Richtlijn 93/121/EG van de Raad van 22 december 1993 houdende wijziging van Richtlijn 91/494/EEG tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van vers vlees van pluimvee
Richtlijn 93/121/EG van de Raad van 22 december 1993 houdende wijziging van Richtlijn 91/494/EEG tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van vers vlees van pluimvee
RICHTLIJN 93/121/EG VAN DE RAAD
van 22 december 1993
houdende wijziging van Richtlijn 91/494/EEG tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van vers vlees van pluimvee
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Europees Parlement (2),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),
Overwegende dat in artikel 3, punt A.1, van Richtlijn 91/494/EEG van de Raad van 26 juni 1991 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van vers vlees van pluimvee (4), voorschriften zijn vastgesteld voor de inenting tegen de ziekte van Newcastle van de koppels van oorsprong van vlees van pluimvee dat bestemd is voor Lid-Staten of gebieden van Lid-Staten waarvan de status is erkend overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Richtlijn 90/539/EEG van de Raad van 15 oktober 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (5);
Overwegende dat de voorschriften voor de inenting tegen de ziekte van Newcastle moeten worden vastgesteld die met ingang van 1 januari 1993 van toepassing zijn op het handelsverkeer van vers vlees van pluimvee dat bestemd is voor de Lid-Staten of gebieden van Lid-Staten waarvan de status erkend is overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Richtlijn 90/539/EEG;
Overwegende dat de Raad Richtlijn 92/66/EEG (6) inzake de bestrijding van de ziekte van Newcastle en Richtlijn 92/40/EEG (7) inzake de bestrijding van aviaire influenza heeft vastgesteld, zodat Richtlijn 91/494/EEG kan worden vereenvoudigd;
Overwegende dat het wenselijk is te voorzien in een alternatief voor het aanbrengen van het bijzondere merk als omschreven in artikel 5 van Richtlijn 91/494/EEG;
Overwegende dat de voorschriften voor het handelsverkeer met derde landen moeten worden aangepast om ervoor te zorgen dat zij gelijkwaardig zijn aan de in de Lid-Staten geldende voorschriften, met name ten aanzien van de ziekte van Newcastle en aviaire influenza,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Richtlijn 91/494/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1. artikel 3, punt A.1, wordt vervangen door:
"1. dat sedert het uitkomen heeft verbleven op het grondgebied van de Gemeenschap of dat uit derde landen is ingevoerd met inachtneming van de in hoofdstuk III van Richtlijn 90/539/EEG vastgestelde voorwaarden. Vlees van pluimvee, bestemd voor Lid-Staten of gebieden van Lid-Staten waarvan de status is erkend overeenkomstig artikel 12, lid 2, van voornoemde richtlijn, moet afkomstig zijn van pluimvee dat in de dertig dagen voorafgaand aan het slachten niet met een levende entstof tegen de ziekte van Newcastle is ingeënt.
