Home

98/378/EG: Besluit van de Commissie van 12 juni 1998 tot beëindiging van de procedure in verband met het compenserende recht dat van toepassing is op de invoer van polyestervezels en polyestergarens van oorsprong uit Turkije (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 1599)

98/378/EG: Besluit van de Commissie van 12 juni 1998 tot beëindiging van de procedure in verband met het compenserende recht dat van toepassing is op de invoer van polyestervezels en polyestergarens van oorsprong uit Turkije (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 1599)

BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 12 juni 1998 tot beëindiging van de procedure in verband met het compenserende recht dat van toepassing is op de invoer van polyestervezels en polyestergarens van oorsprong uit Turkije (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 1599) (98/378/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 14, lid 2,

Na overleg in het kader van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. VOORAFGAANDE PROCEDURE

(1) Na een klacht die was ingediend door het Cirfs (het Internationaal Comité voor rayon en kunstvezels), leidde de Commissie op 9 februari 1989 (2) een antisubsidieprocedure in verband met de invoer van polyestervezels en polyestergarens van oorsprong uit Turkije. Vervolgens werd er een voorlopig compenserend recht ingesteld op 31 mei 1991 (3). Na afloop van het onderzoek in het kader waarvan bewijzen van schadelijke subsidiëring werden gevonden, bood de regering van Turkije een verbintenis aan waarin zij zich ertoe verplichtte i) de belangrijkste subsidieregeling bij uitvoer die in vrijstelling van vennootschapsbelasting voorziet geleidelijk af te schaffen, en ii) geen nieuwe subsidies toe te staan noch de betrokken producenten/exporteurs een compensatie te bieden voor de geleidelijke afschaffing van de belangrijkste subsidieregeling bij uitvoer. De Commissie aanvaardde deze verbintenis bij Besluit 91/511/EEG (4) en stelde geen definitief compenserend recht in. De voorlopige rechten werden definitief geïnd bij Verordening (EEG) nr. 2834/91 van de Raad (5).

Vanaf 1991 brachten de Turkse autoriteiten regelmatig verslag uit over de verplichtingen die zij in de verbintenis waren aangegaan en werd één en ander met bewijzen gestaafd. De diensten van de Commissie verifieerden deze gegevens alsmede de gegevens die in 1992 en 1995 ter beschikking waren gesteld door een aantal Turkse exporteurs.

B. NIEUW ONDERZOEK

(2) In het Publicatieblad van 20 april 1996 (6) werd meegedeeld dat bovenstaande maatregelen (d.w.z. de verbintenis) op het punt stonden te vervallen. Op 24 juni 1996 diende de klagende partij, het Cirfs, een verzoek in om een nieuw onderzoek naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen overeenkomstig de bepalingen van artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 3284/94 van de Raad (7). In het verzoek om een nieuw onderzoek werd aangevoerd dat het intrekken van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou resulteren in de voortzetting dan wel het opnieuw optreden van subsidiëring en schade.

(3) De Commissie oordeelde dat de klagende partij voldoende bewijzen ter beschikking had gesteld om de opening van een nieuw onderzoek naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen te rechtvaardigen ingevolge artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 3284/94. Gezien de aard van de van kracht zijnde maatregelen besloot de Commissie op eigen initiatief een tussentijds nieuw onderzoek te openen ingevolge artikel 13, lid 6, van die verordening. Een bericht van inleiding van een nieuw onderzoek naar de compenserende maatregelen werd bijgevolg gepubliceerd op 21 december 1996 (8).

(4) Wat de verenigbaarheid van de opening van een dergelijk onderzoek met de voorschriften van de overeenkomst tot instelling van een douane-unie tussen de Gemeenschap en Turkije betreft, mag niet uit het oog worden verloren dat bedoelde overeenkomst niet uitsluit dat in afwachting van de toepassing door Turkije van de voorschriften in verband met mededinging, overheidssteun en andere relevante delen van het acquis communautaire die met de interne markt samenhangen door de ene partij, in haar betrekkingen met de andere partij handelbeschermende maatregelen worden toegepast. In de overeenkomst tot instelling van een douane-unie is bepaald dat Turkije binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, d.w.z. binnen twee jaar na 31 december 1997, alle nodige besluiten moet hebben goedgekeurd om aan bovenbedoelde eis te voldoen. In afwachting van de bevestiging dat dergelijke besluiten werden genomen, kunnen compenserende maatregelen derhalve, indien dit nodig wordt geacht, in het kader van deze procedure worden genomen.

