes maanden tuberculose,

- in de laatste zes maanden rabies

is voorgekomen;

k) de volgende test(s) is (zijn) met negatief resultaat verricht en ten aanzien van deze dieren gelden de volgende garanties, zoals geëist door een Lid-Staat op grond van artikel 2 van Beschikking 93/184/EEG: .

.;

(Invullen of doorhalen al naar gelang van de eisen van de Lid-Staat van invoer)

l) zij zijn sinds het tijdstip waarop de eerste van de in dit certificaat bedoelde tests is verricht, onder door een officiële dierenarts goedgekeurde omstandigheden afgezonderd gehouden van alle evenhoevige dieren die niet voor uitvoer naar de Gemeenschap bestemd waren of die niet dezelfde gezondheidsstatus hadden;

m) aan de dieren zijn geen stoffen met thyreostatische, oestrogene, androgene of gestagene werking voor mestdoeleinden toegediend;

n) zij zijn rechtstreeks betrokken bij een of meer bedrijven zonder een markt te zijn gepasseerd, zijn ingeladen in .,

(Plaats van lading; doorhalen indien niet van toepassing)

zijn, totdat zij naar het grondgebied van de Gemeenschap zijn verzonden, niet in contact geweest met andere evenhoevige dieren dan runderen die voldoen aan de eisen van Beschikking 93/184/EEG, en zijn op geen enkele andere plaats geweest dan die waaromheen zich in een gebied met een straal van 20 km volgens de officiële bevindingen van de Estlandse veterinaire autoriteiten in de laatste 30 dagen geen enkel geval van mond- en klauwzeer heeft voorgedaan;

o) de transportvoertuigen of de containers waarin zij zijn geladen, beantwoorden aan de internationale normen voor het vervoer van levende dieren, zijn vooraf gereinigd en ontsmet met een officieel goedgekeurd ontsmettingsmiddel en zijn zo gebouwd dat uitwerpselen, urine, strooisel of voeder tijdens het vervoer niet uit het voertuig kunnen lopen of vallen.

VI. Alle in dit certificaat bedoelde tests zijn, tenzij anders aangegeven, verricht overeenkomstig bijlage I bij Beschikking 91/189/EEG van de Commissie. Alle laadplaatsen waar de dieren zijn gepasseerd, beantwoorden aan de normen van bijlage II bij die beschikking.

VII. Dit certificaat is vanaf de datum van inlading tien dagen geldig.

Gedaan te ., (Plaats)

op .

(Datum)

.(Handtekening van de officiële dierenarts, die voltijds in dienst van de Estlandse Staat moet werken en van wie de naam en de andere dienstige gegevens zijn opgenomen in de door de nationale veterinaire autoriteit van Estland aan de Commissie voorgelegde lijst van dierenartsen die bevoegd zijn om certificaten af te geven voor levende dieren die voor uitvoer naar de Gemeenschap zijn bestemd)

(Stempel) (1)

.

(Naam in blokletters, kwalificaties en functie)

(1) Niet met zwarte inkt.

BIJLAGE B

GEZONDHEIDSCERTIFICAAT voor slachtrunderen (huisdieren) bestemd voor verzending naar de Europese Economische Gemeenschap

(Dit certificaat moet de zending vergezellen. Het geldt alleen voor dieren die in een zelfde spoorwagon, vrachtwagen, vliegtuig of schip worden vervoerd naar dezelfde bestemming en die bestemd zijn om onmiddellijk na aankomst in de Lid-Staat van bestemming rechtstreeks naar een slachthuis te worden gebracht en binnen vijf werkdagen na hun binnenkomst aldaar te worden geslacht overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 72/462/EEG van de Raad. Het moet worden ingevuld op de datum van inlading en alle aangegeven termijnen lopen op die datum af.)

Nr.: .

Land van uitvoer: Estland

Ministerie: .

Bevoegde instantie van afgifte: .

Land van bestemming: .

Referentie: .

(Facultatief)

Verwijzing naar het begeleidende welzijnscertificaat: .

