Verordening (EG, EGKS, Euratom) Nr. 501/98 van de Raad van 20 februari 1998 houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 1997 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen
Verordening (EG, EGKS, Euratom) Nr. 501/98 van de Raad van 20 februari 1998 houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 1997 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen
VERORDENING (EG, EGKS, EURATOM) Nr. 501/98 VAN DE RAAD van 20 februari 1998 houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 1997 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben,
Gelet op het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 (1) en laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2592/97 (2), inzonderheid op artikel 13, eerste alinea, van bijlage X,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat rekening moet worden gehouden met de stijging van de kosten van levensonderhoud in de landen buiten de Gemeenschap en dat bijgevolg met ingang van 1 juli 1997 de aanpassingscoëfficiënten moeten worden vastgesteld die van toepassing zijn op de bezoldigingen die in de valuta van het land van tewerkstelling worden uitbetaald aan de amtenaren die in derde landen zijn tewerkgesteld;
Overwegende dat de Raad overeenkomstig bijlage X van het statuut de aanpassingscoëfficiënten om de zes maanden vaststelt en dat hij derhalve nieuwe aanpassingscoëfficiënten moet vaststellen voor de komende semesters;
Overwegende dat de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn over de periode van 1 juli 1997 en die aanleiding geven tot betalingen berekend op grond van een voorgaande verordening, een aanpassing met terugwerkende kracht (in positieve of in negatieve zin) van de bezoldiging met zich kunnen brengen;
Overwegende dat moet worden voorzien in een nabetaling in geval van een stijging van de bezoldigingen ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten;
Overwegende dat in geval van een daling van de bezoldiging ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten moet worden voorzien in de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen over de periode tussen 1 juli 1997 en de datum waarop de Raad het besluit neemt tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten van toepassing met ingang van 1 juli 1997;
Overwegende evenwel dat parallellisme moet worden nagestreefd met de aanpassingscoëfficiënten welke binnen de Gemeenschap van toepassing zijn op de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, en dat een eventuele terugvordering derhalve slechts betrekking mag hebben op een periode van ten hoogste zes maanden vóór de datum van het besluit tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten en moet kunnen worden gespreid over een periode van ten hoogste twaalf maanden na deze datum,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Met ingang van 1 juli 1997 worden de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen die in de valuta van het land van tewerkstelling worden uitbetaald, vastgesteld overeenkomstig de bijlage.
De voor de berekening van deze bezoldigingen toegepaste wisselkoersen zijn die welke worden gebruikt voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor de maand die voorafgaat aan de in de eerste alinea bedoelde datum.
Artikel 2
Overeenkomstig artikel 13, eerste alinea, van bijlage X van het Statuut stelt de Raad om de zes maanden de aanpassingscoëfficiënten vast; derhalve stelt hij nieuwe aanpassingscoëfficiënten vast die van toepassing zijn vanaf 1 januari 1998.
De instellingen zullen tot nabetalingen overgaan ingeval de bezoldigingen ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten worden verhoogd.
Ingeval de bezoldigingen ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten worden verlaagd, zullen de instellingen overgaan tot een negatieve aanpassing van de bezoldigingen, met terugwerkende kracht over de periode van 1 juli 1997 tot de datum van het besluit van de Raad tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn met ingang van 1 juli 1997.
De terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen die uit deze aanpassing voortvloeit mag evenwel slechtsbetrekking hebben op een periode van ten hoogte zes maanden vóór de datum van het besluit tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten; deze terugvordering kan worden gespreid over een periode van ten hoogste twaalf maanden na deze datum.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 20 februari 1998.
Voor de Raad
De Voorzitter
R. COOK
(1) PB L 56 van 4. 3. 1968, blz. 1.
(2) PB L 351 van 23. 12. 1997, blz. 5.
BIJLAGE
>RUIMTE VOOR DE TABEL>