94/951/EG: Beschikking van de Commissie van 12 december 1994 betreffende aanvragen om de terugbetaling van anti- dumpingrechten die waren geïnd bij de invoer van bepaalde kogellagers van oorsprong uit Thailand (NMB GmbH, NMB France Sàrl, NMB Italia Srl en NMB (UK) Ltd) (Slechts de teksten in de Duitse, Engelse, Franse en de Italiaanse taal zijn authentiek)
94/951/EG: Beschikking van de Commissie van 12 december 1994 betreffende aanvragen om de terugbetaling van anti- dumpingrechten die waren geïnd bij de invoer van bepaalde kogellagers van oorsprong uit Thailand (NMB GmbH, NMB France Sàrl, NMB Italia Srl en NMB (UK) Ltd) (Slechts de teksten in de Duitse, Engelse, Franse en de Italiaanse taal zijn authentiek)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 12 december 1994 betreffende aanvragen om de terugbetaling van anti-dumpingrechten die waren geïnd bij de invoer van bepaalde kogellagers van oorsprong uit Thailand (NMB GmbH, NMB France Sàrl, NMB Italia Srl en NMB (UK) Ltd) (Slechts de teksten in de Duitse, de Engelse, de Franse en de Italiaanse taal zijn authentiek) (94/951/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 522/94 (2), inzonderheid op artikel 16,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE (1) Op 9 oktober 1990 werd bij Verordening (EEG) nr. 2934/90 van de Raad (3) een definitief anti-dumpingrecht van 6,7 % ingesteld op de invoer van bepaalde kogellagers van oorsprong uit Thailand.
(2) Sedert april 1992 dienden de importeurs NMB GmbH, NMB France Sàrl, NMB Italia Srl en NMB (UK) Ltd, geassocieerde dochtermaatschappijen van Minebea Co. Ltd Japan, regelmatig maandelijkse aanvragen in om terugbetaling van anti-dumpingrechten die waren betaald op hun invoer van kogellagers van oorsprong uit Thailand en vervaardigd door NMB Thai, Pelmec Thai en NMB Hi-Tech, die alle eigendom van Minebea zijn.
(3) Deze beschikking heeft betrekking op aanvragen om terugbetaling van anti-dumpingrechten die betaald werden op de tussen april 1992 en december 1992 gebeurde invoer van de aanvragers.
De volgende bedragen (4) aan rechten werden betaald:
- NMB GmbH [. . .] DM ([. . .] ecu),
- NMB France [. . .] Ffr. ([. . .] ecu),
- NMB Italia [. . .] lire ([. . .] ecu),
- NMB UK [. . .] £ sterling ([. . .] ecu).
(4) Nadat de aanvragers hun standpunten hadden bekendgemaakt met betrekking tot de dumpingmarges gedurende de bovenbedoelde referentieperiode, verzamelde en verifieerde de Commissie alle gegevens die zij voor de vaststelling van de dumping nodig achtte en verrichtte zij onderzoek ten kantore van de drie exporteurs (NMB Thai, Pelmec Thai en NMB Hi-Tech) in Thailand.
Er werd ook onderzoek verricht in de bedrijfsruimten van de ondernemingen die de aanvragen hadden ingediend. De aanvragers voldeden op voor de Commissie bevredigende wijze overeenkomstig de Mededeling van de Commissie inzake de terugbetaling van anti-dumpingrechten (5) aan alle verzoeken om extra gegevens.
Naderhand werden de aanvragers van de resultaten van het onderzoek van de Commissie op de hoogte gebracht en in de gelegenheid gesteld daarover opmerkingen te maken. Zij leverden het nodige commentaar en waar nodig werd voor deze beschikking met hun commentaar rekening gehouden.
(5) De Commissie bracht de Lid-Staten op de hoogte en maakte haar standpunt terzake bekend. Geen der Lid-Staten was het met dit standpunt oneens.
B. ARGUMENT VAN DE AANVRAGERS (6) De aanvragers baseerden hun eisen op de bewering dat de uitvoerprijzen voor bepaalde verkopen in de Gemeenschap dusdanig waren dat de dumping lager lag dan het definitieve anti-dumpingrecht van 6,7 %.
C. ONTVANKELIJKHEID (7) Wat NMB France betreft, hebben de aanvragen om terugbetaling onder andere betrekking op bepaalde transacties waarvoor de aanvraag om terugbetaling meer dan drie maanden na de datum van vaststelling van het bedrag van het definitieve recht was ingediend. Voor deze transacties werd de aanvraag om terugbetaling als onontvankelijk beschouwd overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2423/88. De bedoelde transacties zijn die voor welke in juli 1992 anti-dumpingrechten werden betaald alsmede drie transacties met rechten van [. . .] Ffr. die in september 1992 werden betaald. Er zouden ook [. . .] Ffr. aan rechten teveel zijn betaald bij een transactie die in december 1992 plaatsvond.
