Home

Beschikking van de Commissie van 24 januari 1997 tot machtiging van bepaalde Lidstaten om voor pootaardappelen van oorsprong uit Canada afwijkingen toe te staan van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad (Slechts de teksten in de Griekse, Italiaanse, Portugese en Spaanse taal zijn authentiek)

Beschikking van de Commissie van 24 januari 1997 tot machtiging van bepaalde Lidstaten om voor pootaardappelen van oorsprong uit Canada afwijkingen toe te staan van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad (Slechts de teksten in de Griekse, Italiaanse, Portugese en Spaanse taal zijn authentiek)

Beschikking van de Commissie van 24 januari 1997 tot machtiging van bepaalde Lidstaten om voor pootaardappelen van oorsprong uit Canada afwijkingen toe te staan van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad (Slechts de teksten in de Griekse, Italiaanse, Portugese en Spaanse taal zijn authentiek)

Publicatieblad Nr. L 027 van 30/01/1997 blz. 0045 - 0048


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 24 januari 1997 tot machtiging van bepaalde Lidstaten om voor pootaardappelen van oorsprong uit Canada afwijkingen toe te staan van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad (Slechts de teksten in de Griekse, Italiaanse, Portugese en Spaanse taal zijn authentiek) (97/89/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/78/EG van de Commissie (2), en met name op artikel 14, lid 1,

Gezien het door Portugal ingediende verzoek,

Overwegende dat op grond van Richtlijn 77/93/EEG pootaardappelen van oorsprong uit landen van het Amerikaanse vasteland in beginsel niet in de Gemeenschap mogen worden binnengebracht;

Overwegende evenwel dat op grond van Richtlijn 77/93/EEG afwijkingen van deze regel kunnen worden toegestaan als vaststaat dat er geen gevaar is voor verspreiding van schadelijke organismen;

Overwegende dat voor de teelt van consumptieaardappelen in Portugal gewoonlijk pootaardappelen van bepaalde Noord-Amerikaanse rassen worden gebruikt en geteeld; dat het pootgoed van deze rassen voor een deel uit Canada wordt ingevoerd;

Overwegende dat de Commissie bij Beschikking 96/6/EG (3) afwijkingen op deze regel heeft toegestaan, waarbij wordt gewerkt met een systeem van ziektevrij verklaarde gebieden en waarbij aan bepaalde technische voorwaarden moet worden voldaan om verspreiding van schadelijke organismen te voorkomen; dat deze afwijkende regeling op 31 maart 1996 is verstreken; dat de Commissie er bovendien van is uitgegaan dat de afwijkingen zouden aantonen of het systeem van ziektevrij verklaarde gebieden naar behoren functioneert;

Overwegende dat bekend is dat Canada nog niet volledig vrij is van "potato spindle tuber viroid", noch van Clavibacter michiganensis (Smith) Davis et al. ssp. sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff) Davis et al.;

Overwegende dat uit de door Canada verstrekte gegevens is gebleken dat Canada zijn programma voor de uitroeiing van deze schadelijke organismen in de provincies New Brunswick en Prince Edward Island verder heeft uitgewerkt; dat op goede gronden mag worden aangenomen dat het programma voor de uitroeiing van "potato spindle tuber viroid" in deze provincies onverkort wordt uitgevoerd en dat het programma voor de uitroeiing van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus in bepaalde delen van Prince Edward Island onverkort wordt uitgevoerd; dat er geen bevestigde gegevens zijn over de aanwezigheid van de ziekte bij monsters van op grond van Beschikking 96/6/EG binnengebrachte pootaardappelen van oorsprong uit Prince Edward Island; dat derhalve niet is komen vast te staan dat er voldoende aanleiding is om te stellen dat het voornoemde systeem van ziektevrij verklaarde gebieden op Prince Edward Island niet naar behoren werkt en dus de aldaar toegepaste bepalingen niet als gelijkwaardig aan de communautaire bepalingen inzake de bestrijding van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus mogen worden erkend;

