94/918/EG: Beschikking van de Raad van 15 december 1994 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie, uit te voeren voor de Europese Gemeenschap, enerzijds door het GCO, anderzijds door middel van activiteiten in een concurrentieel kader ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautaire beleid (1994-1998)
94/918/EG: Beschikking van de Raad van 15 december 1994 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie, uit te voeren voor de Europese Gemeenschap, enerzijds door het GCO, anderzijds door middel van activiteiten in een concurrentieel kader ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautaire beleid (1994-1998)
BESCHIKKING VAN DE RAAD van 15 december 1994 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met inbegrip van demonstratie, uit te voeren voor de Europese Gemeenschap, enerzijds door het GCO, anderzijds door middel van activiteiten in een concurrentieel kader ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautaire beleid (1994-1998) (94/918/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130, lid 4,
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Europees Parlement (2),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),
Overwegende dat het Europees Parlement en de Raad bij Besluit nr. 1110/94/EG (4) een vierde kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (OTO) hebben vastgesteld voor de periode 1994-1998, waarin onder andere de activiteiten zijn omschreven die moeten worden uitgevoerd op door middel van eigen werkzaamheden enerzijds en anderzijds door activiteiten ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautair beleid in een concurrentieel kader; dat in deze beschikking rekening wordt gehouden met de in de preambule van bovengenoemd besluit uiteengezette overwegingen;
Overwegende dat in artikel 130 I, lid 3, van het Verdrag is bepaald dat het kaderprogramma ten uitvoer wordt gelegd door middel van specifieke programma's die binnen elke activiteit van het kaderprogramma worden ontwikkeld; dat in elk specifiek programma de nadere bepalingen voor de uitvoering ervan, de looptijd en de noodzakelijk geachte middelen worden vastgesteld;
Overwegende dat de door middel van eigen werkzaamheden verrichte OTO-activiteiten worden uitgevoerd door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO); dat deze werkzaamheden bestaan uit institutionele onderzoekactiviteiten waarvoor het GCO de expertise bezit en beschikt over speciale, of zelfs unieke faciliteiten in de Gemeenschap, en institutionele activiteiten ter wetenschappelijke en technische ondersteuning, waarvoor de neutraliteit van het GCO noodzakelijk is;
Overwegende dat andere wetenschappelijke en technische ondersteunende activiteiten, die noodzakelijk zijn voor de opstelling en uitvoering van het communautaire beleid en waarvoor niet de diensten van het GCO als neutrale instelling nodig zijn, zullen worden uitgevoerd door de Commissie in een concurrentieel kader en binnen een klant/contractantrelatie;
Overwegende dat het noodzakelijk geachte bedrag voor de uitvoering van eigen werkzaamheden 600 miljoen ecu bedraagt, en dat het noodzakelijk geachte bedrag voor wetenschappelijke en techische ondersteunende activiteiten in een concurrentieel kader 128 miljoen ecu bedraagt; dat de kredieten voor elk begrotingsjaar door de begrotingsautoriteit worden vastgesteld afhankelijk van de beschikbare middelen binnen de financiële vooruitzichten en onder de voorwaarden van artikel 1, lid 3, van Besluit nr. 1110/94/EG;
Overwegende dat de inhoud van het vierde kaderprogramma voor communautaire OTO-acties is vastgesteld overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel; dat in dit specifieke programma de inhoud is omschreven van de overeenkomstig dit beginsel uit te voeren activiteiten door middel van eigen werkzaamheden enerzijds en anderzijds door activiteiten ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautair beleid in een concurrentieel kader;
Overwegende dat in Besluit nr. 1110/94 EG is bepaald dat een communautaire actie onder meer is gerechtvaardigd als het onderzoek bijdraagt tot de versterking van de economische en sociale samenhang van de Gemeenschap en de bevordering van de algemene harmonieuze ontwikkeling daarvan, en tevens aansluit bij het streven naar wetenschappelijke en technische kwaliteit; dat met dit programma wordt beoogt bij te bedragen tot de verwezenlijking van deze doelstellingen;
Overwegende dat met dit programma een belangrijke bijdrage kan worden geleverd aan de stimulering van de groei, de versterking van het concurrentievermogen en de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de Gemeenschap, zoals aangegeven in het Witboek inzake groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid; dat daarom de prenormatieve onderzoekactiviteiten die in het kader van andere communautaire beleidssectoren noodzakelijk worden geacht, moeten worden bevorderd;
Overwegende dat binnen de eigen werkzaamheden de activiteiten ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautaire beleid in verhouding moeten blijven met de eisen van dat beleid gedurende de looptijd van dit programma;
Overwegende dat het GCO daarnaast op dezelfde wijze aan de werkzaamheden onder contract in het kader van de andere specifieke programma's kan deelnemen als derden die in een Lid-Staat of een geassocieerde staat zijn gevestigd;
Overwegende dat de Commissie ervoor moet zorgen dat onderzoekactiviteiten die worden uitgevoerd als onderdeel van de eigen werkzaamheden respectievelijk de werkzaamheden onder contract, complementair zijn;
Overwegende dat het GCO ook op concurrentiebasis kan deelnemen aan iedere andere door de Gemeenschap ten uitvoer gelegde activiteit en werkzaamheden kan verrichten voor rekening van derden;
Overwegende dat verkennend onderzoek moet worden gestimuleerd;
Overwegende dat het GCO een bijdrage kan leveren aan de uitvoering van communautaire activiteiten, met name op het gebied van informatietechnologieën, industrie- en materiaaltechnologie, normen, metingen en proeven, landbouw en visserij, milieu en klimaat, niet-nucleaire energie, gericht sociaal economisch onderzoek, verspreiding en exploitatie van de resultaten van de ondezoekactiviteiten, en overdracht van technologie;
Overwegende dat het GCO met zijn laboratoria en installaties een doeltreffende bijdrage kan leveren aan de opleiding en mobiliteit van onderzoekers; dat daartoe de samenwerking tussen laboratoria en wetenschappelijke instituten in de overheids- en privésector in alle Lid-Staten moet worden gestimuleerd;
Overwegende dat het GCO kan bijdragen tot andere Europese onderzoekactiviteiten, met inbegrip van Eureka; dat het GCO beter moet worden geïntegreerd in netweken of consortia met partners uit alle Lid-Staten, zowel voor de institutionele als voor de concurrentiële activiteiten; dat het GCO met name als drijvende kracht moet fungeren om te zorgen voor betere relaties tussen onderzoekslaboratoria en -instellingen uit alle regio's van de Gemeenschap;
Overwegende dat rekening moet worden gehouden met het feit dat de Lid-Staten van de EVA die partij zijn bij de EER-Overeenkomst, volwaardig aan dit specifieke programma kunnen deelnemen;
Overwegende dat het dienstig kan zijn om met het oog op de uitvoering van dit programma internationale samenwerking met internationale organisaties en derde landen te ontwikkelen;
Overwegende dat een analyse van de mogelijke sociaal-economische gevolgen en de technologische risico's in verband met dit programma zou moeten worden gemaakt;
Overwegende dat voortdurend en systematisch moet worden toegezien op de vooruitgang die met dit programma wordt geboekt, teneinde het zo nodig aan te passen aan de wetenschapplijke en technologische ontwikkelingen op dit gebied; dat te zijner tijd een onafhankelijke evaluatie van de vooruitgang van het programma moet worden gemaakt, teneinde alle achtergrondinformatie te verschaffen die nodig is om de doelstellingen van het vijfde OTO-kaderprogramma te bepalen; dat aan het eind van dit programma een eindevaluatie moet worden uitevoerd waarbij de vekregen resultaten worden afgezet tegen de doelstellingen van deze beschikking; dat de conclusies van deze evaluaties moeten worden voorgelegd aan het Europees Palement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité;
Overwegende dat de raad van beheer van het GCO een belangrijke rol speelt in de werking van het GCO en bij de tenuitvoerlegging van de activiteiten ervan;
Overwegende dat het doel van de concurrerende ondersteunende activiteiten is te voorzien in de behoeften die zich bij de tenuitvoerlegging van het communautaire beleid doen gevoelen; dat de Commissie daarom met het oog op een zo groot mogelijke flexibilieit maatregelen moet kunnen nemen om deze activiteiten aan te passen;
Overwegende dat de Commissie de verantwoordelijkheden zal vaststellen, met name voor wat betreft de toekenning van de financiële middelen voor deze activiteiten, afhankelijk van het terrein van de betrokken activiteit; dat de middelen zullen worden toegekend op een concurrerende basis;
Overwegende dat het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek (Crest) is geraadpleegd,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de periode van 1 januari 1995 tot en met 31 december 1998 wordt een specifiek programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling vastgesteld, uit te voeren
- enerzijds door het GCO, voornamelijk door middel van eigen werkzaamheden,
- en anderzijds door middel van activiteiten in een concurrentieel kader ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautaire beleid.
