Home

97/840/EG: Beschikking van de Commissie van 3 december 1997 betreffende het door Nederland ingediende verzoek om ontheffing uit hoofde van artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek)

97/840/EG: Beschikking van de Commissie van 3 december 1997 betreffende het door Nederland ingediende verzoek om ontheffing uit hoofde van artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek)

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 3 december 1997 betreffende het door Nederland ingediende verzoek om ontheffing uit hoofde van artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek) (97/840/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/27/EG van het Europees Parlement en de Raad (2), inzonderheid op artikel 8, lid 2, onder c),

Overwegende dat het van 10 maart 1997 daterende en op 13 maart 1997 door de Commissie ontvangen verzoek van Nederland vergezeld is van een rapport waarin alle krachtens artikel 8, lid 2, onder c), vereiste informatie verstrekt wordt; dat dit verzoek de installatie betreft van twee types gasontladingslamp die bedoeld zijn om te worden gemonteerd in twee types koplicht;

Overwegende dat uit de door Nederland verstrekte informatie blijkt dat deze nieuwe types gasontladingslamp en koplicht qua technologie en concept niet aan de communautaire regelgeving voldoen; dat de beschrijvingen van de proeven en de resultaten daarvan alsook de met het oog op de verkeersveiligheid getroffen maatregelen evenwel voldoende zijn om een veiligheidsniveau te waarborgen dat gelijk is aan dat van de lampen en koplichten als bedoeld bij de voorschriften van de geldende richtlijnen, met name die van Richtlijn 76/761/EEG van de Raad van 27 juli 1976 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende koplichten van motorvoertuigen voor groot licht en/of dimlicht alsmede betreffende elektrische gloeilampen voor deze koplichten (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 89/517/EEG van de Commissie (4);

Overwegende dat deze nieuwe types gasontladingslamp en deze nieuwe types koplicht voldoen aan de eisen van de door de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties goedgekeurde reglementen ECE 7, 8, 98 en ECE 99; dat het op grond van dit feit gerechtvaardigd is toe te staan dat aan de vier producten waarop het verzoek om ontheffing betrekking heeft, namelijk de types gasontladingslamp en de types koplicht waarin deze lichtbronnen zijn gemonteerd, EG-goedkeuring wordt verleend;

Overwegende dat de relevante communautaire richtlijnen zullen worden aangepast zodat op deze nieuwe technologie gebaseerde gasontladingslampen, met dergelijke lampen uitgeruste koplichten en met dergelijke koplichten uitgeruste motorvoertuigen in de handel kunnen worden gebracht;

Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het bij Richtlijn 70/156/EEG ingestelde Comité voor de aanpassing aan de vooruitgang van de techniek,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het door Nederland ingediende verzoek tot afwijking betreffende twee types gasontladingslamp die bedoeld zijn om te worden gemonteerd in twee types koplicht, wordt hierbij ingewilligd.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk der Nederlanden.

Gedaan te Brussel, 3 december 1997.

Voor de Commissie

Martin BANGEMANN

Lid van de Commissie

(1) PB L 42 van 23. 2. 1970, blz. 1.

(2) PB L 233 van 25. 8. 1997, blz. 1.

(3) PB L 262 van 27. 9. 1976, blz. 96.

(4) PB L 265 van 12. 9. 1989, blz. 15.