Verordening (EG) nr. 82/97 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek
Verordening (EG) nr. 82/97 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek
VERORDENING (EG) nr. 82/97 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 december 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 28, 100 A en 113,
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),
Volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag (3),
(1) Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (4) is bepaald dat het douanegebied van de Gemeenschap niet de Åland-eilanden omvat, tenzij een verklaring wordt afgelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 227, lid 5, van het Verdrag; dat het dienstig is de tekst te wijzigen omdat aan deze voorwaarde is voldaan en genoemde eilanden een integrerend deel van de Republiek Finland vormen;
(2) Overwegende dat in de Interimovereenkomst inzake handel en een douane-unie tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek San Marino van 27 november 1992 (5) de grondgebieden zijn omschreven waarop deze Overeenkomst van toepassing is; dat het derhalve uitgesloten is het grondgebied van San Marino als een deel van het douanegebied van de Gemeenschap te beschouwen;
(3) Overwegende dat in alle gevallen moet worden gewaarborgd dat goederen verkregen uit niet-communautaire goederen die onder een schorsingsregeling zijn geplaatst, eerst in de Gemeenschap in het economisch verkeer worden gebracht nadat hiervoor rechten bij invoer zijn betaald, zelfs indien deze goederen de communautaire oorsprong hebben verworven; dat de definitie van het begrip "communautaire goederen" derhalve dient te worden aangepast; dat dergelijke goederen bovendien onder dezelfde schorsingsregeling dienen te worden geplaatst als de goederen waaruit zij zijn verkregen;
(4) Overwegende dat ingevolge de Overeenkomst in het kader van de Uruguay-Ronde betreffende de landbouw (6) de landbouwheffingen worden afgeschaft;
(5) Overwegende dat in de in het kader van de Uruguay-Ronde gesloten overeenkomst betreffende de oorsprongsregels (7) is bepaald dat de overeenkomstsluitende partijen aan elke persoon met geldige motieven verklaringen afgeven over de oorsprong van goederen;
(6) Overwegende dat bepaalde goederen aan in ecu uitgedrukte invoerrechten worden onderworpen; dat, om verleggingen van het handelsverkeer tegen te gaan, de omrekening in nationale valuta van deze in ecu luidende rechten sneller dient te geschieden;
(7) Overwegende dat ook in de andere gevallen waarin in de douanewetgeving bedragen in ecu zijn vastgesteld, bepaalde versoepelingen voor de omrekening van de genoemde bedragen in nationale valuta nodig blijken;
(8) Overwegende dat, om de douaneformaliteiten te vervullen, de deelnemers aan het economisch verkeer de goederen moeten kunnen onderzoeken, niet alleen bij rechtstreekse invoer, maar ook bij de beëindiging van een regeling extern douanevervoer;
(9) Overwegende dat de Gemeenschap, bij Besluit 93/329/EEG van de Raad van 15 maart 1993 betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake tijdelijke invoer en de aanvaarding van de daarbij behorende bijlagen (8), de Overeenkomst inzake tijdelijke invoer waarover in de Internationale Douaneraad is onderhandeld en die op 26 juni 1990 te Istanboel is gesloten, heeft goedgekeurd; dat het bijgevolg eveneens mogelijk is het carnet ATA op grond van deze overeenkomst te gebruiken;
(10) Overwegende dat de mogelijkheid van terugbetaling in het kader van de regeling actieve veredeling - terugbetalingssysteem - in bepaalde gevallen dient te worden uitgebreid tot goederen in ongewijzigde staat; dat, indien in het kader van dit systeem terugbetaling van invoerrechten werd toegestaan, het niettemin mogelijk moet zijn de betrokken goederen zonder bijzondere toestemming op een latere datum in het vrije verkeer te brengen, zoals bij het schorsingssysteem het geval is;
(11) Overwegende dat het niet noodzakelijk lijkt in alle gevallen de wederuitvoer te melden van goederen die eerder in het douanegebied van de Gemeenschap werden ingevoerd;
(12) Overwegende dat, waar de communautaire wetgeving in volledige of gedeeltelijke vrijstelling van in- of uitvoerrechten voorziet, deze vrijstelling in alle gevallen moet kunnen worden toegepast, ongeacht de omstandigheden waarin de douaneschuld ontstaat; dat, indien onder dergelijke omstandigheden de procedurevoorschriften van de douanewetgeving niet worden nageleefd, de toepassing van het normale recht geen passende sanctie blijkt te zijn;
