Home

Verordening (EG) nr. 21/97 van de Commissie van 8 januari 1997 tot vaststelling van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van rijst van oorsprong uit de landen en gebieden overzee

Verordening (EG) nr. 21/97 van de Commissie van 8 januari 1997 tot vaststelling van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van rijst van oorsprong uit de landen en gebieden overzee

VERORDENING (EG) Nr. 21/97 VAN DE COMMISSIE van 8 januari 1997 tot vaststelling van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van rijst van oorsprong uit de landen en gebieden overzee

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Besluit 91/482/EEG van de Raad van 25 juli 1991 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 109,

Na raadpleging van het bij artikel 1, lid 2, van bijlage IV bij voornoemde besluit ingestelde Comité,

Overwegende dat de Italiaanse regering op 29 november 1996 en de Spaanse regering op 10 december 1996 bij de Commissie verzoeken hebben ingediend om op grond van artikel 109 van Besluit 91/482/EEG vrijwaringsmaatregelen toe te passen ten aanzien van de invoer van rijst van oorsprong uit de landen en gebieden overzee, hierna "LGO" te noemen;

Overwegende dat de betrokken regeringen de aandacht hebben gevestigd op het bestaan van ernstige verstoringen in de rijstsector van de Gemeenschap en op het risico van een belangrijke verslechtering in deze sector van economische activiteit van de Gemeenschap, gezien de toegenomen invoer van rijst van oorsprong uit de LGO tegen lage prijzen;

Overwegende dat de Commissie op 4 december 1996 heeft besloten dat vrijwaringsmaatregelen dienen te worden genomen;

Overwegende dat deze rijst, die bij invoer in de Gemeenschap overeenkomstig artikel 101, lid 1, van genoemd besluit voor vrijstelling van douanerechten in aanmerking komt, op de markt van de Gemeenschap tegen een duidelijke lagere prijs wordt aangeboden dan de prijs waartegen de communautaire rijst kan worden aangeboden, gezien het betrokken verwerkingsstadium;

Overwegende dat deze invoer zowel door de omvang ervan als door de prijzen ernstige verstoringen teweeg dreigt te brengen op de rijstmarkt van de Gemeenschap die, in het verkoopseizoen 1996/1997, voor het eerst na twee jaar droogte weer een normale Indica-oogst heeft;

Overwegende dat de Gemeenschap haar producenten via de toekenning van tijdelijke steun per hectare ertoe heeft aangezet meer Indica-rijst te telen; dat de invoer van goedkope rijst van oorsprong uit de LGO het streven naar omschakeling van de productie kan doorkruisen, de Europese producenten ertoe kan aanzetten grote hoeveelheden voor interventie aan te bieden en weer Japonica-rijst, waarvan er reeds overschotten zijn, te gaan telen;

Overwegende dat de invoer van rijst uit de LGO gezien het potentieel van de regio nog zou kunnen toenemen;

Overwegende dat derhalve het gevaar bestaat dat de situatie in een bedrijfstak van de Gemeenschap achteruit gaat; dat het daarom noodzakelijk is overeenkomstig artikel 109 van Besluit 91/482/EEG voor de invoer in de Gemeenschap van rijst van oorsprong uit de LGO vrijwaringsmaatregelen toe te passen;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 109, lid 2, van het genoemde besluit bij voorrang die maatregelen moeten worden gekozen die in de werking van de associatie en van de Gemeenschap zo weinig mogelijk verstoringen teweegbrengen; dat deze maatregelen bovendien geen grotere draagwijdte mogen hebben dan strikt noodzakelijk is om de aan het licht getreden moeilijkheden te verhelpen;

Overwegende dat rijst uit de LGO door de vaststelling van een tariefcontingent op de communautaire markt kan worden ingevoerd binnen met het evenwicht op deze markt verenigbare limieten, terwijl zo weinig mogelijk wordt getornd aan de preferentiële behandeling van dit product, in overeenstemming met de doelstellingen van Besluit 91/482/EEG;

Overwegende dat het contingent moet worden geopend voor een bepaalde periode die enerzijds lang genoeg duurt om de ontwikkeling van de communautaire markt te volgen en anderzijds de stabiliteit en voorspelbaarheid van het handelsverkeer niet verstoort; dat een toepassingperiode van vier maanden vanaf 1 januari 1997 aan deze voorwaarden beantwoordt; dat het dienstig is de situatie te evalueren voordat deze periode afloopt, om uit te maken of deze maatregelen al dan niet moeten worden verlengd of gewijzigd;

