Verordening (EG) nr. 1916/95 van de Commissie van 2 augustus 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer van ruwe, voor raffinage bestemde rietsuiker binnen een tariefcontingent in het kader van preferentiële overeenkomsten
Verordening (EG) nr. 1916/95 van de Commissie van 2 augustus 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer van ruwe, voor raffinage bestemde rietsuiker binnen een tariefcontingent in het kader van preferentiële overeenkomsten
VERORDENING (EG) Nr. 1916/95 VAN DE COMMISSIE van 2 augustus 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer van ruwe, voor raffinage bestemde rietsuiker binnen een tariefcontingent in het kader van preferentiële overeenkomsten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1101/95 (2), en met name op artikel 37, lid 6, en artikel 39, tweede alinea,
Overwegende dat in artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1785/81 is bepaald dat tijdens de verkoopseizoenen 1995/1996 tot en met 2000/2001, met het oog op een adequate voorziening van de raffinaderijen in de Gemeenschap, een bijzonder, verlaagd recht wordt toegepast bij invoer van ruwe rietsuiker van oorsprong uit Staten waarmee de Gemeenschap preferentiële leveringsovereenkomsten heeft gesloten; dat bijgevolg de uitvoeringsbepalingen moeten worden vastgesteld in verband met dergelijke overeenkomsten;
Overwegende dat overeenkomstig genoemd artikel 37 aan de hand van een jaarlijkse communautaire voorzieningsbalans wordt vastgesteld hoeveel bijzondere preferentiële suiker moet worden ingevoerd; dat bijgevolg, als uit die balans blijkt dat ruwe suiker moet worden ingevoerd, voor het hele betrokken verkoopseizoen of voor een gedeelte daarvan een tariefcontingent met een bijzonder, verlaagd recht moet worden geopend om, binnen de grenzen van genoemd artikel 37 en onder de voorwaarden van de genoemde overeenkomsten, in de behoeften van de communautaire raffinaderijen te voorzien;
Overwegende dat, aangezien maximale raffinagebehoeften per Lid-Staat zijn vastgesteld en daarom de verdeling van de in te voeren hoeveelheden ruwe suiker zo goed mogelijk moet worden gecontroleerd, het wenselijk is te bepalen dat alleen raffinadeurs recht hebben op de betrokken invoercertificaten, en dat ze dit recht aan elkaar kunnen overdragen; dat afgifte van een invoercertificaat de verplichting inhoudt de betrokken hoeveelheid binnen de vastgestelde termijn in te voeren en te raffineren, op straffe van het bepaalde in artikel 37, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1785/81;
Overwegende dat voor een goed beheer van deze invoerregeling nog enkele andere specifieke voorschriften voor de invoercertificaten moeten worden vastgesteld; dat voorts moet worden bepaald dat, als het rendement van de betrokken ruwe suiker verschilt van dat van suiker van de standaardkwaliteit als omschreven in Verordening (EEG) nr. 431/68 van de Raad van 9 april 1968 houdende vaststelling van de standaardkwaliteit voor ruwe suiker en van de plaats van grensoverschrijding van de Gemeenschap voor de berekening van de cif-prijzen in de sector suiker (3), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3290/94 (4), het bijzonder, verlaagd recht op basis van dit verschil wordt aangepast volgens de gebruikelijke regels voor transacties in ruwe suiker op de wereldmarkt;
Overwegende dat zich tussen het laden en het leveren van een hoeveelheid bijzondere preferentiële suiker onvoorziene vertraging kan voordoen; dat bijgevolg een bepaalde tolerantie moet worden toegestaan voor dergelijke vertragingen; dat het ook dienstig is een bepaalde tolerantie vast te stellen voor de raffinagetermijn;
Overwegende dat het bewijs van oorsprong van de ingevoerde ruwe suiker mag worden geleverd door overlegging van de documenten als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2782/76 van de Commissie van 17 november 1976 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer van preferentiële suiker (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1714/88 (6);
Overwegende dat wegens de specificiteit van de betrokken invoer op bepaalde punten moet worden afgeweken van Verordening (EG) nr. 1464/95 van de Commissie van 27 juni 1995 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake de regeling van invoer- en uitvoercertificaten in de sector suiker (7), die voor het overige op deze invoer van toepassing is;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor suiker,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Tijdens de in artikel 36 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde periode worden per verkoopseizoen of gedeelte daarvan de in artikel 37, lid 3, tweede alinea, van die verordening bedoelde hoeveelheden ruwe suiker vastgesteld die volgens een op ramingen berustende communautaire voorzieningsbalans ontbreken. Voor de vaststelling van die balans mag de in aanmerking te nemen geconstateerde rechtstreekse consumptie niet groter zijn dan de in artikel 37, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde maxima.
