VERORDENING (EEG) Nr. 2605/93 VAN DE RAAD van 21 september 1993 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor meloenen van oorsprong uit Israël (1993/1994)
VERORDENING (EEG) Nr. 2605/93 VAN DE RAAD van 21 september 1993 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor meloenen van oorsprong uit Israël (1993/1994)
VERORDENING (EEG) Nr. 2605/93 VAN DE RAAD van 21 september 1993 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor meloenen van oorsprong uit Israël (1993/1994)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat in het Vierde Aanvullend Protocol bij de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Staat Israël (1) in artikel 1 is voorzien in de opening van een communautair tariefcontingent voor de invoer in de Gemeenschap van 9 500 ton meloenen, vallende onder GN-code ex 0807 10 90, van oorsprong uit Israël (1 november tot en met 31 mei);
Overwegende dat de omvang van het tariefcontingent met ingang van 1 januari 1992 ieder jaar met 5 % moet worden verhoogd, uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 1764/92 van de Raad van 29 juni 1992 tot wijziging van de regeling van toepassing op de invoer in de Gemeenschap voor bepaalde landbouwprodukten van oorsprong uit Algerije, Cyprus, Egypte, Jordanië, Israël, Libanon, Malta, Marokko, Syrië en Tunesië (2);
Overwegende dat dit communautaire tariefcontingent derhalve voor de periode van 1 november 1993 tot en met 31 mei 1994 dient te worden geopend;
Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contingent en dat de aan dit contingent verbonden rechten in alle Lid-Staten zonder onderbreking worden toegepast op alle invoer van het betrokken produkt totdat het contingent geheel is benut;
Overwegende dat de Gemeenschap tot taak heeft te beslissen over de opening van tariefcontingenten, gevolg gevend aan haar internationale verbintenissen; dat niets belet dat, om de doeltreffendheid van het gemeenschappelijk beheer van deze contingenten te verzekeren, de Lid-Staten de mogelijkheid geboden wordt uit de contingenten de nodige, met hun werkelijke invoer overeenstemmende hoeveelheden op te nemen; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie die met name de uitputtingsgraad van de contingenten moet kunnen volgen en de Lid-Staten daarover moet kunnen inlichten;
Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van dit contingent kan worden verricht door een van haar leden,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het douanerecht bij invoer in de Gemeenschap van meloenen van oorsprong uit Israël wordt van 1 november 1993 tot en met 31 mei 1994 geschorst tot de niveaus en binnen de grenzen van het bij dit produkt vermelde communautaire tariefcontingent:
/* Tabellen: zie PB */
Artikel 2
Het in artikel 1 bedoelde tariefcontingent wordt beheerd door de Commissie, die alle nodige administratieve maatregelen kan nemen met het oog op een doeltreffend beheer ervan.
Artikel 3
Indien een importeur in een Lid-Staat, voor het produkt bedoeld in deze verordening, een aangifte tot het in het vrije verkeer brengen indient waarin een aanvraag om voor een preferentie in aanmerking te komen is opgenomen, en indien deze aangifte door de douaneautoriteiten wordt aanvaard, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming uit het overeenkomstige contingent van een hoeveelheid die met deze behoeften overeenstemt.
De verzoeken tot opneming met opgave van de datum waarop de betrokken aangiften zijn aanvaard, worden onverwijld aan de Commissie meegedeeld.
De opnemingen worden door de Commissie toegestaan met inachtneming van de datum waarop de aangiften tot het in het vrije verkeer brengen zijn aanvaard door de douaneautoriteiten van de betrokken Lid-Staat, voor zover het beschikbare saldo dit toelaat.
Indien een Lid-Staat de opgenomen hoeveelheden niet benut, stort hij deze zo spoedig mogelijk terug in het contingent.
Indien de gevraagde hoeveelheden hoger zijn dan het beschikbare saldo van het contingent, geschiedt de toedeling pro rata van de verzoeken. De Lid-Staten worden over de verrichte opnemingen door de Commissie ingelicht.
Artikel 4
Elke Lid-Staat waarborgt de importeurs van het betrokken produkt een gelijke en ononderbroken toegang tot het contingent zolang het saldo van het contingent zulks toelaat.
Artikel 5
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te bereiken dat deze verordening wordt nagekomen.
Artikel 6
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 1 november 1993.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 21 september 1993.
Voor de Raad
De Voorzitter
A. BOURGEOIS
(1) PB nr. L 327 van 30. 11. 1988, blz. 36.
(2) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 9.