(5) De periode die voor het onderzoek naar de subsidies in aanmerking werd genomen liep van 1 januari tot en met 31 december 1995 (hierna "het onderzoektijdvak" genoemd).

(6) De Commissie zond alle partijen waarvan de betrokkenheid bekend was vragenlijsten. Zij ontving antwoorden op deze vragenlijsten van acht producenten in de Gemeenschap, de Turkse regering, negen exporterende producenten en één importeur. De Commissie verzamelde en verifieerde alle gegevens die zij voor haar vaststellingen noodzakelijk achtte en bracht controlebezoeken aan verschillende ministeries/instanties van de Turkse regering en ten kantore van onderstaande ondernemingen:

a) Producenten in de Gemeenschap

- Hoechst Trevira GbmH & Co KG, Frankfurt am Main, Duitsland.

- Montefibre SpA, Milaan, Italië.

- Nurel SA, Barcelona, Spanje.

- La Seda de Barcelona SA, Barcelona, Spanje.

- Catalana de Polimers SL, Barcelona, Spanje.

- Wellman International Ltd, Co. Meath, Ierland.

- Unifi Textured Yarns Europe Ltd, Co. Donegal, Ierland.

Aan Tergal Fibres SA (Groupe Rhône-Poulenc), Gauchy, Frankrijk, werd geen bezoek gebracht.

De bovenstaande ondernemingen nemen ongeveer 80 % van de productie van de betrokken producten in de Gemeenschap voor hun rekening.

b) Ministeries/instanties van de Turkse regering

- Het Staatssecretariaat van Buitenlandse Handel.

- De Centrale Bank.

- Het Staatssecretariaat van Douane.

- Türk Eximbank.

- Het Staatssecretariaat van Financiën.

- Het Ministerie van Financiën.

c) Producenten/exporteurs in Turkije

- SASA Artificial and Synthetic Fibres Inc., Adana.

- Sönmez Filament Sentetik Iplik ve Elvaf Sanayii AS, Bursa.

- Korteks Mensucat Sanayi ve Ticaret AS, Bursa.

- Sifas Sentetik Iplik Fabrikalari AS, Bursa (deel van de Nergis-groep).

- Polylen Sentetik Iplik Sanayii AS, Bursa (deel van de Nergis-groep).

- Nergis Tekstil Sanayi ve Ticaret AS, Bursa (deel van de Nergis-groep).

- Nergis Holding AS, Bursa (deel van de Nergis-groep).

- Polyteks Tekstil Sanayi Arastirma ve Egitim AS, Bursa.

Sancak Tül Sanayi AS, Istanbul, verklaarde gedurende het onderzoektijdvak niet naar de Europese Unie te hebben uitgevoerd.

Deze producenten zijn alle bekende producenten van de betrokken producten in Turkije.

d) Importeur in de Gemeenschap

EXSA (UK) Ltd, Leeds, Verenigd Koninkrijk. Deze onderneming werd niet bezocht.

(7) Het onderzoek overschreed de normale termijn voor de beëindiging van nieuwe onderzoeken tengevolge van de hoeveelheid verzamelde gegevens en de complexiteit ervan. Vooral omdat de overheidssteun in Turkije de laatste jaren aanzienlijke wijzigingen heeft ondergaan, werd het nodig geacht de verschillende programma's opnieuw volledig te onderzoeken.

C. PRODUCTEN EN SOORTGELIJK PRODUCT

1. Producten

(8) Het onderzoek betreft:

- filamentgarens van polyesters, gedeeltelijk verstrekt (POY), ingedeeld onder GN-code 5402 42 00;

- getextureerde filamentgarens van polyesters (PTY), ingedeeld onder de GN-codes 5402 33 10 en 5402 33 90;

- stapelvezels van polyesters, ingedeeld onder GN-code 5503 20 00;

- platte garens van polyesters, ingedeeld onder de GN-codes 5402 43 10, 5402 43 90, 5402 52 10, 5402 52 90, 5402 62 10 en 5402 62 90.

Vezels en garens van polyesters kunnen op talloze wijzen worden gebruikt, al dan niet gemengd met andere producten zoals katoen, om kledij, beddengoed, gordijnen en vloerbedekkingen te vervaardigen. Vezels van polyesters kunnen ook gebruikt worden als vulsel voor gewatteerde korte jassen, hoofdkussens, andere kussens enz.