(13) Overwegende dat het dienstig is nader aan te geven in welke gevallen de verplichting van de schuldenaar om de rechten te voldoen, wordt opgeschort;
(14) Overwegende dat een douaneschuld steeds moet tenietgaan wanneer de douaneaangifte ongeldig wordt verklaard, ook in andere dan de in artikel 66 van het communautair douanewetboek genoemde gevallen;
(15) Overwegende dat artikel 3, lid 3, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2726/90 van de Raad van 17 september 1990 betreffende communautair douanevervoer (9) overbodig is geworden;
(16) Overwegende dat de Commissie zich bereid heeft verklaard jaarlijks een bijgewerkte versie van het douanewetboek en de uitvoeringsbepalingen daarvan te publiceren, zodat dit wetboek zijn karakter van praktisch werkinstrument kan behouden,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 2913/92 wordt als volgt gewijzigd:
1. in artikel 3:
a) wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
- het vijfde streepje komt als volgt te luiden:
"- het grondgebied van de Franse Republiek, met uitzondering van de overzeese gebieden, van St. Pierre en Miquelon en van Mayotte";
- het dertiende streepje komt te luiden:
"- het grondgebied van de Republiek Finland";
b) komt lid 2 als volgt te luiden:
"2. Gelet op de Overeenkomst die daarop van toepassing is en ofschoon buiten het grondgebied van de Franse Republiek gelegen, wordt ook het grondgebied van het Vorstendom Monaco als omschreven in de te Parijs op 18 mei 1963 ondertekende Douane-overeenkomst (Journal officiel de la République française van 27 september 1963, blz. 8679) beschouwd als deel uitmakende van het douanegebied van de Gemeenschap.";
2. artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 5 komt de laatste zinsnede als volgt te luiden:
". . .; hieronder vallen onder meer bindende inlichtingen in de zin van artikel 12;"
b) in lid 7 komt het eerste streepje als volgt te luiden:
"- geheel zijn verkregen in het douanegebied van de Gemeenschap onder de in artikel 23 bedoelde voorwaarden, zonder toevoeging van goederen die zijn ingevoerd uit landen of gebieden welke geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap. Goederen die zijn verkregen uit onder een schorsingsregeling geplaatste goederen, worden niet beschouwd als communautaire goederen in gevallen van bijzonder economisch belang die volgens de procedure van het Comité worden bepaald";
c) in lid 10, tweede streepje, worden de woorden "landbouwheffingen en andere" geschrapt;
d) in lid 11, tweede streepje, worden de woorden "landbouwheffingen en andere" geschrapt;
3. artikel 12 komt als volgt te luiden:
"Artikel 12
1. De douaneautoriteiten verstrekken, op schriftelijk verzoek en overeenkomstig de volgens de procedure van het Comité vastgestelde nadere regels, bindende tariefinlichtingen of bindende inlichtingen betreffende de oorsprong.
2. De bindende tariefinlichting of de bindende inlichting betreffende de oorsprong binden de douaneautoriteiten tegenover de verkrijger van de inlichting slechts voor de tariefindeling, respectievelijk de vaststelling van de oorsprong van de goederen.
De bindende tariefinlichting of de bindende inlichting betreffende de oorsprong binden de douaneautoriteiten slechts ten aanzien van goederen waarvoor de douaneformaliteiten worden vervuld na de datum waarop de inlichting door de autoriteiten is verstrekt.
Wat de oorsprong betreft, zijn de bovenbedoelde formaliteiten die welke verband houden met de toepassing van de artikelen 22 en 27.
3. De verkrijger van de inlichting moet kunnen aantonen dat er in elk opzicht overeenstemming is tussen:
- wat het tarief betreft: het aangegeven en het in de inlichting omschreven goed;
- wat de oorsprong betreft: het betrokken goed en de omstandigheden die voor het verkrijgen van de oorsprong bepalend zijn, enerzijds, en de in de inlichting omschreven goederen en omstandigheden, anderzijds.
4. Een bindende inlichting is, gerekend vanaf de datum waarop zij wordt verstrekt, gedurende zes jaar geldig indien zij op het tarief, en gedurende drie jaar geldig indien zij op de oorsprong betrekking heeft. In afwijking van artikel 8 wordt zij met terugwerkende kracht ingetrokken indien zij is verstrekt op de grondslag van onjuiste of onvolledige gegevens van de aanvrager.