I. Aantal dieren: .

(In letters)

/* Tabellen: zie PB */

III. Herkomst van de dieren

Naam en adres van het bedrijf, respectievelijk van de bedrijven, van herkomst: .

.

.

IV. Bestemming van de dieren

De dieren worden verzonden:

uit: .

(Plaats van inlading)

naar: .

(Plaats van bestemming)

per spoorwagon/vrachtwagen/vliegtuig/schip: .

(Het transportmiddel vermelden, samen met het kenteken, het vluchtnummer of de geregistreerde naam, al naar gelang van het geval)

Naam en adres van de afzender: .

.

Naam en adres van de geadresseerde: .

.

V. Gezondheidsverklaring

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart hierbij:

1. dat Estland sedert 24 maanden vrij is van mond- en klauwzeer en sedert twaalf maanden vrij is van runderpest, besmettelijke boviene pleuropneumonie, vesiculaire stomatitis en blue tongue, dat in de voorbije twaalf maanden niet tegen deze ziekten is ingeënt en dat de invoer van tegen mond- en klauwzeer ingeënte dieren is verboden;

2. dat de in dit certificaat beschreven dieren aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) - zij zijn geboren op Estlands grondgebied en hebben daar sinds hun geboorte verbleven,

of

- zij zijn ten minste drie maanden geleden uit een Lid-Staat van de Gemeenschap of uit een derde land dat is opgenomen in de lijst in de bijlage bij Beschikking 79/542/EEG van de Raad, ingevoerd met inachtneming van veterinaire voorwaarden die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen in Richtlijn 72/462/EEG en in de daaruit voortvloeiende beschikkingen;

(Doorhalen wat niet van toepassing is)

b) zij zijn heden onderzocht en vertonen geen klinische ziekteverschijnselen;

c) zij zijn niet ingeënt tegen mond- en klauwzeer;

d) zij komen uit beslagen ten aanzien waarvan geen beperkende maatregelen gelden in het kader van de Estlandse wetgeving inzake uitroeiing van tuberculose,

- zij hebben negatief gereageerd op een intradermale tuberculinatie die in de voorbije 30 dagen is verricht;

(De vermelding betreffende de test doorhalen indien het certificaat betrekking heeft op dieren die jonger zijn dan zes weken)

e) zij komen uit beslagen ten aanzien waarvan geen beperkende maatregelen gelden in het kader van de Estlandse wetgeving inzake de uitroeiing van brucellose,

- zij zijn niet tegen brucellose ingeënt;

f) zij komen uit beslagen die door een nationaal programma voor de uitroeiing van enzooetische boviene leukose worden bestreken;

g) het gaat niet om dieren die in het kader van een nationaal programma voor de uitroeiing van besmettelijke ziekten moeten worden opgeruimd;

h) de dieren hebben in de laatste 30 dagen of, indien zij minder dan 30 dagen oud zijn, sedert hun geboorte verbleven op een bedrijf, respectievelijk op bedrijven, waaromheen zich in een gebied met een straal van 20 km volgens de officiële bevindingen van de Estlandse veterinaire autoriteiten in de laatste 30 dagen geen enkel geval van mond- en klauwzeer heeft voorgedaan;

i) zij komen van bedrijven waarvoor er geen bewijzen zijn dat daar in de laatste 30 dagen miltvuur is voorgekomen;

j) de volgende test(s) is (zijn) met negatief resultaat verricht en ten aanzien van deze dieren gelden de volgende garanties, zoals geëist door een Lid-Staat op grond van artikel 2 van Beschikking

93/184/EEG van de Commissie: .

