Verordening (EG) Nr. 2576/97 van de Commissie van 15 december 1997 betreffende de vaststelling van de forfaitaire waarde voor het visseizoen 1998 voor de uit de markt genomen visserijproducten voor de berekening van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot (Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EG) Nr. 2576/97 van de Commissie van 15 december 1997 betreffende de vaststelling van de forfaitaire waarde voor het visseizoen 1998 voor de uit de markt genomen visserijproducten voor de berekening van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot (Voor de EER relevante tekst)
VERORDENING (EG) Nr. 2576/97 VAN DE COMMISSIE van 15 december 1997 betreffende de vaststelling van de forfaitaire waarde voor het visseizoen 1998 voor de uit de markt genomen visserijproducten voor de berekening van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot (Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3759/92 van de Raad van 17 december 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3318/94 (2), inzonderheid op artikel 12, lid 6,
Overwegende dat artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 3759/92 voorziet in de toekenning van een financiële vergoeding aan de producentenorganisaties die onder bepaalde voorwaarden interveniëren voor de in bijlage I, onder A en D, van genoemde verordening bedoelde producten; dat op de waarde van deze financiële vergoeding in mindering moet worden gebracht de forfaitair vastgestelde waarde van de producten die worden bestemd voor andere doeleinden dan menselijke consumptie;
Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 1501/83 van de Commissie (3) de mogelijkheden zijn vastgesteld waarvan gebruik moet worden gemaakt voor de afzet van de uit de markt genomen producten; dat het noodzakelijk is de waarde van deze producten bij elk dezer mogelijkheden forfaitair vast te stellen met inachtneming van de gemiddelde ontvangsten die kunnen worden verkregen bij een dergelijke afzet;
Overwegende dat uit de desbetreffende gegevens blijkt dat de forfaitaire waarde dient te worden vastgesteld voor het visseizoen 1998 zoals aangegeven in de bijlage;
Overwegende dat krachtens artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 3902/92 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1338/95 (5), de met de uitkering van de financiële vergoeding belaste instantie de instantie is van de lidstaat waar de producentenorganisatie is erkend; dat derhalve ook, in voorkomend geval, de in die lidstaat geldende forfaitaire waarde in mindering moet worden gebracht;
Overwegende dat de voornoemde bepalingen eveneens van toepassing zijn voor het voorschot van de financiële vergoeding bedoeld in artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3902/92;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor visserijproducten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De forfaitaire waarde voor de berekening van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot voor de door de producentenorganisaties uit de markt genomen en voor andere doeleinden dan menselijke consumptie gebruikte producten, wordt voor het visseizoen 1998 in de bijlage vastgesteld voor elk van de aldaar aangegeven bestemmingen.
Artikel 2
De forfaitaire waarde waarmee het bedrag van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot kan worden verminderd, is de waarde die wordt toegepast in de lidstaat waar de producentenorganisatie is erkend.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1998.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 december 1997.
Voor de Commissie
Emma BONINO
Lid van de Commissie
(1) PB L 388 van 31. 12. 1992, blz. 1.
(2) PB L 350 van 31. 12. 1994, blz. 15.
(3) PB L 152 van 10. 6. 1983, blz. 22.
(4) PB L 392 van 31. 12. 1992, blz. 35.
(5) PB L 129 van 14. 6. 1995, blz. 7.
BIJLAGE
>RUIMTE VOOR DE TABEL>