Home

Verordening (EEG) nr. 839/93 van de Commissie van 7 april 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2252/92 houdende bepalingen voor de toepassing van de specifieke maatregelen voor industrieframbozen

Verordening (EEG) nr. 839/93 van de Commissie van 7 april 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2252/92 houdende bepalingen voor de toepassing van de specifieke maatregelen voor industrieframbozen

VERORDENING (EEG) Nr. 839/93 VAN DE COMMISSIE van 7 april 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2252/92 houdende bepalingen voor de toepassing van de specifieke maatregelen voor industrieframbozen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1991/92 van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van een specifieke regeling voor industrieframbozen (1), en met name op artikel 8,

Overwegende dat bij artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2252/92 van de Commissie (2) de bepalingen zijn vastgesteld voor de indiening en de goedkeuring van het door een telersvereniging opgestelde ontwerp-programma; dat daarbij is bepaald dat eerst met de uitvoering van het programma kan worden begonnen nadat het door de bevoegde nationale instantie is goedgekeurd; dat deze eis, aangezien de rooiing van frambozeplanten en de nieuwe aanplant seizoengebonden zijn, tot een aanzienlijke vertraging bij de uitvoering van het programma kan leiden; dat het derhalve opportuun is te bepalen dat, als de bevoegde nationale instantie dit toestaat, vóór de goedkeuring van het programma met de rooiing en de nieuwe aanplant mag worden begonnen; dat moet worden gepreciseerd dat de bedoelde toestemming geen afbreuk doet aan de toepassing van de in hetzelfde artikel genoemde procedure ter goedkeuring van het programma en controleprocedure;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In Verordening (EEG) nr. 2252/92 wordt de tweede alinea van artikel 8, lid 1, door de volgende tekst vervangen:

"Met de werkzaamheden ter uitvoering van het programma mag eerst worden begonnen nadat het programma door de bevoegde nationale instantie is goedgekeurd. Wanneer de bevoegde nationale instantie dit toestaat mag evenwel vóór die goedkeuring met de rooiing van de frambozeplanten en de nieuwe aanplant worden begonnen, onverminderd de toepassing van de overige bepalingen van dit artikel.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 7 april 1993.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 199 van 18. 7. 1992, blz. 1.

(2) PB nr. L 219 van 4. 8. 1992, blz. 19.