.;

(Invullen of doorhalen al naar gelang van de eisen van de Lid-Staat van invoer)

k) zij zijn sinds het tijdstip waarop de eerste van de in dit certificaat bedoelde tests is verricht, onder door een officiële dierenarts goedgekeurde omstandigheden afgezonderd gehouden van alle evenhoevige dieren die niet voor uitvoer naar de Gemeenschap bestemd waren of die niet dezelfde gezondheidsstatus hadden;

l) aan de dieren zijn geen stoffen met thyreostatische, oestrogene, androgene of gestagene werking voor mestdoeleinden toegediend;

m) zij zijn rechtstreeks betrokken bij een of meer bedrijven zonder een markt te zijn gepasseerd, zijn ingeladen in .,

(Plaats van inlading; doorhalen indien niet van toepassing)

zijn, totdat zij naar het grondgebied van de Gemeenschap zijn verzonden, niet in contact geweest met andere evenhoevige dieren dan runderen die voldoen aan de eisen van Beschikking 93/184/EEG, en zijn op geen enkele andere plaats geweest dan die waaromheen zich in een gebied met een straal van 20 km volgens de officiële bevindingen van de Estlandse veterinaire autoriteiten in de laatste 30 dagen geen enkel geval van mond- en klauwzeer heeft voorgedaan;

n) de transportvoertuigen of de containers waarin zij zijn geladen, beantwoorden aan de internationale normen voor het vervoer van levende dieren, zijn vooraf gereinigd en ontsmet met een officieel goedgekeurd ontsmettingsmiddel en zijn zo gebouwd dat uitwerpselen, urine, strooisel of voeder tijdens het vervoer niet uit het voertuig kunnen lopen of vallen.

VI. Alle in dit certificaat bedoelde tests zijn, tenzij anders aangegeven, verricht overeenkomstig bijlage I bij Beschikking 91/189/EEG van de Commissie. Alle laadplaatsen waar de dieren zijn gepasseerd, beantwoorden aan de normen van bijlage II bij die beschikking.

VII. Dit certificaat is vanaf de datum van inlading tien dagen geldig.

Gedaan te ., (Plaats)

op .

(Datum)

.(Handtekening van de officiële dierenarts, die voltijds in dienst van de Estlandse Staat moet werken en van wie de naam en de andere dienstige gegevens zijn opgenomen in de door de nationale veterinaire autoriteit van Estland aan de Commissie voorgelegde lijst van dierenartsen die bevoegd zijn om certificaten af te geven voor levende dieren die voor uitvoer naar de Gemeenschap zijn bestemd)

(Stempel) (1)

.

(Naam in blokletters, kwalificaties en functie)

(1) Niet met zwarte inkt.

BIJLAGE C

BESLAGEN EN GEBIEDEN VRIJ VAN ENZOOETISCHE BOVIENE LEUKOSE

1. Een beslag wordt erkend als vrij van enzooetische boviene leukose als:

a) i) er geen enkele aanwijzing is dat zich in de laatste twee jaar in het beslag een geval van enzooetische boviene leukose heeft voorgedaan,

en

ii) het met een tussentijd van ten minste vier en ten hoogste twaalf maanden met negatief resultaat twee keer collectief op enzooetische boviene leukose is onderzocht door middel van de in bijlage I bij Beschikking 91/189/EEG van de Commissie beschreven, op alle runderen van het beslag die op de datum van de test ouder waren dan 24 maanden, toegepaste serologische tests,

of

b) het gebied waarin het beslag zich bevindt, als vrij van enzooetische boviene leukose is erkend en de status van het beslag op dat moment niet op grond van punt 5 is geschorst.

2. Een gebied wordt erkend als vrij van enzooetische boviene leukose als:

a) ten minste 99,8 % van de runderbeslagen als vrij van enzooetische boviene leukose is erkend,

of

b) i) er geen enkele aanwijzing is dat zich in het gebied in de laatste drie jaar een geval van enzooetische boviene leukose heeft voorgedaan,

en

ii) bij alle runderbeslagen in het gebied ten minste één collectieve test zoals beschreven in punt 1 is verricht,

en

iii) bij een aselecte steekproef van ten minste 10 % van de in het gebied aanwezige runderbeslagen met negatief resultaat ten minste twee collectieve tests zoals beschreven in punt 1 zijn verricht.

