Home

Verordening (EG) nr. 1171/95 van de Raad van 22 mei 1995 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 3359/93 tot instelling van gewijzigde anti-dumpingmaatregelen op de invoer van ferrosilicium van oorsprong uit Rusland, Kazachstan, Oekraïne, IJsland, Noorwegen, Zweden, Venezuela en Brazilië

Verordening (EG) nr. 1171/95 van de Raad van 22 mei 1995 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 3359/93 tot instelling van gewijzigde anti-dumpingmaatregelen op de invoer van ferrosilicium van oorsprong uit Rusland, Kazachstan, Oekraïne, IJsland, Noorwegen, Zweden, Venezuela en Brazilië

VERORDENING (EG) Nr. 1171/95 VAN DE RAAD van 22 mei 1995 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 3359/93 tot instelling van gewijzigde anti-dumpingmaatregelen op de invoer van ferrosilicium van oorsprong uit Rusland, Kazachstan, Oekraïne, IJsland, Noorwegen, Zweden, Venezuela en Brazilië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 14,

Gelet op het voorstel dat door de Commissie na overleg in het kader van het Raadgevend Comité werd ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A. VOORAFGAANDE PROCEDURE

(1) Bij Verordening (EG) nr. 3359/93 (2) stelde de Raad een anti-dumpingrecht van 25 % in op de invoer van ferrosilicium dat is ingedeeld onder de GN-codes 7202 21 10, 7202 21 90 en ex 7202 29 00 van oorsprong uit Brazilië. Een uitzondering vormde de invoer van vijf exporteurs die specifiek werden vermeld en waarop een lager recht werd toegepast.

(2) In die verordening wees de Raad erop dat de Commissie, zoals steeds, bereid zou zijn een nieuw onderzoek te verrichten voor die bedrijven die gedurende de periode van onderzoek niet uitvoerden, niet geassocieerd zijn met bedrijven die gedurende die periode wel uitvoerden en nu voornemens zijn naar de Gemeenschap uit te voeren (de zogenaamde nieuwkomers).

B. VERZOEK OM EEN NIEUW ONDERZOEK

(3) De Commissie ontving een aanvraag om een nieuw onderzoek naar de maatregelen die momenteel van kracht zijn. Het ging uit van een Braziliaans bedrijf, Libra Ligas do Brazil, dat verklaarde aan de criteria van overweging 2 te voldoen.

(4) Op verzoek verstrekt dit bedrijf tot staving van zijn verklaringen bewijsmateriaal dat toereikend werd geacht om de opening van een nieuw onderzoek te rechtvaardigen overeenkomstig de artikelen 7 en 14 van Verordening (EEG) nr. 2423/88 (hierna "basis-verordening" genoemd).

Door middel van een bericht dat op 17 juni 1994 werd gepubliceerd (3) en na overleg in het kader van het Raadgevend Comité, leidde de Commissie een nieuw onderzoek in naar Verordening (EG) nr. 3359/93 voor het betrokken bedrijf en startte zij met haar onderzoek.

(5) Vervolgens maakte een ander Braziliaans bedrijf, Nova Era Silicon SA zich bij de Commissie bekend en verzocht het in het onderzoek te worden opgenomen overeenkomstig de bepalingen van bovenvermeld bericht van inleiding van de procedure. Omdat dit bedrijf bewijsmateriaal kon verstrekken waaruit bleek dat het de betrokken produkten gedurende de periode van onderzoek niet naar de Gemeenschap had uitgevoerd maar vast voornemens was dit wel te doen en dat het bovendien niet verbonden of geassocieerd was met één van de bedrijven waarop het anti-dumpingrecht van toepassing is, besloot de Commissie dit bedrijf in het onderzoek op te nemen.

(6) Het onderzochte produkt is hetzelfde als dat bedoeld in Verordening (EG) nr. 3359/93.

(7) Het onderzoek had betrekking op de periode 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994.

C. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

1. Nieuwkomers (8) Het onderzoek bevestigde dat de twee bedrijven, Libra Ligas do Brazil en Nova Era Silicon SA, nooit ferrosilicium naar de Gemeenschap hadden uitgevoerd. De Commissie was ervan overtuigd dat deze bedrijven van plan waren in de nabije toekomst naar de Gemeenschap uit te voeren aangezien zij konden aantonen dat met potentiële klanten contacten waren gelegd.

Bovendien werd vastgesteld dat deze beide bedrijven geen directe of indirecte banden hadden met de exporteurs die in de vorige procedure betrokken waren en voor wie dumping was vastgesteld.

Bijgevolg wordt bevestigd dat de twee betrokken bedrijven dienen te worden beschouwd als "nieuwkomers" en dat een gedeeltelijk nieuw onderzoek naar Verordening (EG) nr. 3359/93 voorzover het op deze twee bedrijven betrekking had, gerechtvaardigd was.