5. Een bindende inlichting verliest haar geldigheid wanneer zij:
a) op tariefgebied:
i) ten gevolge van de vaststelling van een verordening niet meer met het aldus vastgestelde recht in overeenstemming is;
ii) niet langer verenigbaar is met de uitlegging van één van de nomenclaturen als bedoeld in artikel 20, lid 6:
- op communautair niveau, door een wijziging in de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur of door een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen;
- op internationaal niveau, door een door de werelddouaneorganisatie, in 1952 in het leven geroepen onder de naam "Internationale Douaneraad", vastgestelde indelingskennisgeving of wijziging van de toelichtingen op de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen;
iii) overeenkomstig artikel 9 wordt ingetrokken of gewijzigd en mits aan de verkrijger van de inlichting daarvan kennis wordt gegeven.
De datum waarop de bindende inlichting ten aanzien van de onder i) en ii) genoemde gevallen haar geldigheid verliest, is de datum van de bekendmaking van de bovengenoemde maatregelen, of, voor internationale maatregelen, de datum van een mededeling van de Commissie in de C-reeks van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
b) op het gebied van de oorsprong:
i) ten gevolge van de vaststelling van een verordening of een door de Gemeenschap gesloten overeenkomst niet meer met het aldus vastgestelde recht in overeenstemming is;
ii) niet langer verenigbaar is:
- op communautair niveau, met de voor de uitlegging van de wetgeving vastgestelde toelichtingen en adviezen of met een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen;
- op internationaal niveau, met de in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) gesloten overeenkomst betreffende de oorsprongsregels, of met de toelichtingen of adviezen betreffende de oorsprong die voor de uitlegging van die overeenkomst zijn vastgesteld.
iii) overeenkomstig artikel 9 wordt ingetrokken of gewijzigd en mits aan de verkrijger van de inlichting daarvan vooraf kennis wordt gegeven.
De datum waarop de bindende inlichting ten aanzien van de onder i) en ii) genoemde gevallen haar geldigheid verliest, is de bij de bekendmaking van bovengenoemde maatregelen vermelde datum of, voor internationale maatregelen, de datum die in de mededeling van de Commissie in de C-reeks van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen is vermeld.
6. Een bindende inlichting die overeenkomstig lid 5, onder a), i) of ii), of b, i) of ii), haar geldigheid verliest, mag door de verkrijger van de inlichting nog gedurende een periode van zes maanden na deze bekendmaking of kennisgeving worden gebruikt indien de verkrijger van de inlichting, op basis van de bindende inlichting en vóór de vaststelling van de betreffende maatregel, vaste en definitieve overeenkomsten voor de aankoop of de verkoop van de betreffende goederen heeft gesloten. Indien het echter om produkten gaat waarvoor bij het vervullen van de douaneformaliteiten een invoer-, uitvoer- of prefixatiecertificaat wordt overgelegd, komt de resterende geldigheidsduur van het betrokken certificaat in de plaats van de periode van zes maanden.
In het in lid 5, onder a), i) en b), i), bedoelde geval kan in de verordening of in de overeenkomst een termijn worden vastgesteld gedurende welke het in de eerste alinea bepaalde van toepassing is.
7. De toepassing, onder de voorwaarden van lid 6 van de indeling of van de vaststelling van de oorsprong, die in de bindende inlichting is aangegeven, geldt slechts voor:
- de vaststelling van de in- of uitvoerrechten;
- de berekening van de uitvoerrestituties en van alle andere bedragen die bij invoer of uitvoer in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid worden toegekend;
- het gebruik van invoer-, uitvoer- of prefixatiecertificaten die worden overgelegd bij het vervullen van de formaliteiten voor de aanvaarding van de douaneaangifte met betrekking tot de betreffende goederen, voor zover deze certificaten zijn afgegeven op basis van voornoemde inlichting.
Daarenboven kan in uitzonderlijke gevallen, waarin de goede werking van de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid vastgestelde regelingen in gevaar kan komen, volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (*) en van de overeenkomstige artikelen van andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten, worden besloten om van lid 6 af te wijken.
