Home

96/281/EG: Beschikking van de Commissie van 3 april 1996 inzake het overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG van de Raad in de handel brengen van genetisch gemodificeerde sojabonen (Glycine max L.) met verhoogde tolerantie voor het herbicide glyfosaat (Voor de EER relevante tekst)

96/281/EG: Beschikking van de Commissie van 3 april 1996 inzake het overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG van de Raad in de handel brengen van genetisch gemodificeerde sojabonen (Glycine max L.) met verhoogde tolerantie voor het herbicide glyfosaat (Voor de EER relevante tekst)

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 3 april 1996 inzake het overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG van de Raad in de handel brengen van genetisch gemodificeerde sojabonen (Glycine max L.) met verhoogde tolerantie voor het herbicide glyfosaat (Voor de EER relevante tekst) (96/281/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (1), gewijzigd bij Richtlijn 94/15/EG van de Commissie (2), inzonderheid op artikel 13,

Overwegende dat in de artikelen 10 tot en met 18 van Richtlijn 90/220/EEG is voorzien in een communautaire procedure waardoor de bevoegde instantie van een Lid-Staat toestemming kan geven voor het in de handel brengen van uit genetisch gemodificeerde organismen bestaande produkten;

Overwegende dat bij de bevoegde instanties van een Lid-Staat (het Verenigd Koninkrijk) een kennisgeving betreffende het in de handel brengen van een dergelijk produkt is ingediend;

Overwegende dat de bevoegde instanties van het Verenigd Koninkrijk het betrokken dossier vervolgens met een gunstig advies aan de Commissie hebben toegezonden;

Overwegende dat de bevoegde instanties van andere Lid-Staten met betrekking tot dat dossier bezwaren hebben gemaakt;

Overwegende dat luidens artikel 13, lid 3, van Richtlijn 90/220/EEG de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 21 van die richtlijn een besluit dient te nemen;

Overwegende dat volgens de kennisgeving het produkt is bedoeld om in de handel te worden gebracht voor behandeling in het milieu tijdens de invoer en vóór en tijdens de opslag, alsmede voor verwerking ervan tot niet-levensvatbare sojaboonfracties, doch niet voor gebruik als zaaigoed;

Overwegende dat de Commissie, na elk bezwaar in het licht van de reikwijdte van Richtlijn 90/220/EEG en van in het dossier vervatte informatie te hebben onderzocht, tot de volgende bevindingen is gekomen:

- er is geen reden om aan te nemen dat de introductie in sojabonen van genen die voor glyfosaattolerantie en voor het chloroplasttransitpeptide coderen, in enig opzicht nadelige gevolgen voor de menselijke gezondheid en voor het milieu heeft;

- er zijn geen veiligheidsredenen die rechtvaardigen dat tussen het produkt en andere sojabonen onderscheid wordt gemaakt;

- er zijn geen veiligheidsredenen die tot etikettering nopen waarop wordt vermeld dat het produkt door genetische-modificatietechnieken is verkregen;

Overwegende dat artikel 11, lid 6, en artikel 16, lid 1, van Richtlijn 90/220/EEG bijkomende waarborgen bieden indien nieuwe informatie over de risico's van het produkt beschikbaar komt;

Overwegende dat deze beschikking geen beletsel vormt voor de toepassing, overeenkomstig de communautaire wetgeving, van bepalingen van Lid-Staten inzake de veiligheid van menselijke of van diervoeding, voor zover deze bepalingen niet specifiek betrekking hebben op de genetische modificatie van het produkt of de bestanddelen daarvan;

Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het bij artikel 21 van Richtlijn 90/220/EEG ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1. Onverminderd andere communautaire wetgeving en overeenkomstig de leden 2 en 3 geven de bevoegde instanties van het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 90/220/EEG toestemming tot het in de handel brengen van het hierna omschreven produkt, waarvan de kennisgeving door Monsanto Europe is geschied (ref. C/UK/94/M3/1).

Het produkt bestaat uit sojabonen die zijn afgeleid van een sojaboon(Glycine max L. cv A 5403)lijn (40-3-2) waarin de volgende sequenties zijn ingebracht:

één exemplaar van het gen dat voor glyfosaattolerantie CP4 5 enolpyruvylshikimaat-3-fosfaatsynthase (CP4 EPSPS) afkomstig van Agrobacterium sp stam CP4 codeert, en de voor het chloroplasttransitpeptide (CTP) coderende sequentie van Petunia hybrida met de promotor P-E35S van het bloemkoolmozaïekvirus en de terminator van het nopalinesynthasegen uit Agrobacterium tumefaciens.

2. De toestemming geldt voor elk produkt dat afkomstig is van kruisingen van het produkt met traditioneel gekweekte sojaboonlijnen.

3. De toestemming geldt voor de volgende gebruikswijzen van het produkt: behandeling in het milieu tijdens invoer, vóór en tijdens opslag ervan, alsmede voor en tijdens verwerking ervan tot niet-levensvatbare produkten.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 3 april 1996.

Voor de Commissie

Ritt BJERREGAARD

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 117 van 8. 5. 1990, blz. 15.

(2) PB nr. L 103 van 22. 4. 1994, blz. 20.