Home

Verordening (EG) Nr. 48/98 van de Raad van 19 december 1997 tot vaststelling, voor 1998, van bepaalde maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die de vlag van de Faeröer voeren

Verordening (EG) Nr. 48/98 van de Raad van 19 december 1997 tot vaststelling, voor 1998, van bepaalde maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die de vlag van de Faeröer voeren

Verordening (EG) Nr. 48/98 van de Raad van 19 december 1997 tot vaststelling, voor 1998, van bepaalde maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die de vlag van de Faeröer voeren

Publicatieblad Nr. L 012 van 19/01/1998 blz. 0062 - 0069


VERORDENING (EG) Nr. 48/98 VAN DE RAAD van 19 december 1997 tot vaststelling, voor 1998, van bepaalde maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die de vlag van de Faeröer voeren

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

gelet op Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot instelling van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur (1), en met name op artikel 8, lid 4,

gezien het voorstel van de Commissie,

overwegende dat overeenkomstig de procedure die is vastgesteld in artikel 2 van de Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de plaatselijke regering van de Faeröer, anderzijds (2), de Gemeenschap en de plaatselijke regering van de Faeröer overleg hebben gepleegd over hun wederzijdse visserijrechten voor 1998;

overwegende dat de delegaties tijdens het overleg zijn overeengekomen hun onderscheiden autoriteiten aan te bevelen bepaalde vangstquota voor 1998 vast te stellen voor vaartuigen van de andere partij;

overwegende dat binnen de overlegstructuur waarvan de Gemeenschap, de Faeröer, IJsland, Noorwegen en de Russische Federatie deel uitmaken, eveneens overleg is gepleegd over het beheer en de verdeling van de vangstmogelijkheden van Noorse lentepaaiende haring (Atlantisch-Scandinavische haring) in 1998;

overwegende dat dit overleg onder andere heeft geleid tot regelingen waarbij de partijen elkaar toegang verlenen tot de respectieve wateren, op grond waarvan aan de Faeröer toestemming wordt verleend om 11.000 ton van hun aandeel in de wateren van de Gemeenschap benoorden 62° noorderbreedte te vissen;

overwegende dat uitvoering dient te worden gegeven aan de resultaten van het overleg tussen de Gemeenschap en de Faeröer, ten einde op 31 december 1997 een onderbreking van de wederzijdse visserijrelaties te voorkomen;

overwegende dat de in de onderhavige verordening bedoelde visserijactiviteiten onderworpen zijn aan de desbetreffende controlemaatregelen die zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (3);

overwegende dat in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (4) is bepaald dat alle vaartuigen met tanks voor gekoeld zeewater een door een bevoegde instantie gewaarmerkt document aan boord dienen te hebben waarin de capaciteit van de tanks in kubieke meter voor iedere 10 cm hoogte van die tanks wordt aangegeven;

overwegende dat deze verordening om dwingende redenen van algemeen belang vanaf 1 januari 1998 van toepassing zal zijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Vaartuigen die op de Faeröer geregistreerd zijn, mogen van 1 januari tot en met 31 december 1998 in de 200-mijlsvisserijzone van de lidstaten in de Noordzee, het Skagerrak, het Kattegat, de Oostzee en de Atlantische Oceaan benoorden 43° 00' noorderbreedte overeenkomstig het bepaalde in deze verordening vissen op de in bijlage I vermelde soorten binnen de in deze verordening vastgestelde geografische en kwantitatieve grenzen.

2. De visserijactiviteiten die op grond van lid 1 zijn toegestaan, mogen, behoudens in het Skagerrak, slechts worden uitgeoefend in de gedeelten van de visserijzone van 200 mijl zeewaarts van 12 zeemijl vanaf de basislijnen vanwaar de visserijzones van de lidstaten worden gemeten.

3. Niettegenstaande lid 1 zijn onvermijdelijke bijvangsten van een soort waarvoor in een zone geen quotum is vastgesteld, toegestaan binnen de grenzen vastgesteld in de instandhoudingsmaatregelen die in de betrokken zone gelden.

