Home

Verordening (EG) nr. 399/96 van de Raad van 4 maart 1996 tot verdere opschorting van de definitieve anti- dumpingrechten die zijn ingesteld op de invoer van bepaalde soorten elektronische microschakelingen bekend als DRAM's (dynamic random access memories) van oorsprong uit Japan en de Republiek Korea

Verordening (EG) nr. 399/96 van de Raad van 4 maart 1996 tot verdere opschorting van de definitieve anti- dumpingrechten die zijn ingesteld op de invoer van bepaalde soorten elektronische microschakelingen bekend als DRAM's (dynamic random access memories) van oorsprong uit Japan en de Republiek Korea

VERORDENING (EG) Nr. 399/96 VAN DE RAAD van 4 maart 1996 tot verdere opschorting van de definitieve anti-dumpingrechten die zijn ingesteld op de invoer van bepaalde soorten elektronische microschakelingen bekend als DRAM's (dynamic random access memories) van oorsprong uit Japan en de Republiek Korea

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3283/94 van de Raad van 22 december 1994 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 14, lid 4,

Gelet op het voorstel van de Commissie dat na overleg in het kader van het Raadgevend Comité werd ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Verordening (EEG) nr. 2112/90 (2) stelde de Raad een definitief anti-dumpingrecht in op de invoer in de Gemeenschap van bepaalde soorten elektronische microschakelingen die bekend staan als DRAM's (dynamic random access memories) van oorsprong uit Japan, en ingedeeld onder:

- GN-codes 8542 11 12, 8542 11 14, 8542 11 16, 8542 11 18 wanneer het gaat om afgewerkte DRAM's,

- ex 8542 11 01 wanneer het gaat om DRAM-wafers, en ex 8542 11 05 wanneer het gaat om DRAM-chips en

- ex 8473 30 10 of ex 8548 00 00 wanneer het gaat om DRAM-"modules".

(2) bij Verordening (EEG) nr. 611/93 (3) stelde de Raad een definitief anti-dumpingrecht in op de invoer in de Gemeenschap van DRAM's van oorsprong uit Korea.

(3) Bij Besluit 95/197/EG van de Commissie (4) werden de definitieve anti-dumpingrechten die waren ingesteld op DRAM's van oorsprong uit Japan en de Republiek Korea voor een periode van negen maanden opgeschort op grond van het feit dat de marktsituatie voor de produkten in kwestie zich tijdelijk had gewijzigd in die mate dat er niet langer sprake was van schadelijke dumping en de maatregelen derhalve voor deze periode konden worden opgeschort.

(4) Op 15 juli 1995 leidde de Commissie een nieuw onderzoek (5) in naar de anti-dumpingmaatregelen met betrekking tot DRAM's van oorsprong uit Japan en de Republiek Korea, ingevolge artikel 11, leden 3 en 7, van Verordening (EG) nr. 3283/94 teneinde na te gaan of het noodzakelijk was de maatregelen voort te zetten. Dit nieuwe onderzoek is hangende.

(5) Op basis van de beschikbare gegevens over de marktsituatie, in het bijzonder de verkoopoverzichten van de betrokken exporteurs, onderzocht de Commissie of voldaan was aan de voorwaarden voor de verdere opschorting van de anti-dumpingrechten. Vooral uit de beschikbare statistische gegevens en de gegevens in verband met de verkoop die de Commissie door de EG-producenten en alle bekende Japanse en Koreaanse exporteurs ter beschikking werden gesteld blijkt, nu het einde van de aanvankelijke periode van opschorting van de maatregelen nadert, dat de DRAM-markt in de Gemeenschap nog steeds stabiel is en de vraag het aanbod overtreft. De verkoopprijzen liggen hoog en de financiële prestaties van de EG-bedrijfstak zijn nog steeds gunstig. Vastgesteld werd dat in het algemeen de marktomstandigheden die beschreven zijn in de derde overweging van Besluit 95/197/EG van de Commissie nog steeds gelden. Uit de marktverwachtingen blijkt dat een dergelijke situatie ten minste in 1996 en in het eerste gedeelte van 1997 zal aanhouden.

