Home

VERORDENING (EG) Nr. 2476/94 VAN DE COMMISSIE van 13 oktober 1994 tot beperking van de geldigheidsduur van de voorfixatiecertificaten voor bepaalde landbouwprodukten, uitgevoerd in de vorm van niet onder bijlage II van het Verdrag vallende goederen

VERORDENING (EG) Nr. 2476/94 VAN DE COMMISSIE van 13 oktober 1994 tot beperking van de geldigheidsduur van de voorfixatiecertificaten voor bepaalde landbouwprodukten, uitgevoerd in de vorm van niet onder bijlage II van het Verdrag vallende goederen

VERORDENING (EG) Nr. 2476/94 VAN DE COMMISSIE van 13 oktober 1994 tot beperking van de geldigheidsduur van de voorfixatiecertificaten voor bepaalde landbouwprodukten, uitgevoerd in de vorm van niet onder bijlage II van het Verdrag vallende goederen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen (1), inzonderheid op artikel 8, lid 3, eerste alinea,

Overwegende dat op grond van de GATT-Overeenkomst voor de niet onder bijlage II vallende goederen de financiële steun voor landbouwprodukten waarvoor een uitvoerrestitutie wordt toegekend in zes jaar tijd met 36 % moet worden verminderd; dat deze vermindering voor het eerst moet worden toegepast voor het boekjaar dat ingaat op 16 oktober 1995 en eindigt op 15 oktober van het daaropvolgende jaar;

Overwegende dat de uitgaven moeten worden vastgesteld voor elk van deze boekjaren; dat, om deze boekhouding te kunnen maken, ervoor gezorgd moet worden dat op grond van de huidige regeling afgegeven certificaten alle binnen het raam van de huidige regeling worden gebruikt; dat daartoe de geldigheidsduur van de onder de huidige regeling afgegeven certificaten moet worden beperkt tot en met 15 oktober 1995; dat, aangezien 14 en 15 oktober 1995 geen werkdagen zijn, de geldigheidsduur van de onder de huidige regeling afgegeven certificaten moet worden beperkt tot en met 13 oktober 1995;

Overwegende dat artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1223/94 van de Commissie van 30 mei 1994 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van voorfixatiecertificaten voor bepaalde landbouwprodukten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage II van het Verdrag vallen (2) de geldigheidsduur bepaalt van de voorfixatiecertificaten; dat deze verordening van nu af aan rekening moet houden met de GATT-Overeenkomst;

Overwegende dat de toepassing van een van de in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2026/83 (4), bedoelde regelingen tot gevolg kan hebben dat de feitelijke geldigheidsduur van de certificaten wordt verlengd; dat moet worden bepaald dat de onder een van deze regelingen geplaatste produkten uiterlijk op 13 oktober 1995 aan deze regeling worden onttrokken; dat daardoor afgeweken wordt van de bepalingen betreffende de termijn waarvoor de produkten onder een van deze regelingen geplaatst kunnen worden;

Overwegende dat de bepalingen in deze verordening een vlotte overgang van de huidige regeling naar de GATT-regeling moeten garanderen; dat deze bepalingen geen afbreuk doen aan de wijze waarop de GATT-Overeenkomsten zullen worden beheerd; dat in dat verband zo snel mogelijk maatregelen zullen worden getroffen om verstoring van de handelsstromen te voorkomen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer van de horizontale kwesties betreffende de handel in niet onder bijlage II vallende verwerkte landbouwprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wanneer de geldigheidsduur van certificaten inzake vaststelling vooraf van de restitutie, aangevraagd volgens Verordening (EG) nr. 1223/94 in toepassing van artikel 4 van die verordening, na 13 oktober 1995 afloopt, wordt de geldigheidsduur daarvan beperkt tot laatstgenoemde datum.

Artikel 2

Voor produkten of goederen die zich op 13 oktober 1995 onder een van de in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 bedoelde regelingen bevinden, moet vóór die datum een uitvoeraangifte als bedoeld in artikel 30 van Verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie (5) zijn ingediend.

Artikel 3

Ter voorkoming van verstoring van handelsstromen zullen zonodig andere maatregelen, die noodzakelijk zijn om rekening te houden met de bijzondere omstandigheden betreffende goederen die niet vallen onder bijlage II van het Verdrag, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing voor de certificaten die op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden aangevraagd.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 13 oktober 1994.

Voor de Commissie

Martin BANGEMANN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 318 van 20. 12. 1993, blz. 18.

(2) PB nr. L 136 van 31. 5. 1994, blz. 33.

(3) PB nr. L 62 van 7. 3. 1980, blz. 5.

(4) PB nr. L 199 van 22. 7. 1983, blz. 12.

(5) PB nr. L 351 van 14. 12. 1987, blz. 1.