2. Deze ontbrekende hoeveelheden mogen worden ingevoerd door het openen van tariefcontingenten met bijzonder, verlaagd recht voor de in artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde Staten en andere Staten. De hoeveelheden mogen over de Lid-Staten worden verdeeld op basis van hun respectieve veronderstelde maximale behoeften.
Artikel 2
1. Certificaten voor deze invoer mogen slechts worden afgegeven binnen de grenzen van de in artikel 1, lid 2, bedoelde contingenten. Zij worden door de in artikel 37, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde Lid-Staten uitsluitend afgegeven aan raffinadeurs in de zin van artikel 9, lid 4, van die verordening die invoeren om te voorzien in de behoeften van hun raffinaderijen.
Een raffinadeur mag de betrokken certificaten evenwel aan een andere raffinadeur in de zin van genoemd artikel 9, lid 4, overdragen.
De verplichtingen inzake invoer en raffinage zijn niet overdraagbaar en artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie (1) blijft van toepassing.
2. De betrokken Lid-Staten geven slechts certificaten af binnen de grenzen van de behoeften aan in te voeren bijzondere preferentiële suiker die, in voorkomend geval, voor hun raffinaderijen zijn vastgesteld.
Artikel 3
Het bijzonder, verlaagd recht, dat per verkoopseizoen wordt vastgesteld, geldt voor ruwe suiker van de standaardkwaliteit als omschreven in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 431/68.
Als de polarisatiegraad van de ingevoerde ruwe suiker niet gelijk is aan 96°, wordt het bijzonder, verlaagd recht naar gelang van het geval verhoogd of verminderd met 0,14 % per verschil van een tiende van een graad.
Artikel 4
1. In afwijking van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1464/95 en onverminderd artikel 6, lid 1, is het certificaat voor invoer van ruwe suiker in het kader van de bij deze verordening ingestelde regeling geldig vanaf de afgiftedatum tot het einde van het verkoopseizoen waarvoor het is afgegeven.
2. De raffinadeur vraagt het in lid 1 bedoelde certificaat aan bij de bevoegde instantie van de Lid-Staat van invoer en voegt bij de aanvraag een verklaring waarin hij zich ertoe verbindt de betrokken hoeveelheid ruwe suiker te raffineren in het verkoopseizoen waarvoor die hoeveelheid is ingevoerd.
Onverminderd artikel 6 geldt dat, als de betrokken suiker niet binnen de voorgeschreven termijn wordt geraffineerd, de raffinadeur die het certificaat heeft aangevraagd, een bedrag moet betalen dat gelijk is aan het volledige recht voor ruwe suiker voor het betrokken verkoopseizoen, eventueel vermeerderd met het hoogste aanvullende recht tijdens het betrokken verkoopseizoen.
De raffinadeur die het certificaat heeft aangevraagd, verstrekt de Lid-Staat die het certificaat heeft afgegeven, binnen drie maanden na het einde van de raffinagetermijn het door die Lid-Staat erkende bewijs van raffinage.
3. In de aanvraag voor het invoercertificaat en in het certificaat wordt in vak 12 de volgende vermelding aangebracht:
"Invoer van bijzonder, verlaagd recht van ruwe suiker, van oorsprong uit . . ., (naam van één of meer in artikel 1, lid 2, bedoelde landen) op grond van artikel 37, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1785/81.".
