94/628/EG: Beschikking van de Commissie van 29 juli 1994 betreffende de vaststelling van het communautaire bestek voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap in de onder doelstelling 1 vallende regio's in Duitsland, namelijk Mecklenburg-Vorpommern, Brandenburg, Sachsen-Anhalt, Sachsen, Thüringen en Berlijn (Oost) (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
94/628/EG: Beschikking van de Commissie van 29 juli 1994 betreffende de vaststelling van het communautaire bestek voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap in de onder doelstelling 1 vallende regio's in Duitsland, namelijk Mecklenburg-Vorpommern, Brandenburg, Sachsen-Anhalt, Sachsen, Thüringen en Berlijn (Oost) (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 29 juli 1994 betreffende de vaststelling van het communautaire bestek voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap in de onder doelstelling 1 vallende regio's in Duitsland, namelijk Mecklenburg-Vorpommern, Brandenburg, Sachsen-Anhalt, Sachsen, Thueringen en Berlijn (Oost) (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek) (94/628/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de Fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de cooerdinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2081/93 (2), en met name op artikel 8, lid 5,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité voor de ontwikkeling en omschakeling van de regio's, van het Comité uit hoofde van artikel 124 van het Verdrag, van het Comité van beheer voor de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling en van het Permanent Comité van beheer voor de visserijstructuur,
Overwegende dat de Commissie, krachtens artikel 8, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 2052/88, op basis van de door de Lid-Staten ingediende plannen voor regionale ontwikkeling, in het kader van het partnerschap en met instemming van de betrokken Lid-Staat, de communautaire bestekken voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap voor de onder doelstelling 1 vallende zones vaststelt;
Overwegende dat de voorwaarden voor de opstelling en de uitvoering van de communautaire bestekken zijn vastgesteld in deel III, artikel 8 en volgende, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de cooerdinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2082/93 (4); dat in artikel 8, lid 3, de inhoud van de communautaire bestekken is gepreciseerd;
Overwegende dat de Regering van de Duitse Bondsrepubliek op 13 juli 1993 bij de Commissie het in artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2052/88 bedoelde plan voor regionale ontwikkeling voor de nieuwe Laender en Berlijn (Oost) heeft ingediend; dat in dit plan ook de in artikel 8, lid 7, en artikel 10 bedoelde gegevens zijn opgenomen;
Overwegende dat het door de betrokken Lid-Staat ingediende plan een beschrijving van de zwaartepunten bevat en gegevens verstrekt over het bij de verwezenlijking van het plan beoogde gebruik van de bijstand van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Oriëntatie, het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV), de Europese Investeringsbank (EIB) en de overige financieringsinstrumenten;
Overwegende dat het communautaire bestek met instemming van de betrokken Lid-Staat in het kader van het in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 bedoelde partnerschap is vastgesteld;
Overwegende dat de Commissie, op grond van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 4253/88, in het kader van het partnerschap, voor de cooerdinatie en de samenhang tussen de bijstand uit de Fondsen en die van de EIB en de andere financieringsinstrumenten, met inbegrip van die van de EGKS, en van de andere acties met structureel karakter dient zorg te dragen;
Overwegende dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 de EIB bij de opstelling van het communautaire bestek betrokken is geweest; dat zij zich bereid heeft verklaard om op basis van de in deze beschikking aangegeven ramingen van de bedragen voor leningen en overeenkomstig de voor haar geldende statutaire bepalingen tot de verwezenlijking van dit bestek bij te dragen;
Overwegende dat in artikel 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1866/90 van de Commissie van 2 juli 1990 tot regeling van het gebruik van de ecu bij de besteding van de middelen van de Structuurfondsen (5), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 402/94 (6), is bepaald dat de in de beschikkingen van de Commissie tot goedkeuring van de communautaire bestekken vastgestelde communautaire bijstand voor de gehele periode en de jaarlijkse verdeling ervan in ecu moeten luiden, tegen de prijzen van het jaar waarin de beschikking is gegeven, en dat deze worden geïndexeerd; dat deze jaarlijkse verdeling verenigbaar moet zijn met de in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 2052/88 vastgestelde progressie van de vastleggingskredieten; dat de indexering met één enkel percentage per jaar gebeurt, namelijk het percentage dat jaarlijks op de begroting van de Gemeenschap wordt toegepast en voortvloeit uit de voorschriften voor de technische aanpassing van de financiële vooruitzichten;
Overwegende dat deze beschikking, krachtens artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4253/88, als verklaring van intentie aan de betrokken Lid-Staat wordt toegezonden;
Overwegende dat krachtens artikel 20, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 de betalingsverplichtingen met betrekking tot de bijdrage van de Structuurfondsen ter financiering van de onder het communautaire bestek vallende bijstandsmaatregelen worden aangegaan nadat de Commissie een besluit tot goedkeuring van de betrokken acties heeft genomen,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Het communautaire bestek voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap in de onder doelstelling 1 vallende zones in Duitsland tijdens de periode van 1 januari 1994 tot en met 31 december 1999 wordt goedgekeurd.