Voordat de communautaire wetgeving inzake harmonisatie van het gebruik van entstof tegen de ziekte van Newcastle in werking treedt en uiterlijk op 31 december 1994 wordt dit voorschrift op voorstel van de Commissie opnieuw bezien door de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid een besluit neemt.";
2. artikel 3, punt A.2, tweede streepje, wordt vervangen door:
"- dat niet is gelegen in een gebied waarvoor in verband met het optreden van een besmettingshaard van een ziekte waarvoor het pluimvee vatbaar is, om veterinairrechtelijke redenen overeenkomstig de communautaire wetgeving beperkende maatregelen gelden waarbij controles van vlees van pluimvee noodzakelijk zijn.";
3. aan artikel 5 worden de volgende leden toegevoegd:
"3. In afwijking van de leden 1 en 2 mag vers vlees van pluimvee in geval van een epizooetie van de ziekte van Newcastle overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt A, onder e), van Richtlijn 71/118/EEG worden voorzien van het in bijlage I, hoofdstuk X, punt 44, onder a) en b), van die richtlijn omschreven keurmerk voor zover dit vlees afkomstig is van pluimvee
a) dat komt van een bedrijf dat gelegen is in het toezichtgebied als omschreven in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 92/66/EEG, met uitzondering van het in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 92/66/EEG omschreven beschermingsgebied en waarvoor na een epidemiologisch onderzoek is vastgesteld dat er geen contacten zijn geweest met een besmet bedrijf;
b) dat komt van een koppel waar in de vijf dagen voorafgaande aan het vertrek van het pluimvee op een representatief monster een virologisch onderzoek met negatief resultaat is verricht; de monsters moeten worden genomen door een door de bevoegde autoriteit aangewezen dierenarts;
c) dat komt van een bedrijf waar bij een klinisch onderzoek door een door de bevoegde autoriteiten aangewezen dierenarts geen aanwijzingen en geen symptomen zijn aangetroffen die op de aanwezigheid van de ziekte van Newcastle zouden kunnen wijzen; dit onderzoek moet zijn verricht in de 24 uur voorafgaande aan het vertrek van het pluimvee;
d) dat onverminderd artikel 3, punt A.3, rechtstreeks van het bedrijf van oorsprong naar het slachthuis wordt vervoerd; de gebruikte vervoermiddelen moeten door de officiële dierenarts worden verzegeld en voor en na elk gebruik worden gereinigd en ontsmet;
e) dat in het slachthuis bij de keuring voor of na het slachten wordt onderzocht op de symptomen van de ziekte van Newcastle.
De Lid-Staten die gebruik maken van deze bepalingen stellen de andere Lid-Staten en de Commissie in het kader van het Permanent Veterinair Comité in kennis van de ter zake getroffen maatregelen.
De algemene criteria voor het nemen van monsters, de frequentie daarvan en de met het oog op de toepassing van de punten a), b) en c) hierboven eventueel te treffen maatregelen worden na advies van het Wetenschappelijk Veterinair Comité voor 1 januari 1995 vastgesteld volgens de procedure van artikel 17.
4. Vóór 1 januari 1998 dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de ervaring die met de tenuitvoerlegging van deze bepalingen is opgedaan, vergezeld van eventuele voorstellen waarover de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit neemt.";
4. artikel 10 wordt vervangen door:
"Artikel 10
1. Vers vlees van pluimvee moet afkomstig zijn uit landen:
a) waar voor aviaire influenza en de ziekte van Newcastle in het gehele land een meldplicht geldt, overeenkomstig de internationale normen,
b) die vrij zijn van aviaire influenza en van de ziekte van Newcastle, of
die, hoewel zij niet vrij zijn van deze ziekten, bestrijdingsmaatregelen toepassen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de bij Richtlijn 92/40/EEG, respectievelijk Richtlijn 92/66/EEG, vastgestelde maatregelen.
2. Vóór 1 januari 1995 worden volgens de procedure van artikel 17 de aanvullende criteria voor de indeling van derde landen ten aanzien van het bepaalde in lid 1 vastgesteld.
Bij de tenuitvoerlegging van lid 1 neemt de Commissie, via de certificering, alle maatregelen die nodig zijn om de bijzondere gezondheidssituaties van bepaalde gebieden van de Gemeenschap te vrijwaren.
3. De Commissie kan volgens de procedure van artikel 17 bepalen onder welke voorwaarden het bepaalde in lid 1 slechts van toepassing is op een deel van het grondgebied van derde landen.".
Artikel 2
1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 1995 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.
Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden door de Lid-Staten vastgesteld.
2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 3
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 22 december 1993.
Voor de Raad
De Voorzitter
J.-M. DEHOUSSE
(1) PB nr. C 89 van 31. 3. 1993, blz. 8.
(2) PB nr. C 176 van 28. 6. 1993, blz. 26.
(3) PB nr. C 201 van 26. 7. 1993, blz. 50.
(4) PB nr. L 268 van 24. 9. 1991, blz. 35.
(5) PB nr. L 303 van 31. 10. 1990, blz. 6.
(6) PB nr. L 260 van 5. 9. 1992, blz. 1.
(7) PB nr. L 167 van 22. 6. 1992, blz. 1.