Verordening (EG) nr. 283/96 van de Commissie van 14 februari 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2814/90 houdende bepalingen voor de toepassing van de definitie van tot zware dieren gemeste lammeren
Verordening (EG) nr. 283/96 van de Commissie van 14 februari 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2814/90 houdende bepalingen voor de toepassing van de definitie van tot zware dieren gemeste lammeren
VERORDENING (EG) Nr. 283/96 VAN DE COMMISSIE van 14 februari 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2814/90 houdende bepalingen voor de toepassing van de definitie van tot zware dieren gemeste lammeren
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3013/89 van de Raad van 25 september 1989 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1265/95 (2), en met name op artikel 5, lid 9, en op artikel 28,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3901/89 van de Raad van 12 december 1989 tot vaststelling van de definitie van tot zware dieren gemeste lammeren (3), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1266/95 (4), en met name op artikel 1, lid 2,
Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 2814/90 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2946/95 (6), bepalingen zijn vastgesteld voor de toepassing van de definitie van tot zware dieren gemeste lammeren; dat de ervaring leert dat, om een overdreven administratieve belasting te vermijden, voor de bij de bevoegde autoriteiten in te dienen specifieke aangiften voor het vetmesten van partijen lammeren beperkingen moeten worden opgelegd qua indieningstermijn, aantal en omvang, daarbij rekening houdend met de produktiecycli in elke Lid-Staat; dat de voorwaarden die gelden voor de indiening van deze specifieke aangiften moeten worden verduidelijkt;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer "schapen en geiten",
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In Verordening (EEG) nr. 2814/90 wordt artikel 1, lid 1, derde alinea, als volgt gewijzigd:
"De Lid-Staten kunnen eisen dat deze specifieke aangifte wordt gedaan voor een bepaald minimumaantal lammeren met het vetmesten waarvan wordt begonnen in een door elke Lid-Staat op basis van de op zijn grondgebied normale produktiecyclus vast te stellen periode tussen 15 november van het jaar vóór het begin van het verkoopseizoen waarvoor de aangifte wordt ingediend en 14 november daaropvolgend. De Lid-Staten kunnen ook het maximumaantal aangiften vaststellen dat voor een producent in aanmerking kan worden genomen.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing voor uit hoofde van het verkoopseizoen 1996 en volgende verkoopseizoenen ingediende premieaanvragen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 14 februari 1996.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 289 van 7. 10. 1989, blz. 1.
(2) PB nr. L 123 van 3. 6. 1995, blz. 1.
(3) PB nr. L 375 van 23. 12. 1989, blz. 4.
(4) PB nr. L 123 van 3. 6. 1995, blz. 3.
(5) PB nr. L 268 van 29. 9. 1990, blz. 35.
(6) PB nr. L 308 van 21. 12. 1995, blz. 26.