Overwegende dat het dienstig is het contingent te openen voor een hoeveelheid van 42 650 ton equivalent gedopte rijst van oorsprong uit de LGO, wat overeenkomt met de hoeveelheden die zijn ingevoerd in de overeenkomstige periode in de laatste vier jaren waarvoor statistieken beschikbaar zijn; dat overeenkomstig artikel 110 van Besluit 91/482/EEG rekening moet worden gehouden met de belangen van de minst ontwikkelde LGO die in artikel 230 van het genoemde besluit zijn vermeld; dat men zich voor deze laatste gebieden derhalve dient te baseren op de periode gedurende welke invoer heeft plaatsgevonden en waarvoor statistieken beschikbaar zijn, namelijk de eerste vier maanden van 1995;

Overwegende dat voor een verdeling van de totale beschikbare hoeveelheden over alle belangstellende handelaren moet worden gezorgd en speculatie dient te worden voorkomen; dat een beperking dient te worden ingesteld voor de hoeveelheden waarvoor per dag, per handelaar en per gebied van oorsprong certificaten kunnen worden aangevraagd en de overgang van de huidige regeling naar de bij deze verordening ingestelde regeling moet worden verzekerd; dat de overgangsmaatregelen toepasselijk kunnen zijn vanaf 4 januari, aangezien de handelaren daarvan in kennis zijn gesteld aan de hand van een mededeling in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. nr. L 2 van 4 januari 1997;

Overwegende dat met het oog op een deugdelijk administratief beheer van de hierboven genoemde invoerregeling bijzondere bepalingen inzake de indiening van de aanvragen en de afgifte van de certificaten moeten worden vastgesteld; dat die bepalingen een aanvulling vormen op of afwijken van het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2402/96 (3); dat deze verordening in werking moet treden op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad, met name om speculatie te voorkomen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Van rijst van GN-code 1006 van oorsprong uit de LGO mogen in de periode van 1 januari tot en met 30 april 1997, vrij van douanerechten, de volgende hoeveelheden in equivalent gedopte rijst in de Gemeenschap worden ingevoerd:

a) 4 594 ton van oorsprong uit Montserrat,

b) 1 328 ton van oorsprong van de eilanden Turks en Caicos, en

c) 36 728 ton van oorsprong uit andere LGO.

2. De hoeveelheden rijst van oorsprong uit de in lid 1 genoemde gebieden waarvoor sedert 1 januari 1997 invoercertificaten zijn afgegeven, worden in rekening gebracht op de in lid 1 vastgestelde hoeveelheden.

3. De certificaten voor de invoer van rijst van oorsprong uit de in lid 1 genoemde gebieden die tussen 1 januari en 3 januari 1997 zijn aangevraagd, worden afgegeven volgens de bepalingen welke golden op het tijdstip van indiening van de aanvraag.

4. De aanvragen voor invoercertificaten voor rijst van oorsprong uit de in lid 1 genoemde gebieden die met ingang van 4 januari 1997 worden ingediend, worden - voor zover de betrokken certificaten nog niet zijn afgegeven - ontvankelijk geacht in het kader van deze verordening indien:

- de hoeveelheid per aanvraag en per gebied van oorsprong 1 000 ton niet overschrijdt of de gevraagde hoeveelheid wordt gereduceerd tot 1 000 ton per gebied van oorsprong;

- de aanvrager per dag niet meer dan één aanvraag per gebied van oorsprong heeft ingediend of, wanneer hij toch meer dan één aanvraag per dag heeft ingediend, de overige aanvragen zijn afgewezen, en

- de belanghebbende een aanvullende zekerheid stelt om aan de verplichting van artikel 3, lid 4, te voldoen.

De ontvankelijk geachte aanvragen worden gelijkgesteld met de aanvragen die overeenkomstig de artikelen 2 en 3 zijn ingediend. Voor de toepassing van artikel 4, lid 3, wordt ervan uitgegaan dat deze aanvragen ontvankelijk zijn geacht op de dag waarop zij zijn ingediend.

5. Binnen vijf werkdagen na de inwerkingtreding van deze verordening stellen de lidstaten de Commissie in kennis van:

a) de hoeveelheden rijst van oorsprong uit de in lid 1 genoemde gebieden waarvoor invoercertificaten zijn afgegeven overeenkomstig het bepaalde in lid 2,

b) de hoeveelheden waarvoor overeenkomstig lid 3 certificaten zijn aangevraagd en de hoeveelheden waarvoor daadwerkelijk certificaten zijn afgegeven,

c) de hoeveelheden waarvoor de aanvraag overeenkomstig lid 4 ontvankelijk is verklaard, uitgesplitst naar dag van indiening van de aanvraag.

Artikel 2

1. De aanvragen voor invoercertificaten hebben betrekking op een hoeveelheid van ten minste 100 en ten hoogste 1 000 ton rijst.

2. De aanvragen voor invoercertificaten gaan vergezeld van:

- het bewijs dat de aanvrager een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is die sedert ten minste twaalf maanden een commerciële activiteit in de rijstsector uitoefent en die is ingeschreven in de lidstaat waar de aanvraag wordt ingediend;

- een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat hij op de betrokken dag voor elk van de in artikel 1 genoemde gebieden van oorsprong niet meer dan één aanvraag heeft ingediend. Indien de aanvrager meer dan één aanvraag voor een invoercertificaat indient, is geen van die aanvragen ontvankelijk.

