Home

Verordening (EG) nr. 2459/94 van de Commissie van 11 oktober 1994 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor het beheer van de eerste tranche van de kwantitatieve contingenten die in 1995 van toepassing zijn op bepaalde produkten van oorsprong uit de Volksrepubliek China

Verordening (EG) nr. 2459/94 van de Commissie van 11 oktober 1994 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor het beheer van de eerste tranche van de kwantitatieve contingenten die in 1995 van toepassing zijn op bepaalde produkten van oorsprong uit de Volksrepubliek China

VERORDENING (EG) Nr. 2459/94 VAN DE COMMISSIE van 11 oktober 1994 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor het beheer van de eerste tranche van de kwantitatieve contingenten die in 1995 van toepassing zijn op bepaalde produkten van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 520/94 van de Raad van 7 maart 1994 houdende de totstandbrenging van een communautaire procedure voor het beheer van kwantitatieve contingenten (1), inzonderheid op artikel 2, leden 3 en 4, en de artikelen 13 en 24,

Overwegende dat de Raad bij Verordening (EG) nr. 519/94 van 7 maart 1994 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 1765/82, (EEG) nr. 1766/82 en (EEG) nr. 3420/83 (2), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1921/94 (3), enige kwantitatieve, voor een jaar geldende contingenten ten aanzien van de Volksrepubliek China heeft ingesteld, die in bijlage II bij die verordening zijn opgenomen, en heeft vastgesteld dat deze contingenten worden beheerd overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 520/94;

Overwegende dat de Commissie vervolgens haar goedkeuring heeft gehecht aan Verordening (EG) nr. 738/94 (4) tot vaststelling van een aantal bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 520/94; dat deze bepalingen van toepassing zijn op het beheer van de bovengenoemde contingenten, onder voorbehoud van het bepaalde in onderhavige verordening;

Overwegende dat, gezien de eigenschappen van de Chinese economie, de seizoengebonden levering van bepaalde produkten en de vervoerstermijnen, handelscontracten voor de produkten waarvoor contingenten gelden over het algemeen vóór de aanvang van het contingentjaar worden gesloten; dat derhalve dient te worden vermeden dat de voorgenomen invoer door administratieve knelpunten wordt bemoeilijkt; dat daarom, teneinde de continuïteit van het handelsverkeer te waarborgen, de wijze van beheer en toewijzing van de voor 1995 te openen contingenten vóór de aanvang van het contingentjaar dient te worden vastgesteld;

Overwegende dat bij het vaststellen van deze maatregelen tevens rekening moet worden gehouden met de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Europese Unie, overeenkomstig het Verdrag betreffende de toetreding van Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden tot de Europese Unie (5); dat derhalve de continuïteit dient te worden verzekerd van de handel van importeurs van de nieuwe Lid-Staten, waarvoor de contingenten met ingang van 1 januari 1995 zullen gelden;

Overwegende dat de nodige maatregelen dienen te worden genomen om de importeurs van de nieuwe Lid-Staten toegang te bieden tot de contingenten voor 1995 onder dezelfde voorwaarden als voor importeurs uit de Gemeenschap bij de Verordeningen (EG) nr. 520/94 en (EG) nr. 738/94 en bij de onderhavige verordening is vastgesteld, onder voorbehoud van aanpassingen die noodzakelijk zijn in verband met de bijzondere situatie van de importeurs uit de nieuwe Lid-Staten tot 1 januari 1995;

Overwegende dat de Regeringen van Finland, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden zich ertoe verbonden hebben om passende maatregelen te nemen om de naleving van de bovengenoemde verordeningen te waarborgen, met name ten aanzien van de wijze van indiening van aanvragen voor invoervergunningen en de bijgevoegde bewijsstukken, en dat zij binnen de bij deze verordening vastgestelde termijn de Commissie in kennis zullen stellen van alle nuttige gegevens betreffende de ontvangen aanvragen voor invoervergunningen, teneinde kwantitatieve criteria te kunnen opstellen voor de toewijzing van contingenten aan importeurs;

Overwegende dat de naleving van deze voorwaarden de Commissie in staat zal stellen om de kwantitatieve criteria vast te stellen voor de toewijzing van de contingenten voor 1995, rekening houdend met de deelname van de importeurs van de nieuwe Lid-Staten, onder voorbehoud van en op de datum van inwerkingtreding van het Toetredingsverdrag;

