Home

Verordening (EG) nr. 2815/95 van de Raad van 4 december 1995 tot opschorting, ten aanzien van de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro), van Verordening (EEG) nr. 990/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2472/94

Verordening (EG) nr. 2815/95 van de Raad van 4 december 1995 tot opschorting, ten aanzien van de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro), van Verordening (EEG) nr. 990/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2472/94

VERORDENING (EG) Nr. 2815/95 VAN DE RAAD

van 4 december 1995

tot opschorting, ten aanzien van de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro), van Verordening (EEG) nr. 990/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2472/94

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 228 A,

Gelet op het gemeenschappelijk standpunt van 4 december 1995, vastgesteld door de Raad op grond van artikel J.2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, over de opschorting van de beperkingen op de handel met de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) en de Bosnisch-Servische partij, waartoe de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in Resolutie 1022 (1995) heeft besloten,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, rekening houdend met het akkoord tussen de betrokken partijen over Bosnië en Herzegovina, in Resolutie 1022 (1995) heeft besloten de beperkingen op de economische en financiële betrekkingen met de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) op te schorten;

Overwegende dat die opschorting overeenkomstig Resolutie 1022 (1995) vooralsnog niet geldt voor de Bosnisch-Servische partij;

Overwegende dat de bestaande regelingen, in het bijzonder Verordening (EEG) nr. 990/93 van de Raad van 26 april 1993 betreffende de handel tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) (1) en Verordening (EG) nr. 2472/94 van de Raad van 10 oktober 1994 waarbij bepaalde onderdelen van het embargo van de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) worden ingetrokken (2), derhalve dienovereenkomstig moeten worden aangepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Verordening (EEG) nr. 990/93 wordt wat betreft de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) opgeschort.

2. Zolang Verordening (EEG) nr. 990/93 geschorst blijft, kunnen alle goederen waarop overeenkomstig die verordening beslag is gelegd, door de Lid-Staten overeenkomstig de wet worden vrijgegeven, mits die goederen die het voorwerp vormen van een verordening, een pand of ander zekerheidsrecht of een gerechtelijke uitspraak, dan wel toebehoren aan een persoon, maatschap, vennootschap of andere rechtspersonen die volgens de wet of comptabiliteitsvoorschriften van de betrokken Lid-Staat failliet zijn of worden geacht te zijn, beslagen blijven totdat zij overeenkomstig de toepasselijke wet zijn vrijgegeven.

3. Verordening (EEG) nr. 990/93 blijft van toepassing wat betreft de gebieden in de Republiek Bosnië-Herzegovina die door de Servische strijdkrachten van Bosnië worden beheerst.

4. Verordening (EG) nr. 2472/94 wordt ingetrokken.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 22 november 1995.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 4 december 1995.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. SOLANA

(1) PB nr. L 102 van 28. 4. 1993, blz. 14.

(2) PB nr. L 266 van 15. 10. 1994, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2229/95 (PB nr. L 227 van 22. 9. 1995, blz. 1).