4. Bijvangsten in een bepaalde zone van een soort waarvoor in die zone een quotum is vastgesteld, worden van dat quotum afgetrokken.

Artikel 2

1. Vaartuigen die vissen in het kader van de in artikel 1 vastgestelde quotaregeling dienen zich te houden aan de instandhoudings- en controlemaatregelen en aan alle overige voorschriften inzake de uitoefening van de visserij in de in dat artikel bedoelde zones.

2. De vaartuigen dienen een logboek bij te houden waarin de in bijlage II bedoelde gegevens worden genoteerd.

3. De vaartuigen moeten de Commissie de in bijlage III bedoelde gegevens mededelen. Deze gegevens dienen te worden medegedeeld overeenkomstig de voorschriften van die bijlage.

4. Vaartuigen met tanks voor gekoeld zeewater dienen een door een bevoegde instantie gewaarmerkt document aan boord te hebben waarin de capaciteit van de tanks in kubieke meter voor iedere 10 cm hoogte van die tanks wordt aangegeven.

5. De registratieletters en -nummers van de vaartuigen dienen duidelijk op beide zijden van de boeg van het vaartuig te zijn aangebracht.

Artikel 3

1. Het vissen is slechts toegestaan indien door de Commissie namens de Gemeenschap een vergunning en een speciaal visdocument zijn afgegeven en de in de bijlagen II en III vermelde voorwaarden in acht worden genomen.

2. Het afgeven van de vergunningen en speciale visdocumenten in het kader van lid 1 is onderworpen aan de voorwaarde dat het aantal vergunningen en speciale visdocumenten op ongeacht welke dag niet meer bedraagt dan:

a) 14 voor het vissen op makreel in de ICES-sectoren VI a (benoorden 56° 30' noorderbreedte) en VII e, f en h, op sprot in ICES-deelgebied IV en ICES-sector VIa (benoorden 56° 30' noorderbreedte), op horsmakreel in ICES-deelgebied IV en ICES-sectoren VI a (benoorden 56° 30' noorderbreedte), VIIe, f en h, en op haring in ICES-sector VIa (benoorden 56° 30' noorderbreedte); 4 voor het vissen op haring in ICES-sector III a N (Skagerrak);

b) 15 voor het vissen op kever in ICES-deelgebied IV en ICES-sector VI a (benoorden 56° 30' noorderbreedte) en op zandspiering in ICES-deelgebied IV;

c) 20 voor de beugvisserij op leng, lom en blauwe leng in de ICES-sectoren VIa (benoorden 56° 30' noorderbreedte) en VI b; het aantal vaartuigen dat tegelijkertijd vist, mag evenwel niet meer bedragen dan 10;

d) 16 voor de trawlvisserij op blauwe leng in de ICES-sectoren VI a (benoorden 56° 30' noorderbreedte) en VIb;

e) 20 voor het vissen op blauwe wijting in ICES-deelgebied VII (ten westen van 12°00' westerlengte) en in ICES-sectoren VI a (benoorden 56° 30' noorderbreedte) en VIb;

f) 3 voor de beugvisserij op haringhaai in de gehele communautaire zone, met uitzondering van NAFO 3PS;

g) 21 voor het vissen op haring in ICES-deelgebied II a, (benoorden 62° noorderbreedte). Aanvragen voor vervanging van vergunningen en van speciale visdocumenten tot dit maximum kunnen te allen tijde worden ingediend en worden prompt behandeld.

3. Bij het indienen van een aanvraag voor een vergunning en een speciaal visdocument bij de Commissie moeten de volgende inlichtingen worden verstrekt:

a) naam van het vaartuig;

b) registratienummer;

c) op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;

d) haven van registratie;

e) naam en adres van de eigenaar of huurder;

f) brutotonnage en lengte over alles;

g) motorvermogen;

h) oproepnummer en radiofrequentie;

i) vismethode waarvan gebruik zal worden gemaakt;

j) zone waarin zal worden gevist;

k) vissoorten waarop zal worden gevist;

l) periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

4. Elke vergunning en elk speciaal visdocument is slechts geldig voor één vaartuig. Indien verschillende vaartuigen samen vissen, moet ieder vaartuig in het bezit zijn van een vergunning en een speciaal visdocument.