(*) PB nr. 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3290/94 (PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 105).";
4. artikel 18 komt als volgt te luiden:
"Artikel 18
1. De tegenwaarde van de ecu in nationale valuta die voor de vaststelling van de tariefindeling van goederen en van de rechten bij invoer moet worden toegepast, wordt eenmaal per maand vastgesteld. De voor deze omrekening toe te passen koersen zijn die welke op de voorlaatste werkdag van de maand in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt. Deze koersen zijn gedurende de gehele daaropvolgende maand van toepassing.
Wanneer de aan het begin van de maand geldende koers evenwel meer dan 5 % afwijkt van die welke wordt bekendgemaakt op de voorlaatste werkdag vóór de 15e van diezelfde maand, is de laatstgenoemde koers van toepassing vanaf de 15e tot het einde van de betreffende maand.
2. De tegenwaarde van de ecu in nationale valuta die in het kader van de douanewetgeving in andere dan de in lid 1 bedoelde gevallen moet worden toegepast, wordt eenmaal per jaar vastgesteld. De voor deze omrekening toe te passen koersen zijn die welke op de eerste werkdag van oktober in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt; zij worden van kracht op 1 januari van het volgende jaar. Indien voor een bepaalde nationale valuta geen koers beschikbaar is, geldt voor die valuta de omrekeningskoers van de laatste dag waarvoor in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen een koers is bekendgemaakt.
3. Indien een in ecu luidend bedrag om andere redenen dan de vaststelling van de tariefindeling van goederen of van bij in- of uitvoerrechten in nationale valuta wordt omgerekend, mogen de douaneautoriteiten het bedrag dat bij deze omrekening wordt verkregen, naar boven of naar beneden afronden.
Na afronding mag het bedrag niet meer dan 5 % van het oorspronkelijke bedrag afwijken.
De douaneautoriteiten kunnen de tegenwaarde in nationale valuta van een in ecu luidend bedrag ongewijzigd handhaven indien de jaarlijkse aanpassing overeenkomstig lid 2, vóór bovenbedoelde afronding, tot een wijziging van de tegenwaarde in de nationale valuta van minder dan 5 % of tot een daling van deze tegenwaarde leidt.";
5. in artikel 20, lid 3, onder c), tweede streepje, worden de woorden "landbouwheffingen en andere" geschrapt;
6. artikel 31, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
a) aan het einde van het eerste streepje worden de woorden "van 1994" toegevoegd;
b) aan het einde van het tweede streepje worden de woorden "van 1994" ingevoegd tussen het woord "Handel" en het woord "en";
7. in artikel 55 wordt het cijfer 43 vervangen door het cijfer 42;
8. in artikel 83, onder a), worden de woorden "overeenkomstig artikel 66, lid 2," geschrapt;
9. het volgende artikel 87 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 87 bis
In de in artikel 4, lid 7, eerste streepje, zesde zin, bedoelde gevallen wordt elk produkt of goed dat uit een onder een schorsingsregeling geplaatst goed wordt verkregen, geacht eveneens onder deze regeling te zijn geplaatst.";
10. in artikel 91, lid 2, onder c), worden de haakjes en de daartussen geplaatste woorden "ATA-Overeenkomst" geschrapt;
11. artikel 112, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Worden de invoergoederen overeenkomstig artikel 76, lid 1, onder c), in het vrije verkeer gebracht, dan zijn de overeenkomstig artikel 214 in aanmerking te nemen soort, douanewaarde en hoeveelheid, die welke bij de plaatsing onder de douane-entrepotregeling op deze goederen van toepassing waren.
De eerste alinea is van toepassing mits deze heffingsgrondslagen bij de plaatsing van de goederen onder de regeling zijn erkend of toegestaan, tenzij de belanghebbende verzoekt om toepassing van die grondslagen bij het ontstaan van de douaneschuld.
De eerste alinea is van toepassing onverminderd controle achteraf in de zin van artikel 78.";
12. in artikel 124, lid 1, derde streepje, worden de woorden "landbouwheffing of aan een andere" geschrapt;
13. artikel 128 wordt als volgt gewijzigd:
a) de leden 1 en 2 komen als volgt te luiden:
"1. De vergunninghouder kan om terugbetaling of kwijtschelding van de invoerrechten verzoeken indien hij, naar oordeel van de douaneautoriteiten, voldoende aantoont dat de met toepassing van het terugbetalingssysteem in het vrije verkeer gebrachte invoergoederen in de vorm van veredelingsprodukten of in die van goederen in ongewijzigde staat:
- hetzij zijn uitgevoerd,
- hetzij, met het oog op latere wederuitvoer, onder de regeling douanevervoer, de douane-entrepotregeling, de regeling tijdelijke invoer of de regeling actieve veredeling - schorsingssysteem - dan wel in een vrije zone of in een vrij entrepot zijn geplaatst,
mits voor het overige aan alle voorwaarden voor de toepassing van de regeling is voldaan.
