Home

Verordening (EG) nr. 204/96 van de Commissie van 2 februari 1996 houdende overgangsmaatregelen voor de toepassing in Finland van de regeling inzake de extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten

Verordening (EG) nr. 204/96 van de Commissie van 2 februari 1996 houdende overgangsmaatregelen voor de toepassing in Finland van de regeling inzake de extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten

VERORDENING (EG) Nr. 204/96 VAN DE COMMISSIE van 2 februari 1996 houdende overgangsmaatregelen voor de toepassing in Finland van de regeling inzake de extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, en met name op artikel 149, lid 1,

Overwegende dat in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad van 28 december 1992 tot instelling van een extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1552/95 (2), is bepaald dat de som van individuele referentiehoeveelheden van dezelfde categorie niet groter mag zijn dan de overeenkomstige totale hoeveelheid van elke Lid-Staat; dat de som van de individuele referentiehoeveelheden waarover de Finse producenten vóór de toetreding beschikten, groter is dan de totale voor Finland gegarandeerde hoeveelheid; dat een lineaire verlaging van de individuele hoeveelheden in dit stadium voor de melkproduktiestructuur in Finland schadelijke gevolgen zou hebben;

Overwegende dat het passend is Finland op grond van de overgangsmaatregelen, die nodig zijn om vlot van de nationale regeling voor de beheersing van de melkproduktie over te gaan naar de toepassing van de communautaire voorschriften, de tijd en de middelen te geven om de toegekende hoeveelheden te verminderen; dat, om de logica van de communautaire regeling inzake de extra heffing te volgen, deze verordening met ingang van 1 april 1995 van toepassing moet zijn;

Overwegende dat het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. In afwijking van artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3950/92 en met dien verstande dat de som van de op 31 december 1994 aan individuele producenten toegekende hoeveelheden niet mag worden overschreden, mag de som van de vanaf 1 april 1995 aan individuele producenten toegekende referentiehoeveelheden van dezelfde categorie tot uiterlijk 31 maart 1997 groter zijn dan de overeenkomstige totale gegarandeerde hoeveelheid.

2. Bij toepassing van de in artikel 8, vierde en vijfde streepje, van Verordening (EEG) nr. 3950/92 bedoelde overdrachten mag Finland een deel van de overgedragen referentiehoeveelheid aan de nationale reserve toevoegen, overeenkomstig de vóór de toetreding geldende regels.

Vóór 1 juni 1996 en een tweede maal vóór 1 maart 1997 stelt Finland de Commissie in kennis van de op grond van het vorengenoemde artikel 8 genomen maatregelen en van het resultaat van deze maatregelen.

3. Uiterlijk op 31 maart 1997 wordt de totale hoeveelheid van de in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 3950/92 bedoelde nationale reserve zodanig verlaagd dat de som van de toegekende individuele hoeveelheden plus de hoeveelheden van dezelfde categorie in de nationale reserve gelijk is aan de voor Finland vastgestelde overeenkomstige totale hoeveelheid. Blijkt de verlaging ontoereikend, dan verlaagt Finland de toegekende individuele referentiehoeveelheden tot het vereiste peil.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 april 1995 tot en met 31 maart 1997.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 1996.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 405 van 31. 12. 1992, blz. 1.

(2) PB nr. L 148 van 30. 6. 1995, blz. 43.