(6) Er wordt evenwel ook van uitgegaan dat de huidige marktsituatie, gezien het cyclische karakter van de DRAM-markt in het verleden, gevolgd zou kunnen worden door een baisse. Dit zou kunnen resulteren in een opnieuw optreden van de schadelijke dumping en zou de hernieuwde toepassing van anti-dumpingmaatregelen noodzakelijk maken. Deze overweging wordt kracht bijgezet door het feit dat recentelijk wereldwijd, en in het bijzonder in Japan en de Republiek Korea, aanzienlijke extra produktiecapaciteit werd opgebouwd en dat bovendien in de nabije toekomst nieuwe capaciteit tot stand zal worden gebracht. Het is redelijk om ervan uit te gaan dat deze stijging van de wereldwijde produktiecapaciteit een mogelijke toekomstige baisse op de markt zou kunnen verergeren.

(7) In het licht hiervan wordt het zinvol geacht om de opschorting van de maatregelen in kwestie, na de oorspronkelijke periode van negen maanden, met een periode van één jaar te verlengen; het is weinig waarschijnlijk dat zich op de EG-markt ten gevolge van een dergelijke verlenging opnieuw schadelijke dumping ten aanzien van DRAM's zou voordoen.

(8) Derhalve, en overeenkomstig het bepaalde van artikel 14, lid 4, van Verordening (EG) nr. 3283/94 bracht de Commissie de klagende partij op de hoogte van haar voornemen om de Raad voor te stellen de opschorting van de bovengenoemde anti-dumpingmaatregelen met een periode van één jaar te verlengen en stelde zij de klagende partij in de gelegenheid hierop commentaar te leveren. De klagende partij bracht in dit verband geen bezwaren naar voren.

(9) Tot slot wordt ervan uitgegaan dat is voldaan aan de vereisten om de opschorting van de betrokken rechten te verlengen, ingevolge artikel 14, lid 4, van Verordening (EG) nr. 3283/94 en dat de opschorting derhalve met een periode van één jaar dient te worden verlengd.

(10) De Commissie zal de ontwikkeling van de DRAM-markt verder nauwgezet controleren alsmede het gedrag van de individuele participanten op deze markt zoals zij reeds deed gedurende de aanvankelijke periode van opschorting. Indien een situatie zou ontstaan waarin de EG-bedrijfstak opnieuw schade zou ondervinden zal de Commissie de Raad voorstellen bovenbedoelde anti-dumpingrechten onverwijld opnieuw in te stellen.

(11) Hiertoe geldt verder de verplichting verslagen in te dienen over de verkoop en de prijzen conform de verbintenissen zodat de Commissie in staat wordt gesteld de DRAM-markt te controleren. Zoals evenwel reeds eerder werd vermeld, is de verplichting die in deze verbintenissen is opgenomen om de bepalingen in verband met de minimumprijs na te leven, gedurende de periode van de verlenging van de opschorting van de anti-dumpingrechten, niet van kracht. De driemaandelijkse berekening en mededeling van deze prijzen aan bedoelde bedrijven door de Commissie zullen daarom tijdens deze periode worden stopgezet.

(12) Het Raadgevend Comité werd geraadpleegd over de opschorting van de anti-dumpingmaatregelen en uitte geen bezwaren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De opschorting van de definitieve anti-dumpingrechten die respectievelijk bij Verordening (EEG) nr. 2112/90 en (EEG) nr. 611/93 werden ingesteld op de invoer van bepaalde soorten elektronische microschakelingen, bekend als DRAM's van oorsprong uit Japan en de Republiek Korea wordt hierbij met een periode van een jaar verlengd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 4 maart 1996.

Voor de Raad

De Voorzitter

P. BARATTA

(1) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1251/95 (PB nr. L 122 van 2. 6. 1995, blz. 1).

(2) PB nr. L 193 van 25. 7. 1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2967/92 (PB nr. L 299 van 15. 10. 1992, blz. 4).

(3) PB nr. L 66 van 18. 3. 1993, blz. 1.

(4) PB nr. L 126 van 9. 6. 1995, blz. 58.

(5) PB nr. C 181 van 15. 7. 1995, blz. 13.