Voor de andere transacties zijn de aanvragen ontvankelijk aangezien zij werden ingediend overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de anti-dumpingwetgeving van de Gemeenschap, in het bijzonder de bepalingen met betrekking tot de termijnen.
D. GEGRONDHEID VAN DE AANVRAGEN a) Referentieperiode
(8) De referentieperiode liep van april tot december 1992 aangezien tijdens deze periode herhaaldelijk aanvragen werden ingediend.
b) Normale waarde
(9) Zoals in het oorspronkelijke onderzoek werd de normale waarde samengesteld, aangezien op de binnenlandse markt geen toereikende hoeveelheden werden verkocht. Omdat er in Thailand geen andere exporteurs of producenten van kogellagers waren en ook geen vergelijkbare ondernemingen in dezelfde sector, werden de verkoopkosten en de algemene en administratieve uitgaven alsmede de winst vastgesteld op basis van de verkoop van in Thailand vervaardigde lagers door Minebea Singapore op de markt van Singapore en deze basis werd als de "redelijkste basis" beschouwd overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder b), ii), van Verordening (EEG) nr. 2423/88. Deze verkopen waren ook het best vergelijkbaar met de transacties die gebruikt werden om de verkoopkosten, de administratieve en de algemene uitgaven alsmede de winst in het oorspronkelijke onderzoek vast te stellen; het ging in dit onderzoek om verkopen aan een onafhankelijke koper in Singapore van in Thailand vervaardigde kogellagers die meestal opnieuw naar Thailand werden vervoerd. Dergelijke verkopen voor wedervervoer naar Thailand doen zich niet langer voor.
c) Prijs bij uitvoer
(10) Aangezien de importeurs met de betrokken exporteurs geassocieerd zijn, werden de uitvoerprijzen samengesteld ingevolge artikel 2, lid 8, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2423/88.
d) Vergelijking en dumpingmarge
(11) De normale waarde en de uitvoerprijs werden voor elk soort en elke transactie op hetzelfde handelsniveau na aanpassingen overeenkomstig artikel 2, lid 10, van Verordening (EEG) nr. 2423/88 met elkaar vergeleken. Op deze basis werd een dumpingmarge vastgesteld van 7,15 %. Aangezien deze hoger ligt dan het anti-dumpingrecht van 6,7 % worden de aanvragen om terugbetaling als ongegrond beschouwd.
e) Argument van de aanvragers
(12) De aanvragers voerden evenwel aan dat zij op een gedeeltelijke terugbetaling recht hebben omdat eigenlijk een dumpingmarge zou moeten worden vastgesteld die lager ligt dan het anti-dumpingrecht van 6,7 %. Zoals in vroegere onderzoekingen met betrekking tot terugbetalingen in verband met invoer van hun geassocieerde exporteurs in Singapore (6), baseerden zij deze bewering op het argument dat het anti-dumpingrecht dat door de importeur werd betaald, bij de samenstelling van de prijs bij uitvoer niet als een kostenelement mocht worden afgetrokken. Ingevolge het arrest van het Hof van Justitie van 10 maart 1992 in zaak C-188/88 (NMB tegen Commissie) (7), waarbij de aanvragen van de importeurs om terugbetaling in verband met Singapore van de hand werden gewezen, bevestigt de Commissie dat het anti-dumpingrecht overeenkomstig artikel 2, lid 8, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2423/88 bij de samenstelling van de uitvoerprijs als een kostenelement dient te worden afgetrokken. Deze kosten zijn ontstaan tussen de invoer en de wederverkoop. De Commissie wijst derhalve het verzoek om een gedeeltelijke terugbetaling van de hand,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De door NMB GmbH, NMB France Sàrl, NMB Italia Srl en NMB UK Ltd, voor de periode van april tot en met december 1992 ingediende aanvragen om terugbetaling worden afgewezen.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek alsmede tot het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland en voorts tot NMB GmbH, Langen, Duitsland, NMB France Sàrl, Argenteuil, Frankrijk, NMB Italia Srl, Mazza di Rho, Italië en tot NMB UK Ltd, Bracknell, Berkshire, Verenigd Koninkrijk.
Gedaan te Brussel, 12 december 1994.
Voor de Commissie
Sir Leon BRITTAN
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1.(2) PB nr. L 66 van 10. 3. 1994, blz. 10.(3) PB nr. L 281 van 12. 10. 1990, blz. 1.(4) In de gepubliceerde versie van deze beschikking zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2423/88 dat betrekking heeft op het zakengeheim, bepaalde cijfers niet vermeld, hetgeen wordt aangegeven door vierkante haken.(5) PB nr. C 266 van 22. 10. 1986, blz. 2.(6) PB nr. L 185 van 4. 7. 1992, blz. 35.(7) Jurspr. 1992, blz. I-1689.