Overwegende dat vervroegde toewijzing van de contingenten, overeenkomstig artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 520/94, dient te worden beperkt tot een eerste tranche van 75 % van de hoeveelheid of de waarde van de jaarcontingenten die bij Verordening (EG) nr. 519/94 zijn vastgesteld;

Overwegende dat de tweede tranche van deze contingenten zo spoedig mogelijk zal worden toegewezen, rekening houdend met de aanpassingen waartoe de Raad in het licht van de handelsstromen van de nieuwe Lid-Staten zal besluiten;

Overwegende dat onderzoek van de verschillende methoden voor het beheer van contingenten waarin Verordening (EG) nr. 520/94 voorziet, heeft aangetoond dat de op de traditionele handelsstromen gebaseerde methode in dit geval het meest geschikt is; dat bij toepassing van deze methode de tranches van de contingenten in twee delen worden verdeeld, waarvan het ene aan de traditionele importeurs en het andere aan de overige aanvragers van een vergunning wordt toegewezen;

Overwegende dat deze methode een harmonische overgang lijkt te garanderen van de vroegere regeling, waarbij voor de verschillende Lid-Staten voor de invoer van de betrokken produkten verschillende voorwaarden golden, naar de uniforme regeling die uit de vaststelling van de betrokken communautaire contingenten voortvloeit;

Overwegende dat deze methode rekening houdt met de traditionele invoerstromen die onder de oude regeling zijn ontstaan; dat een daadwerkelijk communautaire regeling de niet-traditionele importeurs evenwel geleidelijk toegang tot deze contingenten dient te verschaffen; dat bij de vaststelling van het aan de andere aanvragers toe te wijzen gedeelte van het contingent overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EG) nr. 520/94 op representatieve wijze rekening dient te worden gehouden met uiteenlopende voorwaarden van de bovengenoemde invoerregeling; dat, met inachtneming van al deze elementen, een zeker evenwicht moet worden betracht bij de vaststelling van het aan de twee categorieën importeurs toe te wijzen deel van de contingenten;

Overwegende dat voor de vaststelling van het aan de traditionele importeurs toe te wijzen gedeelte van het contingent dezelfde referentieperiode dient te worden toegepast als voor de verdeling van het contingent voor 1994, namelijk de periode 1991-1992; dat deze periode nog steeds representatief is voor de normale ontwikkeling van de traditionele invoerstromen die onder de oude regeling zijn ontstaan;

Overwegende echter dat het wenselijk is de formaliteiten te vereenvoudigen voor de traditionele importeurs die al houder zijn van een invoervergunning die is afgegeven bij de verdeling van de contingenten voor 1994, op grond van Verordening (EG) nr. 1012/94 van de Commissie van 29 april 1994 tot vaststelling van de aan traditionele importeurs toe te wijzen hoeveelheden van de kwantitatieve EG-contingenten die van toepassing zijn op bepaalde produkten uit de Volksrepubliek China (6); dat de bevoegde administratieve autoriteiten namelijk al over de vereiste bewijsstukken beschikken voor elk van deze traditionele importeurs; dat het derhalve voldoende is dat de genoemde importeurs bij hun nieuwe aanvraag een kopie van hun vorige vergunning voegen;

Overwegende dat de ervaring heeft uitgewezen dat de bij artikel 10 van Verordening (EG) nr. 520/94 vastgestelde methode, namelijk de verdeling op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, voor de vaststelling van het aan de overige importeurs toe te wijzen gedeelte van het contingent minder geschikt kan blijken te zijn; dat er dientengevolge, in overeenstemming met artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 520/94, aanleiding is om een alternatieve methode vast te stellen; dat het derhalve wenselijk lijkt in een verdeling naar rato van de gevraagde hoeveelheden te voorzien, door middel van een gelijktijdig onderzoek van de ingediende aanvragen voor invoervergunningen, in overeenstemming met artikel 13 van Verordening (EG) nr. 520/94;

Overwegende dat, teneinde optimale voorwaarden te scheppen voor de toewijzing en de efficiënte benutting van het contingent, speculatieve verzoeken dienen te worden voorkomen en dat erop moet worden toegezien dat economisch verantwoorde hoeveelheden worden toegewezen; dat niet-traditionele importeurs derhalve slechts tot een bepaalde hoeveelheid of waarde verzoeken moeten kunnen indienen;

Overwegende dat een termijn dient te worden vastgesteld waarbinnen de traditionele en andere importeurs hun aanvragen voor invoervergunningen moeten indienen, willen zij voor de toewijzing van een deel van het contingent in aanmerking komen;