2. Soortgelijk product

(9) In Verordening (EEG) nr. 2834/91 werd geconcludeerd dat de in de Gemeenschap vervaardigde producten beschouwd werden als soortgelijke producten vergeleken met de ingevoerde gesubsidieerde producten. Geen enkele partij die bij dit nieuwe onderzoek belang heeft verstrekte verder commentaar met betrekking tot de kwestie van het soortgelijk product. Derhalve wordt geconcludeerd dat het onderzochte product, d.w.z. het product dat uit Turkije naar de Gemeenschap wordt uitgevoerd, een soortgelijk product is vergeleken met het product dat door de bedrijfstak van de Gemeenschap wordt vervaardigd, in de zin van artikel 1, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2026/97 (hierna "de basisverordening" genoemd).

D. SUBSIDIES

1. Inleiding

(10) Op basis van de gegevens in de klacht en van de antwoorden op haar vragenlijst onderzocht de Commissie een groot aantal subsidieregelingen. Deze regelingen zijn niet noodzakelijkerwijze dezelfde die werden onderzocht in het kader van het oorspronkelijke onderzoek. Turkije voerde nieuwe vormen van overheidssteun in aan het eind van 1994 (ten dele met het oog op de aanpassing van zijn eigen wetgeving inzake overheidssteun aan die van de Europese Unie, overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst tot instelling van een douane-unie) waarbij stimulerende maatregelen op binnenlands vlak en bij uitvoer aan voorschriften werden onderworpen en waarbij oudere regelingen werden gewijzigd of vervangen. Bovendien vonden ook belangrijke ontwikkelingen plaats op internationaal vlak; in 1995 werd de overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen in het kader van de WTO van kracht en aan het eind van 1994 werd een nieuwe basisverordening vastgesteld waarin de nieuwe omschrijving van subsidies was opgenomen (9). Gezien deze gegevens onderwierp de Commissie alle relevante subsidieregelingen in Turkije aan een nieuw onderzoek.

2. Regeling bij uitvoer

(11) De Commissie onderzocht vijf regelingen bij uitvoer, die hieronder nader worden beschreven:

I. Overheidssteun bij uitvoer.

II. Vrijstelling van vennootschapsbelasting.

III. Exportkredieten.

IV. Elektriciteitspremie.

V. Vervoerspremie.

I. Overheidssteun bij uitvoer

(12) Het beleid ter bevordering van de uitvoer van Turkije heeft ten doel het uitvoerpotentieel van de Turkse bedrijven te verbeteren overeenkomstig de doelstellingen en de richtsnoeren die zijn opgenomen in de vijfjarenplannen van de regering met het oog op de economische ontwikkeling. Door deze steunmaatregelen moeten de negatieve gevolgen van de hoge binnenlandse inflatie voor de exporteurs worden opgeheven en moet een compensatie worden geboden voor het tekort aan en de hoge kosten van financiering.

(13) Het belangrijkste instrument voor onder andere steun bij uitvoer is decreet 94/6401 dat op 1 januari 1995 in werking trad en de volgende maatregelen omvat:

- Steun aan programma's inzake onderzoek en ontwikkeling.

- Steun voor milieukosten.

- Steun voor marktonderzoek.

- Steun bij deelname aan buitenlandse beurzen en tentoonstellingen.

- Steun bij deelname aan binnenlandse beurzen met een internationaal karakter.

- Steun bij buitenlandse promotieactiviteiten.

(14) De Commissie stelde vast dat geen enkele producent van het betrokken product gedurende het onderzoektijdvak steun had ontvangen in het kader van één van de bovenvermelde maatregelen waarin bij decreet 94/6401 is voorzien. Derhalve hoefde niet te worden onderzocht of in het kader van één van deze maatregelen subsidies waren verstrekt waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen.

II. Vrijstelling van vennootschapsbelasting (Corporate Tax Exemption Scheme (CTE)

(15) De belangrijkste verplichting die de Turkse regering in haar door de Commissie in 1991 aanvaarde verbintenis (zie overweging 1) op zich had genomen, was de geleidelijke afschaffing van de vrijstelling van vennootschapsbelasting. Door deze regeling werd een bepaald percentage van de uitvoeropbrengsten van industriële ondernemingen vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Overeenkomstig de verbintenis van de Turkse regering werd het percentage van de vrijstelling van vennootschapsbelasting geleidelijk verlaagd van 20 % in 1991 tot 5 % in 1993. De regeling werd uiteindelijk afgeschaft in 1993 door middel van artikel 30 van decreet 21804 van 25 december 1993. Één en ander werd met bewijzen gestaafd. De Commissie stelde ook vast dat geen enkele producent waarop het onderzoek van toepassing is achterstallige bedragen voor vrijstellingen van vennootschapsbelasting gedurende het onderzoektijdvak ontving.

