96/661/EG: BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 26 november 1996 tot beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van hydraulische excavateurs (emmergravers) met een gewicht van meer dan zes ton van oorsprong uit de Republiek Korea
96/661/EG: BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 26 november 1996 tot beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van hydraulische excavateurs (emmergravers) met een gewicht van meer dan zes ton van oorsprong uit de Republiek Korea
BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 26 november 1996 tot beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van hydraulische excavateurs (emmergravers) met een gewicht van meer dan zes ton van oorsprong uit de Republiek Korea (96/661/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 9,
Na overleg met het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. Procedure
(1) In december 1994 ontving de Commissie een klacht die was ingediend door het Committee for European Construction Equipment (CECE) namens de Gemeenschapsproducenten van hydraulische excavateurs (emmergravers). De Commissie kwam tot de slotsom dat de klacht namens de bedrijfstak van de Gemeenschap was ingediend en er voldoende bewijsmateriaal was van dumping en van hieruit voortvloeiende aanmerkelijke schade om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen, en kondigde vervolgens met een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) de inleiding aan van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van hydraulische excavateurs (emmergravers) met een gewicht van meer dan zes ton van oorsprong uit de Volksrepubliek Korea.
(2) De Commissie bracht de naar bekend betrokken exporteurs en importeurs, de vertegenwoordigers van het uitvoerende land en de klagende partij officieel op de hoogte van de inleiding van de procedure en stelde de rechtstreeks betrokken partijen in de gelegenheid hun standpunten schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord.
(3) Een aantal producenten in het betrokken land, de met deze producenten verbonden importeurs in de Gemeenschap en sommige van de klagende Gemeenschapsproducenten antwoordden op de hun toegezonden vragenlijst, maakten hun standpunt schriftelijk bekend en verzochten te worden gehoord, hetgeen hun werd toegestaan.
(4) De Commissie verzamelde en verifieerde alle gegevens die zij voor haar onderzoek noodzakelijk achtte, en verrichtte onderzoekingen ten kantore van de Gemeenschapsproducenten en vier producenten in Korea, alsmede van een aantal importeurs in de Gemeenschap.
(5) Het voor het onderzoek naar de dumping en schade in aanmerking genomen tijdvak liep van 1 januari 1994 tot 31 maart 1995.
B. Betrokken produkt
(6) De betrokken produkten zijn hydraulische excavateurs (emmergravers) met eigen beweegkracht, op rupsbanden, en andere hydraulische excavateurs met een gewicht van meer dan zes ton, waarvan de bovenbouw 360° kan draaien. De produkten vallen onder de GN-codes ex 8429 52 10 en ex 8429 52 90.
C. Intrekking van de klacht en beëindiging van de procedure
(7) Na de beëindiging van haar onderzoek deelde de Commissie de resultaten daarvan aan de klagende partij mede. Vervolgens trok de klagende partij de klacht in.
(8) De beslissing van de klagende partij volstaat om de procedure te beëindigen tenzij wordt aangetoond dat deze beëindiging in strijd is met het belang van de Gemeenschap. De Commissie heeft evenwel geen aanwijzingen ontvangen en beschikt ook anderszins niet over aanwijzingen waaruit blijkt dat de beëindiging van deze procedure in strijd met het belang van de Gemeenschap is.
(9) Onder deze omstandigheden wordt geoordeeld, dat beschermende maatregelen niet noodzakelijk zijn en dat de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van hydraulische excavateurs (emmergravers) met een gewicht van meer dan zes ton van oorsprong uit de Volksrepubliek Korea zonder de instelling van dergelijke maatregelen kan worden beëindigd.
(10) Er werd overleg gepleegd met het Raadgevend Comité, dat geen bezwaren maakte.
(11) De belanghebbende partijen werden in kennis gesteld van de essentiële feiten en overwegingen op basis waarvan de Commissie voornemens was de procedure te beëindigen en maakten hierover geen opmerkingen,
BESLUIT:
Enig artikel
De anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van hydraulische excavateurs (emmergravers) met een gewicht van meer dan zes ton van oorsprong uit de Volksrepubliek Korea wordt hierbij beëindigd.
Gedaan te Brussel, 26 november 1996.
Voor de Commissie
Leon BRITTAN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 56 van 6. 3. 1996, blz. 1.
(2) PB nr. C 117 van 12. 5. 1995, blz. 6.