Overwegende dat Italië de Commissie op 14 maart 1996 evenwel heeft gemeld dat een monster van op grond van Beschikking 96/6/EG ingevoerde pootaardappelen van oorsprong uit New Brunswick besmet bleek te zijn met Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus; dat de infectiehaard tot nu toe niet kon worden geïdentificeerd; dat, bij wijze van voorzorgsmaatregel en om de Canadese autoriteiten in staat te stellen hun onderzoek naar de infectiehaard af te ronden, de erkenning van het systeem van ziektevrij verklaarde gebieden tijdelijk moet worden geschorst voor de provincie New Brunswick, met als gevolg dat de invoer van pootaardappelen uit die provincie tijdelijk wordt verboden;

Overwegende dat duidelijk is geworden dat betere wettelijke, bestuursrechtelijke of andere regelingen moeten worden vastgesteld om, ingeval een monster of monsters van in de Gemeenschap ingevoerde pootaardappelen besmet blijkt of blijken te zijn met Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus, het systeem voor het traceren van de betrokken partijen in Canada te verbeteren;

Overwegende bovendien dat uit de resultaten van de inspecties die in 1996 door het Bureau voor veterinaire en fytosanitaire inspectie zijn uitgevoerd in de invoerende Lidstaten, is gebleken dat bepaalde technische voorwaarden moeten worden gewijzigd om het systeem voor het traceren van ingevoerde partijen in de Lidstaten te verbeteren;

Overwegende dat daarom kan worden gesteld dat er geen gevaar voor verspreiding van de betrokken schadelijke organismen bestaat, op voorwaarde dat de pootaardappelen van oorsprong zijn uit gebieden die op grond van wetenschappelijke bewijzen vrij zijn verklaard zowel van "potato spindle tuber viroid" als van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus, en wordt voldaan aan een aantal verbeterde bijzondere technische voorwaarden;

Overwegende dat de Commissie erop zal toezien dat Canada alle technische gegevens verstrekt die nodig zijn om te kunnen nagaan hoe de op grond van de vorengenoemde technische voorwaarden vereiste beschermende maatregelen werken en om te kunnen vaststellen of het systeem van ziektevrij verklaarde gebieden naar behoren functioneert;

Overwegende dat het risico van insleep en verspreiding van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus groot is in natte en koude gebieden; dat de afwijkende regeling derhalve niet geldt voor Lidstaten waar de risico's bijzonder groot zijn, namelijk België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden; dat, gezien de verschillen in teeltomstandigheden en ecologische omstandigheden, de machtiging derhalve niet mag gelden voor de vorengenoemde Lidstaten;

Overwegende dat derhalve voor het eerstvolgende verkoopseizoen voor pootaardappelen afwijkingen mogen worden toegestaan op voorwaarde dat aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, en onverminderd het bepaalde in Richtlijn 66/403/EEG van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/72/EG (5), en Richtlijn 70/457/EEG van de Raad (6), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden;

Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1. Griekenland, Italië, Portugal en Spanje worden gemachtigd voor pootaardappelen van het ras Kennebec, van oorsprong uit Canada, afwijkingen toe te staan van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 77/93/EEG wat betreft bijlage III, deel A, punt 10, alsmede van artikel 5, lid 1, en artikel 12, lid 1, onder a), derde streepje, van Richtlijn 77/93/EEG wat betreft de vereisten van bijlage IV, deel A, rubriek I, punten 25.2 en 25.3, mits aan de voorwaarden van lid 2 wordt voldaan.

2. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, zijn als volgt:

a) het pootgoed moet zijn geteeld op velden in gebieden van Prince Edward Island, die door "Agriculture and Agri-Food Canada" officieel vrij van "potato spindle tuber viroid" en van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus zijn verklaard en die, ongeacht of de velden worden bewerkt door binnen of buiten het gebied gevestigde telers, aan de volgende voorwaarden voldoen:

i) de gebieden moeten

- ofwel velden omvatten die eigendom zijn van of worden gepacht door ten minste drie verschillende aardappelteeltbedrijven,

