Verordening (EEG) nr. 643/93 van de Commissie van 19 maart 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2677/85 houdende uitvoeringsbepalingen van de consumptiesteunregeling voor olijfolie
Verordening (EEG) nr. 643/93 van de Commissie van 19 maart 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2677/85 houdende uitvoeringsbepalingen van de consumptiesteunregeling voor olijfolie
VERORDENING (EEG) Nr. 643/93 VAN DE COMMISSIE van 19 maart 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2677/85 houdende uitvoeringsbepalingen van de consumptiesteunregeling voor olijfolie
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2046/92 (2), en met name op artikel 11, lid 8,
Overwegende dat de ervaring leert dat de voorwaarden voor erkenning van verpakkingsbedrijven die voor de consumptiesteun voor olijfolie in aanmerking komen, nauwkeuriger moeten worden omschreven;
Overwegende dat, om de controle van de hoeveelheden waarvoor de steun wordt toegekend, doeltreffender te maken, dient te worden voorzien in, enerzijds, een controle ter plaatse van de verpakkingsbedrijven alvorens het recht op steun wordt erkend en, anderzijds, sancties voor de handelaren die zich niet aan de kruiscontroles onderwerpen of die niet de vereiste documentatie verstrekken;
Overwegende dat met het oog op een deugdelijk beheer van de steunregeling de voorwaarden voor de toekenning van de steun en van het voorschot nader dienen te worden omschreven; dat met hetzelfde doel de bepalingen inzake de bij toekenning van een voorschot te stellen zekerheid dienen te worden aangepast;
Overwegende dat het, gezien de ervaring, dienstig is om ter wille van de goede werking van de regeling, de toe te passen sancties naar gelang van de ernst van de overtredingen te differentiëren; dat met hetzelfde oogmerk de sanctieregeling aanvulling behoeft;
Overwegende dat met het oog op een deugdelijk beheer de methode dient te worden vastgesteld voor de bepaling van de hoeveelheid van bepaalde denatureringsmiddelen waarmee de bijprodukten van de raffinage van olijfolie moeten worden vermengd; dat met het oog hierop de methode voor de bepaling van het gehalte aan alifatische alcoholen die thans in Verordening (EEG) nr. 2568/91 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 183/93 (4), is opgenomen, dient te worden gevolgd;
Overwegende dat de beoogde wijzigingen in de wijze van controle van de bedrijven in bepaalde Lid-Staten aanpassingen op administratief gebied nodig maken; dat daarom de toepassing van die wijzigingen tot het begin van het verkoopseizoen 1993/1994 dient te worden uitgesteld;
Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2677/85 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2181/92 (6), bijgevolg dient te worden gewijzigd;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 2677/85 wordt als volgt gewijzigd:
1. In artikel 2, laatste alinea, wordt de laatste volzin vervangen door de volgende tekst:
"In de Lid-Staten die een controlebureau als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2262/84 hebben opgericht, neemt dat bureau aan de betrokken controles deel. De bevoegde instantie kan de erkenning, in geval van afwijzend advies van het bureau, slechts verlenen nadat zij de Commissie de redenen voor haar besluit heeft meegedeeld.".
2. In artikel 5, lid 1, tweede alinea, worden de woorden "per verkoopseizoen" vervangen door "per twaalf maanden".
3. Artikel 9, lid 3, wordt als volgt gelezen:
"3. De Lid-Staat keert binnen 150 dagen na de dag van indiening van de aanvraag de steun uit voor de hoeveelheden waarvoor op grond van de controles ter plaatse het recht op steun is erkend.
Deze termijn kan evenwel worden verlengd indien op grond van de uitgevoerde controles een aanvullend onderzoek nodig is. De Lid-Staat stelt deze aanvullende termijn vast en brengt de Commissie daarvan op de hoogte. De instantie die met de controle op het recht op steun is belast, brengt uiterlijk 45 dagen na de controle ter plaatse en ten minste 20 dagen vóór het verstrijken van de in de eerste alinea bedoelde termijn het betaalorgaan op de hoogte van haar werkzaamheden in verband met de erkenning van het recht op steun voor ieder erkend bedrijf.".
4. Artikel 11 wordt als volgt gelezen:
"Artikel 11 1. Het steunbedrag wordt voorgeschoten zodra de belanghebbende bij de bevoegde instantie een steunaanvraag heeft ingediend vergezeld van een verklaring waarin wordt bevestigd dat een zekerheid is gesteld voor een bedrag dat gelijk is aan het steunbedrag.
Het voorschot moet in ieder geval worden betaald binnen 45 dagen na de datum van indiening van de bovenbedoelde aanvraag.