Deel I Eigen werkzaamheden (GCO)
Artikel 2
1. De eigen werkzaamheden bestaan uit institutionele onderzoekactiviteiten en institutionele activiteiten ter wetenschappelijke en technische ondersteuning.
2. De institutionele onderzoekactiviteiten, als omschreven in bijlage I, deel A, zijn activiteiten waarvoor het GCO over expertise en bijzondere, zoniet unieke, faciliteiten in de Gemeenschap beschikt en welke een bijdrage leveren tot de uitvoering van het OTO-beleid van de Gemeenschap. Zij worden zodanig uitgevoerd dat zij complementair zijn met de overeenkomstige werkzaamheden onder contract in het kader van de andere specifieke programma's van het vierde kaderprogramma.
3. De institutionele activiteiten ter wetenschappelijke en technische ondersteuning, als omschreven in bijlage I, deel B, zijn activiteiten die nodig zijn voor de opstelling en de tenuitvoerlegging van communautaire beleidslijnen en van de taken die krachtens het Verdrag aan de Commissie zijn opgedragen en waarvoor de neutraliteit van het GCO noodzakelijk is.
Artikel 3
1. Het GCO neemt deel aan de tenuitvoerlegging van de communautaire actie voor onderzoek en technologische ontwikkeling en demonstratie op de gebieden informatietechnologie, industrie- en materiaaltechnologie; normen, metingen en proeven; milieu en klimaat; landbouw en visserij, niet-nucleaire energie; gericht sociaal economisch onderzoek en activiteiten op het gebied van verkennend onderzoek.
2 Het GCO neemt deel aan de tenuitvoerlegging van de communautaire activiteiten voor de verspreiding en de optimalisering van de communautaire acties op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie.
Artikel 4
1. De huishoudelijke begroting van het GCO in het kader van dit programma beloopt 600 miljoen ecu.
2. Een indicatieve verdeling van dit bedrag is opgenomen in bijlage II.
3. De begrotingsautoriteit stelt de kredieten voor elk begrotingsjaar vast, afhankelijk van de beschikbare middelen binnen de financiële vooruitzichten en overeenkomstig de voorwaarden in artikel 1, lid 3, van Besluit nr. 1110/94/EG, waarbij zij rekening houdt met de beginselen van goed financieel beheer waarnaar wordt verwezen in artikel 2 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen.
Indien overeenkomstig artikel 1, lid 3, van het besluit inzake het kaderprogramma aanvullende middelen worden toegekend, zal het GCO een aandeel ontvangen naar rato van zijn aandeel in het huidige totaalbedrag voor het vierde kaderprogramma, op voorwaarde dat het Europees Parlement en de Raad na evaluatie van oordeel zijn dat het GCO blijk geeft meer open te staan voor concurrentie.
Artikel 5
1. De algemene regels voor de financiële deelneming van de Gemeenschap staan in bijlage IV bij Besluit nr. 1110/94/EG.
2. In bijlage III staan de specifieke regels voor de uitvoering van dit programma; deze vormen een aanvulling op de regels van lid 1.
Artikel 6
De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eigen werkzaamheden en zal daartoe een beroep doen op de diensten van het GCO. De Commissie zal in haar taak worden bijgestaan door de raad van beheer van het GCO (hierna "raad van beheer" genoemd).
Artikel 7
1. Teneinde te zorgen voor onder andere een rendabele tenuitvoerlegging van de activiteiten houdt de Commissie, bijgestaan door de raad van beheer, voortdurend en systematisch toezicht op de voortgang van de tenuitvoerlegging van de eigen werkzaamheden in het licht van de in bijlage I aangegeven doelstellingen. In het bijzonder gaat zij na of de doelstellingen, prioriteiten en financiële middelen nog steeds aangepast zijn aan de ontwikkeling van de situatie. Indien dat gezien de resultaten van het toezicht nodig is, dient zij bij de Raad voorstellen in om de institutionele onderzoekactiviteiten aan te passen of aan te vullen. Wat de institutionele wetenschappelijke en technische ondersteunende activiteiten betreft zal de Commissie deze zo nodig aanpassen om ervoor te zorgen dat zij aansluiten bij de eisen van het betreffende communautaire beleid.
2. Ieder jaar dient de Commissie vóór 15 april bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de tenuitvoerlegging van de activiteiten van het GCO. Dit verslag gaat vergezeld van de opmerkingen in het jaarlijks verslag van de raad van beheer. Deze laatste kan ook via de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een afzonderlijk verslag indienen over ieder aspect van de uitvoering van de activiteiten van het GCO.
3. Als bijdrage tot de evaluatie van de communautaire activiteiten als bedoeld in artikel 4, lid 2, van Besluit nr. 1110/94/EG en overeenkomstig het tijdschema in dat lid, zorgt de Commissie er na overleg met de raad van beheer voor dat een externe evaluatie wordt uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen van de activiteiten die het GCO op de onder dit programma vallende gebieden heeft uitgevoerd, en het beheer van deze activiteiten over de laatste vijf jaar voorafgaand aan die evaluatie. De resultaten van deze evaluatie worden voorgelegd aan de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.
4. Na afloop van dit programma laat de Commissie na raadpleging van de raad van beheer door een onafhankelijke instantie een eindevaluatie uitvoeren over de resultaten die in vergelijking met de doelstellingen van bijlage III bij het vierde kaderprogramma en bijlage I bij deze beschikking zijn bereikt. Het verslag van de eindevaluatie wordt ingediend bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité.
Artikel 8
Teneinde te zorgen voor de doeltreffende cooerdinatie van de institutionele onderzoekactiviteiten van het GCO en andere activiteiten van het vierde kaderprogramma, zal systematisch overleg plaatsvinden tussen het GCO, met inbegrip van de raad van beheer en de programmacomités, met inachtneming van hun respectieve bevoegdheid.
Artikel 9
De Commissie, bijgestaan door de raad van beheer, kan op basis van het criterium van wederzijds voordeel het GCO verzoeken projecten uit te voeren met in derde landen gevestigde rechtspersonen wanneer dit effectief bijdraagt tot de uitvoering van de institutionele activiteiten van het GCO. De deelneming van rechtspersonen uit derde landen komt niet in aanmerking voor communautaire steun in het kader van dit progamma.
Deel II Activiteiten in een concurrentieel kader ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautaire beleid
Artikel 10
De wetenschappelijke en technische ondersteunende activiteiten die noodzakelijk zijn voor de opstelling en uitvoering van het communautaire beleid en waarvoor niet de diensten van het GCO als neutrale instelling nodig zijn, zullen worden uitgevoerd door de Commissie in een concurrentieel kader en binnen een klant/contractantrelatie. Deze activiteiten staan beschreven in bijlage IV.
Artikel 11
1. Het bedrag dat noodzakelijk wordt geacht voor de uitvoering van de activiteiten die onder dit deel van het programma vallen, beloopt 128 miljoen ecu.
2. Een indicatieve verdeling van dit bedrag is opgenomen in bijlage V.
3. De begrotingsautoriteit stelt de kredieten voor elk begrotingsjaar vast, afhankelijk van de beschikbare middelen binnen de financiële vooruitzichten en onder de voorwaarden van artikel 1, lid 3, van Besluit nr. 1110/94/EG, met inachtneming van de beginselen van goed financieel beheer die zijn vastgelegd in artikel 2 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen.