- ofwel een oppervlakte hebben van ten minste 4 km², en volledig omsloten zijn door water of door velden waarop in de drie voorgaande jaren de betrokken organismen niet zijn aangetroffen;

ii) de in het gebied geproduceerde aardappelen moeten van de eerste generatie zijn die rechtstreeks afstamt van pootgoed van de categorie "Pre-elite", "Elite I", "Elite II" of "Elite III", dat is geteeld in voor de productie van pootgoed van de categorie "Pre-elite" of "Elite I" erkende officiële of officieel daartoe aangewezen en gecontroleerde bedrijven;

iii) het areaal waarop aardappelen worden geteeld die uiteindelijk niet als pootgoed worden gecertificeerd, mag niet groter zijn dan een vijfde van het areaal waarvan de aardappelen als pootgoed worden gecertificeerd;

iv) gedurende ten minste de vijf voorgaande jaren moeten, onder voor het opsporen van de betrokken organismen geschikte omstandigheden, systematische en representatieve jaarlijkse onderzoeken, inclusief adequate laboratoriumonderzoeken, zijn verricht op alle aardappelvelden in het gebied en op de op die velden geoogste aardappelen en deze mogen geen positieve resultaten opleveren, noch enig ander element waardoor de erkenning als ziektevrij in het gedrang kan komen;

v) de nodige wettelijke, bestuursrechtelijke of andere regelingen dienen te zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat

- geen aardappelen van oorsprong uit andere gebieden in Canada dan die welke ziektevrij zijn verklaard, of uit landen waarvan bekend is dat de betrokken organismen daar voorkomen, in de ziektevrije gebieden kunnen worden binnengebracht, en

- geen aardappelen van oorsprong uit de ziektevrije gebieden, noch bakken en kisten, verpakkingsmateriaal, voertuigen en voorzieningen die daar voor het transporteren, sorteren en behandelen worden gebruikt, in aanraking kunnen komen met aardappelen uit andere dan als ziektevrij verklaarde gebieden, of met in die gebieden gebruikte materialen of voorzieningen.

Deze bepaling geldt ook wanneer in ziektevrij verklaarde gebieden gelegen velden worden bewerkt door bedrijven die buiten die gebieden zijn gelegen, of wanneer in ziektevrij verklaarde gebieden gelegen bedrijven velden buiten die gebieden bewerken;

vi) "Agriculture and Agri-Food Canada" verstrekt de Commissie een volledige lijst van de ziektevrij verklaarde gebieden en een jaarlijks bijgewerkte kaart van de betrokken provincies, waarop die gebieden duidelijk zijn aangegeven;

b) het pootgoed moet officieel zijn gecertificeerd als pootgoed dat ten minste voldoet aan de voor de categorie "Foundation" vastgestelde voorwaarden;

c) iedere voor uitvoer naar de Gemeenschap bestemde partij wordt officieel bemonsterd; een partij moet uitsluitend bestaan uit knollen van hetzelfde ras en dezelfde klasse, en met hetzelfde referentienummer, die op hetzelfde bedrijf zijn geproduceerd; de monsters worden door officiële laboratoria onderzocht op "potato spindle tuber viroid" of Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus; de monsters voor het opsporen van "potato spindle tuber viroid" moeten bestaan uit knollen of bladeren van het gewas dat de partij heeft voortgebracht; voor het opsporen van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus wordt van elke partij van 25 ton of minder een monster van ten minste 200 knollen genomen; bij het onderzoek wordt elk volledig monster onderzocht volgens de volgende methoden:

- voor "potato spindle tuber viroid": de "Reverse-Page"-methode of de "c-DNA hybridization procedure", en

- voor Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus: ten minste de methode die is aangegeven in het bij Richtlijn 93/85/EEG van de Raad (7) vastgestelde schema voor de detectie en diagnose van de ringrotbacterie in partijen aardappelknollen;

d) er moeten wettelijke, bestuursrechtelijke of andere regelingen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat

- de instantie die het certificaat afgeeft (Agriculture and Agri-Food Canada) rechtstreeks toeziet op de monsterneming, namelijk het verzamelen, merken en verzegelen van het monster, en, via adequate verantwoordingsprocedures, op de etikettering; een en ander om ervoor te zorgen dat voor elke van een scheepszending naar de Gemeenschap deel uitmakende partij pootaardappelen een genummerd etiket apart van het certificeringsetiket op de zakken wordt aangebracht en dat de relevante met een specifieke importeur in de Lid-Staat van invoer corresponderende kleurcode wordt gebruikt, en

- bij het laden van het schip twee verzegelde zakken aardappelen van elke naar de Gemeenschap verscheepte partij apart worden gehouden en, ten minste tot de resultaten van de onder i) bedoelde onderzoeken volledig zijn, onder toezicht van "Agriculture and Agri-Food Canada" worden opgeslagen;