2. De zekerheid wordt gesteld overeenkomstig het bepaalde in titel III van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie (*). De geldigheidsduur van deze zekerheid dekt de periode die nodig is voor de erkenning van het recht op de steun. Ingeval evenwel de verrichte controles een aanvullend onderzoek vergen dat niet binnen de voorziene termijnen kan worden afgesloten, wordt de geldigheidsduur van de zekerheid verlengd of wordt voor de periode die nodig is, een nieuwe zekerheid gesteld. De Lid-Staat stelt deze bijkomende termijn vast en brengt de Commissie daarvan op de hoogte. In dat geval is de eerste zekerheid verbeurd, wanneer de belanghebbende niet het bewijs levert van de verlenging van de geldende zekerheid of van het stellen van een nieuwe zekerheid vóór de vervaldatum van de eerste zekerheid. Wanneer dat bewijs evenwel niet later dan tien dagen na het verstrijken van de vervaldatum van de eerste zekerheid wordt geleverd, is zij voor de helft verbeurd.
3. De instantie die met de controle op het recht op steun is belast, brengt uiterlijk 45 dagen na de controle ter plaatse het betaalorgaan op de hoogte van haar werkzaamheden in verband met de erkenning van het recht op steun voor ieder erkend bedrijf. De zekerheid wordt vrijgegeven zodra de bevoegde instantie van de Lid-Staat op grond van die mededelingen het recht op steun heeft erkend.
Indien het recht op steun voor de in de aanvraag opgegeven hoeveelheden of voor een deel daarvan niet wordt erkend, is de zekerheid verbeurd naar evenredigheid van de hoeveelheden waarvoor niet aan de voorwaarden voor het recht op de steun is voldaan.
4. In afwijking van lid 1 wordt aan een nieuw erkend bedrijf slechts een voorschot verleend wanneer een zekerheid is gesteld ten bedrage van 130 % van elk in het eerste jaar van de verpakkingsactiviteit gevraagd voorschot.
(*) PB nr. L 205 van 3. 8. 1985, blz. 5.".
5. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1, eerste alinea, derde volzin, worden de woorden "per verkoopseizoen" vervangen door de woorden "per twaalf maanden";
b) aan lid 1, laatste alinea, wordt de volgende volzin toegevoegd:
"Te dien einde houden de bovenbedoelde leveranciers en handelaren de door de Lid-Staat te bepalen documentatie ter beschikking van de controle-instanties.";
c) lid 6 wordt als volgt gelezen:
"6. Wanneer door de bevoegde autoriteit wordt geconstateerd dat de consumptiesteunaanvraag betrekking heeft op een hoeveelheid die groter is dan die waarvoor het recht op steun is erkend, legt de Lid-Staat het verpakkingsbedrijf een sanctie op waarvan het bedrag, naar gelang van de ernst van de inbreuk, overeenkomt met drie- tot achtmaal de ten onrechte aangevraagde steun. Bovendien moet bij toepassing van artikel 11, lid 3, van Verordening nr. 136/66/EEG het betrokken bedrijf gedurende een periode van één tot vijf jaar de steunaanvragen rechtstreeks indienen bij de Lid-Staat die de bij artikel 13, lid 1, voorziene verificaties verricht.
Wanneer evenwel de hoeveelheid waarvoor ten onrechte steun is aangevraagd, 20 % of meer van de hoeveelheid waarvoor na controle het recht op steun is erkend, overschrijdt, past de Lid-Staat niet alleen de financiële sanctie toe doch trekt bovendien voor een periode van één tot drie jaar, naar gelang van de ernst van de inbreuk, de erkenning in.
Bij recidive wordt, ongeacht de omvang van de overschrijding, niet alleen de financiële sanctie toegepast, doch wordt bovendien voor een periode van één tot vijf jaar, naar gelang van de ernst van de inbreuk, de erkenning ingetrokken.
De in de eerste, tweede en derde alinea bedoelde sancties laten de toepassing van eventuele andere sancties onverlet.";
d) het volgende lid 7 wordt toegevoegd:
"7. Onverminderd het bepaalde in lid 6 moeten de in lid 1, laatste alinea, bedoelde leveranciers of handelaren die weigeren zich aan de controle te onderwerpen of niet in staat zijn de bevoegde instantie de informatie te verstrekken aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de betrokken olie voor de steun in aanmerking kon komen, de Lid-Staat een bedrag overmaken dat gelijk is aan tweemaal het bedrag van de consumptiesteun die voor de betrokken hoeveelheden is aangevraagd.
Het door de Lid-Staat ontvangen bedrag wordt door de betaaldiensten of -organen van de Lid-Staten op de uitgaven van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw in mindering gebracht.".
6. Aan artikel 14, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:
"Met het oog hierop wordt de in Verordening (EEG) nr. 2568/91, bijlage IV, vermelde methode voor de bepaling van het gehalte aan alifatische alcoholen toegepast.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Evenwel zijn artikel 9, lid 3, en artikel 11, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2677/85, zoals deze bij de onderhavige verordening is gewijzigd, van toepassing met ingang van 1 november 1993.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 19 maart 1993.
Voor de Commissie René STEICHEN Lid van de Commissie