Artikel 12
1. De algemene regels voor de financiële deelneming van de Gemeenschap staan in bijlage IV van Besluit nr. 1110/94/EG.
2. De regels voor de deelneming van ondernemingen, onderzoekcentra en universiteiten en voor de verspreiding van de resultaten worden gespecificeerd in de maatregelen die overeenkomstig artikel 130 J van het Verdrag worden genomen.
3. Bijlage VI behelst de nadere regels voor de uitvoering van dit programma; deze vormen een aanvulling op de in de leden 1 en 2 genoemde regels.
Artikel 13
1. De Commissie bekijkt voortdurend en systematisch de voortgang van dit deel van het programma in het licht van de behoeften van het communautaire beleid. In het bijzonder gaat zij na of de doelstellingen, prioriteiten en financiële middelen nog steeds aangepast zijn. In voorkomend geval neemt zij aan de hand van de resultaten van dit onderzoek maatregelen ter aanpassing van deze actitiviteiten.
2. Aan het begin van elk jaar legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de activiteiten in het voorafgaande jaar, alsmede over het werkprogramma van het lopende jaar.
Artikel 14
Deze beschikking ist gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 15 december 1994.
Voor de Raad
De Voorzitter
A. MERKEL
(1) PB nr. C 228 van 17. 8. 1994, blz. 219, en PB nr. C 262 van 20. 9. 1994, blz. 30.(2) PB nr. C 205 van 25. 7. 1994, blz. 316.(3) Advies uitgebracht op 14 september 1994 nog niet verschenen in het Publikatieblad).(4) PB nr. L 126 van 18. 5. 1994, blz. 1.
BIJLAGE I
WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNOLOGISCHE DOELSTELLINGEN EN INHOUD Dit specifieke programma is volledig in overeenstemming met de oriëntaties van het vierde kaderprogramma; de daarin aangegeven selectiecriteria worden hierin toegepast en de wetenschappelijke en technologische doelstellingen ervan worden hierin nader omschreven.
De punten 1.C, 2.B, 3.A, 3.B, 4.C, 5 en 7.A van bijlage III, eerste activiteit, van genoemd kaderprogramma vormen de grondslag van de doelstellingen van dit programma.
Het GCO voert de werkzaamheden op het gebied van strategisch en toegepast onderzoek uit. Daarmee verwerft het zich een plaats in de Europese wetenschap en technologie. Het GCO draagt ook bij tot het leggen van de wetenschappelijke en technische grondslagen die noodzakelijk zijn voor de opstelling en de tenuitvoerlegging van het communautaire beleid op diverse terreinen.
Overeenkomstig de in het Witboek over "Groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid" omschreven prioriteiten op onderzoekgebied, moeten de wetenschappelijke en technische onderzoekaktiviteiten van het GCO voorzien in de behoeften van de Gemeenschap als geheel, alsmede die van haar Instellingen en Lid-Staten, teneinde:
- bij te dragen tot de versterking van de wetenschappelijke en technologische grondslagen van de Europese industrie en de bevordering van de internationale concurentiepositie daarvan;
- de onafhankelijke wetenschappelijke deskundigheid te verschaffen die nodig is voor de uitvoering van het communautaire beleid en de taken die het Verdrag aan de Commissie heeft opgelegd;
- wetenschappelijke en technische diensten te verrichten voor de Instellingen van de Gemeenschap en de bekwaamheden en wetenschappelijke en technische installaties van het GCO beschikbaar te stellen voor overheids- en particuliere instellingen;
- bij te dragen tot de veiligheid van nieuwe en toegepaste technologieën voor het publiek;
- bij te dragen tot een betere milieu-effectrapportage en milieubescherming;
- bij te dragen tot een vermindering van de wetenschappelijke en technologische ongelijkheden tussen de Lid-Staten.
De Europese dimensie van zijn werkzaamheden dient een van de fundamentele sterke punten van het GCO te blijven . De activiteiten van het GCO moeten worden gekenmerkt door een multidisciplinaire aanpak, die gebaseerd is op de grote verscheidenheid van de aanwezige deskundigheid. Dit multidisciplinaire karakter dient tot uiting te komen in de terreinen waarop de instituten van het GCO werkzaam zijn, waardoor het Centrum in staat blijft op eventuele nieuwe uitdagingen in te gaan.
Dankzij de aanwezige bekwaamheden en de betrokkenheid bij het formuleren en ten uitvoer leggen van het communautaire beleid kan het GCO bijdragen tot een bundeling van de nationale, communautaire en Europese activiteiten. Het dient zich vooral toe te leggen op de verbetering van de banden tussen onderzoeklaboratoria en -instellingen in de gehele Gemeenschap en kan voor deze netwerken een spilfunctie vervullen in de sectoren die tot zijn werkterrein behoren. Voorts kan het deelnemen aan de in aanmerking komende Eureka-projecten.
Deze ruime taakstelling mag echter niet leiden tot een te grote versnippering van de ondernomen werkzaamheden. Zonder de verwachtingen van de opdrachtgevers uit het oog te verliezen, moeten het Centrum en zijn leiding een helder zicht houden op de juiste wetenschappelijke en technische oriëntatie van het GCO en het juiste evenwicht weten te bewaren om de werkzaamheden en contracten die zijn aangenomen, te allen tijde te kunnen uitvoeren op het vereiste niveau van competentie, zowel kwalitatief als kwantitatief.
In deze zin moet er ook op worden gewezen dat bepaalde activiteiten een horizontaal karakter hebben: zo kunnen werkzaamheden met betrekking tot milieubescherming ook voorkomen op andere gebieden dan onder "milieu"; hetzelfde geldt bij voorbeeld voor activiteiten in verband met de werkomgeving.
De door het GCO uit te voeren werkzaamheden vallen onder twee categorieën:
- institutionele onderzoekactiviteiten,
- institutionele activiteiten ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautaire beleid.
A. INSTITUTIONELE ONDERZOEKACTIVITEITEN De activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, waarvoor het GCO over bijzondere bekwaamheden en installaties beschikt, die misschien wel uniek zijn in de Gemeenschap, dragen bij tot het communautaire onderzoekbeleid.
Industrietechnologie
De bijdrage van het GCO aan deze sector is gericht op het verbeteren van de concurrentiepositie van de Europese industrie, hetgeen gebeurt in nauwe cooerdinatie met de overeenkomstige actieprogramma's voor gezamenlijke rekening. Een en ander wordt toegespitst op prenormatief onderzoek dat uitzonderingen daargelaten, wordt uitgevoerd in het kader van netwerken van Europese organisaties met belangstelling en bekwaamheden voor dit soort onderzoek, alsmede in samenwerking met normalisatie-instanties, in het bijzonder met de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN). Dit garandeert dat vanaf het begin rekening wordt gehouden met de algemene behoeften van de industrie.
Gebied 4: Industrie- en materiaaltechnologie
Het materiaalonderzoek zal hoofdzakelijk worden gecontentreerd op de hierna volgende sectoren, die worden gekenmerkt door een prenormatief karakter en die belangrijke mogelijkheden bieden voor de onwikkeling van activerende technologieën; hierbij zal de nadruk worden gelegd op schone technologie:
- keramiek, metalen en composietmaterialen: ontwikkeling van procédés, onderzoek van raakvlakken en hechtingen, verbetering van de technologische eigenschappen, karakterisiering en demonstratie;
- technieken voor oppervlaktekarakterisering en -modificatie: ionenimplantatie en laserbundels, beschermende bekleding, niet-destructieve evaluatiemethoden;
- prenormatief onderzoek met het oog op het opstellen van normen voor de rcycleerbaarheid van materialen; in dit verband zal onder meer een database voor recycleerbare materialen worden ontwikkeld (milieu-eigenschappen en raming van de levensduur).
In nauwe samenwerking met de betrokken nationale laboratoria moet zodoende de nodige wetenschappelijke kennis worden verkregen om deze materialen industrieel te kunnen toepassen en om de normalisatie-instellingen de gegevens te verschaffen die nodig zijn voor hun normalisatiewerkzaamheden.