- de partijen bij alle verrichtingen, ook bij het vervoer, en ten minste tot de levering bij de onder f) bedoelde importeur apart worden gehouden;

e) het vereiste fytosanitaire certificaat wordt voor elke partij afzonderlijk opgesteld en zulks alleen indien door de betrokken wetenschapsmensen is geconstateerd dat het onder c) bedoelde onderzoek heeft aangetoond dat er geen "potato spindle tuber viroid" of Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus in de partij voorkomt, of dat ook niet het vermoeden van de aanwezigheid ervan is gerezen, en dat in het bijzonder de IF-test negatief is uitgevallen.

In het vak "Aanvullende verklaring" van het certificaat dient bovendien te worden aangegeven dat aan de onder a), b) en c) vastgestelde voorwaarden is voldaan, en moet de naam worden vermeld van het bedrijf dat de partij pootaardappelen heeft geproduceerd, alsmede de overeenkomstige nummers waaronder de partijen zijn gecertificeerd, en de naam van het onder a) bedoelde gebied en van het onder a), punt ii), bedoelde bedrijf alsmede het aantal zakken. In het vak "merktekens" moeten de met een specifieke importeur in de Lidstaat van invoer corresponderende kleurcode en de gegevens van het genummerde etiket voor elke van een scheepszending deel uitmakende partij pootaardappelen worden vermeld. Documenten die als integrerend deel aan voornoemd fytosanitair certificaat zijn gehecht, moeten zowel wat de beschrijving als de hoeveelheid van de goederen betreft nauwkeurig overeenstemmen met dat certificaat;

f) de importeur meldt de verantwoordelijke officiële instanties van de betrokken Lidstaat lang genoeg van tevoren dat aardappelen de Gemeenschap zullen worden binnengebracht, en deze Lidstaat zal dit dan overmaken aan de Commissie; daarbij moeten worden medegedeeld:

- het ras,

- de hoeveelheid,

- de datum waarop de invoer zal plaatsvinden,

- de bedrijven van de aardappelimporteurs en de bedrijven die in een register zijn opgenomen overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 93/50/EEG van de Commissie (8).

Bij de invoer bevestigt de importeur de gegevens van de vorenbedoelde voorafgaande kennisgeving aan de verantwoordelijke officiële instanties van de betrokken Lidstaat en deze Lidstaat zal dan deze gegevens onmiddellijk overmaken aan de Commissie;

g) de aardappelen mogen uitsluitend via de volgende loshavens in de Gemeenschap worden binnengebracht:

- Aveiro,

- Lissabon,

- Porto;

h) de krachtens artikel 12 van Richtlijn 77/93/EEG te verrichten controles worden uitgevoerd door de in de vorengenoemde richtlijn bedoelde verantwoordelijke officiële instanties. Onverminderd het bepaalde in artikel 19 bis, lid 3, tweede streepje, eerste mogelijkheid, van vorengenoemde richtlijn bepaalt de Commissie in hoeverre de in artikel 19 bis, lid 3, tweede streepje, tweede mogelijkheid, van vorengenoemde richtlijn bedoelde inspecties moeten worden geïntegreerd in het inspectieprogramma als bedoeld in artikel 19 bis, lid 5, onder c), van genoemde richtlijn. De genoemde officiële instanties, c.q. de in artikel 19 bis, lid 3, bedoelde deskundigen, verifiëren bij de importerende bedrijven de hoeveelheden uit Canada ingevoerde aardappelen, de labels met kleurcode, de genummerde etiketten en welke hoeveelheden zijn bestemd voor aanplant op overeenkomstig Richtlijn 93/50/EEG geregistreerde bedrijven;