3. Een beslag blijft erkend als vrij van enzooetische boviene leukose zolang:

a) er geen enkele aanwijzing is dat zich in het beslag een geval van enzooetische boviene leukose heeft voorgedaan,

en

b) alle runderen van het beslag daar zijn geboren of afkomstig zijn van als vrij van enzooetische boviene leukose erkende beslagen,

en

c) binnen drie jaar nadat het beslag als vrij van enzooetische boviene leukose is erkend en nadien met tussentijden van ten hoogste drie jaar een collectieve test zoals beschreven in punt 1 wordt verricht met negatief resultaat.

4. Een gebied blijft erkend als vrij van enzooetische boviene leukose zolang:

a) elk jaar een collectieve test zoals beschreven in punt 1 wordt verricht bij een aselecte steekproef van de in het gebied aanwezige beslagen, die voldoende groot is om met een betrouwbaarheid van 99 % aan te tonen dat niet meer dan 0,2 % van de beslagen met enzooetische boviene leukose is besmet,

of

b) elk jaar met negatief resultaat een collectieve test zoals beschreven in punt 1 wordt verricht bij een steekproef van de in het gebied aanwezige beslagen, die groot genoeg is om ten minste 20 % te omvatten van de runderen in het gebied die ouder zijn dan 24 maanden.

5. De erkenning "vrij van enzooetische boviene leukose" van een beslag wordt geschorst als:

a) niet meer aan de voorwaarden van punt 3 is voldaan,

of

b) een of meer dieren een positief resultaat geven bij een van de serologische tests die zijn beschreven in bijlage I bij Beschikking 91/189/EEG.

6. De erkenning "vrij van enzooetische boviene leukose" van een gebied wordt geschorst als:

a) niet meer aan de voorwaarden van punt 4 is voldaan,

of

b) enzooetische boviene leukose is ontdekt en bevestigd bij meer dan 0,2 % van de runderbeslagen in het gebied.

7. Een beslag wordt opnieuw als vrij van enzooetische boviene leukose erkend als:

a) het positief bevonden dier en, betreft het een koe, haar kalveren in het beslag, onder toezicht van de veterinaire autoriteiten zijn verwijderd om te worden geslacht, met dien verstande dat de bevoegde autoriteit kan toestaan dat van deze eis wordt afgeweken omdat het dier, respectievelijk de dieren, onmiddellijk na de geboorte van het moederdier was, respectievelijk waren, gescheiden,

en

b) i) de status was geschorst wegens een positieve test op één enkel dier en het beslag ten minste drie maanden na de onder a) bedoelde verwijdering collectief is onderzocht zoals beschreven in punt 1, met negatief resultaat,

of

ii) de status was geschorst wegens een positieve test bij meer dan één dier en het beslag tweemaal collectief is onderzocht zoals beschreven in punt 1, waarbij de eerste test ten minste drie maanden na de onder a) bedoelde verwijdering en de tweede test ten minste vier en ten hoogste twaalf maanden later is uitgevoerd, op voorwaarde dat de tests zijn verricht op alle kalveren van de positief bevonden koe, die in het beslag zijn gebleven op grond van de onder a) vastgestelde afwijking, ongeacht hun leeftijd op het tijdstip van de test,

en

c) een epizooetiologisch onderzoek is uitgevoerd op alle beslagen die epizooetiologisch met het besmette beslag in verband kunnen worden gebracht.

8. Een gebied wordt opnieuw als vrij van enzooetische boviene leukose erkend als:

a) ten minste 99,8 % van de runderbeslagen in het gebied als vrij van enzooetische boviene leukose is erkend,

en

b) bij ten minste 20 % van de runderbeslagen in het gebied met negatief resultaat twee collectieve tests zoals beschreven in punt 1 zijn verricht met een tussentijd van ten minste vier en ten hoogste twaalf maanden.

BIJLAGE D

Merk dat bij runderen moet worden aangebracht op grond van artikel 1, lid 4, onder b)

Dit blijvend merk moet de hieronder aangegeven afmetingen hebben, wordt met de techniek die bekend staat als "vriesmerken" aangebracht en moet duidelijk zichtbaar zijn op ten minste twee plaatsen op de achtervoeten van elk dier.