Voorts wordt verdergewerkt aan de ontwikkeling van niet-destructieve evaluatietechnieken voor de studie van de betrouwbaarheid en de levensduur van mechanische bouwwerken, met het oog op de ontwikkeling van inspectietechnieken voor de componenten ervan en de harmonisatie van de goedkeuringsprocedures. Deze werkzaamheden worden verder uitgevoerd in het kader van de sedert jaren bestaande netwerken van laboratoria, die geleidelijk naar gelang van de behoeften zullen worden uitgebreid.
Gebied 5: Metingen en proeven
De werkzaamheden hangen direct samen met de normalisatie. Het betreft onder meer:
a) Prenormatief onderzoek naar referentiematerialen en prenormatief en normatief onderzoek naar referentiemetingen, met name in de volgende sectoren:
- vervaardigen, karakteriseren en certificeren van hoogwaardige referentiematerialen. Hierbij wordt een beroep gedaan op internationale onderlinge vergelijkingen om een afdoende kwaliteitsborging te garanderen en harmonisatie te vergemakkelijken,
- ontwikkeling van een gemeenschappelijke wetenschappelijke grondslag voor chemische referentiemetingen,
- meting en evaluatie van fundamentele gegevens en verbetering van de kwaliteit en de nauwkeurigheid daarvan met behulp van de beschikbare experimentele installaties en door een beroep te doen op Europese en internationale samenwerking, met name via netwerken.
De distributie van de in een communautair kader vervaardigde referentiematerialen geschiedt door het Instituut Metingen en Referentiematerialen (IMRM). Dankzij de resultaten die het IMRM heeft behaald met het opzetten van zeer nauwkeurige metingen, heeft dit instituut erkenning verworven als referentiecentrum. Het IMRM zet in netwerkverband samen met alle geïnteresseerde laboratoria in de Gemeenschap onderlinge kalibraties op, waardoor alle deelnemende laboratoria een neutrale en betrouwbare beoordeling van de kwaliteit van hun metingen vekrijgen. Laboratoria in derde landen die daarom verzoeken, kunnen tegen redelijke vergoeding aan deze activiteit deelnemen.
b) Prenormatief onderzoek op het gebied van de betrouwbaarheid en de veiligheid van constructies, bedoeld om de specificaties van studies van bouwwerken te verbeteren voor de ontwikkeling van normen (Eurocodes), in het bijzonder door rekening te houden met aardbevingen, en de bouwtechnologie van de Europese industrie. Dit onderzoek wordt verder uitgevoerd met de organisaties van de Lid-Staten die sedert 1989 verenigd zijn in de Europese Vereniging van laboratoria voor bouwmechanica.
Ten behoeve van destructieve dynamische proeven op bouwwerken of industriële constructies van staal, beton, metselwerk of composietmaterialen, heeft het GCO een grote testmuur ELSA (European Laboratory for Structural Assessment) en de LDTF (Large Dynamic Test Facility) gebouwd, die uniek zijn in Europa.
Milieu
Gebied 6: Milieu en klimaat
Teneinde de complementaire functie van de directe acties van het GCO ten aanzien van het specifieke programma Milieu en klimaat optimaal te maken zal nauwe samenwerking tussen de GCO-programmabeheerders en andere programmabeheerders van DG XII plaatsvinden bij het opstellen en bijsturen van het werkprogramma en bij projectbeheer. De doelstellingen voor deze onderzoekgebieden zijn hieronder aangegeven, met daarnaast de desbetreffende afdelingstitels in het specifieke programma voor acties voor gezamenlijke rekening 1994-1998.
Thema A. Natuurlijk milieu, milieukwaliteit en global change
De Europese Gemeenschap dient een aanzienlijke bijdrag te leveren aan de internationale onderzoekactiviteiten op het gebied van global change, onder meer door deel te nemen aan belangrijke initiatieven die door de wetenschappelijke gemeenschap zijn opgezet, bij voorbeeld het Internationale Geosfeer-Biosfeerprogramma (IGBP) - de werkzaamheden van het Europese IGAC (International Global Atmosphere Chemistry) Project Office (EIPO) in verband met het IGBP zullen in Ispra plaatsvinden - het World Climate Research Programme (WCRP) en het Human Dimension Programme (HDP).
Het GCO zal ook meewerken aan het Enrich-netwerk door zijn wetenschappelijke werkzaamheden op het gebied van global change ter beschikking te stellen.
Dit netwerk dient tevens bij te dragen tot de ontwikkeling van binnenlandse onderzoekcapaciteit in de ontwikkelingslanden, hoofdzakelijk - maar niet uitsluitend - in Afrika en in het Middellandse-Zeegbied; tevens dient het bij te dragen tot het onderzoek in de landen van Midden- en Oost-Europa. Het Enrich-netwerk moet worden gerealiseerd via eigen bijdragen van het GCO, via actieprogramma's voor gezamenlijke rekening en door een beroep te doen op andere communautaire mechanismen.
Thema A, gebied I: Klimaatverandering en de gevolgen voor onze natuurlijke hulpbronnen
De werkzaamheden van het GCO met betrekking tot de toepassing van de onder thema C hieronder vermelde teledetectietechnieken zjn eveneens van belang voor dit onderzoekgebied, met name wat betreft de gevolgen voor landbouw, bossen, natuurlijk milieu, grondvoorraad en verwoestijning in Europa.
Thema A, gebied II: Fysica en chemie van de atmosfeer, interactie met de biosfeer en het mechanisme van de gevolgen van milieuveranderingen
Onderzoekgebied: Atmosferische processen
De opzet is bij te dragen tot de beoordeling van klimaatverstoringen in de troposfeer en de lagere stratosfeer ten gevolge van chemische processen in de atmosfeer die veroorzaakt worden door anthropogene en natuurlijke emissies in Europa. De GCO-werkzaamheden inzake de toepassing van in thema C vermelde teledetectietechnieken zouden eveneens tot deze doelstelling bijdragen.
Dit werk vindt plaats in het kader van internationale samenwerkingsprogramma's, bij voorbeeld IGBP en GAW (Global Atmosphere Watch). Belangrijke onderzoekthema's op het gebied van de chemie van de stratosfeer en de ozonafbraak zijn de totale ozonkolom, de UV-straling en hun ontwikkeling. Ook zal speciale aandacht worden besteed aan de ozon in de troposfeer en de oxidatieve efficiëntie van de atmosfeer (de projecten BEMA - Biogene emissies in het Middellandse-Zeegebied, en Ozone) en aan de rol van aërosolprecursoren en de interacties aërosol/wolken (de projecten Sulphur en Climate). De rol van het GCO is tweeledig, namenlijk een deel van het onderzoekwerk uitvoeren en ervoor zorgen dat de bijdragen van de nationale laboratoria aan deze projecten beter op elkaar aansluiten.
Thema B, gebied III: Technologieën en methodes voor de beoordeling van milieurisico's en voor milieubescherming en -herstel
Onderzoekgebied: Kwaliteit van het milieu
Onderzoek naar specifieke aspecten van de totale chemische vervuiling - met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel - gebaseerd op Europese samenwerking en ter ondersteuning van prenormatief onderzoek voor de interne markt. Hoofdlijnen voor onderzoek:
a) chemische bodem- en watervervuiling; zuuraccumulatie door het vervoer van vervuilende stoffen, biologische processen en daarmee samenhangende observatie;
b) totale menselijke blootstelling aan chemicaliën; milieucompartimenten, blootstellingswegen en gezondheidseffecten voor spoormetalen en bepaalde klassen organische stoffen;
c) het verwerken en beheren van data, bij voorbeeld aanpassing van geografische informatiesystemen.
Onderzoekgebied: Industriële betrouwbaarheid
Het doel is samen met industrie, overheden en nationale laboratoria een degelijke wetenschappelijke grondslag te leggen voor de verbetering van de veiligheid en de milieu-effecten van de technologie, bij voorbeeld ontwikkeling van op meervoudige criteria gebaseerde methoden voor de definitie van verzamelindicatoren van de toestand van het milieu; ontwikkeling van nieuwe methodologieën voor de beoordeling van de veiligheid en betrouwbaarheid van industriële systemen; het creëren van nieuwe ontwerp-methoden en experimenteel geteste rekeninstrumenten voor de veilige bediening van chemische reactoren.