De Commissie verklaart voornemens te zijn tot de verwezenlijking van dit communautaire bestek bij te dragen volgens de daarin vervatte nadere bepalingen en overeenkomstig de voorschriften en richtsnoeren van de Structuurfondsen en van de andere bestaande financieringsinstrumenten.
Artikel 2
1. Het communautaire bestek behelst de volgende hoofdpunten:
a) de voor de gezamenlijke actie in aanmerking genomen prioritaire zwaartepunten, de gekwantificeerde specifieke doeleinden en het verwachte effect ervan almede de samenhang van deze zwaartepunten met het economische, sociale en regionale beleid van de Duitse Bondsrepubliek;
de prioritaire zwaartepunten zijn:
1. ondersteuning van de productieve investeringen en complementaire investeringen in de economische infrastructuur,
2. ondersteuningsmaatregelen voor kleine en middelgrote ondernemingen,
3. ondersteuningsmaatregelen voor onderzoek, technologie en ontwikkeling, evenals innovatie,
4. beschermingsmaatregelen voor en verbetering van het milieu,
5. maatregelen ter bestrijding van de werkloosheid, evenals ter stimulering van het menselijk potentieel, van de beroepsopleidingen, van de tewerkstelling,
6. maatregelen voor de ontwikkeling van de landbouw, van de plattelandsontwikkeling en van de visserij,
7. technische bijstand;
b) een overzicht van de toe te passen vormen van bijstandsverlening, met vermelding van, met name, de specifieke doeleinden en de belangrijkste geplande soorten maatregelen;
c) een indicatief financieringsplan;
d) de bepalingen inzake toezicht en evaluatie;
e) de bepalingen inzake verificatie van de additionaliteit, en een eerste evaluatie van de additionaliteit;
f) de bepalingen volgens welke de milieu-instanties bij de uitvoering van het communautaire bestek worden betrokken;
g) gegevens over de beschikbaarstelling van de middelen voor de technische bijstand die nodig is voor de voorbereiding, de uitvoering of de aanpassing van de betrokken acties.
2. In het indicatieve financieringsplan zijn, tegen niet te indexeren prijzen, de totale kosten voor de prioritaire zwaartepunten van de gezamenlijke actie van de Gemeenschap en de betrokken Lid-Staat opgenomen, namelijk 57 906 miljoen ecu voor de gehele periode, en de totale beschikbaar te stellen bijstand van de Structuurfondsen en het FIOV, namelijk 13 640 miljoen ecu.
Het nationale aandeel in die financiering, namelijk 10 256 miljoen ecu voor de openbare en 34 010 miljoen ecu voor de particuliere sector, kan gedeeltelijk worden gedekt door communautaire leningen van de Europese Investeringsbank en door de andere leningsinstrumenten. Bij wijze van indicatie zij vermeld dat de leningen van de EIB tot 5 400 miljoen ecu kunnen gaan.
Artikel 3
1. Met het oog op indexering is de verdeling van de vastgestelde maximumbijstand van de Structuurfondsen en van het FIOV over de betrokken jaren als volgt:
"in miljoen ecu (prijzen van 1994) "" ID="1">1994 > ID="2">1 872 "> ID="1">1995 > ID="2">2 024 "> ID="1">1996 > ID="2">2 170 "> ID="1">1997 > ID="2">2 321 "> ID="1">1998 > ID="2">2 523 "> ID="1">1999 > ID="2">2 730 "> ID="1">Totaal > ID="2">13 640 ">
2. De verwachte aanvankelijke verdeling van de totale communautaire bijstand over de Structuurfondsen en het FIOV biedt ter indicatie het volgende beeld:
"" ID="1">- EFRO > ID="2">50,00 % "> ID="1">- ESF > ID="2">30,00 % "> ID="1">- EOGFL, afdeling Oriëntatie > ID="2">19,39 % "> ID="1">- FIOV > ID="2">0,61 % "> ID="1">Totaal > ID="2">100,0 %">
Deze verdeling kan later wijzigingen ondergaan naar gelang van de aanpassingen waartoe volgens de procedure van artikel 25, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 wordt besloten.
Artikel 4
Deze beschikking die als verklaring van intentie wordt toegezonden overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4253/88, is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Gedaan te Brussel, 29 juli 1994.
Voor de Commissie
Bruce MILLAN
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 185 van 15. 7. 1988, blz. 9.(2) PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 5.(3) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 1.(4) PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 20.(5) PB nr. L 170 van 3. 7. 1990, blz. 36.(6) PB nr. L 54 van 25. 2. 1994, blz. 9.