III. Exportkredieten

(16) Türk Eximbank (hierna "Eximbank" genoemd) is de enige officiële instelling in Turkije die exportkredieten verleent; Eximbank is een openbare instelling die in 1987 werd opgericht om aan de financieringsbehoeften van exporteurs en overzeese aannemers tegemoet te komen. Eximbank levert gespecialiseerde financiële diensten in het kader van een groot aantal krediet-, verzekerings- en borgtochtregelingen zoals:

a) vóór de verzending toegekend exportkrediet (Pre-Shipment Export Credit (PSEC) Programme)

PSEC is een krediet op korte termijn dat door Eximbank wordt verleend via handelsbanken en waarvan alle op uitvoer gerichte ondernemingen gebruik kunnen maken. De aanvragen worden ingediend bij Eximbank, maar het krediet zelf wordt verleend door een handelsbank. De uiteindelijke interestvoet die voor dit soort krediet wordt betaald, is in het algemeen gunstiger dan de rentevoeten die betaald worden voor leningen op korte termijn die bij handelsbanken worden aangegaan.

Deze vorm van krediet komt neer op subsidiëring, want er is sprake van een financiële bijdrage van de overheid; het krediet verschaft een voordeel, want de interestvoet ligt lager dan de interestvoet die betaald moet worden bij een vergelijkbare commerciële lening. De subsidiëring is alleen bestemd voor exporttransacties en derhalve is hier sprake van een exportsubsidie.

Een aantal producenten maakte gedurende het onderzoektijdvak van deze regeling gebruik;

b) exportkredieten voor specifieke markten

In het kader van deze regeling werd financiële steun verleend bij de uitvoer van textielproducten naar landen die geen lid zijn van de Europese Unie (i.e. Nafta, Japan en Zuid-Afrika). Deze regeling werd in januari 1996 afgeschaft;

c) exportkredieten voor KMO's

In het kader van deze regeling worden kredieten op korte termijn verleend aan ondernemingen die maximaal 150 personen tewerkstellen. Gezien hun omvang kreeg geen enkele van de onderzochte producenten een dergelijk krediet;

d) krediet met betrekking tot vreemde valuta's

Dit is een door Eximbank via handelsbanken verleend krediet op korte termijn dat vergelijkbaar is met PSEC, waarvan door alle op uitvoer gerichte ondernemingen gebruik kan worden gemaakt. Het krediet wordt verleend op basis van de tegenwaarde van de vreemde valuta die bij exporttransacties wordt gehanteerd (het krediet wordt feitelijk aan de exporteur betaald in Turkse Lira (TL) voor een equivalent bedrag en de exporteur betaalt terug in de betrokken vreemde valuta. De interestvoeten liggen aanzienlijk lager dan bij leningen in het kader van de PSEC-regeling. De interestvoet die bij dit soort krediet uiteindelijk wordt betaald, is in het algemeen gunstiger dan de rentevoeten voor leningen op korte termijn bij handelsbanken.

Deze kredieten komen neer op een subsidie, omdat er sprake is van een financiële bijdrage van de overheid; bovendien leveren zij een voordeel op aangezien de interestvoet lager ligt dan die welke betaald wordt bij een vergelijkbare commerciële lening. De subsidie is slechts bestemd voor exporttransacties en is derhalve een exportsubsidie.

Een aantal producenten profiteerde van deze regeling in de loop van het onderzoektijdvak;

e) krediet met betrekking tot vreemde valuta dat met presentaties in het verleden verband houdt

In het kader van deze regeling worden kredieten op korte termijn verleend aan exporteurs zonder de tussenkomst van handelsbanken. Geen enkele betrokken producent ontving een dergelijk krediet gedurende het onderzoektijdvak;

f) exportkredietverzekering op korte termijn

In het kader van deze regeling worden alle door een exporteur binnen één jaar te verzenden goederen tegen gunstige voorwaarden verzekerd. De exporteurs betalen rechtstreeks aan Eximbank een premie die varieert naar gelang van het land van uitvoer. Een dergelijke verzekering was tot 1995 verplicht voor ondernemingen die bij Eximbank vóór de verzending toe te kennen exportkredieten verkregen. Sommige van de betrokken producenten maakten van deze regeling gebruik gedurende het onderzoektijdvak. Omdat deze regeling gekoppeld was aan de regeling "vóór verzending toegekende exportkredieten" (PSEC-regeling), werd zij samen met de PSEC-regeling en de regeling krediet met betrekking tot vreemde valuta's (zie de tabellen 1 en 2 in overweging 29) berekend.