Thema B, gebied IV: Technologieën voor het voorspellen, voorkomen en inperken van natuurlijke risico's
De werkzaamheden van het GCO inzake de toepassing van de onder thema C vermelde teledetectietechnieken zijn eveneens van belang voor dit onderzoekgebied.
Thema C, gebied I: Onderzoek inzake methodes en proefprojecten
Onderzoekgebied: Teledetectie voor de terrestrische en mariene biosfeer
Doel van dit werk is het documenteren van en inzicht krijgen in de werking van de terrestrische en mariene biosfeer op wereldschaal. De hiermee samenhangende activiteiten hangen af van de ontwikkeling en de gecombineerde toepassing van teledetectietechnieken en -modellen en kunnen rechtstreeks worden gebruikt ter ondersteuning van de inspanningen van de wetenschappelijke gemeenschap bij het onderzoek van het ecosysteem vanuit de ruimte.
Bijzondere aandacht gaat uit naar het bewaken van en het verkrijgen van inzicht in de biosfeer en de interacties van de andere componenten van het aardse kimaatsysteem, met name de atmosfeer. Door de omvang van de taken (gegevensbeheer en gebruik van modellen) is een coherente en gezamenlijke Europese aanpak noodzakelijk. Op deze gebieden fungeert het GCO van de gebruikerskant van de wetenschappelijke gemeenschap als tegenhanger van het Europees Ruimteagentschap.
De bestaande faciliteiten van het GCO kunnen ook voor deelneming aan het vergaren en de evaluatie van seismische gegevens worden aangewend.
Onderzoekgebied: Geavanceerde aardobservatietechnieken
Algemene doelstelling van dit werk is de beoordeling en ontwikkeling van mogelijke toepassingen van teledetectietechnieken, waarbij rekening moet worden gehouden met het European Microwave Signature Laboratory en het gemeenschappelijke Earsec-project met het Europese Ruimteagentschap. Dit werk is erop gericht de wetenschappelijke gemeenschap voor te bereiden op het gebruik van gegevens van aardobservatiesensoren, de ontwikkeling van methoden voor de interpretatie van satellietgegevens en de beoordeling van geavanceerde aardobservatietechnieken.
Er zal met name worden gewerkt aan de ontwikkeling van geavanceerde aardobservatietechnieken ten behoeve van de bewaking van global change. Dit omvat onder meer onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling van technieken voor het benutten van gegevens van in de ruimte geplaatste sensoren voor de bewaking van het mariene milieu en van veranderingen in het terrestrische ecosysteem. Aldus wordt voldaan aan de vereisten inzake subsidiariteit, omdat de projecter veelal een algemeen Europees belang dienen en een samenhangende Europese aanpak vereisen.
Thema C, gebied II: Onderzoek en ontwikkeling voor potentiële toekomstige operationele activiteiten
Onderzoekgebied: Bewaking door middel van teledetectie
Er zal onderzoek worden gedaan naar de ontwikkeling van op teledetectie gebaseerde methoden die in de toekomst kunnen leiden tot toepassingsprojecten ten behoeve van communautaire beleidssectoren, zoals Buitenlandse Zaken, Ontwikkeling en Milieu. Het werk binnen dit kader behelst onder meer de inbreng van instituten en organisaties in de Lid-Staten. Veel van dit werk vereist echter een onpartijdige analyse die alleen kan worden gemaakt door een laboratorium op Europees niveau.
a) Informatiesysteem tropische bossen: levert regelmatig relevante informatie over de toestand van de tropische bossen.
b) Ecosysteembewaking in de Afrikaanse steppen: beoordeling van de primaire produktiviteit van de vegetatie in de Soedanese zone van dit gebied ten zuiden van de Sahel.
c) Bewaking van de verbranding van biomassa en effectenrapportage: invloed van landbranden op het ecosysteem ten behoeve van regionaal hulpbronbeheer. Gebruik van satellietgegevens voor het in kaart brengen en bewaken van branden op continentale tot subcontinentale schaal.
d) Europese milieubewaking: nadruk op bodemdegradatie en bodemerosie in mediterrane milieus, het in kaart brengen van ecosystemen met bos en natuurlijk grasland in Midden- en Noord-Europa; bijwerking van het door Corine bestreken landareaal; geografisch informatiesysteem voor bodeminformatie.
e) Teledetectiegegevens en marien informatiesysteem: onderzoek ter verkrijging van inzicht in het mariene milieu en de invloed van milieuveranderingen op de beschikbare visbestanden.
f) Oceaankleuren: ontwikkeling van een nieuw programma, het Ocean Colour Techniques for Observation Processing and Utilisation System (Octopus) om ervoor te zorgen dat de gegevens van de nieuwe oceaankleurensensor, de Sea Viewing Wide Field of View Sensor (SeaWifs) optimaal worden verwerkt en gebruikt.
g) Atmosfeerbewaking: bewaking van veranderingen in de atmosfeer (troposfeer en stratosfeer) van de interactie biosfeer/atmosfeer, in samenhang met het onderzoek in het kader van thema A, gebied II.
h) Ontwikkeling van methoden ter verbetering van de detectie van gevaarlijke voorwerpen, met het oog op de bescherming van de bevolking, waarbij het European Microwave Signature Laboatory wordt ingeschakeld nadat het voor dit doel is gevalideerd.
Thema C, gebied III: Centrum voor aardobseervatie
Onderzoekgebied: Centrum voor aardobservatie (CEO)
Het GCO neemt met andere Commissiediensten, het Europees Milieuagentschap, het Europees Ruimteagentschap (ESA) en binnen nationale organisaties deel aan de oprichting van het Europese Aardobservatiesysteem (EEOS), een eind-tot-eind dienst die haar gebruikers voortdurend en over lange termijn samenhangende aardobservatiegegevens verschaft. Als bijdrage aan het EEOS ontwikkelt het GCO het Aardobservatiecentrum (CEO), een gedecentraliseerd Europees databeheer- en informatiesysteem dat gegevensdiensten met toegevoegde waarde zal leveren. Het richt zich op wetenschappelijke gebruikers, beleidsmakers en commerciële gebruikers.
Gebied 11. Niet-nucleaire energie
Er zullen bijzondere inspanningen worden gedaan op het gebied van vernieuwbare energiebronnen; het prenormatief onderzoek zal worden opgevoerd op het stuk van fotovoltaïsche energie, zonne-energie, energiebehoud, de ontwikkeling van materialen voor schone technologieën, en systeemanalyse en normalisatieprocedures op energiegebied. Dergelijk transnationaal onderzoek zou de verspreiding van deze technologieën, die enige mate van maturiteit aan het verkrijgen zijn, in de hand moeten werken. Het GCO zal bijdragen aan de ontwikkeling van technologieën voor een schoner en efficiënter energiegebruik door het accent te leggen op de milieuaspecten, op de volgende gebieden en nauw gecooerdineerd met het overeenkomstige actieprogramma voor gezamenlijke rekening:
- fotovoltaïsche energie: de werkzaamheden zullen bestaan uit proeven op componenten en studies van het concept van grootschalige systemen en de controle daarop. Bij dit onderzoek zal gebruik worden gemaakt van de ESTI-installatie (European Solar Testing Installation) van het GCO en van netwerken met partners uit de Lid-Staten. De fundamentele wetenschappelijke werkzaamheden op het gebied van energiebesparing worden voortgezet;
- materialen voor schone technologieën: het onderzoek zal betrekking hebben op de ontwikkeling van materialen voor schone technologieën zoals katalytische dragers met lange levensduur voor de beheersing van emissies, nanoporeuze keramische membranen voor geavanceerde keramiekfilters, keramische legeringen en composieten voor hoge-tempertuurtoepassingen (turbines en warmtewisselaars).
Gebied 13: Gericht sociaal-economisch onderzoek
De Europese waarnemingspost voor wetenschap en technologie (ESTO) van het Instituut Technologische Prognose van het GCO zal aan het Europees Parlement, de Commissie en alle andere openbare en particuliere organen informatie leveren over de ontwikkeling van wetenschappen en technieken en zorgen voor de bewaking van wetenschappelijke ontwikkelingen en technologische innovaties. Deze dienst kan bijdragen tot een analyse van de situatie in de Gemeenschap en in de rest van Europa in een wereldwijde context, alsmede tot een analyse van de technologische strategieën van economische subjecten (industrie, overheid, enz.) en de sociale impact ervan.