5. Vergunningen en speciale visdocumenten kunnen worden ingetrokken met het oog op de afgifte van nieuwe vergunningen en speciale visdocumenten. Dergelijke intrekkingen treden in werking op de dag vóór de datum van afgifte van de nieuwe vergunningen en speciale visdocumenten door de Commissie. De nieuwe vergunningen en speciale visdocumenten treden in werking op de dag waarop zij worden afgegeven.

6. De vergunning of het speciale visdocument wordt geheel of gedeeltelijk ingetrokken vóór de datum waarop zij afloopt, ingeval de in artikel 1 vastgestelde respectieve quota zijn uitgeput.

7. Indien aan de in deze verordening vastgestelde verplichtingen niet wordt voldaan, worden de vergunning en het speciale visdocument ingetrokken.

8. Voor vaartuigen waarvoor de in deze verordening opgenomen verplichtingen niet zijn nagekomen, worden gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden geen vergunning en speciaal visdocument afgegeven.

9. De Commissie stelt de Faeröer namens de Gemeenschap in kennis van de naam en de kenmerken van de schepen die niet in de visserijzone van de Gemeenschap mogen vissen gedurende de maand(en) volgend op een overtreding van de communautaire voorschriften.

Artikel 4

Voor de visserij in het Skagerrak gelden de volgende voorschriften:

1. de gerichte haringvisserij voor andere doeleinden dan menselijke consumptie is verboden;

2. het gebruik van trawlnetten en ringzegens voor de vangst van pelagische soorten is verboden van zaterdag middernacht tot zondag middernacht.

Artikel 5

Vaartuigen die tot en met 31 december mogen vissen, mogen hun activiteiten aan het begin van het volgende jaar voortzetten totdat de lijsten van schepen met een vergunning voor dat jaar aan de Commissie zijn voorgelegd en door haar namens de Gemeenschap zijn goedgekeurd.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 1998.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 1997.

Voor de Raad

De Voorzitter

F. BODEN

(1) PB L 389 van 31. 12. 1992, blz. 1. Gewijzigd bij de Akte van toetreding van 1994.

(2) PB L 226 van 29. 8. 1980, blz. 11.

(3) PB L 261 van 20. 10. 1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2205/97 (PB L 304 van 7. 11. 1997, blz. 1).

(4) PB L 132 van 21. 5. 1987, blz. 9.

BIJLAGE I

Vangstquota Faeröer voor 1998

1. Quota voor de vaartuigen van de Faeröer waarmee in de visserijzone van de Gemeenschap wordt gevist

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Quota voor de vaartuigen van de Faeröer waarmee in de wateren van Groenland wordt gevist krachtens artikel 1, lid 3, van het Protocol EG/Groenland (1) (slechts ter informatie meegedeeld)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Noorse lentepaaiende haring (Atlantisch-Scandinavische haring)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) PB C 287 van 15. 10. 1994, blz. 11.

BIJLAGE II

Bij het vissen in de 200-mijlszone van de lidstaten van de Gemeenschap waarvoor de communautaire visserijvoorschriften gelden, moeten onmiddellijk na de hierna volgende activiteiten de volgende gegevens in het logboek worden genoteerd:

1. Na iedere trek:

1.1. gevangen hoeveelheid van elke soort (in kilogram levend gewicht);

1.2. datum en tijdstip van de trek;

1.3. geografische positie tijdens de trek;

1.4. gebruikte vismethode.

2. Na iedere overlading op of vanuit een ander vaartuig:

2.1. de vermelding "ontvangen van" of "overgeladen op";

2.2. overgeladen hoeveelheid van elke soort (in kilogram levend gewicht);

2.3. naam, identificatieletters en -nummers van het vaartuig waarop of waaruit de overlading plaatsvond.