Overwegende dat het dienstig is te bepalen dat, met het oog op een optimaal gebruik van de contingenten, in de vergunningaanvragen voor de invoer van schoeisel, indien de contingenten betrekking hebben op diverse onderverdelingen van de GN-code, de voor elke onderverdeling van de GN-code gevraagde hoeveelheid dient te worden gespecificeerd;

Overwegende dat de Lid-Staten de Commissie overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 520/94 in kennis dienen te stellen van de aanvragen voor invoervergunningen die zij hebben ontvangen; dat de gegevens betreffende de vroegere invoer van de traditionele importeurs per referentiejaar moeten worden opgegeven, in de eenheid waarin het betrokken contingent is uitgedrukt; dat, wanneer het contingent in ecu is vastgesteld, de tegenwaarde van de in nationale valuta uitgedrukte vroegere invoer wordt berekend overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (7);

Overwegende dat, gezien het bijzondere karakter van de handel in de produkten waarop deze contingenten betrekking hebben en in het bijzonder de vervoerstermijnen, het dienstig lijkt met ingang van 1 januari 1995 de geldigheidsduur van de invoervergunning vast te stellen op negen maanden;

Overwegende dat deze maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het bij Verordening (EG) nr. 520/94 ingestelde comité, waaraan de vertegenwoordigers van de nieuwe Lid-Staten als waarnemers hebben deelgenomen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Overeenkomstig artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 520/94 worden de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 519/94 bedoelde kwantitatieve contingenten voor 1995 verdeeld in tranches, waarvan de eerste aan de importeurs wordt toegewezen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van onderhavige verordening.

2. De hoeveelheid of waarde van de eerste tranche is in bijlage I bij deze verordening voor elk kwantitatief contingent aangegeven.

3. Verordening (EG) nr. 738/94 tot vaststelling van een aantal bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 520/94 is van toepassing behoudens de bepalingen van onderhavige verordening.

Artikel 2

1. De eerste tranche van elk kwantitatief contingent wordt toegewezen volgens de op de traditionele handelsstromen gebaseerde methode bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 520/94.

2. De respectievelijk aan traditionele importeurs en aan de overige importeurs toe te wijzen gedeelten worden aangegeven in bijlage II bij deze verordening.

3. De toewijzing van het voor de overige importeurs bestemde gedeelte geschiedt volgens de methode van proportionele verdeling van de gevraagde hoeveelheden, waarbij de hoeveelheid respectievelijk de waarde die door elke importeur kan worden gevraagd niet hoger mag zijn dan de hoeveelheid respectievelijk de waarde die in bijlage III bij deze verordening is aangegeven.

Artikel 3

Aanvragen voor invoervergunnningen kunnen worden ingediend gedurende de periode die aanvangt op de dag volgende op die van de bekendmaking van deze verordening in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen tot 28 oktober 1994 om 15.00 uur Brusselse tijd bij de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 738/94 bedoelde bevoegde administratieve instanties.

Artikel 4

1. Voor de toewijzing van het voor traditionele importeurs bestemde gedeelte van de tranche van elk contingent worden als zodanig beschouwd importeurs die kunnen aantonen dat zij gedurende de kalenderjaren 1991 en 1992 invoer hebben verricht.

2. De in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 520/94 bedoelde bewijsstukken dienen verband te houden met de in de kalenderjaren 1991 en 1992 in het vrije verkeer gebrachte produkten van oorsprong uit de Volksrepubliek China onder de tranches van kwantitatieve contingenten waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft.

3. In plaats van de onder het eerste streepje van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 520/94 bedoelde bewijsstukken

- kan de aanvrager zijn vergunningaanvraag vergezeld doen gaan van een door de bevoegde nationale instanties opgesteld en gecertificeerd bewijsstuk, gebaseerd op de douanegegevens waarover deze beschikken, in verband met de betrokken produkten die in de kalenderjaren 1991 en 1992 werden ingevoerd, hetzij door hemzelf, hetzij, in voorkomend geval, door de handelaar wiens activiteiten hij heeft voortgezet;

- kan de aanvrager die reeds houder is van een invoervergunning die afgegeven is uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1012/94 en betrekking heeft op de produkten waarvoor de tranches van de contingenten gelden, zijn vergunningaanvraag vergezeld doen gaan van een kopie van de vorige vergunning. In dit geval vermeldt hij in de vergunningaanvraag de totale waarde van de betrokken produkten die hij in elk jaar van de referentieperiode heeft ingevoerd.

4. Artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 is, in voorkomend geval, van toepassing op in nationale valuta luidende bewijsstukken.

Artikel 5

De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk op 7 november 1994 om 10.00 uur Brusselse tijd het aantal aanvragen voor invoervergunningen en de totale gevraagde hoeveelheid respectievelijk waarde mede, alsook wat de aanvragen van traditionele importeurs betreft, de hoeveelheden respectievelijk waarde die in elk jaar van de in artikel 4, lid 1, van deze verordening bedoelde referentieperiode door de traditionele importeurs werden ingevoerd.

Artikel 6

1. Ten laatste op 11 november 1994 keurt de Commissie de kwantitatieve criteria goed aan de hand waarvan de bevoegde nationale autoriteiten bepalen of aan de aanvraag van een importeur kan worden voldaan.

2. De Commissie licht de nieuwe Lid-Staten over dit besluit in.

Artikel 7

De geldigheidsduur van invoervergunningen bedraagt met ingang van 1 januari 1995 negen maanden.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 11 oktober 1994.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 66 van 10. 3. 1994, blz. 1.

(2) PB nr. L 67 van 10. 3. 1994, blz. 89.

(3) PB nr. L 198 van 30. 7. 1994, blz. 1.

(4) PB nr. L 87 van 31. 3. 1994, blz. 47.

(5) PB nr. C 241 van 29. 8. 1994, blz. 9.

(6) PB nr. L 111 van 30. 4. 1994, blz. 100.

(7) PB nr. L 302 van 19. 10. 1992, blz. 1.

BIJLAGE I

Bedrag/Waarde van de eerste tranche van de contingenten voor 1995 "" ID="1">Handschoenen> ID="2">4203 29 > ID="3">71 898 750 ecu"> ID="1">Schoeisel vallende onder GS/GN-codes> ID="2">ex 6402 19 (1)> ID="3">26 250 000 paar"> ID="2">ex 6402 99 (1)"> ID="2">ex 6403 19 (1)> ID="3">2 062 500 paar"> ID="2">6403 51 > ID="3">1 875 000 paar"> ID="2">6403 59 "> ID="2">ex 6403 91 (1)> ID="3">7 444 500 paar"> ID="2">ex 6403 99 (1)"> ID="2">ex 6404 11 (1)> ID="3">12 637 500 paar"> ID="2">6404 19 10 > ID="3">21 789 000 paar"> ID="1">Keuken- en tafelgerei, van porselein> ID="2">6911 10 > ID="3">29 250 ton"> ID="1">Keuken- en tafelgerei, van keramische stoffen> ID="2">6912 00 > ID="3">22 275 ton"> ID="1">Glaswerk voor tafelgebruik, enz.> ID="2">7013 > ID="3">8 250 ton"> ID="1">Autoradio's vallende onder GS/GN-codes> ID="2">8527 21 > ID="3">1 575 000 stuks"> ID="2">8527 29 > ID="3">127 500 stuks"> ID="1">Speelgoed vallende onder GS/GN-codes> ID="2">9503 41 > ID="3">150 598 500 ecu"> ID="2">9503 49 > ID="3">62 888 250 ecu"> ID="2">9503 90 > ID="3">381 012 000 ecu""

>

(1) Uitgezonderd volgens een speciale techniek vervaardigd schoeisel: schoeisel met een cif-prijs per paar van 12 ecu of meer, voor sportieve bezigheden, voorzien van een gegoten zool - niet gespoten - bestaande uit een of meer lagen, vervaardigd van synthetische materialen, speciaal ontworpen om schokken als gevolg van verticale of zijwaartse bewegingen op te vangen en met technische kenmerken zoals luchtdichte kussentjes gevuld met gas of vloeistoffen, met mechanische bestanddelen die de schokken opvangen of neutraliseren, of met materialen zoals polymeren met een lage dichtheid.