Via een onafhankelijke vergelijkende studie van de verwachtingen in de Gemeenschap op het stuk van nieuwe wetenschappelijke, technologische en technische ontwikkelingen zal worden bijgedragen tot de besluitvorming zowel van de Commissie als van de overheid en het bedrijfsleven.
Om de communicatie te verbeteren en doublures te vermijden zal de waarnemingspost nauw samenwerken met Eurostat en nauwe banden ontwikkelen met Europese organisaties, niet alleen de OESO, maar ook de ESA, het CERN, Eureka, enz. Het onderzoek sluit nauw aan bij het onderzoek van het specifieke programma Gericht sociaal-economisch onderzoek.
Binnen het ETAN-net (European Technology Assessment Network) dat binnen bovengenoemd specifiek programma zal worden opgericht, dient de waarnemingspost een spilfunctie te vervullen als onderdeel van een netwerk van soortgelijke waarnemingsposten in de Lid-Staten en wetenschappers of industriële deskundigen die zich bezighouden met het evalueren van de toepasselijkheid, de ontwikkeling en het effect van wetenschappelijke en technologische vernieuwingen.
In communautair verband zal deze dienst met behulp van de verzamelde informatie bijdragen aan de geregelde evaluatie van de stand van het OTO in Europa, in vergelijking met de situatie in de ander ontwikkelde landen.
Technologiebewaking heeft tot doel wetenschappelijke vernieuwing en technologische innovatie in een vroeg stadium waar te nemen en de beleidsmakers in de Gemeenschap te wijzen op de implicaties en consequenties daarvan, vooral voor het technologisch onderzoek en voor de industrie.
B. INSTITUTIONELE ACTIVITEITEN TER WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNISCHE ONDERSTEUNING Deze activiteiten zijn nodig voor de opstelling en de tenuitvoerlegging van het communautaire beleid en van de taken die krachtens het Verdrag aan de Commissie zijn opgedragen.
De onderstaande beschrijving, die gebaseerd is op de huidige behoeften van het communautaire beleid, wordt enkel ter indicatie gegeven en kan worden gewijzigd, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van artikel 7, lid 1.
Informatie- en communicatietechnologie
Gebied 3: Informatietechnologie
Het GCO zal hieraan meewerken, met name door een bijdrage te leveren aan de verbetering van de veiligheid en betrouwbaarheid van systemen. Het gaat hiebij onder meer om computersystemen waarvan de veiligheid een essentieel kenmerk is, computers en robots, en computersystemen die betrekking hebben op veiligheid. De belangrijkste prenormatieve sectoren betreffen het opstellen van richtlijnen voor ontwerpen, teneinde ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met veiligheid en betrouwbaarheid. Er zullen instrumenten worden ontwikkeld voor de analyse en de validering van de veiligheid en de betrouwbaarheid van systemen.
Daarnaast zal het GCO een bijdrage leveren op het gebied van de high-performance computing en de toepassing daarvan; in samenwerking met een netwerk van nationale centra zullen methoden worden ontwikkeld om deze systemen te vergelijken.
Voorts kan het GCO gaan fungeren als instelling waar conformiteitstests worden verricht voor gespecialiseerde programmatuur en kunnen andere bijdragen worden geleverd op het gebied van de informatietechnologie (ontwikkeling van testmethoden) en kan het meewerken aan de organisatie van workshops en opleidingsactiviteiten.
Milieu
Gebied 6: Milieu en klimaat
Teneinde het GCO zijn rol ter ondersteuning van het regelgevend werk van de Commissie (vijfde communautair beleids- en actieprogramma voor het milieu) optimaal te laten vervullen, zal nauw samengewerkt worden tussen de GCO-programmabeheerders en beheerders van de relevante directoraten-generaal. Voor de duidelijkheid zijn de doelstellingen van deze ondersteunende werkzaamheden hieronder aangegeven naast de desbetreffende titel in het kader van het institutioneel onderzoek (deel A).
Thema B, gebied II: Instrumenten, technieken en methodes voor milieubewaking
Onderzoekgebied: Europees referentielaboratorium voor luchtvervuiling (Erlap)
Wetenschappelijke en technische ondersteuning van de regelgevende werkzaamheden van de Commissie voor:
- de opstelling en tenuitvoerlegging van de EG-richtlijn betreffende de kwaliteit van de omgevingslucht, met speciale aandacht voor het stedelijk milieu en industriële emissies. De neutrale en centrale rol van het GCO als cooerdinerende instantie zal nog worden versterkt door het besluit van de Commissie tot instelling van het Europees referentielaboratorium voor luchtvervuiling (Erlap) (Mededeling van de Commissie aan de Raad en aan het Europees Parlement: in voorbereiding). Het opstellen van harmonisatieprocedures om de volstrekte cohesie van de informatie uit de diverse Lid-Staten te garanderen, krijgt prioriteit. Zulke procedures zouden moeten leiden tot een veel doeltreffender toepassing van de kaderrichtlijn betreffende de luchtkwaliteit op het gebied van vervoer, energie, industrie en urbanisatie. Aanvankelijk zal bijzondere aandacht uitgaan naar de twee laatstgenoemde sectoren;
- de tenuitvoerlegging van de EG-richtlijnen over radioactiviteit in het milieu, met name de richtlijnen die betrekking hebben op informatie-uitwisseling met de Lid-Staten, zowel in normale omstandigheden als na een ongeval.
Onderzoekgebied: Ondersteuning van het Europees Milieuagentschap (EMA)
Zoals aangegeven in Verordening (EEG) nr. 1210/90 (1), waarbij het EMA werd opgericht, is het de belangrijkste taak van het Europees Milieuagentschap om in samenwerking met de Lid-Staten het Europees milieuobservatie- en informatienetwerk tot stand te brengen en te cooerdineren.
Dat netwerk zal de voornaamste componenten van de nationale informatienetwerken, de nationale knooppunten en de thematische centra omvatten.
Het Agentschap verzamelt, vewerkt en analyseert de van de nationale knooppunten en de thematische centra afkomstige informatie. Het is dus van doorslaggevend belang dat het Agentschap kan beschikken over geijkte gegevens die in vergelijkbare en consequente vorm worden aangeboden teneinde de Lid-Staten, de Commissie en andere gebruikers gegevens en informatie over het milieu te kunnen verstrekken.
In artikel 15 en bijlage A van de Raadsverordening wordt op het gebied van samenwerking een belangrijke rol toegekend aan het GCO, dat het Agentschap wetenschappelijke en technische ondersteuning moet verschaffen, met als prioritaire taken:
- harmonisatie van milieumeetmethoden,
- onderlinge ijking van apparatuur,
- standaardisatie van dataformats,
- ontwikkeling van nieuwe milieumeetmethoden en apparatuur daarvoor,
- andere taken zoals overeengekomen tussen de Uitvoerend Directeur van het Agentschap en en Directeur-generaal van het GCO.
De werkzaamheden van het GCO vinden plaats op verzoek van het Agentschap en in nauwe samenwerking met de desbetreffende thematische centra.
Thema B, gebied III: Technologieën en methodes voor de beoordeling van milieurisico's en voor milieubescherming en -herstel
Onderzoekgebied: Europees Centrum voor de validatie van alternatieve methodes (ECVAM)
Het Ecvam heeft tot taak de regelgevende werkzaamheden van de Gemeenschap wetenschappelijk en technisch te ondersteunen. Het betreft met name het cooerdineren van de inspanningen ter bevordering van de normale aanvaarding in wetenschap en wetgeving van alternatieve methodes (alternatieven voor vivisectie) die van belang zijn voor de biowetenschappen en die het gebruik van laboratoriumproeven met dieren kunnen verminderen, verfijnen of vervangen. Te dien einde worden gesprekken gevoerd tussen overheid, bedrijven, wetenschappers, consumenten en verenigingen voor dierenbescherming. Versterking van deze dialoog is essentieel, wil de Gemeenschap het doel bereiken dat is gesteld in het beleidsplan en actieprogramma van de Gemeenschap op het gebied van het milieu en duurzame ontwikkeling (2), met betrekking tot een vermindering van het aantal in laboratoriumproeven gebruikte gewervelde dieren.