Deze verzekering is nu niet langer verplicht;

g) koperskrediet, verzekering en borgtocht

Deze regeling heeft betrekking op kredieten voor projecten in de republieken in Centraal- en West-Azië. Geen enkele van de betrokken producenten maakte gebruik van deze regeling gedurende het onderzoektijdvak.

IV. Elektriciteitspremie

(17) In het kader van deze regeling kunnen ondernemingen die goederen vervaardigen voor de uitvoer profiteren van een speciale tariefverlaging (25 %) voor elektriciteit die bij de productie van de uitgevoerde goederen is gebruikt. Deze regeling, die duidelijk neerkomt op een uitvoersubsidie, werd in 1995 afgeschaft bij decreet 22510 van 31 december 1995.

Geen enkele onderzochte producent profiteerde van deze regeling gedurende het onderzoektijdvak.

V. Vervoerspremie

(18) In het kader van deze regeling konden de exporteurs van de Centrale Bank van Turkije premies in baar geld ontvangen om de vervoerskosten bij uitvoer te dekken. De regeling werd in 1994 afgeschaft in opdracht van de Turkse Raad van Ministers. De premies in baar geld zijn een vorm van subsidiëring omdat zij neerkomen op een fiscale bijdrage van de overheid die voordeel oplevert. Omdat de subsidie beperkt is tot vervoerskosten bij uitvoer is er sprake van een exportsubsidie.

De premies die werden betaald in het kader van deze regeling die door de Centrale Bank werd beheerd, verschilden naar gelang van de bestemming. Hoewel de regeling in 1994 werd afgeschaft, bleven de exporteurs er gedurende het onderzoektijdvak (in 1995) verder van profiteren. Eén en ander vloeit voort uit het feit dat er ten tijde van de toepassing van de regeling geen middelen beschikbaar waren om de exporteurs uit te betalen. Achterstallige tegoeden waarop de ondernemingen een recht hadden, verworven in de jaren vóór de beëindiging van de regeling, werden tijdens het onderzoektijdvak uitgekeerd. Alle onderzochte producenten hadden dergelijke achterstallige tegoeden gedurende het onderzoektijdvak uitgekeerd gekregen.

3. Samenvatting van de uitvoerregelingen

(19) Men stelde vast dat de exporteurs gebruik maakten van twee regelingen ter bevordering van de uitvoer gedurende het onderzoektijdvak, met name de regeling exportkredieten (vóór de verzending toegekende exportkredieten/krediet in verband met vreemde valuta's/exportkredietverzekering op korte termijn) en de regeling vervoerspremies.

4. Binnenlandse regelingen

(20) De Commissie onderzocht drie binnenlandse regelingen, waarover hieronder meer details worden gegeven:

I. Decreet 94/6411.

II. Investeringspremie (Resource Utilisation Support Premium) (RUSP).

III. Kredietfondsen.

I. Decreet 94/6411

(21) Aanmoedigingspremies aan producenten in Turkije worden sedert 1 januari 1995 verleend in het kader van decreet 94/6411 van 26 december 1994. Decreet 94/6411 vormt het algemene kader waarbinnen het verlenen van premies aan de bedrijfstak wordt geregeld overeenkomstig de richtsnoeren die zijn opgenomen in de ontwikkelingsprogramma's en de jaarprogramma's die door de Turkse Raad van Ministers werden goedgekeurd. Decreet 94/6411 voorziet in aanmoedigingspremies bij investeringen voor de productie van goederen en dienstverlening, onderzoek en ontwikkeling, milieubescherming, kwaliteits- en normverbetering en bij investeringen die ten doel hebben regionale ambachten te stimuleren en kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen. Aan decreet 94/6411 is verder uitvoering gegeven bij communiqué nr. 2 dat werd uitgegeven door het Staatssecretariaat van Financiën en gepubliceerd in het staatsblad van 4 april 1995.

(22) Alle aanvragen om bijstand in het kader van decreet 94/6411 moeten worden goedgekeurd door het Directoraat-generaal voor Aanmoedigingspremies en Implementatie van het Staatssecretariaat van Financiën, dat investeringscertificaten verstrekt aan aanvragers op wier verzoek positief wordt gereageerd. In het investeringscertificaat wordt de bijstand beschreven die aan de betrokken onderneming wordt toegekend, alsmede de maximumbedragen ervan. Ondernemingen kunnen op basis van een project een investeringscertificaat krijgen. De geldigheid van het investeringscertificaat varieert overeenkomstig het project.