3. Na iedere aanvoer in een haven van de Gemeenschap:

3.1. naam van de haven;

3.2. aangevoerde hoeveelheid van elke soort (in kilogram levend gewicht).

4. Na ieder bericht aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen:

4.1. datum en tijdstip van het bericht;

4.2. aard van het bericht: IN, OUT, ICES, WKL of 2 WKL;

4.3. bij een radiobericht: naam van het radiostation.

BIJLAGE III

1. De hierna gevraagde gegevens moeten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen worden meegedeeld volgens het onderstaande schema.

1.1. Telkens wanneer het vaartuig de 200-mijlszone van de lidstaten van de Gemeenschap binnenvaart waarvoor communautaire visserijvoorschriften gelden:

a) de in punt 1.5 bedoelde gegevens;

b) de hoeveelheden in het ruim (in kilogram levend gewicht), per vissoort;

c) datum en ICES-gebied waar de kapitein zal beginnen te vissen.

Wanneer het vaartuig om visserijtechnische redenen de hierboven bedoelde zone op een bepaalde dag meer dan eenmaal moet binnenvaren, is één mededeling bij het eerste binnenvaren voldoende.

1.2. Telkens wanneer het vaartuig de in punt 1.1 bedoelde zone verlaat:

a) de in punt 1.5 bedoelde gegevens;

b) de hoeveelheden in het ruim (in kilogram levend gewicht), per vissoort;

c) de na het vorige bericht gevangen hoeveelheid van elke soort (in kilogram levend gewicht);

d) het ICES-gebied waar de vangsten zijn gedaan;

e) de hoeveelheden (in kilogram levend gewicht), per vissoort, die op en/of vanuit andere vaartuigen zijn overgeladen sinds het vaartuig de zone is binnengevaren, onder vermelding van het vaartuig waarop en/of waaruit de hoeveelheden zijn overgeladen;

f) de hoeveelheden (in kilogram levend gewicht), per vissoort, die in een haven van de Gemeenschap zijn aangevoerd sinds het vaartuig de zone is binnengevaren.

Wanneer het vaartuig om visserijtechnische redenen de in punt 1.1 bedoelde zone op een bepaalde dag meer dan eenmaal moet binnenvaren, is één mededeling bij het laatste buitenvaren voldoende.

1.3. Wanneer op haring en makreel wordt gevist, om de drie dagen, te beginnen op de derde dag nadat het vaartuig voor het eerst de in punt 1.1 bedoelde zone is binnengevaren en wanneer op andere soorten dan haring en makreel wordt gevist, elke week, te beginnen op de zevende dag nadat het vaartuig voor het eerst de in punt 1.1 bedoelde zone is binnengevaren:

a) de in punt 1.5 bedoelde gegevens;

b) de sedert het vorige bericht gevangen hoeveelheden (in kilogram levend gewicht), per vissoort;

c) het ICES-gebied waar de vangsten zijn gedaan.

1.4. Telkens wanneer het vaartuig van het ene naar het andere ICES-gebied overvaart:

a) de in punt 1.5 bedoelde gegevens;

b) de sedert het vorige bericht gevangen hoeveelheden (in kilogram levend gewicht), per vissoort;

c) het ICES-gebied waar de vangsten zijn gedaan.

1.5. a) Naam, roepnaam, identificatienummer en -letters van het vaartuig en naam van de kapitein;

b) volgnummer van het bericht voor de betrokken reis;

c) aanduiding van de aard van het bericht;

d) datum, tijdstip en geografische positie van het vaartuig.

2.1. De in punt 1 bedoelde gegevens moeten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen te Brussel (telex 24189 FISEU-B) worden medegedeeld via één van de in punt 3 vermelde radiostations en wel in de in punt 4 aangegeven vorm.

2.2. Indien het bericht wegens overmacht niet door het vaartuig kan worden verzonden, mag het namens dat vaartuig door een ander vaartuig worden doorgezonden.