2. Om één van de in lid 1, tweede streepje, bedoelde douanebestemmingen te krijgen, worden de veredelingsprodukten of de goederen in ongewijzigde staat als niet-communautaire goederen beschouwd.";
b) lid 4 komt als volgt te luiden:
"4. Indien veredelingsprodukten of goederen in ongewijzigde staat die overeenkomstig het bepaalde in lid 1 onder een douaneregeling of in een vrije zone of in een vrij entrepot zijn geplaatst, in het vrije verkeer worden gebracht, wordt, onverminderd artikel 122, onder b), het terugbetaalde of kwijtgescholden bedrag van de invoerrechten geacht het bedrag van de douaneschuld te vormen.";
14. in artikel 163, lid 2, onder c), worden de haakjes en de daartussen geplaatste woorden "ATA-Overeenkomst" geschrapt;
15. in artikel 182, lid 3, komt de eerste zin als volgt te luiden:
"3. Behalve in de volgens de procedure van het Comité vastgestelde gevallen worden de douaneautoriteiten vooraf van de wederuitvoer of van de vernietiging van goederen in kennis gesteld.";
16. het volgende artikel 212 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 212 bis
Wanneer de douanewetgeving in vrijstelling van de in- of uitvoerrechten krachtens de artikelen 184 tot en met 187 voorziet, dan is deze vrijstelling eveneens van toepassing in de gevallen waarin uit hoofde van de artikelen 202 tot en met 205, 210 of 211 een douaneschuld ontstaat, indien het gedrag van de belanghebbende niet getuigt van frauduleus handelen of van manifeste nalatigheid en deze laatste aantoont dat aan de overige voorwaarden voor de toekenning van de volledige of gedeeltelijke vrijstelling is voldaan.";
17. artikel 217, lid 1, tweede alinea, onder b), komt als volgt te luiden:
"b) waarin het bedrag van de wettelijk verschuldigde rechten hoger is dan het bedrag dat op grond van een bindende inlichting is vastgesteld;";
18. artikel 222, lid 2, komt als volgt te luiden:
"2. De gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de verplichting van de schuldenaar om de rechten te voldoen wordt opgeschort, kunnen volgens de procedure van het Comité worden vastgesteld:
- wanneer overeenkomstig de artikel 236, 238 of 239 een verzoek om kwijtschelding van de rechten wordt ingediend
of
- wanneer overeenkomstig artikel 233, onder c), tweede streepje, of onder d), goederen in beslag worden genomen met het oog op latere verbeurdverklaring.";
19. in artikel 233, onder c), eerste streepje, worden de woorden "overeenkomstig artikel 66" geschrapt;
20. in artikel 251, lid 1, 26e streepje, wordt het zinsdeel "met uitzondering van artikel 3, lid 3, onder b)" geschrapt.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1997.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 19 december 1996.
Voor het Europees Parlement
De Voorzitter
K. HÄNSCH
Voor de Raad
De Voorzitter
S. BARRETT
(1) PB nr. C 260 van 5. 10. 1995, blz. 8, en
PB nr. C 207 van 18. 7. 1996, blz. 7.
(2) PB nr. C 174 van 17. 6. 1996, blz. 14.
(3) Advies van het Europees Parlement van 14 februari 1996 (PB nr. C 65 van 4. 3. 1996, blz. 68), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 28 mei 1996 (PB nr. C 248 van 26. 8. 1996, blz. 1) en besluit van het Europees Parlement van 23 oktober 1996 (PB nr. C 347 van 18. 11. 1996). Besluit van de Raad van 26 november 1996.
(4) PB nr. L 302 van 19. 10. 1992, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.
(5) PB nr. L 359 van 9. 12. 1992, blz. 14.
(6) PB nr. L 336 van 23. 12. 1994, blz. 22.
(7) PB nr. L 336 van 23. 12. 1994, blz. 144.
(8) PB nr. L 130 van 27. 5. 1993, blz. 1.
(9) PB nr. L 262 van 26. 9. 1990, blz. 1.