(23) De verschillende soorten bijstand die in het kader van decreet 94/6411 worden verleend zijn:

a) regelingen waarvan exporteurs tijdens het onderzoektijdvak profiteerden

i) Vrijstelling van douanerechten en -heffingen

In het kader van deze regeling mogen de ondernemingen uitrusting en machines invoeren zonder invoerrechten te betalen in verband met het project waarvoor het investeringscertificaat werd verleend.

ii) Investeringssubsidie

In het kader van deze regeling wordt de ondernemingen een vrijstelling van inkomstenbelasting toegestaan die evenredig is met het bedrag van de investeringen waarvoor het investeringscertificaat werd verleend; de vermindering van inkomstenbelasting kan 100 % van het geïnvesteerde bedrag bedragen.

Bij beide bovenstaande regelingen betreft het subsidiëringen, omdat de regering inkomsten derft en de ondernemingen hiervan profiteren.

iii) Financieringsfonds

In het kader van deze regeling krijgen de ondernemingen uitstel van belastingbetaling, waarvan ze gebruik kunnen maken om hun investeringen te financieren. De ondernemingen hebben op dit uitstel van betaling recht wanneer hun een investeringscertificaat is verleend.

Uitstel van belastingbetaling komt neer op een lening zonder interest en is een vorm van subsidiëring omdat het niet betalen van interest de onderneming een voordeel verschaft.

iv) BTW-steun bij aankopen van machines en uitrusting

In het kader van deze regeling wordt de ondernemingen de BTW terugbetaald die zij betaald hebben bij aankopen van in het binnenland vervaardigde machines. Deze terugbetaling komt neer op een financiële bijdrage van de overheid die deze ondernemingen een voordeel oplevert; er is derhalve sprake van een subsidie. Terugbetalingen in het kader van deze regeling zijn afhankelijk van de aankoop van in het binnenland vervaardigde goederen en de subsidie is derhalve specifiek overeenkomstig artikel 3, lid 4, onder b), van de basisverordening. Eén producent profiteerde gedurende het onderzoektijdvak in verwaarloosbare mate van deze regeling;

b) regelingen waarvan de exporteurs tijdens het onderzoektijdvak niet profiteerden

i) Vrijstelling van lasten bij investeringskredieten op middellange en lange termijn

In het kader van deze regeling zijn de ondernemingen vrijgesteld van heffingen, rechten en lasten bij bankverrichtingen, notariële transacties, inschrijvingen in het kadaster enz. die verband houden met kredieten. De regeling is van toepassing op ondernemingen die de geproduceerde goederen waarop de investeringen betrekking hebben, uitvoeren. Omdat in het kader van deze regeling uitvoer wordt vooropgesteld, moet zij eigenlijk beschouwd worden als een exportsubsidie. Geen enkele producent profiteerde van deze regeling tijdens het onderzoektijdvak. De gevolgen van deze regeling zouden hoe dan ook te verwaarlozen zijn.

ii) Uitstel BTW-betaling

In het kader van deze regeling kan de betaling van BTW die verschuldigd is bij de invoer van de uitrusting die is opgenomen in de investeringscertificaten, worden uitgesteld tot op de datum waarop deze belasting eigenlijk mag worden afgetrokken. Indien de investering niet plaatsvindt zoals in het investeringscertificaat is gepland, wordt de BTW, waarvan de betaling was uitgesteld, vermeerderd met interest, geïnd;

c) regeling die nog niet ten uitvoer zijn gelegd

In decreet 94/6411 is ook een aantal andere regelingen opgenomen die nog niet ten uitvoer zijn gelegd, zoals:

i) vrijstelling van lasten bij bouwwerkzaamheden

In het kader van deze regeling worden de ondernemingen vrijgesteld van de betaling van lasten bij bouwwerkzaamheden;

ii) subsidies voor verhuizingskosten

In het kader van deze regeling wordt bijstand verleend voor investeringen in installaties die worden overgeplaatst uit ontwikkelde regio's naar industriezones of regio's waarvan de ontwikkeling prioriteit geniet. De subsidie kan tot 50 % bedragen van de kosten voor de demontage, de levering en de reïnstallatie;

iii) energiesubsidies

Bij nieuwe investeringen die worden gedaan met een investeringscertificaat in regio's waarvan de ontwikkeling prioritair is, kan steun worden verleend ten belope van 25 % van de kosten van het elektriciteitsverbruik in de eerste vijf jaar waarin de ondernemingen in werking zijn; de criteria die dan worden gehanteerd, moeten worden vastgesteld door de Raad voor monetaire zaken, kredieten en coördinatie;