BIJLAGE II

Verdeling van de eerste tranche van de contingenten "" ID="1">Handschoenen> ID="2">4203 29 > ID="3">61 113 937 ecu (85 %) > ID="4">10 784 813 ecu (15 %) "> ID="1">Schoeisel vallende onder GS/GN-codes> ID="2">ex 6402 19 (1) ex 6402 99 (1)> ID="3">21 000 000 paar (80 %) > ID="4">5 250 000 paar (20 %) "> ID="2">ex 6403 19 (1)> ID="3">1 650 000 paar (80 %) > ID="4">412 500 paar (20 %) "> ID="2">6403 51 6403 59 > ID="3">1 500 000 paar (80 %) > ID="4">375 000 paar (20 %) "> ID="2">ex 6403 91 (1) ex 6403 99 (1)> ID="3">5 955 600 paar (80 %) > ID="4">1 488 900 paar (20 %) "> ID="2">ex 6404 11 (1)> ID="3">10 110 000 paar (80 %) > ID="4">2 527 500 paar (20 %) "> ID="2">6404 19 10 > ID="3">17 431 200 paar (80 %) > ID="4">4 357 800 paar (20 %) "> ID="1">Keuken- en tafelgerei, van porselein> ID="2">6911 10 > ID="3">23 400 ton (80 %) > ID="4">5 850 ton (20 %) "> ID="1">Keuken- en tafelgerei, van keramische stoffen> ID="2">6912 00 > ID="3">17 820 ton (80 %) > ID="4">4 455 ton (20 %) "> ID="1">Glaswerk voor tafelgebruik, enz.> ID="2">7013 > ID="3">6 600 ton (80 %) > ID="4">1 650 ton (20 %) "> ID="1">Autoradio's vallende onder GS/GN-codes> ID="2">8527 21 8527 29 > ID="3">1 260 000 stuks 102 000 stuks (80 %) > ID="4">315 000 stuks 25 500 stuks (20 %) "> ID="1">Speelgoed vallende onder GS/GN-codes> ID="2">9503 41 9503 49 9503 90 > ID="3">112 948 875 ecu 47 166 187 ecu 285 759 000 ecu (75 %) > ID="4">37 649 625 ecu 15 722 063 ecu 95 253 000 ecu (25 %) ""

>

(1) Uitgezonderd volgens een speciale techniek vervaardigd schoeisel: schoeisel met een cif-prijs per paar van 12 ecu of meer, voor sportieve bezigheden, voorzien van een gegoten zool - niet gespoten - bestaande uit een of meer lagen, vervaardigd van synthetische materialen, speciaal ontworpen om schokken als gevolg van verticale of zijwaartse bewegingen op te vangen en met technische kenmerken zoals luchtdichte kussentjes gevuld met gas of vloeistoffen, met mechanische bestanddelen die de schokken opvangen of neutraliseren, of met materialen zoals polymeren met een lage dichtheid.

BIJLAGE III

Maximale hoeveelheid die door een niet-traditionele invoerder mag aangevraagd worden "" ID="1">Handschoenen> ID="2">4203 29 > ID="3">30 000 ecu"> ID="1">Schoeisel vallende onder GS/GN-codes> ID="2">ex 6402 19 (1)> ID="3">4 000 paar"> ID="2">ex 6402 99 (1)"> ID="2">ex 6403 19 (1)> ID="3">4 000 paar"> ID="2">6403 51 > ID="3">4 000 paar"> ID="2">6403 59 "> ID="2">ex 6403 91 (1)> ID="3">4 000 paar"> ID="2">ex 6403 99 (1)"> ID="2">ex 6404 11 (1)> ID="3">4 000 paar"> ID="2">6404 19 10 > ID="3">4 000 paar"> ID="1">Keuken- en tafelgerei, van porselein> ID="2">6911 10 > ID="3">4 ton"> ID="1">Keuken- en tafelgerei, van keramische stoffen> ID="2">6912 00 > ID="3">4 ton"> ID="1">Glaswerk voor tafelgebruik, enz.> ID="2">7013 > ID="3">3 ton"> ID="1">Autoradio's vallende onder GS/GN-codes> ID="2">8527 21 > ID="3">4 000 stuks"> ID="2">8527 29 > ID="3">4 000 stuks"> ID="1">Speelgoed vallende onder GS/GN-codes> ID="2">9503 41 > ID="3">30 000 ecu"> ID="2">9503 49 > ID="3">30 000 ecu"> ID="2">9503 90 > ID="3">30 000 ecu""

>

(1) Uitgezonderd volgens een speciale techniek vervaardigd schoeisel: schoeisel met een cif-prijs per paar van 12 of meer ecu, voor sportieve bezigheden, voorzien van een gegoten zool - niet gespoten - bestaande uit een of meer lagen, vervaardigd uit synthetische materialen, speciaal ontworpen om schokken als gevolg van verticale of zijwaartse bewegingen op te vangen en met technische kenmerken zoals luchtdichte kussentjes gevuld met gas of vloeistoffen, met mechanische bestanddelen die de schokken opvangen of neutraliseren, of met materialen zoals polymeren met een lage dichtheid.