3. >RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. Vorm van de berichten

De in punt 1 bedoelde gegevens moeten onderstaande elementen bevatten en in onderstaande volgorde worden verstrekt:

- naam van het vaartuig;

- roepnaam van het vaartuig;

- op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;

- volgnummer van het bericht voor de betrokken visreis;

- aanduiding van de aard van het bericht aan de hand van de volgende code:

- bericht bij het binnenvaren in één van de zones bedoeld in punt 1.1: "IN",

- bericht bij het verlaten van één van de zones bedoeld in punt 1.1: "OUT",

- bericht bij het veranderen van de ene naar de andere ICES-sector: "ICES",

- wekelijks bericht: "WKL",

- bericht om de drie dagen: "2 WKL";

- datum, tijdstip en geografische positie;

- ICES-deelgebied waar de visserijactiviteit naar verwachting zal aanvangen;

- datum waarop de visserijactiviteit naar verwachting zal aanvangen;

- het gewicht (in kilogram levend gewicht) van de vangsten, per vissoort, die zich in de ruimen bevinden, met gebruikmaking van de in punt 5 opgenomen code;

- de sedert het vorige bericht gevangen hoeveelheden (in kilogram levend gewicht), per vissoort, met gebruikmaking van de in punt 5 vermelde code;

- ICES-deelgebied waar de vangsten zijn gedaan;

- de sedert het vorige bericht op en/of vanuit andere vaartuigen overgeladen hoeveelheden (in kilogram levend gewicht), per vissoort;

- naam en roepnaam van het vaartuig waarop en/of waaruit deze hoeveelheden zijn overgeladen;

- gewicht (in kilogram levend gewicht) van de hoeveelheden, per vissoort, die sinds het vorige bericht zijn aangevoerd in een haven van de Gemeenschap;

- naam van de kapitein.

5. Code voor het mededelen van de in punt 4 bedoelde vissoorten die zich aan boord bevinden:

PRA - Noorse garnaal (Pandalus borealis),

HKE - Heek (Merluccius merluccius),

GHL - Zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides),

COD - Kabeljauw (Gadus morhua),

HAD - Schelvis (Melanogrammus aeglefinus),

HAL - Heilbot (Hippoglossus hippoglossus),

MAC - Makreel (Scomber scombrus),

HOM - Horsmakreel (Trachurus trachurus),

RNG - Roundnose Grenadier (Coryphaenoides rupestris),

POK - Zwarte koolvis (Pollachius virens),

WHG - Wijting (Merlangus merlangus),

HER - Haring (Clupea harengus),

SAN - Zandspiering (Ammodytes spp.),

SPR - Sprot (Sprattus sprattus),

PLE - Schol (Pleuronectes platessa),

NOP - Kever (Trisopterus esmarkii),

LIN - Leng (Molva molva),

PEZ - Garnaal (Pandalidae),

ANE - Ansjovis (Engraulis encrasicholus),

RED - Roodbaars (Sebastes spp.),

PLA - Schotse schol (Hippoglossoides platessoides),

SQX - Inktvis (Illex spp.),

YEL - Schar (Limanda ferruginea),

WHB - Blauwe wijting (Micromesistius poutassou),

TUN - Tonijn (Thunnidae),

BLI - Blauwe leng (Molva dypterygia),

USK - Lom (Brosme brosme),

DGS - Doornhaai (Squalus acanthias),

BSK - Reuzenhaai (Cetorinhus maximus),

POR - Makreelhaai (Lamma nasus),

SQC - Inktvis (Loligo spp.),

POA - Braam (Brama brama),

PIL - Sardine (Sardina pilchardus),

CSH - Garnaal (Crangon crangon),

LEZ - Schartong (Lepidorhombus spp.),

MNZ - Zeeduivel (Lophius spp.),

NEP - Langoestine (Nephrops norvegicus),

POL - Witte koolvis (Pollachius pollachius),

ARG - Zilvervis (Argentina sphyraena),

OTH - Andere.