Verordening (EG) nr. 1915/95 van de Commissie van 2 augustus 1995 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor de invoer van bijzondere preferentiële ruwe rietsuiker voor raffinage
Verordening (EG) nr. 1915/95 van de Commissie van 2 augustus 1995 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor de invoer van bijzondere preferentiële ruwe rietsuiker voor raffinage
VERORDENING (EG) Nr. 1915/95 VAN DE COMMISSIE van 2 augustus 1995 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor de invoer van bijzondere preferentiële ruwe rietsuiker voor raffinage
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1101/95 (2), en met name op artikel 14, lid 2, artikel 37, lid 6, en artikel 48,
Overwegende dat in artikel 37 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 is bepaald dat in de verkoopseizoenen 1995/1996 tot en met 2000/2001 een verlaagd invoerrecht, "bijzonder recht" genoemd, wordt toegepast voor ruwe rietsuiker van oorsprong uit met name de ACS-Staten en India, "bijzondere preferentiële suiker" genoemd, die uit hoofde van met deze landen en met andere landen te sluiten overeenkomsten en met inachtneming van de daarin vastgestelde voorwaarden aan raffinaderijen in de Gemeenschap wordt geleverd; dat momenteel dergelijke overeenkomsten worden gesloten, die per 1 juli 1995 ingaan; dat de procedures die voor het sluiten van dergelijke overeenkomsten moeten worden gevolgd niet tijdig kunnen worden afgerond om de regelmatige voorziening van de in Portugal gevestigde raffinaderijen veilig te stellen;
Overwegende dat de voorraden ruwe suiker in deze raffineraderijen, en de in de Gemeenschap voor raffinage beschikbare hoeveelheden ruwe suiker niet toereikend zijn om te voorkomen dat in de komende weken een grondstoffentekort ontstaat dat kan leiden tot een tijdelijke sluiting van de raffinaderijen; dat daarom overgangsmaatregelen moeten worden vastgesteld zodat de grondstoffenvoorziening tijdelijk veilig wordt gesteld en kan worden overgegaan van de oude invoerregeling op de nieuwe regeling die bij voornoemde overeenkomsten wordt ingevoerd;
Overwegende dat het dienstig is overgangsmaatregelen vast te stellen die gebaseerd zijn op de voornaamste regels die in voornoemde overeenkomsten zullen worden vastgelegd, te weten hetzelfde verlaagde invoerrecht en dezelfde door de raffineraderijen te betalen minimumaankoopprijs in landbouw-ecu; dat bovendien moet worden bepaald welke hoeveelheden met een verlaagd recht mogen worden ingevoerd, waarbij wordt uitgegaan van de raffinagebehoeften voor het eerste kwartaal van het verkoopseizoen 1995/1996; dat het wegens de traditionele handelsstromen, de lopende contracten en het feit dat deze hoeveelheid ruwe suiker zo snel mogelijk moet worden geleverd, in de gegeven omstandigheden moet worden bepaald dat de ruwe suiker van oorsprong moet zijn uit de ACS-Staten die partij zijn bij het aan de vierde Overeenkomst van Lomé gehechte Protocol nr. 8;
Overwegende dat, om het uit een economisch oogpunt gemakkelijker te maken de na 30 juni in Finland en in Portugal bestaande voorraden voor raffinage te gebruiken, moet worden bepaald dat, na raffinage, voor deze suiker de aanpassingssteun wordt toegekend die van toepassing was voor in deze Lid-Staten in het verkoopseizoen 1994/1995 voor raffinage ingevoerde ruwe suiker; dat billijkheidshalve een overeenkomstige bepaling moet worden vastgesteld voor de voorraden in de Franse overzeese departementen geproduceerde ruwe suiker die krachtens Verordening (EEG) nr. 2225/86 van de Raad (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2750/86 van de Commissie (4), en de Verordeningen (EG) nr. 1459/94 (5), (EG) nr. 1543/94 (6) en (EG) nr. 359/95 (7) van de Commissie in 1994/1995 in aanmerking kwam voor steun voor raffinage;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor suiker,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Portugal wordt gemachtigd om ten hoogste 70 000 ton ruwe rietsuiker, uitgedrukt in witte suiker, tegen het in lid 2 vastgestelde recht in te voeren uit de ACS-Staten die partij zijn bij het aan de Vierde Overeenkomst van Lomé gehechte Protocol nr. 8.
2. Voor de in lid 1 bedoelde hoeveelheid wordt een invoerrecht toegepast van 6,9 ecu/100 kg ruwe suiker van de standaardkwaliteit als bepaald in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 431/68 van de Raad (8).
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1916/95 van de Commissie (1) betalen de raffinaderijen voor de in lid 1 bedoelde hoeveelheid een minimumprijs van 51,17 ecu/100 kg ruwe suiker van de in lid 2 bedoelde standaardkwaliteit.
Artikel 2
De bij Verordening (EG) nr. 1916/95 vastgestelde uitvoeringsbepalingen inzake bijzondere invoer zijn van toepassing op de hoeveelheden ruwe suiker die uit hoofde van deze verordening worden ingevoerd.
Artikel 3
1. De voor het verkoopseizoen 1994/1995 vastgestelde aanpassingssteun als bedoeld in artikel 9, lid 4 quater, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 blijft van toepassing voor ruwe suiker die op grond van Beschikking 95/46/EEG van de Commissie (2) en artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 3300/94 van de Commissie (3) in het verkoopseizoen 1994/1995 in respectievelijk Portugal en Finland voor raffinage is ingevoerd, daar nog in voorraad is en in de periode van 1 juli 1995 tot en met 30 september 1995 wordt geraffineerd.
De betrokken geraffineerde hoeveelheden worden in mindering gebracht op de hoeveelheden die zijn vastgesteld bij voornoemde beschikking, respectievelijk verordening.
2. De voor het verkoopseizoen 1994/1995 vastgestelde steun voor raffinage, als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2225/86 en aanvullende steun als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1543/94 blijven van toepassing voor in de Franse overzeese departementen geproduceerde ruwe suiker die deel uitmaakt van de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1459/94 en bij Verordening (EG) nr. 359/95 vastgestelde hoeveelheden die in het verkoopseizoen 1994/1995 nog in voorraad zijn in de Gemeenschap en in de periode van 1 juli 1995 tot en met 30 september 1995 wordt geraffineerd.
De betrokken geraffineerde hoeveelheden worden in mindering gebracht op de hoeveelheden die zijn vastgesteld respectievelijk bij de Verordeningen (EG) nr. 1459/94 en (EG) nr. 359/95.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1995.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 2 augustus 1995.
Voor de Commissie Hans VAN DEN BROEK Lid van de Commissie