VERORDENING (EG) Nr. 3347/93 VAN DE COMMISSIE van 6 december 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2295/92 houdende bepalingen voor de toepassing van de steunregeling voor producenten van de in Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad bedoelde eiwithoudende gewassen
VERORDENING (EG) Nr. 3347/93 VAN DE COMMISSIE van 6 december 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2295/92 houdende bepalingen voor de toepassing van de steunregeling voor producenten van de in Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad bedoelde eiwithoudende gewassen
VERORDENING (EG) Nr. 3347/93 VAN DE COMMISSIE van 6 december 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2295/92 houdende bepalingen voor de toepassing van de steunregeling voor producenten van de in Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad bedoelde eiwithoudende gewassen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1552/93 (2), en met name op artikel 12,
Overwegende dat moet worden voorkomen dat percelen grond uitsluitend worden ingezaaid om aanspraak te kunnen maken op compensatiebedragen voor eiwithoudende gewassen; dat daarom moet worden bepaald dat de grond waarvoor een compensatiebedrag wordt aangevraagd normaal moet worden bebouwd en het gewas gedurende een bepaalde minimumperiode moet blijven staan; dat het, vanwege de wijzigingen in de voorschriften ten aanzien van welke erwten in het verkoopseizoen 1993/1994 in aanmerking komen voor compensatiebedragen, dienstig is duidelijk te stellen dat producenten geen aanspraak kunnen maken op compensatiebedragen voor eiwithoudende gewassen die melkrijp worden geoogst; dat Verordening (EEG) nr. 2295/92 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1664/93 (4), derhalve moet worden aangepast;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor gedroogde voedergewassen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2295/92 wordt als volgt gewijzigd:
"Artikel 2
1. Voor het compensatiebedrag bedoeld in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 1765/92 komen alleen de met eiwithoudende gewassen bebouwde oppervlakten in aanmerking
a) die gelegen zijn in produktieregio's of delen van produktieregio's die door de Lid-Staat uit klimatologisch en agronomisch oogpunt geschikt zijn verklaard voor de teelt van eiwithoudende gewassen;
b) waarvoor de in artikel 2, lid 5, onder a), van Verordening (EEG) nr. 1765/92 bedoelde algemene regeling wordt toegepast;
c) waarvoor bij de bevoegde instantie uiterlijk op 15 mei een aanvraag wordt ingediend met referentiedocumenten aan de hand waarvan de betrokken oppervlakten kunnen worden geïdentificeerd;
d) die uiterlijk op de voornoemde datum volledig zijn ingezaaid met erwten, tuin- en veldbonen of niet-bittere lupinen overeenkomstig de in plaatselijk verband erkende normen;
e) die in totaal voor de betrokken aanvraag ten minste 0,3 ha groot zijn en waarvan geen enkel perceel kleiner is dan de door de Lid-Staat voor de betrokken produktieregio vastgestelde minimumoppervlakte;
f) die niet melkrijp worden geoogst.
2. De eiwithoudende gewassen mogen niet worden geoogst vóór het begin van de bloei onder voor de betrokken plaats normale groeiomstandigheden. Bovendien mogen de eiwithoudende gewassen niet vóór 30 juni voorafgaand aan het betrokken verkoopseizoen worden geoogst, tenzij zij volledig rijp worden geoogst.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 6 december 1993.
Voor de Commissie
René STEICHEN
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 12.
(2) PB nr. L 154 van 25. 7. 1993, blz. 19.
(3) PB nr. L 221 van 6. 8. 1992, blz. 28.
(4) PB nr. L 158 van 30. 6. 1993, blz. 19.