2. Dumping (9) Aangezien de betrokken bedrijven gedurende de periode van onderzoek geen ferrosilicium op de binnenlandse markt verkochten tegen prijzen die hun in staat stelden alle kosten te dekken, werd de normale waarde voor elk bedrijf vastgesteld op basis van de samengestelde waarde van het betrokken produkt overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder b), van de basisverordening. Deze samengestelde waarde werd berekend op basis van alle vaste en variabele kosten, voor grondstoffen en produktie, in het land van oorsprong, vermeerderd met een redelijk bedrag voor verkoopkosten, administratieve en algemene uitgaven plus winst. De verkoopkosten en de algemene en administratieve uitgaven werden berekend aan de hand van de kosten voor de verkopen van ferrosilicium op de binnenlandse markt van Brazilië. Een gemiddelde winst van 6 % op de produktiekosten, die nodig is voor investeringen op lange termijn, werd redelijk geacht. Dit percentage werd ook gebruikt in het vorige onderzoek met betrekking tot de andere Braziliaanse producenten en kan nog steeds worden beschouwd als de winst die Braziliaanse bedrijven normaal op hun binnenlandse markt kunnen behalen.

(10) Omdat werd vastgesteld dat de twee betrokken bedrijven geen ferrosilicium naar de Gemeenschap hadden uitgevoerd gedurende de periode van onderzoek, was het niet mogelijk vast te stellen of er van dumping sprake was aangezien een uitvoerprijs ontbrak.

(11) De normale waarde die voor elk bedrijf werd vastgesteld, levert evenwel een duidelijke richtsnoer in verband met de uitvoerprijs die nodig is om dumping in de toekomst te vermijden.

D. AANPASSING VAN HET GEWIJZIGD ANTI-DUMPINGRECHT

(12) Omdat het niveau van de schade die de EG-bedrijfstak is toegebracht hoger ligt dan de dumpingmarge dienen de maatregelen op de dumpingmarge te zijn gebaseerd.

(13) Onder deze omstandigheden dient de passende maatregel voor de twee bedrijven de vorm aan te nemen van een variabel recht dat gelijk is aan het verschil tussen de netto uitvoerprijs voor een ton ferrosilicium, franco grens Gemeenschap, vóór inklaring, en een minimumprijs, CIF, grens Gemeenschap, indien de uitvoerprijs lager ligt dan deze minimumprijs. Deze minimumprijs dient te worden vastgesteld op basis van de normale waarde waaraan de kosten worden toegevoegd voor binnenlands vervoer, zeevervoer, verzekering en commissielonen.

(14) Libra Ligas do Brazil en Nova Era Silicon SA werden op de hoogte gebracht van de voornaamste gegevens en overwegingen op basis waarvan de Commissie voornemens was een wijziging van Verordening (EG) nr. 3359/93 voor te stellen en werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt naar voren te brengen. De Commissie bracht ook de klagende partijen die vermeld waren in het aanvankelijke onderzoek officieel op de hoogte.

De Braziliaanse producenten maakten hun standpunten schriftelijk bekend en deze werden waar nodig in aanmerking genomen.

(15) Verordening (EG) nr. 3359/93 dient bijgevolg te worden gewijzigd zodat op de invoer van ferrosilicium dat wordt vervaardigd door Libra Ligas do Brazil en Nova Era Silicon SA voor deze bedrijven specifieke anti-dumpingrechten kunnen worden ingesteld die het algemene anti-dumpingrecht van 25 % vervangen.

Het recht moet gelijk zijn aan het verschil tussen 849 ecu per ton voor Libra Ligas do Brazil en 885 ecu per ton voor Nova Era Silicon SA en de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, vóór inklaring, indien laatstgenoemde lager ligt.

(16) Aangezien dit nieuwe onderzoek er zich toe beperkt het toepassingsgebied van de maatregelen uit te breiden tot twee Braziliaanse producenten die voordien niet naar de Gemeenschap uitvoerden, worden de maatregelen van de bovenbedoelde Verordening (EG) nr. 3359/93 niet gewijzigd of bevestigd in de zin van artikel 15, lid 1, van de basisverordening en de datum waarop deze maatregelen ingevolge bedoelde bepaling aflopen, blijft bijgevolg ongewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De volgende tekst wordt toegevoegd aan artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 3359/93, na het laatste streepje betreffende ferrosilicium van oorsprong uit Brazilië:

"- voor ferrosilicium dat wordt vervaardigd door Libra Ligas do Brazil en Nova Era Silicon SA, is het recht gelijk aan het verschil tussen de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, vóór inklaring, en:

849 ecu per ton, voor Libra Ligas do Brazil (aanvullende Taric-code 8827) dan wel 885 ecu per ton, voor Nova Era Silicon SA (aanvullende Taric-code 8828),

indien eerstgenoemde prijs lager ligt.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 22 mei 1995.

Voor de Raad De Voorzitter A. MADELIN