Home

98/627/GBVB: Besluit van de Raad van 9 november 1998 aangenomen op basis van artikel J.3 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie, inzake een specifieke actie van de Unie voor bijstand op het gebied van mijnopruiming

98/627/GBVB: Besluit van de Raad van 9 november 1998 aangenomen op basis van artikel J.3 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie, inzake een specifieke actie van de Unie voor bijstand op het gebied van mijnopruiming

BESLUIT VAN DE RAAD van 9 november 1998 aangenomen op basis van artikel J.3 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie, inzake een specifieke actie van de Unie voor bijstand op het gebied van mijnopruiming (98/627/GBVB)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op de artikelen J.3 en J.11, lid 2,

Overwegende dat de Raad op 1 oktober 1996 Gemeenschappelijk Optreden 96/588/GBVB (1) inzake antipersoneelmijnen heeft aangenomen; dat de Raad op 28 november 1997 een nieuw Gemeenschappelijk Optreden 97/817/GBVB (2) inzake antipersoneelmijnen heeft aangenomen met het oog op actualisering en verdere ontwikkeling van de initiatieven die de Europese Unie op grond van het eerste gemeenschappelijk optreden had genomen;

Overwegende dat deze gemeenschappelijke optredens specifieke acties van de Unie op het gebied van mijnopruiming mogelijk maken en dat die acties de vorm kunnen aannemen van opleiding van mijnopruimingsspecialisten en -instructeurs;

Overwegende dat vooral Kroatië behoefte heeft aan een actie in de vorm van coördinatie, supervisie en opleiding van mijnopruimingsspecialisten en -instructeurs en dat een dergelijke actie een nuttige aanvulling zou kunnen vormen op de internationale inspanningen inzake bijstand bij het mijnopruimingswerk,

BESLUIT:

Artikel 1

Er wordt een specifieke actie van de Europese Unie op het gebied van mijnopruiming georganiseerd, die bestaat uit coördinatie, supervisie en opleiding van mijnopruimingsspecialisten en -instructeurs in Kroatië.

Artikel 2

1. Een bedrag van ten hoogste 435 000 ECU voor de uit de uitvoering van het besluit voortvloeiende beleidsuitgaven komt ten laste van de begroting van de Europese Gemeenschappen.

2. De uitgaven die met het in lid 1 genoemde bedrag worden gefinancierd, worden beheerd met inachtneming van de op begrotingsgebied geldende procedures en voorschriften van de Europese Gemeenschap.

Artikel 3

De West-Europese Unie (WEU) wordt van dit besluit in kennis gesteld overeenkomstig de conclusies van de Raad van 14 mei 1996 betreffende de toezending van documenten van de Europese Unie aan de WEU.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Gedaan te Brussel, 9 november 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

W. SCHÜSSEL

(1) PB L 260 van 12. 10. 1996, blz. 1.

(2) PB L 338 van 9. 12. 1997, blz. 1.