Home

Verordening (EG) nr. 1757/96 van de Commissie van 10 september 1996 houdende vaststelling van buitengewone aanvullende maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk

Verordening (EG) nr. 1757/96 van de Commissie van 10 september 1996 houdende vaststelling van buitengewone aanvullende maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk

VERORDENING (EG) Nr. 1757/96 VAN DE COMMISSIE van 10 september 1996 houdende vaststelling van buitengewone aanvullende maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1588/96 (2), en met name op artikel 23,

Overwegende dat bij Beschikking 96/239/EG van de Commissie van 27 maart 1996 inzake spoedmaatregelen ter bescherming tegen boviene spongiforme encefalopathie (3), gewijzigd bij Beschikking 96/362/EG (4), in verband met het voorkomen van boviene spongiforme encefalopathie (BSE) in het Verenigd Koninkrijk, aan dat land een verbod is opgelegd om levende runderen of delen daarvan naar andere Lid-Staten en naar derde landen uit te voeren; dat het Verenigd Koninkrijk heeft verboden om runderen die bij het slachten ouder waren dan 30 maanden, in de voedselketen voor mens of dier te brengen; dat deze maatregelen het vrije verkeer van rundvlees aanzienlijk hebben beperkt en de markt in het Verenigd Koninkrijk ernstig hebben verstoord; dat bijgevolg buitengewone aanvullende maatregelen ter ondersteuning van deze markt moeten worden getroffen;

Overwegende dat het, gezien de leeftijd van de dieren waarvan het vlees afkomstig is dat vóór 27 maart 1996 door het Interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk is opgekocht, aangewezen is alle betrokken produkten uit de markt te nemen; dat bijgevolg alle vlees uit interventievoorraden van het Verenigd Koninkrijk dat vóór 27 maart 1996 was verkocht en dat nog steeds op de markt aanwezig is, opnieuw door het Interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk moet worden aangekocht, onder bepaalde voorwaarden ten aanzien van behandeling, kwaliteit en verpakking; dat het Interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk bovendien moet worden gemachtigd om deze opnieuw aangekochte hoeveelheden en de resterende voorraden rundvlees van het Verenigd Koninkrijk die nog in openbare opslag waren op 27 maart 1996, te verbranden; dat, om de snelle uitvoering van deze maatregel te garanderen, een termijn moet worden vastgesteld voor de verbranding van de op te ruimen voorraden;

Overwegende dat voor de aan deze maatregelen verbonden kosten moet worden voorzien in een soortgelijke regeling inzake cofinanciering door de Gemeenschap als die welke is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 716/96 van de Commissie van 19 april 1996 houdende vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1512/96 (6); dat de Gemeenschap evenwel niet bijdraagt in de financiering van de uitgaven voor vervoer, overneming, opslag en afvoer van de opnieuw aangekochte voorraden, van de uitgaven voor vervoer, destructie en verbranding van de opnieuw aangekochte en de nog resterende voorraden, of van de technische en financiële kosten die aan deze maatregelen zijn verbonden;

Overwegende dat om begrotingsredenen termijnen moeten worden vastgesteld voor het opnieuw aankopen van uit interventie afkomstig rundvlees, voor de betaling van de betrokken bedragen en voor de verbranding;

Overwegende dat erop moet worden toegezien dat de voorraden op zodanige wijze worden vernietigd dat de gezondheid van mens of dier daardoor op geen enkele wijze in het gedrang komt; dat bijgevolg met name voorschriften moeten worden vastgesteld voor de controles die door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk moeten worden verricht;

Overwegende dat moet worden voorzien in de mogelijkheid dat deskundigen van de Commissie de naleving van de vastgestelde voorschriften controleren;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Op verzoek van de oorspronkelijke koper en na controle van de hoeveelheid, de kwaliteit en de identiteit van het produkt, koopt het Interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk rundvlees zonder been dat vóór 27 maart 1996 in het kader van de communautaire regelingen ter zake uit de interventievoorraden was verkocht, opnieuw op om het te verbranden, op voorwaarde dat:

- het vlees zich nog steeds bevindt in de oorspronkelijke, ongewijzigde verpakking waarin het zich bevond bij uitslag uit interventie,

- het vlees is behandeld en bewaard onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke gelden voor interventievoorraden,

- de interventiekwaliteit van het produkt is gehandhaafd.

2. Aanvragen voor het opnieuw aankopen van rundvlees uit vroegere interventievoorraden als bedoeld in lid 1 worden uiterlijk op 18 september 1996 ingediend bij het Interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk.

Het Interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk:

- neemt een besluit binnen vijf werkdagen na ontvangst van de aanvraag,

- verricht, vóórdat het een besluit neemt, de nodige controles om na te gaan of de aangeboden produkten in aanmerking komen voor de onderhavige regeling, waarbij met name de identiteit en de kwaliteit van het produkt worden gecontroleerd,

- weegt de opnieuw aan te kopen produkten,

- stelt de aanvrager onmiddellijk in kennis van het besluit, met vermelding van datum en plaats van de overname.

3. Bij de materiële overname ziet de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk erop toe dat het wel degelijk gaat om vlees als bedoeld in lid 1.

Het betrokken vlees wordt uiterlijk op 30 september 1996 overgenomen.