4. De zekerheid voor het in lid 1 bedoelde certificaat bedraagt 0,30 ecu per 100 kilogram suiker netto.
5. Voor de toepassing van artikel 37, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 gelden als overschrijding van de veronderstelde maximale behoeften de hoeveelheden ruwe preferentiële suiker, bijzondere preferentiële suiker, ruwe suiker uit de Franse overzeese departementen en, in voorkomend geval, ruwe bietsuiker in de zin van artikel 36, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 die werkelijk in de raffinaderijen zijn geraffineerd boven de veronderstelde behoeften die in lid 2 van genoemd artikel 37 voor de betrokken Lid-Staat zijn vastgesteld.
Artikel 5
1. Het bewijs van oorsprong van de suiker die uit de in artikel 1, lid 2, bedoelde Staten wordt ingevoerd, wordt geleverd door overlegging van een certificaat van oorsprong als bedoeld in, naar gelang van het geval, artikel 6 of artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 2782/76 van de Commissie (2).
2. Op het in lid 1 bedoelde certificaat van oorsprong worden aangebracht:
- de vermelding: "Bijzondere ruwe preferentiële suiker - Toepassing van Verordening (EG) nr. 1916/95.";
- de datum waarop de suiker is geladen, en het verkoopseizoen waarvoor de suiker is geleverd;
- de GN-code van het betrokken produkt.
3. De Lid-Staten sturen de door de betrokkenen verstrekte afschriften van de in lid 1 bedoelde documenten naar de Commissie.
Op de afschriften van de verklaringen vermelden de bevoegde instanties van de Lid-Staten:
- de datum, overgenomen uit een scheepvaartdocument, waarop het laden van de suiker in de haven van uitvoer is beëindigd;
- de gegevens over de invoertransactie en de ingevoerde hoeveelheden "tel quel".
Artikel 6
1. De Lid-Staat van invoer kan, als een hoeveelheid bijzondere preferentiële suiker, wegens overmacht of andere redenen, niet tijdig kon worden geleverd om geraffineerd te worden vóór het einde van het verkoopseizoen waarvoor het in artikel 4, lid 1, bedoelde certificaat is afgegeven, op verzoek van de raffinadeur de geldigheidsduur van het certificaat verlengen met 30 dagen vanaf het begin van het volgende verkoopseizoen.
In dit geval wordt de betrokken ruwe suiker binnen de in lid 2 bedoelde termijn geraffineerd en voor zover mogelijk in mindering gebracht op de veronderstelde maximale behoeften voor het voorgaande verkoopseizoen.
2. Als een hoeveelheid bijzondere preferentiële suiker niet kon worden geraffineerd vóór het einde van het verkoopseizoen waarvoor het in artikel 4, lid 1, bedoelde certificaat is afgegeven, kan de betrokken Lid-Staat, op verzoek van de raffinadeur, een extra termijn voor raffinage toestaan van ten hoogste 90 dagen vanaf het begin van het volgende verkoopseizoen.
In dit geval wordt de betrokken ruwe suiker binnen die termijn geraffineerd en voor zover mogelijk in mindering gebracht op de veronderstelde maximale behoeften voor het voorgaande verkoopseizoen.
Artikel 7
Als de raffinadeur het in artikel 3 bedoelde bijzonder, verlaagd recht betaalt, wordt dat recht in mindering gebracht op de minimumprijs als vastgesteld in de in artikel 37, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde overeenkomst.
Artikel 8
De betrokken Lid-Staten delen de Commissie de volgende gegevens mee:
a) elke week, voor de voorbije week, de hoeveelheden ruwe suiker, uitgedrukt in gewicht "tel quel", waarvoor de in artikel 4 bedoelde invoercertificaten zijn afgegeven,
b) elke maand, voor de voorbije maand:
- de hoeveelheden ruwe suiker, uitgedrukt in gewicht "tel quel", die met de in artikel 4 bedoelde certificaten zijn ingevoerd;
- de betrokken hoeveelheden ruwe suiker, in gewicht "tel quel" en uitgedrukt in witte suiker, die zijn geraffineerd in de maand vóór die waarin de mededeling plaatsvindt,
c) vóór 31 juli van elk verkoopseizoen, de voor raffinage bestemde hoeveelheden ruwe suiker, uitgedrukt in gewicht "tel quel", die de raffinaderijen op 1 juli van dat verkoopseizoen in voorraad hebben.
Artikel 9
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1995.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 2 augustus 1995.
Voor de Commissie Hans VAN DEN BROEK Lid van de Commissie