iv) steun in de vorm van toewijzing van land

In het kader van deze regeling kunnen de ondernemingen gratis land ter beschikking krijgen voor investeringen die moeten plaatsvinden in regio's waarvan de ontwikkeling prioritair is of in industriële zones. Het land dat ter beschikking wordt gesteld, is eigendom van het Directoraat-generaal van het Kadaster;

v) kredietborgtocht bij buitenlands krediet

In het kader van deze regeling wordt de producenten steun verleend waarbij 50 % van de uitgaven wordt gedekt die verband houden met buitenlands krediet van financiële overheidsinstellingen;

vi) kwaliteits- en normencertificaten

In het kader van deze regeling wordt de ondernemingen de bijdrage vergoed die zij betaald hebben voor aanvragen van kwaliteits- en normencertificaten overeenkomstig de ISO- en ITN (Instituut voor Turkse normen)-normen;

vii) kredieten

Er zijn verschillende soorten regelingen voor kredieten tegen lage interest voor KMO's bij investeringen in regio's waarvan de ontwikkeling prioritair is.

II. Investeringspremie (RUSP)

(24) In het kader van deze regeling hadden de ondernemingen recht op een premie in baar geld die betaald werd door het Staatssecretariaat van Financiën. Deze premie was gelijk aan een percentage (van 15 tot 40 %) van de waarde van de verrichte investeringen. Het toegepaste percentage was afhankelijk van de regio waarin de investering was gedaan.

De RUSP-regeling werd in 1991 door decreet 91/1468 beëindigd. De bedrijven profiteerden evenwel later, ook tijdens het onderzoektijdvak, nog van deze regeling. Het recht op deze subsidies was verworven in de periode dat de regeling van toepassing was, maar door een gebrek aan overheidsmiddelen in die periode waren deze tegoeden nog niet uitbetaald. De premies in baar geld vormen een subsidie, omdat er sprake is van een financiële bijdrage van de overheid die een voordeel oplevert.

Sommige producenten profiteerden gedurende het onderzoektijdvak van deze regeling.

III. Kredietfondsen

(25) In het kader van deze regeling hadden de ondernemingen recht op leningen die moesten worden terugbetaald tegen interestvoeten die lager lagen dan die welke doorgaans bij vergelijkbare commerciële leningen werden gehanteerd. Er is bijgevolge sprake van een voordeel en dus van een subsidie. De regeling kreeg haar beslag in decreet 92/2805 en werd beheerd door het Directoraat-generaal voor Aanmoedigingspremies en Implementatie. De regeling werd officieel beëindigd op 15 juli 1994, hoewel gedurende het onderzoektijdvak achterstallige betalingen aan ondernemingen plaatsvonden.

Sommige producenten profiteerden gedurende het onderzoektijdvak van de regeling kredietfondsen.

5. Samenvatting van de binnenlandse regelingen

(26) Men stelde vast dat de exporteurs gedurende het onderzoektijdvak gebruik maakten van zes binnenlandse regelingen, met name van de vrijstelling van douanerechten en -heffingen, van de investeringssubsidie, het financieringsfonds, de BTW-steun bij aankopen van machines en uitrusting, de investeringspremie de RUSP-regeling en de kredietfondsen.

6. Bedrag van de subsidiëring

(27) Twee van de exporteurs die medewerking verleenden, Korteks en Polyteks, bleken het betrokken product gedurende het onderzoektijdvak niet naar de Europese Unie te hebben uitgevoerd. Derhalve werden voor deze bedrijven geen afzonderlijke vaststellingen met betrekking tot de omvang van de subsidiëring gedaan.

(28) Om het bedrag van de subsidies te berekenen, werd het bedrag van de subsidies die tijdens het onderzoektijdvak werden ontvangen, omgeslagen over de totale (binnenlandse en buitenlandse) omzet van een onderneming wanneer het binnenlandse subsidies betrof en alleen over de voor de uitvoer bestemde omzet wanneer het uitvoersubsidies betrof.

(29) De bedragen van de subsidies die werden vastgesteld voor het onderzoektijdvak ten behoeve van de producenten waarop het onderzoek van toepassing, was, zijn hieronder aangegeven. In tabel 1 is het volledige bedrag opgenomen dat tijdens het onderzoektijdvak werd uitgekeerd; tabel 2 bevat de bedragen na aftrek van de uitkeringen in het kader van de regelingen die vóór de aanvang van het onderzoektijdvak waren beëindigd.