4. De bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk voert een speciale boekhouding betreffende de opnieuw aangekochte en overgenomen partijen, het gewicht ervan, de datum van overname en de namen van de verkopers.

5. De wederaankoopprijs is de prijs die door de oorspronkelijke koper voor de betrokken produkten aan het Interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk is betaald. Wanneer de produkten evenwel zijn verworven als betaling in natura bedraagt de wederaankoopprijs 1 900 ecu per ton vlees zonder been.

6. De overgenomen produkten worden uiterlijk op 15 oktober 1996 betaald.

7. Totdat zij worden afgevoerd overeenkomstig lid 2 worden alle overeenkomstig lid 2 overgenomen produkten tijdens de opslag gescheiden gehouden van de andere interventievoorraden en met name van de na 27 maart 1996 aangekochte voorraden.

8. Het opnieuw aankopen van vroegere interventievoorraden van het Verenigd Koninkrijk als bedoeld in lid 1 wordt beschouwd als een interventiemaatregel in de zin van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad (7). In afwijking evenwel van de artikelen 5 en 6 van Verordening (EEG) nr. 1883/78 van de Raad (8), draagt het Verenigd Koninkrijk alle kosten die verband houden met het vervoer, de overname en de opslag van de opnieuw aangekochte hoeveelheden en alle technische en financiële kosten.

Artikel 2

1. De bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd om de volgende interventievoorraden af te voeren en te verbranden:

- resterende voorraden rundvlees zonder been die op 27 maart 1996 in het bezit waren van het Interventiebureau van het Verenigd Koninkrijk,

- voorraden rundvlees zonder been dat opnieuw is aangekocht overeenkomstig artikel 1.

2. Rundvlees dat uit de interventievoorraden wordt afgevoerd overeenkomstig lid 1 wordt bij de afvoer gewogen.

De bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk voert een aparte boekhouding per categorie voorraden als bedoeld in lid 1, waarin aantekening wordt gemaakt van de afgevoerde partijen, het juiste gewicht ervan en de dag van afvoer.

3. Alle overeenkomstig lid 1 afgevoerde voorraden worden onmiddellijk na afvoer en eventuele destructie verbrand en in elk geval uiterlijk op 31 maart 1997.

Wanneer overeenkomstig lid 1 afgevoerd rundvlees voordat het wordt verbrand eerst wordt verwerkt in een destructiebedrijf, dient het daarbij verkregen materiaal gescheiden te worden gehouden, vooral van materiaal dat is verkregen door destructie in het kader van Verordening (EG) nr. 716/96 en van andere soortgelijke communautaire en nationale regelingen.

4. De autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk zien erop toe dat van de overeenkomstig lid 1 afgevoerde voorraden of van materiaal dat is verkregen bij de destructie en verbranding van dergelijk materiaal, niets terechtkomt in de voedselketen voor mens of dier of wordt gebruikt voor de vervaardiging van kosmetische of farmaceutische produkten.

5. De bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk verricht ter plaatse controles op de in dit artikel bedoelde verrichtingen, waarbij zij er met name op toeziet dat aan de in lid 4 vastgestelde verplichtingen wordt voldaan en dat al het rundvlees werkelijk wordt verbrand.

6. In het kader van de in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 1883/78 bedoelde rekeningen, wordt ervan uitgegaan dat de overeenkomstig lid 1 afgevoerde voorraden zijn verkocht tegen:

- 30 % van de gemiddelde boekwaarde bij het begin van het begrotingsjaar 1996, voor de resterende voorraden van het Verenigd Koninkrijk;

- 30 % van de prijs van het overeenkomstig artikel 1 opnieuw aangekochte rundvlees.

7. Met betrekking tot de in lid 1, eerste streepje, bedoelde resterende voorraden zijn de onderstaande kosten volledig voor rekening van het Verenigd Koninkrijk:

- alle technische en financiële kosten in verband met de voorraden die op 1 april 1997 nog zijn opgeslagen;

- alle uitgaven in verband met het vervoer en de verbranding.

Artikel 3

De toe te passen omrekeningskoers is de landbouwkoers die gold op 1 oktober 1995.

Artikel 4

Het Verenigd Koninkrijk treft de nodige maatregelen om een adequate toepassing van deze regeling en de volledige naleving van alle bepalingen van deze verordening te garanderen. Het stelt de Commissie zo spoedig mogelijk in kennis van de maatregelen die zijn getroffen en van alle wijzigingen daarvan.

Artikel 5

Onverminderd artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 729/70 verrichten deskundigen van de Commissie, eventueel vergezeld door deskundigen van de Lid-Staten, in samenwerking met de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk controles ter plaatse om toe te zien op de naleving van alle bepalingen van deze verordening.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 10 september 1996.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24.

(2) PB nr. L 206 van 16. 8. 1996, blz. 23.

(3) PB nr. L 78 van 28. 3. 1996, blz. 47.

(4) PB nr. L 139 van 12. 6. 1996, blz. 17.

(5) PB nr. L 99 van 20. 4. 1996, blz. 14.

(6) PB nr. L 189 van 30. 7. 1996, blz. 93.

(7) PB nr. L 94 van 28. 4. 1970 blz. 13.

(8) PB nr. L 216 van 5. 8. 1978, blz. 1.