Het Ecvam is in 1991 officieel ingesteld bij een besluit van de Commissie en een mededeling aan de Raad en aan het Europees Parlement (SEC(91) 1794).
Onderzoekgebied: Industriële betrouwbaarheid
Ondersteuning van de tenuitvoerlegging van milieurichtlijnen betreffende grote risico's, biotechnologierisico's, milieu-effectrapportage en veiligheid op de werkplek.
Het analyseren van de veilige behandeling van gevaarlijke produkten gedurende de volledige produktlevenscyclus, met name bij doorvoer en opslag.
Onderzoekgebied: Europees Bureau voor chemische produkten (ECB)
- Technisch knooppunt voor op onderzoek gebaseerd werk voor de tenuitvoerlegging van Gemeenschapsverordeningen en -richtlijnen op het gebied van chemicaliëncontrole. Door de oprichting van het Europees Bureau voor chemische produkten heeft het GCO officieel een centrale rol toebedeeld gekregen (mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement (PB nr. C 1 van 5.1.1993, blz.3)).
Onderzoekgebied: Levensmiddelen en Europees informatienet voor communautaire farmaceutische produkten (Ecphin)
- Technische en wetenschappelijke ondersteuning van het Directoraat-generaal Interne Markt en Industriële Aanglegenheden (DG III) betreffende de harmonisatie van analysemethoden voor levensmiddelen en consumptiegoederen.
- Geïntegreerde informatie- en communicatiediensten ter ondersteuning van DG III en het Europees Agentschap voor de beoordeling van geneesmiddelen (EAMP) (Verordening (EG) nr. 2309/93 van de Raad), bij het toezicht op de transparantie van de markt (wetenschappelijke informatie en prijzen) voor geneesmiddelen en bij de elektronsiche documenten- en gegevensuitwisseling met de nationale overheden.
Onderzoekgebied: Kwaliteitscontrole van verbruiks- en gebruiksprodukten
Onpartijdige dienstverlening door wetenschappelijke en technische middelen beschikbaar te stellen aan de Dienst consumentenbeleid (CPS) voor de controle van spoorverontreinigingen in industrieprodukten voor openbaar gebruik.
De Dienst consumentenbeleid bijstaan bij de definitie en de verificatie van produktveiligheid en het leveren van methodes voor kwaliteitscontrole.
Biowetenschappen en biotechnologie
Gebied 10: Landbouw en visserij (met inbegrip van de agro-industrie, de levensmiddelentechnologie, de bosbouw, de aquacultuur en de plattelandsontwikkeling
- Het onderzoek en de ontwikkeling van innoverende technieken met gebruikmaking van teledetectie, waardoor de methoden voor het opvolgen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) kunnen worden verbeterd, behelzen onder meer:
a) de tweede fase (1995-1998) van het proefproject voor de toepassing van teledetectie ten behoeve van de landbouwstatistiek (Mars-Stat):
De eerste fase (1989-1993) van Mars-Stat, die door de Raad op 23 september 1988 was vastgesteld, is nu voltooid. Zoals gepland verkeren bepaalde specifieke werkzaamheden nu niet meer in de OTO-fase, maar kunnen zij door de Lid-Staten of de Commissie operationeel worden gebruikt. Andere activiteiten zijn nog in ontwikkeling en om ze operationeel te laten worden moeten de werkzaamheden worden voortgezet.
In de tweede fase worden in het bijzonder de werkzaamheden met betrekking tot het volgen van de vegetatie en modelen voor de prognose van opbrengsten voortgezet, om te komen tot een geïntegreerd systeem voor landbouwinformatie op communautair niveau. Ook het onderzoek naar de toepassing van nieuwe methoden of detectoren moet worden voortgezet. Ten slotte kan het nuttig zijn deze toepassingen uit te breiden tot de behoeften van andere landen, met name de landen van Midden- en Oost-Europa.
b) Bewakings- en controletechnieken voor de tenuitvoerlegging van het GLB (Mars-Cap):
Sedert enige tijd worden teledetectietechnieken gebruikt voor het aanleggen van registers van citrusbomen, wijnstokken en olijfbomen en voor de controle op het gebruik van GLB-subsidies op regionaal of lokaal niveau. Voor de nieuwe voorschriften van het GLB, die uitgebreid zijn tot alle grote teelten, is wetenschappelijke en technische ondersteuning nodig met gebruikmaking van teledetectie voor de ontwikkeling van een geïntegreerd systeem voor het beheer van en de controle op aangegeven landbouwareaal en registers van de verschillende gewassen.
- Het Europees Bureau voor wijn, alcohol en gedistilleerd, waarover op 16 september 1993 door de Commissie een mededeling is ingediend bij de Raad en het Parlement (COM(93) 60 def.), biedt wetenschappelijke en technische steun aan de Commissie zodat zij de correcte toepassing van de communautaire voorschriften kan nagaan. Voor deze activiteit, die vooral geconcentreerd is op de controle op produktvervalsing en de oorsprong van wijnen en bedoeld is om arbitrageprocedures te bepalen bij geschillen tussen twee Lid-Staten, wordt gebruik gemaakt van kernspinresonantie en massaspectrometrie, maar moeten ook nieuwe analysetechnieken worden ontwikkeld.
- De opstelling van methodologieën voor referentiemetingen en de vervaardiging van de nodige referentiematerialen voor de controle op levensmiddelen zijn verdere onpartijdige bijdragen van het GCO aan het Europees landbouwbeleid.
Gebied 13: Gericht sociaal-economisch onderzoek
Met deze activiteit wordt beoogd ten behoeve van de opstelling en de tenuitvoerlegging van het commmunautaire beleid door de Commissie basisinformatie en analyses te verzamelen met betrekking tot wetenschappelijke en technische ontwikkelingen en innovatie, de vooruitzichten en gevolgen ervan, en vooral het effect ervan op het concurrentievermogen van de industrie. Dank zij zijn neutrale positie kan het GCO onafhankelijke adviezen verstrekken, met name door het samenbrengen van de onderzoekresultaten van openbare of particuliere - al dan niet Europese - instanties, op gebieden waarop het bekwaamheden heeft verworven zoals energie, vervoer en milieu.
(1) PB nr. L 120 van 11. 5. 1990, blz. 1.(2) PB nr. C 138 van 17. 5. 1993, blz. 1.
BIJLAGE II
INDICATIEVE VERDELING VAN HET NOODZAKELIJK GEACHTE BEDRAG VOOR DEEL I VAN DIT PROGRAMMA (GCO-DIRECTE ACTIES) "(in miljoen ecu)
"" ID="1">EERSTE ACTIVITEIT
" ID="1">Technologieën voor informatie en communicaties
" ID="1">- Informatietechnologie> ID="2">11
"" ID="1">Industrietechnologie
" ID="1">- Industrie- en materiaaltechnologie> ID="2">90
"> ID="1">- Metingen en proeven> ID="2">105
"" ID="1">Milieu
" ID="1">- Milieu en klimaat> ID="2">294
"" ID="1">Biowetenschappen en biotechnologie
" ID="1">- Landbouw en visserij> ID="2">47
"" ID="1">Energie
" ID="1">- Niet-nucleaire energie> ID="2">20
"" ID="1">Gericht sociaal-economisch onderzoek> ID="2">33
"" ID="1">Totaal
> ID="2">600 (1) (2)
"">
(1) Waarvan
- 199 miljoen ecu nodig wordt geacht voor institutionele ondersteuningsactiviteiten;
- ongeveer 6 % kan worden toegekend aan verkennend onderzoek.(2) Inclusief de bijdrage van de begroting van het GCO ter dekking van de deelneming van het Centrum aan werkzaamheden voor gezamenlijke rekening.
BIJLAGE III
NADERE REGELS VOOR DE UITVOERING VAN DIRECTE WERKZAAMHEDEN 1. De Commissie, bijgestaan door de raad van beheer van het GCO, voert de directe werkzaamheden uit op basis van de in bijlage I gegeven wetenschappelijke doelstellingen en inhoud. De activiteiten met betrekking tot deze werkzaamheden worden uitgevoerd door de bevoegde instituten van het GCO.