Aangezien vier van de exporteurs die medewerking aan het onderzoek verleenden met elkaar verbonden zijn (Nergis Tekstil, Nergis Holding, Sifas en Polylen) werd een gemiddelde berekend van de uitgekeerde bedragen; deze gemiddelden zijn aangegeven onder "Nergis-groep".

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7. Specificiteit

(30) Omdat het aan de exporteurs uitgekeerde bedrag op grond van de regelingen die tijdens het onderzoektijdvak nog van toepassing waren te verwaarlozen was (zie overweging 34), hoeft met betrekking tot de specificiteit geen vaststelling te worden gemaakt.

8. Conclusies in verband met het compenserende karakter van de maatregelen

(31) Twee van de uitvoerregelingen worden als specifiek beschouwd. Hiertegen kunnen derhalve compenserende maatregelen worden getroffen; de regeling exportkredieten waarbij uitvoer als voorwaarde wordt gesteld en de regeling steun bij BTW waarbij het gebruik van in het binnenland geproduceerde goederen als voorwaarde wordt gesteld. De regeling vervoerspremies waarvoor uitvoer als voorwaarde gold, werd in 1994 beëindigd.

(32) Van de binnenlandse regelingen werd RUSP in 1991 afgeschaft, terwijl de regeling kredietfondsen in 1994 werd beëindigd. Wat de drie regelingen betreft waarvoor werd vastgesteld dat zij tijdens het onderzoektijdvak nog steeds werden gebruikt (met name het financieringsfonds, de investeringspremie, de vrijstelling van douanerechten), dienen geen vaststellingen met het oog op compenserende maatregelen te worden gemaakt, gezien het feit dat deze subsidies verwaarloosbaar waren.

(33) In verband met de beëindigde regelingen (vervoerspremie, kredietfondsen en RUSP) wordt het niet nodig geacht compenserende maatregelen te nemen, omdat enerzijds achterstallige uitkeringen in het kader van de RUSP-regeling en van de regeling kredietfondsen verwaarloosbaar waren en anderzijds achterstallige uitkeringen in verband met vervoerspremies, hoewel zij niet te verwaarlozen waren, gekoppeld waren aan specifieke uitvoertransacties in het verleden toen het programma nog van toepassing was, en als zodanig niet meer kunnen worden opgevraagd.

(34) In artikel 14, lid 5, onder a), van de basisverordening is bepaald dat subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen, als minimaal moeten worden beschouwd indien zij bij invoer uit ontwikkelingslanden minder bedragen dan 2 %. Omdat Turkije beschouwd wordt als een ontwikkelingsland en het bedrag van de subsidies die verleend werden in het kader van regelingen die gedurende het onderzoektijdvak nog steeds van toepassing waren, minder bedroeg dan 2 % (zie tabel hierboven) wordt het bedrag aan subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen, als minimaal beschouwd.

E. SCHADE EN BELANG VAN DE GEMEENSCHAP

(35) Omdat werd geconcludeerd dat de subsidiëring minimaal was, is het niet nodig vaststellingen te doen met betrekking tot de schade en het belang van de Gemeenschap.

F. CONCLUSIE

(36) In artikel 14, lid 3, van de basisverordening is bepaald dat een procedure onverwijld wordt beëindigd wanneer wordt vastgesteld dat het bedrag aan subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen, minimaal is. Derhalve wordt voorgesteld de procedure te beëindigen en de van kracht zijnde maatregelen onmiddellijk te laten vervallen,

BESLUIT:

Enig artikel

De procedure compenserend recht met betrekking tot de invoer van polyestervezels en polyestergarens die worden ingedeeld onder de GN-codes 5402 42 00, 5402 33 10, 5402 33 90, 5503 20 00, 5402 43 10, 5402 43 90, 5402 52 10, 5402 52 90, 5402 62 10 en 5402 62 90, van oorsprong uit Turkije, wordt hierbij beëindigd.

Gedaan te Brussel, 12 juni 1998.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter

(1) PB L 288 van 21. 10. 1997, blz. 1.

(2) PB C 33 van 9. 2. 1989, blz. 7.

(3) PB L 137 van 31. 5. 1991, blz. 8.

(4) PB L 272 van 28. 9. 1991, blz. 92.

(5) PB L 272 van 28. 9. 1991, blz. 3.

(6) PB C 116 van 20. 4. 1996, blz. 7.

(7) PB L 349 van 31. 12. 1994, blz. 22. Verordening later vervangen door Verordening (EG) nr. 2026/97.

(8) PB C 276 van 21. 9. 1996, blz. 5.

(9) Zie voetnoot 7.