i) de verantwoordelijke officiële instanties van de Lidstaten van invoer nemen van alle overeenkomstig deze beschikking in te voeren of ingevoerde partijen (behalve bulk) een monster van ten minste 200 knollen van elke partij van 25 ton aardappelen of minder voor officieel onderzoek op Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus volgens de door de Gemeenschap vastgestelde methode voor de opsporing en de diagnose van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus; de betrokken partijen worden, onder officieel toezicht, apart gehouden en mogen eerst in de handel worden gebracht of worden gebruikt als is komen vast te staan dat bij dit onderzoek geen Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus is aangetroffen en ook niet het vermoeden van aanwezigheid ervan is gerezen; de totale hoeveelheid van de ingevoerde partijen mag niet groter zijn dan een voor de bovenbedoelde onderzoeken adequate hoeveelheid, waarbij rekening moet worden gehouden met de daarvoor beschikbare voorzieningen; er worden deelmonsters ter beschikking gehouden voor later onderzoek door andere Lidstaten en de in Richtlijn 77/93/EEG bedoelde verantwoordelijke officiële instanties van de Lidstaat van invoer moeten de Commissie uiterlijk op 15 april 1997 de nodige informatie verstrekken voor de organisatie van dit onderzoek en de registratie daarvan;

j) de aardappelen mogen alleen worden uitgepoot op bedrijven in de Lidstaat van invoer, waarvan naam en adres kunnen worden nagetrokken; deze bepaling geldt niet wanneer de ingevoerde aardappels door eindgebruikers worden uitgepoot, en evenmin voor gebruikers die alleen op de plaatselijke markt verkopen;

k) na het binnenbrengen van de aardappelen moet tijdens de groeiperiode, en op daartoe geschikte tijdstippen, op de overeenkomstig Richtlijn 93/50/EEG geregistreerde of onder j) bedoelde plaatsen een voldoende aantal planten door de verantwoordelijke officiële instanties worden gecontroleerd;

l) aardappelen die worden geteeld uit overeenkomstig deze beschikking binnengebracht pootgoed mogen niet als pootgoed worden gecertificeerd, maar uitsluitend als consumptieaardappelen worden gebruikt.

Voor de onder j) bedoelde bedrijven moeten de uit een dergelijk pootgoed geteelde aardappelen dienovereenkomstig worden verpakt en op de verpakking moeten de dienovereenkomstige vermeldingen worden aangebracht, alsook het nummer van het overeenkomstig Richtlijn 93/50/EEG geregistreerde bedrijf en de vermelding dat de gebruikte pootaardappelen van Canadese oorsprong zijn. Dergelijke aardappelen mogen binnen de Lidstaten pas naar een andere plaats worden overgebracht als de bovenbedoelde verantwoordelijke officiële instanties hiervoor toestemming geven op grond van de uitkomsten van de onder k) bedoelde controles.

Artikel 2

Lidstaten die van de machtiging gebruik maken, stellen de overige Lidstaten en de Commissie daarvan in kennis. De Lidstaten van invoer doen de Commissie en de overige Lidstaten vóór 1 juni 1997 gegevens toekomen over de op grond van deze beschikking ingevoerde hoeveelheden, alsmede een gedetailleerd technisch verslag over het in artikel 1, lid 2, onder i), bedoelde officiële onderzoek. Ingeval Lidstaten officieel onderzoek hebben verricht op deelmonsters als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder i), moet het gedetailleerde technische verslag daarover ook vóór 1 juni 1997 bij de Commissie worden ingediend. Aan de Commissie wordt een kopie van elk fytosanitair certificaat toegezonden.

Artikel 3

De bij artikel 1 verleende machtiging geldt van 1 februari tot en met 31 maart 1997. De machtiging wordt vóór 31 maart 1997 ingetrokken indien blijkt dat de bij artikel 1, lid 2, vastgestelde voorwaarden niet toereikend zijn om het binnenbrengen van de betrokken schadelijke organismen te voorkomen of dat niet is voldaan aan deze voorwaarden. Zij kan tevens vóór die datum worden ingetrokken indien blijkt dat er elementen zijn die verhinderen dat het systeem van ziektevrij verklaarde gebieden in Canada naar behoren functioneert.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Italiaanse Republiek en de Portugese Republiek.

Gedaan te Brussel, 24 januari 1997.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 26 van 31. 1. 1977, blz. 20.

(2) PB nr. L 321 van 12. 12. 1996, blz. 20.

(3) PB nr. L 2 van 4. 1. 1996, blz. 24.

(4) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2320/66.

(5) PB nr. L 304 van 27. 11. 1996, blz. 10.

(6) PB nr. L 225 van 12. 10. 1970, blz. 1.

(7) PB nr. L 259 van 18. 10. 1993, blz. 1.

(8) PB nr. L 205 van 17. 8. 1993, blz. 22.