Home

VERORDENING (EEG) Nr. 2957/93 VAN DE COMMISSIE van 26 oktober 1993 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van oorsprong uit Thailand

VERORDENING (EEG) Nr. 2957/93 VAN DE COMMISSIE van 26 oktober 1993 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van oorsprong uit Thailand

VERORDENING (EEG) Nr. 2957/93 VAN DE COMMISSIE van 26 oktober 1993 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van oorsprong uit Thailand

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 10, lid 6,

Na overleg in het kader van het Raadgevend Comité waarin bij bovenvermelde verordening is voorzien,

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE (1) Op 7 april 1990 publiceerde de Commissie in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) een bericht in verband met de inleiding van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van GN-code 9613 10 00 van oorsprong uit Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand.

(2) De Commissie verrichtte een onderzoek naar de dumping en de schade. Alle ondernemingen werden van de essentie van de resultaten van het onderzoek op de hoogte gebracht en werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. Vastgesteld werd dat er sprake was van dumping, dat schade werd berokkend aan de bedrijfstak van de Gemeenschap door de met dumping ingevoerde goederen en dat de belangen van de Gemeenschap de instelling van definitieve maatregelen vereisten. De Raad stelde derhalve bij Verordening (EEG) nr. 3433/91 (3) een definitief anti-dumpingrecht in op de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van oorsprong uit Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand. Voor een producent in Thailand, Thai Merry Co. Ltd, werd een dumpingmarge van 14,1 % vastgesteld en aangezien de schadedrempel voor deze onderneming hoger lag dan deze dumpingmarge, had een met de dumpingmarge overeenstemmend anti-dumpingrecht kunnen worden ingesteld. Bij Besluit 91/604/EEG (4) evenwel aanvaardde de Commissie een verbintenis van deze onderneming. De Raad stelde zo de invoer van het betrokken, door Thai Merry Co. Ltd vervaardigde produkt vrij van het definitieve anti-dumpingrecht.

B. INTREKKING VAN DE VERBINTENIS (3) Bij brief van 18 augustus 1993 heeft Thai Merry Co. Ltd haar verbintenis ingetrokken. Derhalve is het niet langer gerechtvaardigd de invoer van de door Thai Merry Co. Ltd vervaardigde produkten van de bovenbedoelde anti-dumpingrechten vrij te stellen. De exporteur werd overeenkomstig artikel 10, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2423/88 op de hoogte gebracht van het voornemen van de Commissie om voorlopige anti-dumpingrechten toe te passen op basis van de beschikbare gegevens die vóór de aanvaarding van de verbintenis waren vastgesteld en de onderneming werd in de gelegenheid gesteld toelichtingen te verstrekken. Binnen de vastgestelde termijn werden geen opmerkingen in verband met de instelling van voorlopige anti-dumpingrechten ontvangen.

C. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP (4) De Commissie heeft geen reden om aan te nemen dat de bevindingen betreffende het belang van de Gemeenschap in Verordening (EEG) nr. 3433/91 dienen te worden gewijzigd. Daarbij komt dat het niet instellen van voorlopige rechten op de produkten van Thai Merry Co. Ltd discriminerend zou zijn ten aanzien van die exporteurs voor wie nog steeds maatregelen gelden. Daar geen argumenten werden aangevoerd waaruit zou blijken dat dergelijke maatregelen niet in het belang van de Gemeenschap zouden zijn, wordt ervan uitgegaan dat het belang van de Gemeenschap de onmiddellijke toepassing van voorlopige maatregelen vereist.

D. VOORLOPIGE RECHTEN (5) Volgens artikel 10, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2423/88 dienen voorlopige anti-dumpingrechten te worden toegepast op basis van de feiten die vóór de aanvaarding van de verbintenis werden vastgesteld. Het voorlopige anti-dumpingrecht dient derhalve 14,1 % te bedragen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Bij invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van GN-code ex 9613 10 00 (Taric-code 9613 10 00 * 10) van oorsprong uit Thailand en geproduceerd door Thai Merry Co. Ltd (aanvullende Taric-code 8740) geldt een voorlopig anti-dumpingrecht.

2. Het recht bedraagt 14,1 % van de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, niet ingeklaard.

3. Bij het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van het in lid 1 bedoelde produkt dient een zekerheid te worden gesteld ten belope van het bedrag van het voorlopige recht.

4. De bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing.

Artikel 2

Onverminderd het bepaalde in artikel 7, lid 4, onder b) en c), van Verordening (EEG) nr. 2423/88 kunnen de betrokken partijen binnen een maand te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening hun standpunt schriftelijk kenbaar maken en verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Onverminderd de artikelen 11, 12 en 13 van Verordening (EEG) nr. 2423/88 is artikel 1 van deze verordening van toepassing voor een periode van vier maanden, tenzij de Raad vóór het verstrijken van deze periode definitieve maatregelen vaststelt.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 26 oktober 1993.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1.

(2) PB nr. C 89 van 7. 4. 1990, blz. 3.

(3) PB nr. L 326 van 28. 11. 1991, blz. 1.

(4) PB nr. L 326 van 28. 11. 1991, blz. 31.