2. Bij de uitvoering van institutionele activiteiten zal het GCO, telkens dat passend en haalbaar is, deelnemen aan of zorgen voor het opzetten van netwerken van overheids- en particuliere laboratoria in de Lid-Staten of in Europese onderzoeksconsortia. Bijzondere aandacht gaat uit naar de samenwerking met het bedrijfsleven, vooral met het midden- en kleinbedrijf. In derde landen gevestigde onderzoeksinstellingen mogen eveneens aan projecten meewerken overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van artikel 9 en in voorkomend geval van overeenkomsten inzake samenwerking op W & T-gebied tussen de Gemeenschap en de betrokken derde landen. Er wordt speciaal aandacht geschonken aan samenwerking met onderzoekslaboratoria en -instituten in de landen van Midden- en Oost-Europa en de voormalige Sowjetunie.
De via de uitvoering van de projecten verworven kennis zal worden verspreid door het GCO zelf en door middel van werkzaamheden in het kader van de derde activiteit van het kaderprogramma.
3. De begeleidende maatregelen behelzen:
- de organisatie van verblijfsmogelijkheden bij de GCO-instituten voor bursalen, gastwetenschappers en gedetacheerde medewerkers;
- detachering van GCO-medewerkers bij nationale, industriële of universitaire laboratoria;
- systematische uitwisseling van informatie, onder meer via de organisatie van seminars, workshops en wetenschappelijke publikaties;
- gespecialiseerde opleidingsactiviteiten met de klemtoon op multidisciplinariteit;
- onafhankelijke wetenschappelijke en strategische evaluatie van de uitvoering van projecten en programma's.
BIJLAGE IV
WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNOLOGISCHE DOELSTELLINGEN EN INHOUD VAN DE ONDERSTEUNENDE ACTIVITEITEN IN EEN CONCURRENTIEEL KADER Dit deel van het specifieke programma is volledig in overeenstemming met de oriëntaties van het vierde kaderprogramma; de daarin aangegeven selectiecriteria worden hierin toegepast en de wetenschappelijke en technologische doelstellingen ervan worden hierin nader omschreven.
De activiteiten ter wetenschappelijke en technische ondersteuning in een concurrentieel kader worden hieronder omschreven op basis van bijlage III (eerste activiteit en punt D van de derde activiteit) van het vierde kaderprogramma.
Onderstaande beschrijving wordt ter informatie gegeven, op basis van de huidige behoeften van het communautaire beleid. Hierbij is met name uitgegaan van de punten 1.C, 2.D, 3.A, 3.B, 4.C en 5 van de eerste activiteit.
Om ervoor te zorgen dat deze doelstellingen adequaat zijn afgestemd op de reële behoeften van het communautaire beleid gedurende de looptijd van het vierde kaderprogramma, kunnen zij worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van artikel 13, lid 1, van dit programma.
De volgende thema's vallen onder de wetenschappelijke en technologische doelstellingen:
EERSTE ACTIVITEIT
Informatie- en communicatietechnologie
Gebied 3: Informatietechnologie
Dank zij deze ondersteuning moet de Commissie het comunautaire beleid op het gebied van de informatietechnologie kunnen voortzetten, in het bijzonder op gebieden zoals programmatuur-, componenten- en systeemtechnologie of multimediatechnologie en op andere prioritaire gebieden zoals krachtige computersystemen, microprocessorsystemen of de integratie van deze technologieën in een professionele omgeving.
Industrietechnologie
Gebied 5: Metingen en proeven
De activiteiten op dit gebied kunnen betrekking hebben op de ontwikkeling van niet-destructieve testmethoden voor mechanische constructies en op de programmatuur die nodig is voor de opstelling van communautaire normen inzake de mechanica van constructies, met name voor de bouw of meer algemeen voor de civiele techniek.
Milieu
Gebied 6: Milieu en klimaat
Deze activiteiten dienen ter ondersteuning van de regelgevende activiteiten van de Commissie in het algemene kader van het milieubeleid. Het gaat hierbij onder meer om de ontwikkeling van analysemethoden en de uitvoering, via een netwerk van analyselaboratoria, van series tests betreffende luchtverontreiniging, waterkwaliteit, afval en bodemverontreiniging.
Een bijzondere activiteit betreft het gebruik van teledetectiemethoden uit de ruimte voor de bewaking van tropische bossen, woestijnvorming en produktiviteit van mariene systemen.
Ook bepaalde thema's op het gebied van de regelgeving inzake industriële risico's of bepaalde maatregelen met betrekking tot industriële veiligheid, waaronder biotechnologie, komen in aanmerking voor ondersteunende activiteiten.
Biowetenschappen en biotechnologie
Gebied 8: Landbouw en visserij (met inbegrip van de agro-industrie, de levensmiddelentechnologie, de bosbouw, de aquacultuur en de plattelandsontwikkeling)
Op dit gebied kunnen ondersteunende activiteiten betrekking hebben op bijdragen aan:
- de toepassing van teledetectietechnieken op de landbouw door de verzameling van beelden en de ver- en bewerking van gegevens;
- series proeven voor de kwaliteitscontrole op levensmiddelen;
- de controle op zuivelprodukten;
- de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen, met name wat de aspecten van het in de handel brengen betreft.
Energie
Gebied 11: Niet-nucleaire energie
Tot de ondersteunende activiteiten op dit gebied behoren:
- de be- en verwerking van informatie afkomstig van projecten die zijn uitgevoerd in het kader van communautaire programma's, in het bijzonder van demonstratieprojecten;
- keuringsprocedures ten behoeve van energiebesparing in gebouwen, de industrie en het vervoer en de toepassing van methoden voor energiemodellering (verhouding tussen energieproduktie, -consumptie en milieu-effect) op bepaalde energiescenario's.
DERDE ACTIVITEIT
Deze werkzaamheden, die doorgaans van korte duur zijn, kunnen betrekking hebben op ieder gebied en zijn bedoeld om te voorzien in specifieke behoeften die zich voordoen bij de tenuitvoerlegging van de verschillende communautaire beleidslijnen.
Door hun aard zullen dergelijke behoeften zich pas voordoen tijdens de uitvoering van dit programma. De desbetreffende werkzaamheden moeten erop gericht zijn onmiddellijk daarin te voorzien.
BIJLAGE V
INDICATIEVE VERDELING VAN HET NOODZAKELIJK GEACHTE BEDRAG VOOR DEEL II VAN DIT PROGRAMMA (ONDERSTEUNENDE ACTIVITEITEN IN EEN CONCURRENTIEEL KADER) "(in miljoen ecu)>
"> ID="1">EERSTE ACTIVITEIT> ID="3">91"> ID="1">Informatie- en communicatietechnologie"> ID="1">- Informatietechnologie> ID="2">10"> ID="1">Industrietechnologie"> ID="1">- Metingen en proeven> ID="2">10"> ID="1">Milieu"> ID="1">- Milieu en klimaat> ID="2">26"> ID="1">Biowetenschappen en biotechnologie"> ID="1">- Landbouw en visserij> ID="2">30"> ID="1">Energie"> ID="1">- Niet-nucleaire energie> ID="2">15"> ID="1">DERDE ACTIVITEIT> ID="3">37"> ID="1">Totaal > ID="3">128">
BIJLAGE VI
NADERE REGELS VOOR DE UITVOERING VAN DE ONDERSTEUNENDE ACTIVITEITEN IN EEN CONCURRENTIEEL KADER De ondersteunende activiteiten worden uitgevoerd via werkzaamheden die zijn toegesneden op een concurrentiële aanpak in het kader van een klant/contractantrelatie ter wetenschappelijke en technische ondersteuning van het communautaire beleid. De uitvoering van deze werkzaamheden wordt toevertrouwd aan onderzoekorganisaties en -centra, waaronder het GCO, universiteiten of bedrijven.
De verantwoordelijkheden, met name in verband met het verlenen van de uit hoofde van deze activiteiten toegekende financiële middelen, worden door de Commissie vastgesteld naargelang van de desbetreffende onderzoekgebieden. De toekenning van de middelen gebeurt op een concurrentiële basis.