Artikel 3

1. De certificaataanvraag en het invoercertificaat bevatten de volgende vermeldingen:

a) in vak 8 wordt het land van oorsprong vermeld en wordt de vermelding "ja" aangekruist;

b) in vak 24 van het certificaat, één van de volgende vermeldingen:

- Exención del derecho de aduana (Decisión 91/482/CEE, artículo 101)

- Toldfri (artikel 101 i afgoerelse 91/482/EOEF)

- Zollfrei (Beschluss 91/482/EWG, Artikel 101)

- ÁðáëëáãÞ áðue ôïõò aeáóìïýò (Áðueoeáóç 91/482/AAÏÊ, UEñèñï 101)

- Exemption from customs duty (Decision 91/482/EEC, Article 101)

- Exemption du droit de douane (Décision 91/482/CEE, article 101)

- Esenzione dal dazio doganale (Decisione 91/482/CEE, articolo 101)

- Vrijgesteld van douanerecht (Besluit 91/482/EEG, artikel 101)

- Isenção de direito aduaneiro (Decisão 91/482/CEE, artigo 101)

- Tullivapaa (paeaetoeksen 91/482/ETY artikla 101)

- Tullfri (beslut 91/482/EEG, artikel 101).

2. In afwijking van artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 mag de in het vrije verkeer gebrachte hoeveelheid niet groter zijn dan die welke is aangegeven in de vakken 17 en 18 van het invoercertificaat. In vak 19 van het certificaat wordt daartoe het cijfer "0" ingevuld.

3. In afwijking van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3719/88 zijn de uit het invoercertificaat voortvloeiende rechten niet overdraagbaar.

4. In afwijking van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1162/95 van de Commissie (4) is het bedrag van de zekerheid voor de invoercertificaten gelijk aan het overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad (5) berekende, op de dag van de indiening van de aanvraag geldende douanerecht.

5. Het begrip "producten van oorsprong" dat voor de toepassing van deze verordening wordt gebruikt, en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking zijn die van bijlage II van Besluit 91/482/EEG.

Artikel 4

1. Op de dag van indiening van de certificaataanvragen stellen de lidstaten de diensten van de Commissie per telex of per fax in kennis van de hoeveelheden per GN-code en per land van oorsprong waarvoor invoercertificaataanvragen zijn ingediend, en van de naam en het adres van de aanvrager.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 3, wordt het invoercertificaat afgegeven op de elfde werkdag volgende op de dag van indiening van de aanvraag.

3. Indien de gevraagde hoeveelheden de nog beschikbare hoeveelheden van een of meerdere van de in artikel 1 vastgestelde contingenten overschrijden, stelt de Commissie binnen tien werkdagen te rekenen vanaf de dag van indiening van de certificaataanvraag een uniform percentage vast waarmee de hoeveelheden waarvoor op de dag van overschrijding aanvragen zijn ingediend, worden verminderd.

4. Wanneer de hoeveelheid waarvoor het invoercertificaat wordt afgegeven, kleiner is dan de gevraagde hoeveelheid, wordt het bedrag van de in artikel 3, lid 4, bedoelde zekerheid naar evenredigheid verminderd.

Artikel 5

De lidstaten delen de Commissie per telex of per fax de volgende gegevens mee:

a) uiterlijk binnen twee werkdagen na de afgifte van de certificaten, de hoeveelheden waarvoor invoercertificaten zijn afgegeven, met vermelding van de datum, de GN-code, het land van oorsprong en de naam en het adres van de houder;

b) op de laatste werkdag van elke maand volgende op die van het in het vrije verkeer brengen, de naar GN-code en land van oorsprong uitgesplitste hoeveelheden die werkelijk in het vrije verkeer zijn gebracht.

De bovenbedoelde gegevens mogen niet tegelijk met die betreffende de overige invoercertificaataanvragen in de sector rijst worden meegedeeld, maar moeten wel op dezelfde wijze worden meegedeeld.

Artikel 6

1. De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3719/88, met inbegrip van artikel 33, lid 5, zijn van toepassing.

2. De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1162/95 zijn van toepassing, onverminderd het bepaalde in deze verordening.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing van 1 januari tot en met 30 april 1997.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 8 januari 1997.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 263 van 19. 9. 1991, blz. 1.

(2) PB nr. L 331 van 2. 12. 1988, blz. 1.

(3) PB nr. L 327 van 18. 12. 1996, blz. 14.

(4) PB nr. L 117 van 24. 5. 1995, blz. 2.

(5) PB nr. L 329 van 30. 12. 1995, blz. 18.